De eerste leugen — Hoe ze op u van invloed is
TOEN in 1981 een trein in India een brug naderde, zag de bestuurder plotseling een koe op de rails staan. Hij remde krachtig. De trein ontspoorde en zeven propvolle wagons stortten de rivier in. Meer dan achthonderd mensen verloren het leven. Zo leidde een kleine gebeurtenis — een koe op de rails — tot een grote tragedie. Iets soortgelijks gebeurde in Eden, de tuin van God.
Eden moet een verrukkelijke plaats geweest zijn. Er bevonden zich talloze soorten van bomen, bloemen, viervoetige dieren en vogels in deze tuin. Er heerste harmonie en rust. Het was werkelijk een paradijs. Adam en Eva moeten hebben genoten van het werk van Gods handen. En zij hadden een opwindend vooruitzicht. God gaf hun het gebod: „Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde en onderwerpt haar, en hebt de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en elk levend schepsel dat zich op de aarde beweegt, in onderworpenheid” (Gen. 1:28). Bovendien hadden zij een uiterst eenvoudige religie: zij moesten Gods wil doen.
Zelfs de engelen hadden zeer veel belangstelling voor dit gelukkige begin van het mensdom. Eén engel verschilde echter van de anderen. Zijn belangstelling was gekleurd door zelfzucht. Hij begeerde de aanbidding van de mens voor zichzelf en smeedde een plan om de „god”, of regeerder, van de wereld te worden. Aldus werd hij Satan, welke naam „tegenstander” betekent. — Zie Lukas 4:5-8; 2 Korinthiërs 4:4.
Jehovah God gaf Adam het gebod niet van de vrucht van een zekere boom te eten. Dit vormde een eenvoudige beproeving. Door deze te doorstaan, konden Adam en zijn vrouw tonen dat zij God werkelijk wilden dienen. Bovendien waarschuwde Jehovah: „Op de dag dat gij daarvan [van de verboden vrucht] eet, zult gij beslist sterven” (Gen. 2:17). De gave van eeuwig leven zou niet aan ongehoorzame opstandelingen worden gegeven.
Satan zag hier zijn kans schoon. Via een slang verleidde hij Eva ertoe van de verboden vrucht te eten, door te zeggen: „Gij zult volstrekt niet sterven.” Daarna zei hij over die boom: „Want God weet dat nog op de dag dat gij ervan eet, uw ogen stellig geopend zullen worden en gij stellig als God zult zijn, kennend goed en kwaad” (Gen. 3:4, 5). Wat een magnifiek aanbod — als God te zijn! Maar Satan loog. Eva geloofde echter wat hij zei en was zo ongehoorzaam om van de verboden vrucht te eten. Later bood zij deze aan Adam aan, die zich bij haar aansloot en eveneens zondigde. Wat was het gevolg?
Door die kritieke daad „ontspoorde” het gehele mensdom, met tragedie als gevolg. Het eerste mensenpaar verloor onmiddellijk het paradijs. Na verloop van tijd verloren zij ook hun leven en keerden zij terug tot het stof waaruit zij waren gevormd (Gen. 3:19). Droevig genoeg werden daardoor al hun kinderen — het mensdom — buiten het paradijs geboren, zodat zij zonde en de dood erfden. — Rom. 5:12.
Satan had schijnbaar gewonnen. Hij was nu een „god” en het mensdom volgde hem in plaats van de Schepper. Maar hij had niet werkelijk gewonnen. Hij had slechts de eerste klap uitgedeeld in een conflict dat zelfs tot op deze tijd voortduurt. Jehovah deed onmiddellijk stappen om de gevolgen van Satans leugen ongedaan te maken. Hij zei tot Satan: „Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad. Hij zal u in de kop vermorzelen en gij zult hem in de hiel vermorzelen.” — Gen. 3:15.
In deze eerste bijbelse profetie wordt Satans uiteindelijke nederlaag voorzegd, die zal komen door middel van een zeker „zaad”. Wie is dat zaad? Dat bleef lang een geheim.
De god van deze wereld
Op enkele uitzonderingen na gaven de nakomelingen van Adam en Eva er de voorkeur aan hun ouders na te volgen en God ongehoorzaam te zijn. Zij wilden graag de onafhankelijkheid genieten die door Satan werd aangeboden. Uiteindelijk werd de tegenstand tegen God geconcentreerd in een streek die bekendstaat als Mesopotamië, tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat.
De menselijke leider van die tegenstand was de man Nimrod. Hij wordt in de bijbel geïdentificeerd als de eerste koning en stichter van een rijk. Al zijn activiteiten waren tegen God gekant; de bijbel zegt dan ook: „Hij deed zich kennen als een geweldig jager gekant tegen Jehovah.” Het begin van zijn rijk was Babel, met later de stad Babylon als middelpunt. — Gen. 10:9, 10.
Het was vanuit Babel dat politieke onderdrukking en wreedheid zich verder verbreidden. Er werden daar ook nieuwe religieuze theorieën gelanceerd. De eerste leugen — dat de zondige Eva niet werkelijk zou sterven, was ontmaskerd, aangezien Eva wel was gestorven. Nu werd er een verfraaide versie van die leugen onderwezen. Een onsterfelijk deel van de mens zou de dood overleven en in een onzichtbare wereld verder leven. Deze leerstelling leidde tot het geloof in het hellevuur, spiritisme, voorouderaanbidding en talloze andere onware leerstellingen.
De religieuze theorieën die in het oude Babel, of Babylon, ontstonden, verbreidden zich over de gehele wereld. Eén autoriteit, die de wijdverbreide overeenkomsten tussen de meeste religies van de wereld opmerkte, zei dat ze „allemaal hun religieuze ideeën aan een gemeenschappelijke bron ontleend moeten hebben” (The Worship of the Dead, door kolonel J. Garnier). Die bron was het oude Babylon. Naar dit wereldomvattende religieuze stelsel met zijn bakermat in Babylon wordt in de bijbel verwezen als „Babylon de Grote, de moeder van de hoeren en van de walgelijkheden der aarde”. — Openb. 17:5.
Satans eerste leugen leidde derhalve tot wijdverbreide politieke onderdrukking en valse religie. Maar wat ontwikkelde zich met betrekking tot het „zaad” ten aanzien waarvan God profeteerde dat het Satan en zijn snode plannen teniet zou doen?
[Illustratie op blz. 5]
Evenals deze trein is het gehele mensdom „ontspoord”. Weet u hoe dat gekomen is?