Een dag in het leven van een zendeling
„WAS dat de bel van half zeven?”
„Misschien was het de bel van vijf vóór zeven al, en hebben we nog maar vijf minuten om aan de ontbijttafel te verschijnen! Nee, rustig maar, het is pas half zeven. Nog tijd genoeg.”
Dit is een van de typerende vroege-ochtendgesprekken tussen mijn kamergenoot en mij. Nog steeds vinden wij half zeven erg vroeg om op te staan, ook al doen wij dat al jaren. Als Jehovah’s Getuigen hier in een zendelingenhuis in Taipei, in Taiwan, komen wij om zeven uur met medezendelingen samen voor een geestelijke bespreking voorafgaande aan het ontbijt.
De verschillende leden van onze „familie” zorgen bij toerbeurt voor de maaltijden, de boodschappen, het schoonhouden van het huis en andere taken. Daartoe behoort ook het luiden van die bellen waar wij het al over hadden en die ons helpen op tijd klaar te zijn voor de maaltijden en andere activiteiten.
ONS DOEL ALS ZENDELINGEN
Wanneer u het woord „zendeling” hoort, denkt u misschien aan een verpleegster in het wit of een onderwijzer voor een klas kinderen in een of ander afgelegen dorpje. Maar dat is niet de taak die Jezus zijn volgelingen opdroeg. Hij gaf hun de opdracht discipelen te maken (Matth. 28:19, 20). Dus bestaat, net als bij Jehovah’s Getuigen elders in de wereld, ons voornaamste werk uit het onderwijzen van bijbelse waarheden aan mensen hier in onze buitenlandse zendingstoewijzing.
Als zendelingen besteden wij maandelijks ten minste 140 uur aan predikings- en onderwijzingsactiviteiten. Om degenen te vinden die meer over Gods Woord zouden willen weten, besteden wij de helft van die tijd aan bezoeken van huis tot huis, waarbij wij met de mensen aan de deur over de bijbel spreken. Dan besteden wij de resterende tijd aan het nabezoeken van degenen die eerder enige belangstelling voor de Koninkrijksboodschap hebben getoond, en aan het leiden van gratis huisbijbelstudies bij afzonderlijke personen en gezinnen die graag meer over de bijbel willen weten. Wij hebben bemerkt dat wij, door ons te houden aan de systematische studiemethode die overal ter wereld door Jehovah’s Getuigen wordt gehanteerd, boeddhisten en anderen die voorheen misschien niets van de bijbel af wisten, kunnen helpen kennis te nemen van de fundamentele leringen ervan. Dit kan zes maanden tot een jaar duren, maar wanneer zij dit begrip hebben verworven, zijn mensen beter in de gelegenheid te beslissen of zij christelijke getuigen van Jehovah willen worden of niet.
ONZE DAGELIJKSE ROUTINE
Ons hele leven draait om geestelijke zaken. Dat verklaart ook onze schriftuurlijke bespreking ’s ochtends vroeg in het Mandarijn-Chinees, de officiële taal van Taiwan. Deze besprekingen geven onze dag een opwekkend en geloofversterkend begin. Soms leveren ze ook een vleugje humor op, zoals toen een van de nieuwere zendelingen in verwarring raakte door het gelach van de anderen toen zij commentaar gaf op een bepaalde bijbeltekst. Zij kon niets grappigs ontdekken aan haar bewering dat Jezus onze Hogepriester is. Tenminste, zij dacht dat zij dat gezegd had. Helaas had een klein foutje haar commentaar gewijzigd in de mededeling dat Jezus onze grote kip is!
Na het ontbijt wordt een kwartier besteed aan het oefenen van enige nieuwe Chinese woorden of uitdrukkingen. Wij proberen er per week twintig onder de knie te krijgen. Die worden op een schoolbord geschreven en iedere ochtend doet een Chinese zuster die in ons huis woont verwoede pogingen om ons taalgebruik op hoger niveau te brengen. Wij waarderen haar hulp bij het verbeteren van onze zinsbouw en uitspraak (waarbij in het Chinees ook de toonhoogte een rol speelt), want haar inspanningen dragen ertoe bij ons doeltreffender te maken in het onderwijzen van Gods Woord.
Dan gaan wij na het gebed uit elkaar en maken ons klaar voor de activiteiten van die dag. De meesten van ons besteden ’s ochtends twee of drie uur aan het van-huis-tot-huiswerk in het ons toegewezen gebied. Ja, elk zendelingenpaar heeft een gedeelte van de stad waar zij hun inspanningen op moeten concentreren. Wij proberen belangstellende personen op te sporen en geleidelijk een groepje lofprijzers van Jehovah op te bouwen, dat uiteindelijk de kern zou kunnen gaan vormen van een nieuwe gemeente van Jehovah’s Getuigen.
Het getuigeniswerk vind hier op vrijwel dezelfde manier plaats als waar ook ter wereld. Er zijn echter ook enkele verschillen. Een van die verschillen betreft de manier om in het gebied te komen. Ik herinner mij nog goed dat een van mijn eerste indrukken van de Oriënt was, dat het er krioelt van de mensen, mensen en nog eens mensen. Mijn partner en ik gaan met de bus naar en van het gebied. Ze rijden volop, maar ze zijn onveranderlijk overvol. In het spitsuur moet men dit gezien hebben om het te kunnen geloven! Wij zijn nu aardig bedreven in het haastig in en uit de bus klauteren, maar voordat wij hieraan gewend geraakt waren, kwam het herhaaldelijk voor dat wij bemerkten dat onze lectuurtassen zich nog achter gesloten deuren in de bus bevonden, terwijl wij op straat hardnekkig aan de hengsels stonden te trekken! Heel wat zendelingen geven de voorkeur aan het gebruik van een kleine motor of scooter, omdat die een gerieflijker en efficiënter vervoermiddel zijn.
Zoals tegenwoordig op zoveel plaatsen in de wereld het geval is, worden ook hier de mensen achterdochtiger jegens anderen. Maar dikwijls wordt de traditionele Chinese vriendelijkheid aan de dag gelegd wanneer wij bij hen aan de deur komen. Wij bemerken dat het nog altijd gebruikelijk is binnengenodigd te worden en een zitplaats aangeboden te krijgen, en thee of water dat zo heet is, dat wij ons gesprek moeten rekken tot het voldoende is afgekoeld om het te kunnen drinken! In Taiwan is het niet ongebruikelijk dat zelfs mensen die nauwelijks belangstelling voor de bijbel hebben, onze lectuur nemen. Daardoor kunnen wij veel publikaties in de huizen achterlaten, en die lectuur wordt wellicht gelezen door personen die nog meer belangstelling hebben dan degenen die ons aanvankelijk hebben aangehoord.
Wanneer wij nabezoeken brengen bij de mensen, bemerken wij dat velen, met inbegrip van aanhangers van het boeddhistische geloof of sommigen die de filosofie van Confucius zijn toegedaan, bereid zijn tot verdere gesprekken en zelfs instemmen met een geregelde wekelijkse bijbelstudie. Zo kan ik gewoonlijk tien of meer bijbelstudies per week leiden; de enige beperking ligt eigenlijk in de hoeveelheid tijd die ik voor deze activiteit beschikbaar heb. Veel van deze personen bezoeken al direct onze vergaderingen, zodat er 20 tot 50 procent meer personen aanwezig zijn dan er Getuigen in het gebied zijn.
RUIME VOORZIENINGEN
Er wordt voor ons als zendelingen bijzonder goed gezorgd. Het Wachttorengenootschap beseft dat zendelingen die in een vreemd land wonen niet zo gemakkelijk in hun onderhoud kunnen voorzien als zij dat in hun eigen land zouden kunnen. In vele landen bepaalt de regering zelfs dat zendelingen geen werelds werk mogen aannemen. Daarom worden er voorzieningen getroffen voor onze materiële behoeften. Wij ontvangen geen salaris, maar het Genootschap huurt of koopt een huis dat geschikt is voor de groep zendelingen die in een stad gaat werken. In de meeste gevallen in Taiwan betekent dit dat er tussen de vier en acht personen in een zendelingenhuis zullen wonen. Maar omdat mijn partner en ik in het zendelingenhuis wonen waar ook het bijkantoor van het Genootschap is gevestigd, wonen wij hier met wel 18 personen.
Er wordt een fonds beschikbaar gesteld om de zendelingen in staat te stellen levensmiddelen te kopen en de huur, licht en water en dergelijke te betalen. Bovendien ontvangen wij een kleine persoonlijke toelage om dingen voor ons dagelijks leven te kunnen kopen. In Taiwan komt dit neer op een bedrag ter waarde van iets minder dan $10 per maand. Ook krijgen wij een toelage om onze reiskosten te helpen dekken, en voorziet het Genootschap in een bescheiden persoonlijke onkostenrekening om ons te helpen de nodige kleding te kopen, het vervoer naar congressen te betalen en dergelijke. Wij zijn dan ook bijzonder dankbaar dat wij ons niet druk hoeven te maken over materiële dingen, maar onze tijd en volle aandacht kunnen schenken aan het verwezenlijken van ons doel als zendelingen.
Omdat wij weten dat al deze voorzieningen mogelijk worden gemaakt door de liefdevolle gaven van onze medegelovigen die niet rechtstreeks een aandeel kunnen hebben in de zendingsdienst in het buitenland, proberen wij onze waardering op twee essentiële manieren tot uitdrukking te brengen. In de eerste plaats proberen wij onze zendingsdienst zo doeltreffend mogelijk te maken. En in de tweede plaats beschouwen wij het geld als toebehorend aan de Heer en proberen het daarom verstandig te gebruiken. De kookdag biedt ons daartoe een mooie gelegenheid.
KOOKDAG
Wij hebben een persoonlijke toewijzing om op een bepaalde dag — kookdag, zoals wij die noemen — voor de maaltijden te zorgen. Wanneer het ontbijt is afgelopen en de afwas is gedaan, gaan wij naar de markt. ’s Ochtends hebben de twee markten in de buurt van ons huis een verbijsterend aanbod van verse groenten, vlees, vis en fruit. Chinese kooplieden zijn dol op marchanderen, en dit kan heel leuk zijn, terwijl er ook geld mee te besparen valt. Wij zijn experts geworden, in die zin dat wij precies weten hoeveel wij moeten betalen en dat wij produkten kopen waarvoor het op dat moment het seizoen is, zodat wij het gedeelte van het familiebudget dat ons op onze persoonlijke kookdag wordt toevertrouwd, verstandig kunnen gebruiken.
Wij hebben ook vele groenten en vruchten ontdekt die wij nooit eerder hadden gezien. Natuurlijk zagen wij er een beetje tegenop die te kopen, omdat wij niet wisten hoe wij ze moesten bereiden. Maar geen nood. Desgevraagd vertelt de koopman ons graag hoe hij of zij het gerecht klaarmaakt. Zo hebben wij de smaak te pakken gekregen van nieuwe groenten zoals het loof van zoete aardappelen, en een groen, driekantig steeltje met een knopje erop, dat een beetje vaag naar knoflook ruikt. Door te leren inheems voedsel te gebruiken, eten wij er goed van zonder iets van de voorzieningen van de Heer te verkwisten.
Met levende kippen, levende vissen, pas geslacht varkens- en rundvlees en alle verse groenten uitgestald in de open lucht, verschilt de sfeer en de geur op de markt nogal van wat wij in andere landen gewend waren geweest. Het heeft mij bijvoorbeeld heel wat zelfbeheersing gekost geen gil te geven toen ik voor het eerst een koopman een mes zag pakken en de keel zag afsnijden van een kip die zorgvuldig door een klant was uitgekozen!
Buiten de markt in het algemeen is het niet ongewoon de straten en steegjes vrijwel geblokkeerd te zien door uitstallingen van kleren, stoffen en snuisterijen die te koop zijn. Als wij ons niet door onze nieuwsgierigheid laten overmannen, kunnen wij onze boodschappen snel afhandelen en naar huis gaan om het middagmaal klaar te maken, dat in ons huis de hoofdmaaltijd van de dag vormt. Het avondeten gebruiken wij in cafetariastijl, omdat dit wat meer soepelheid mogelijk maakt in het schema van allen die ’s middags en ’s avonds bijbelstudies leiden. Ook krijgen wij daardoor op onze kookdagen tijd voor huishoudelijk werk en ons eigen wasje, en om ons anderszins voor te bereiden op onze activiteiten gedurende de volgende zeven dagen.
WARE FAMILIESFEER
Ook al is onze familie groter dan de meeste zendelingenfamilies in Taiwan, toch heerst er bij ons een echte familiesfeer. Wij hebben bijvoorbeeld op maandagavond onze eigen gezinsstudie. Eerst besteden wij een uur aan het bestuderen van de bijbel aan de hand van De Wachttoren. Dan bestuderen wij een gedeelte van een van de nieuwste gebonden boeken van het Genootschap, zodat wij, ook al bezitten wij sommige van die publikaties niet in het Chinees, toch op de hoogte kunnen blijven van alle nieuwste inlichtingen. Aan onze ontbijttafel lezen wij ervaringen en verslagen uit het Jaarboek van Jehovah’s Getuigen en materiaal uit Onze Koninkrijksdienst (Chinees), dat wij tijdens een gemeentevergadering in diezelfde week zullen behandelen. Af en toe hebben wij gezelligheidsbijeenkomsten of gaan wij als groep picknicken. Dit alles doet ons meer op een familie lijken.
IS HET DE MOEITE WAARD?
Sommige lezers vinden misschien dat de moeizame inspanning om een nieuwe taal te leren het zendelingenleven tot zo’n zware last maakt, dat het die moeite niet waard is. Maar zo denk ik er niet over, ook al viel het mij niet gemakkelijk Chinees te leren. Zo is het voor mij altijd een stimulans te weten dat er in ons gebied grote behoefte is om het „goede nieuws” te verkondigen. Stel u voor, zelfs nu het aantal Getuigen in Taipei in de tijd dat ik hier ben verdrievoudigd is, zien wij geen kans ons hele gebied zelfs maar eenmaal per jaar te bewerken! Telkens opnieuw herkennen degenen die hongeren naar rechtvaardigheid de klank van de waarheid, zelfs als die gesproken wordt door een zendeling met een beperkte kennis van de taal. Beschouw de volgende ervaring eens, die een van mijn medezendelingen enkele jaren geleden mocht meemaken.
Zij was pas drie maanden in Taiwan en was nog bezig Chinees te leren, toen zij een jonge studente uit een boeddhistisch gezin trof. Dit meisje had veel droevige ervaringen in haar leven meegemaakt, waaronder de dood van twee gezinsleden. Zij had enkele kerken van de christenheid bezocht in een poging troost te vinden, maar tevergeefs, en zij betwijfelde of deze nieuwe zendelinge haar zou kunnen helpen.
Van het begin af aan was de jonge vrouw ervan onder de indruk hoe de zendelinge ondanks haar beperkte taalkennis de bijbel wist te gebruiken om haar vragen te beantwoorden. Weldra begon zij de vergaderingen bij te wonen en zij maakte snelle vorderingen. Na negen maanden bijbelstudie stemde het haar gelukkig een opgedragen, gedoopte getuige van Jehovah te worden. Verscheidene jaren lang verrichtte deze vrouw iedere maand dienst als hulppionierster, door 60 uur per maand aan het Koninkrijkspredikingswerk te besteden, ook al had zij een volledige betrekking als onderwijzeres. Nu heeft zij die baan opgezegd en is zij een lid van de Bethelfamilie in Taipei geworden. Er zouden vele soortgelijke ervaringen kunnen worden verteld om aan te tonen dat het werkelijk de moeite waard is zendeling te zijn in een buitenlands veld.
Elk mens met een oprecht hart deelt graag goede dingen met anderen, en dat is het wat Jehovah’s Getuigen ertoe aanzet zo ijverig te zijn in hun predikings- en onderwijzingswerk, waar zij zich ook mogen bevinden. Maar ik beschouw het voorrecht te dienen in een land waar miljoenen de bijbel nog nooit hebben gezien, als een kostbare schat. Wat een vreugde is het sommigen te helpen kennis te verkrijgen van de schitterende hoop die in Gods Woord wordt uiteengezet! Wij zendelingen krijgen dan wel geen salaris, maar wij ontvangen hogere beloningen. Daartoe behoort een hechte band met vele Oosterlingen die, dank zij de ijverige arbeid van zendelingen uit andere landen, zich van de ijdele aanbidding van afgoden hebben gewend tot de levende God Jehovah. Persoonlijk hebben wij de grote zegeningen ervaren die het gevolg zijn van een volledig vertrouwen in Jehovah en zijn zichtbare organisatie wanneer men zich beschikbaar stelt voor zendingsdienst in het buitenland.
Dus, hoewel mijn kamergenoot en ik nu niet bepaald graag vroeg opstaan, zijn wij toch echt blij dat iemand elke morgen om half zeven die bel luidt. Dat geeft ons een vroeg begin van een dag waarvan wij weten dat die gevuld zal zijn met interessante en waardevolle zendingsactiviteit.
[Illustratie op blz. 28]
De taalles vroeg in de ochtend wordt later toegepast in de velddienst