Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w82 15/3 blz. 28-31
  • Voed u geregeld met bijbelse waarheden!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Voed u geregeld met bijbelse waarheden!
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN BETER BEGRIP KRIJGEN VAN HET GEWETEN
  • IN CONDITIE BLIJVEN VOOR DE STRIJD
  • HOE KUNNEN WIJ DE TIJD ERVOOR VINDEN?
  • De innerlijke stem van het geweten
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Wordt u geleid door een gevoelig christelijk geweten?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Behoud een goed geweten
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
  • Is uw geweten een goede gids?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
w82 15/3 blz. 28-31

Voed u geregeld met bijbelse waarheden!

DE GROOTSTE Leraar die ooit heeft geleefd, heeft eens gezegd dat de mens niet van brood alleen leeft, maar ook geestelijk voedsel, Gods Woord, nodig heeft. Kunnen wij hieruit niet redelijkerwijs concluderen dat christenen geregeld geestelijk voedsel tot zich moeten nemen, evenals zij ook letterlijk brood moeten eten? Beslist (Matth. 4:4). Dit geestelijke voedsel omvat niet slechts de bijbel, maar ook lectuur die ons helpt de bijbel te begrijpen. Daarom is het Wachttorengenootschap, onder auspiciën waarvan lectuur wordt gepubliceerd en waardoor de activiteiten van Jehovah’s Getuigen worden geleid, er niet tevreden mee alleen maar bijbels te drukken. Het publiceert ook op een geregelde basis bijbelse hulpmiddelen om lezers te helpen een vollediger begrip van de bijbel te krijgen.

Men heeft wel eens gevraagd welk nut het eigenlijk heeft deze publikaties geregeld te lezen, aangezien hetzelfde onderwerp soms meermalen wordt behandeld. Maar eten wij ook niet geregeld brood, aardappelen of rijst? De apostel Petrus schreef dan ook: „Om die reden zal ik altijd van zins zijn u aan deze dingen te herinneren, ofschoon gij ze weet en vaststaat in de waarheid die in u tegenwoordig is” (2 Petr. 1:12). Tevens kan opgemerkt worden dat wanneer een onderwerp meermalen wordt beschouwd, er vaak sprake is van nieuwe aspecten, nieuwe zienswijzen, een duidelijker inzicht, een doeltreffender uiteenzetting. Spreuken 4:18 zegt in dit verband: „Het pad van de rechtvaardigen is als het glanzende licht, dat steeds helderder wordt tot de dag stevig bevestigd is.”

EEN BETER BEGRIP KRIJGEN VAN HET GEWETEN

Neem, om een specifiek voorbeeld te noemen, de kwestie van het geweten. In december 1972 en januari 1973 publiceerde De Wachttoren een aantal artikelen over het menselijke geweten als factor in ons die ’getuigenis aflegt’. Er werd aangetoond dat ons geweten een ingeboren getuige is die vóór of tegen ons getuigt en dat het reeds functioneerde voordat Jehovah God de mens geschreven wetboeken of wetten gaf. Deze artikelen wezen ook op de noodzaak het geweten van anderen te respecteren en op de rol die het geweten speelt in kwesties waarbij onze werkkring betrokken is. Deze aangelegenheden waren nog nooit eerder zo duidelijk verklaard.

Vervolgens verschenen er in juli 1975 nog twee artikelen over het geweten. In deze artikelen werden onder andere twee fundamentele functies van het geweten behandeld. De ene functie zou een rechterlijke hoedanigheid genoemd kunnen worden. Dit is de rol die het geweten speelt „na de daad”, wanneer het ons schuldig oordeelt omdat wij op de een of andere manier een overtreding hebben begaan (2 Sam. 24:10). Voor christenen zal het geweten echter vaker een zogenaamd wetgevende rol moeten spelen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het in werkelijkheid nieuwe wetten voor een christen ontwerpt. Maar op grond van de in de bijbel opgetekende wetten en beginselen zal het sterke geweten van een christen een gids voor hem zijn. Het is alsof het van tevoren wettelijk voor hem vastlegt dat een bepaalde handelwijze verkeerd is. Een welbekend schriftuurlijk voorbeeld hiervan is dat van Jakobs zoon Jozef die de opdringerige avances van Potifars vrouw afwees. — Gen. 39:9.

Vervolgens verscheen er nog korter geleden, in De Wachttoren van 1 december 1976, een artikel over het geweten met als titel: „Ons geweten oefenen zodat het meer voor ons doet”. Wanneer het kwesties betreft waarbij het geweten betrokken is, gaat het er gewoonlijk om of iets goed of kwaad, juist of verkeerd is. In dit artikel werd echter de nadruk gelegd op het in de bijbel op de voorgrond tredende verband tussen een goed geweten enerzijds en geloof en liefde anderzijds (1 Tim. 1:5). Ja, ons geweten dient ons er niet alleen van te weerhouden de wetten van Jehovah God te overtreden, maar het dient ook een factor te zijn die ons ertoe brengt voordeel te trekken van gelegenheden om onzelfzuchtige, edele, vriendelijke en liefdevolle dingen te doen. — Vergelijk Lukas 10:29-37.

Ga er dus nooit van uit dat louter omdat een artikel in De Wachttoren over een onderwerp gaat dat al eerder is behandeld, het slechts een herhaling is. Het is waar dat de verfijningen soms niet zo opvallend zijn, maar ze dragen er alle iets toe bij om de bijbelse waarheid mooier en betekenisvoller voor ons te maken en ons te helpen er meer nut uit te kunnen putten.

Dit alles doet ons denken aan een anekdote die over Michelangelo wordt verteld. Een vriend had een prachtig standbeeld bewonderd dat door Michelangelo was vervaardigd. Toen hij enige tijd later bij hem kwam, bemerkte hij tot zijn verbazing dat Michelangelo nog steeds aan hetzelfde standbeeld werkte. De kunstenaar wees op de vele verbeteringen die hij intussen had aangebracht, waarop zijn vriend antwoordde: ’Maar dit zijn alleen maar kleinigheden.’ Michelangelo antwoordde: ’Ja, dat is waar. Maar kleinigheden dragen bij tot perfectie en perfectie is geen kleinigheid!’ Dus hoewel de verfijningen in inzicht vaak nogal onbelangrijk lijken, dragen ze er beslist toe bij ons begrip van een onderwerp vollediger of volmaakter te maken.

IN CONDITIE BLIJVEN VOOR DE STRIJD

En dit is nog niet alles. De bijbel en de publikaties die ons helpen de bijbel beter te begrijpen, zijn niet louter verschaft voor het verstrekken van verstandelijke kennis. Gods Woord is ’een lamp voor onze voet en een licht op ons pad’ (Ps. 119:105). Ook wordt ons gezegd dat Gods Woord „nuttig [is] om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid, opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij, volledig toegerust tot ieder goed werk” (2 Tim. 3:16, 17). Het kan deze doeleinden echter alleen dienen in de mate dat wij het in ons leven van toepassing brengen. En hoe kunnen wij het toepassen als wij hebben vergeten wat wij hebben gelezen?

Dat wij voortdurend aan de in Gods Woord opgetekende raad worden herinnerd, is van het grootste belang met het oog op de drie vijanden waartegen wij moeten strijden. Wij hebben te maken met de wereld; vriendschap met de wereld betekent vijandschap met Jehovah God (Jak. 4:4). De apostel Johannes schreef over ons conflict met de wereld: „Dit is de overwinning die de wereld heeft overwonnen, ons geloof” (1 Joh. 5:4). Geloof is afhankelijk van kennis — kennis die wij ons gemakkelijk kunnen herinneren, geen inlichtingen die wij al lang zijn vergeten. Aangezien de wereld elke dag opnieuw zo’n krachtige druk op ons uitoefent, moeten wij er voortdurend aan worden herinnerd dat wij geen liefde moeten hebben voor de wereld en ook niet voor de dingen in de wereld; de wereld en alles wat erin is, zal namelijk voorbijgaan, maar degene die de wil van God doet, zal eeuwig blijven bestaan. — 1 Joh. 2:15-17.

Wij hebben ook te maken met de Duivel en zijn demonen als onze vijanden. „Uw tegenstander, de Duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden” (1 Petr. 5:8). Hij en zijn demonen voeren strijd tegen ons, zodat wij de gehele geestelijke wapenrusting van God moeten aandoen die in Efeziërs 6:11-17 door de apostel Paulus wordt beschreven. Of wij deze wapenrusting dragen en er gebruik van maken, hangt opnieuw af van het feit of wij ons voortdurend met Gods Woord voeden. Het lijdt geen twijfel dat wij het ’zwaard van de geest, Gods woord’, slechts dan op een doeltreffende wijze kunnen hanteren wanneer wij dat woord duidelijk in onze geest en ons hart hebben.

Onze derde vijand bestaat uit niets minder dan onze eigen ingeboren, overgeërfde zondige neigingen, waartegen wij voortdurend krachtig moeten strijden. Aangezien onze moeder ’ons in zonde heeft ontvangen en in dwaling heeft gebaard’, zijn onze neigingen van onze jeugd af aan slecht (Gen. 8:21; Ps. 51:5). Aangezien dit zo is, kunnen wij allen, evenals de apostel, de klacht uiten: „Het goede dat ik wens, doe ik niet, maar het slechte dat ik niet wens, dát beoefen ik” (Rom. 7:19). Gezien deze erfenis bemerken wij dat het menselijke hart slinks, verraderlijk, bedrieglijk is. Maar met de hulp van Gods Woord en van studiehulpmiddelen die ons helpen bijbelse beginselen te begrijpen en toe te passen, kunnen wij deze vijand binnen in ons aan. Dit betekent echter wel dat wij evenals de apostel Paulus hard moeten zijn voor ons lichaam en het als een slaaf moeten leiden. — Spr. 3:32; Jer. 17:9; 1 Kor. 9:27.

HOE KUNNEN WIJ DE TIJD ERVOOR VINDEN?

Het leven van een christen is zeer gevuld. De bijbel moet gelezen worden, en ook elke week een nieuw tijdschrift, wij moeten ons voorbereiden op de vergaderingen en ze bezoeken, en wij hebben het voorrecht deel te nemen aan het grootse werk dat erin bestaat discipelen te maken van degenen die met belangstelling luisteren. Bovendien zijn er dagelijkse verplichtingen van wereldlijke aard, doordat wij voor onszelf en ons gezin moeten zorgen. Iedereen zou zichzelf terecht kunnen afvragen: Hoeveel tijd besteed ik eraan om wereldse periodieken, kranten en tijdschriften te lezen? Hoeveel tijd besteed ik aan het kijken naar de televisie of het luisteren naar populaire muziek? Het is waar dat dit vormen van ontspanning en amusement zijn, terwijl velen voorbereiding op christelijke vergaderingen en het lezen van christelijke lectuur misschien als ’alleen maar een heleboel werk’ beschouwen. Maar is dit een juiste opvatting met betrekking tot deze zo noodzakelijke dingen? De psalmist zei: „Ik heb uitbundige vreugde over uw woord, net zoals iemand die veel buit vindt” (Ps. 119:162). Wij moeten dus zorgvuldig beschouwen of onze levenswandel ons werkelijk kenmerkt als geestelijke mensen in plaats van als fysieke mensen. — 1 Kor. 2:14-16.

Dit alles doet ons denken aan Jezus’ woorden over het geluk van degenen die zich bewust zijn van hun geestelijke nood (Matth. 5:3). De lagere aardse schepselen — vogels, insekten, zoogdieren, vissen, enzovoort — hebben geen geestelijke behoeften. De mens heeft ze echter wel. Dat hij ze heeft genegeerd, heeft tot de verdrietige ellende in de wereld van thans geleid. Materialistische filosofieën en ideologieën maken dat de mens steeds verder van God af komt te staan. Zijn fysieke behoeften — voedsel, kleding en onderdak — en seks, alsook genoegens of begeerte naar macht komen in zijn leven op de eerste plaats te staan. Indien wij ons echter werkelijk bewust zijn van onze geestelijke behoeften zullen wij ons geregeld met bijbelse waarheden voeden. Wij zullen hier tijd voor vrijmaken en deze waarheden ten volle waarderen. De beloning? Welnu, wij zullen geholpen worden de handelwijze van godvruchtige toewijding te volgen, die „nuttig [is] voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven”. — 1 Tim. 4:8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen