Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w82 15/12 blz. 4-7
  • Negeer de hemelse Koning niet

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Negeer de hemelse Koning niet
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat de bijbel zegt
  • Wat Jezus thans is
  • De behoefte aan Gods koninkrijk
  • Wat betekent dit voor u?
  • Het mensengeslacht redden door het Koninkrijk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Het mensengeslacht redden — door het Koninkrijk
    Het mensengeslacht redden — door het Koninkrijk
  • „Dit is mijn Zoon”
    Lessen van de Grote Onderwijzer
  • Miljoenen vereren de pasgeboren baby
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
w82 15/12 blz. 4-7

Negeer de hemelse Koning niet

JEZUS schijnt als mens op aarde nooit de aandacht gevestigd te hebben op zijn vroege kinderjaren. Toen hij bij een zekere gelegenheid predikte, riep een vrouw in de schare uit: „Gelukkig is de schoot die u heeft gedragen en de borsten die u hebben gezoogd!” Maar Jezus reageerde hierop met de woorden: „Neen, gelukkig zijn veeleer zij die het woord Gods horen en het bewaren!” (Luk. 11:27, 28) Hij moedigde mensen er niet toe aan op sentimentele wijze over zijn geboorte of Maria’s rol daarin, te spreken.

Het is opmerkenswaardig dat de bijbel ons niet de datum van Jezus’ geboorte geeft, en Jezus heeft ons nergens het gebod gegeven zijn geboortedag te vieren. Bovendien is er geen verslag voorhanden waaruit blijkt dat christenen gedurende de eerste eeuwen na Jezus’ dood ooit Kerstmis vierden.

Met het oog hierop — en met het oog op de talloze heidense gewoonten die met Kerstmis verband houden — nemen velen in deze tijd geen deel aan de viering. Zij geven er de voorkeur aan hun respect voor Jezus op andere manieren te tonen. Voor hen is Jezus niet langer een baby in een kribbe. Hij is opgegroeid om iets veel groters te worden.

Wat de bijbel zegt

Gedurende de viering van Kerstmis worden in kerkdiensten vaak bepaalde passages uit de bijbel voorgelezen, die als gevolg daarvan tamelijk bekend zijn geworden. Laten wij enkele van deze passages, zoals ze in een hedendaagse vertaling van de bijbel voorkomen, eens beschouwen om te zien wat ze te zeggen hebben over de wijze waarop wij Jezus in deze tijd dienen te beschouwen.

Eén schriftplaats licht ons erover in hoe Maria voor het eerst vernam dat zij de moeder van Jezus zou worden. De engel Gabriël verscheen aan haar en maakte bekend: „Zie! gij zult in uw schoot ontvangen en een zoon baren, die gij de naam Jezus moet geven.” Deze gebeurtenis is heel erg bekend. Maar hebt u ooit aandacht geschonken aan de woorden die de engel vervolgens met betrekking tot Jezus sprak? „Deze zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en Jehovah God zal hem de troon van zijn vader David geven, en hij zal voor eeuwig als koning over het huis van Jakob regeren en aan zijn koninkrijk zal geen einde zijn.” — Luk. 1:31-33.

Ja, de engel Gabriël toonde aan dat hierbij veel meer betrokken was dan de geboorte van een baby. Maria’s kind zou groot worden. Hij zou de koninklijke erfgenaam van koning David worden en zou voor eeuwig als Koning regeren.

Toen Jezus werd geboren, vond er een andere welbekende gebeurtenis plaats. Een engel verscheen aan herders die hun kudden weidden in een veld en zei: „Ziet! ik maak u goed nieuws bekend omtrent een grote vreugde, die heel het volk ten deel zal vallen, want heden is u in de stad van David een Redder geboren, die Christus de Heer is. En dit is een teken voor u: gij zult een baby vinden in windsels van doeken gebonden en liggend in een kribbe.” Daarna sloot een menigte van andere engelen zich bij deze eerste engel aan, en zij loofden God en zeiden: „Glorie in de hoogste hoogten aan God, en op aarde vrede onder mensen van goede wil.” — Luk. 2:8-14.

De engel zei tot de herders dat Jezus in een kribbe zou liggen — dit was een teken voor hen, om hen te helpen het bewuste kind te identificeren. Maar welk gedeelte van die boodschap heeft die herders volgens u het meest in extase gebracht? Ongetwijfeld het nieuws dat nu eindelijk de beloofde Redder was geboren, degene die stellig de Christus zou worden en die, wanneer hij was opgegroeid, vrede op aarde onder mensen van goede wil zou brengen.

Nog een schriftplaats die vaak tijdens de kerstdiensten in de kerken van de christenheid wordt gebruikt, staat opgetekend in Jesaja hoofdstuk negen. Wij lezen daar: „Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; en de vorstelijke heerschappij zal op zijn schouder komen. En zijn naam zal worden genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” — Jes. 9:6.

Er is indrukwekkende muziek gecomponeerd om liederen waarin deze gedachte wordt bezongen, te begeleiden, en men kan deze gewoonlijk rond de kersttijd horen. Hoevelen luisteren echter werkelijk naar de woorden die volgen op de zinsnede: „Een kind is ons geboren”? Jezus ontvangt hier enkele belangrijke en betekenisvolle titels. En in Jes 9 vers zeven wordt hij beschreven als degene die door middel van zijn Koninkrijksheerschappij eindeloze zegeningen zal brengen. Is dit niet de manier waarop wij in deze tijd over hem moeten denken?

Wat Jezus thans is

Als iemand zijn verjaardag viert, ontvangt hij gewoonlijk geschenken en felicitaties wegens het feit dat hij een jaar ouder is geworden. Hoe zou hij het vinden wanneer zijn moeder, iedere keer wanneer hij jarig is, per se foto’s te voorschijn zou willen halen waarop wordt getoond hoe hij eruitzag toen hij een baby was? Mensen willen graag erkend worden om wat zij nu zijn, niet slechts om wat zij als kleine kinderen waren.

Iets overeenkomstigs doet zich voor met betrekking tot leven en dood. De mensen hopen dat men aan hen zal denken wegens hetgeen zij in hun leven hebben gepresteerd, niet wegens hun uiterlijk in hun laatste ogenblikken. Wanneer er dan ook een standbeeld wordt opgericht ter ere van een beroemd man, dan wordt hij gewoonlijk rechtop en krachtig afgebeeld of bezig met de een of andere activiteit waardoor hij beroemd is geworden, en niet zoals hij was toen hij op zijn doodsbed lag.

Met het oog hierop is het interessant op te merken hoe de meeste mensen Jezus gewoonlijk bezien. Met Kerstmis wordt hij gewoonlijk als een hulpeloze baby in een kribbe afgebeeld. De rest van het jaar ziet men hem meestal afgebeeld als een man in stervensnood. Is dit een evenwichtige voorstelling van zaken?

Het is waar dat Jezus met betrekking tot deze twee gebeurtenissen een wonderbaarlijke nederigheid ten toon heeft gespreid. In de eerste plaats gaf hij zijn schitterende positie in de hemel op. Hij „heeft zichzelf ontledigd en de gedaante van een slaaf aangenomen en is aan de mensen gelijk geworden”. Als mens „heeft hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood aan een martelpaal”. — Fil. 2:7, 8.

Wij dienen ons terdege bewust te zijn van deze door Jezus gebrachte offers, omdat ze voor ons voorbeelden zijn van een grote nederigheid (Fil. 2:5, 6). Ook was elk van deze ervaringen essentieel voor Jezus om de wil van zijn Vader te volbrengen en zijn menselijke leven tot redding van het mensdom op te offeren. Op deze wijze kon hij onze „Redder . . ., die Christus de Heer is” worden.

Maar Jezus’ ervaring hield hiermee niet op. Hij ligt thans niet als een hulpeloze baby in een kribbe. En ook is hij niet dood aan een martelpaal. Na zijn dood heeft God hem tot leven opgewekt en „hem . . . tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke andere naam is, zodat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen”. — Fil. 2:9, 10.

Jezus heeft zelf gezegd: „Alle autoriteit in hemel en op aarde is mij gegeven” (Matth. 28:18). Hij is nu Gods gezalfde Koning die in het thans opgerichte Koninkrijk in de hemel regeert. Hij heeft reeds de vervulling ervaren van Daniëls profetie: „Hem werd heerschappij en waardigheid en een koninkrijk gegeven, opdat de volken, nationale groepen en talen alle hém zouden dienen. Zijn heerschappij is een heerschappij van onbepaalde duur, die niet zal voorbijgaan, en zijn koninkrijk een dat niet te gronde gericht zal worden.” — Dan. 7:14.

De behoefte aan Gods koninkrijk

Toen Jezus op aarde was, maakte hij dit koninkrijk tot het thema van zijn prediking. Hij zei: „Hebt berouw, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen” (Matth. 4:17). Hij leerde zijn volgelingen om dat koninkrijk te bidden, waardoor hij de belangrijkheid ervan beklemtoonde. Hij zei: „Gij dan moet aldus bidden: ’Onze Vader in de hemelen, uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde’” (Matth. 6:9, 10). Aldus toonde hij aan dat Gods wil tot stand gebracht zal worden door middel van dit koninkrijk, waarvan Jezus nu de aangestelde Koning is.

Wat is Gods wil? Dat Jezus de „Vredevorst” is. Daarom zal God „oorlogen [doen] ophouden tot het uiteinde der aarde” (Ps. 46:9). Het is Gods voornemen om de mensheid op basis van Jezus’ dood te redden van zonde en de dood en ons de gelegenheid te geven eeuwig te leven. Daarom wordt Jezus onze „Redder . . ., die Christus de Heer is”. De voordelen van deze reddende activiteit zullen de mensheid door middel van het Koninkrijk bereiken.

Voor degenen die de gelegenheid aangrijpen, zal de toekomst onder Christus’ koningschap vol zegeningen zijn. Onder de heerschappij van Jezus, die — zoals Gabriël tot Maria had gezegd — ’voor eeuwig als koning zal regeren’, zal de getrouwe mensheid de vervulling meemaken van Gods beloften dat er geen ziekte en geen dood meer zal zijn, dat onze geliefden uit de doden zullen opstaan en dat allen zich in geestelijke en fysieke voorspoed zullen verheugen. — Openb. 21:4; Joh. 5:28, 29; Luk. 1:33.

Maar hoe zal dit mogelijk zijn, aangezien de aarde thans wordt bestuurd door menselijke regeringen die hun soevereiniteit met grote jaloezie bewaken? De bijbel beeldt Jezus niet alleen als Vredevorst af, maar ook als een veroverende Koning die alle belemmeringen voor het eeuwige geluk van de mensheid voor zijn aangezicht zal verwijderen. De regeerders worden ervan verwittigd dat zij zijn koningschap moeten aanvaarden (Ps. 2:10-12). Voor degenen die zijn heerschappij negeren, zegt de bijbel: „In de dagen van die koningen [de huidige politieke heersers] zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf zal aan geen ander volk worden overgedragen. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” Aldus zal Jezus wereldheerser worden. — Dan. 2:44.

Wat betekent dit voor u?

Toen Jezus als kind opgroeide en een man werd, spreidde hij eigenschappen ten toon waardoor wij hem als persoon een warm hart toedragen. Hij had deernis met de onderdrukten en medelijden met de zieken, en hij trachtte hen te helpen (Matth. 14:14). Hij hield van kinderen, en kinderen gingen graag naar hem toe (Matth. 19:13-15). Hij had rechtvaardigheid lief en haatte wetteloosheid (Hebr. 1:9). Bovendien had hij zijn discipelen „tot het einde toe lief”. — Joh. 13:1.

Bezit hij deze eigenschappen thans, nu hij een hemelse Koning is, nog steeds? Zeer beslist. Deze eigenschappen, die ten toon werden gespreid toen hij een mens op aarde was, maken hem tot de ideale Regeerder voor het mensengeslacht.

Jezus’ geboorte werd ongeveer tweeduizend jaar geleden aangekondigd, en de engelen in de hemel brachten grote vreugde tot uitdrukking. Maar die kleine baby is opgegroeid! Wij kunnen niet voorbijgaan aan het feit dat hij thans „de Koning [is] van hen die als koningen regeren en Heer van hen die als heren regeren” (1 Tim. 6:15). Dus niet als baby, maar als regerend Koning zal hij „op aarde vrede onder mensen van goede wil” bewerkstelligen, waar velen van ons zo dringend naar verlangen.

Waarom zou u de bijbel niet zelf onderzoeken en Jezus leren kennen als degene die hij werkelijk is, Gods thans regerende Koning? Waarom zou u niet studeren om te weten te komen hoe ook u kunt gaan behoren tot die „mensen van goede wil” die de ’vrede op aarde’ zullen ervaren die God bijna tweeduizend jaar geleden heeft beloofd? En vergeet niet dat Jezus zelf de volgende persoonlijke uitnodiging tot u richt: „Komt allen tot mij die zwoegt en zwaar beladen zijt, en ik zal u verkwikken. Neemt mijn juk op u en wordt mijn discipelen, want ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart, en gij zult verkwikking vinden voor uw ziel. Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht” (Matth. 11:28-30). Doet u er verstandig aan deze vriendelijke uitnodiging van zo’n Koning te negeren?

[Illustratie op blz. 5]

Maria hoorde dat Jezus „voor eeuwig als koning [zou] regeren”

[Illustratie op blz. 7]

Velen in deze tijd erkennen Jezus als de thans regerende Koning

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen