Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w81 1/5 blz. 20-27
  • De tijd voor een wachter gelijk Ezechiël

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De tijd voor een wachter gelijk Ezechiël
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE WACHTER VOOR HET ISRAËL UIT DE OUDHEID
  • WAARSCHUWINGEN DOOR HEDENDAAGSE WACHTERS
  • De wachter blijft in leven en krijgt het bericht te horen
    „De natiën zullen weten dat ik Jehovah ben” — Hoe?
  • „Wachter, hoe staat het met de nacht?”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
  • Aangesteld als wachter voor de christenheid
    „De natiën zullen weten dat ik Jehovah ben” — Hoe?
  • Acht slaan op goddelijke waarschuwing getuigt van wijsheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
w81 1/5 blz. 20-27

De tijd voor een wachter gelijk Ezechiël

1. (a) Sinds wanneer heeft God zijn „wachter”-klasse de waarschuwing laten geven, en met welk doel? (b) Wat heeft de christenheid gedaan, in plaats dat ze de waarschuwing heeft laten weerklinken?

Meer dan dertig jaar vóór de explosie van atoombommen in het Verre Oosten had Jehovah op barmhartige wijze zijn wachter geposteerd om de waarschuwing te laten weerklinken voor datgene wat nu kennelijk nabij is, ja, nog binnen dit geslacht staat te gebeuren. Zelfs voordat in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, had hij zijn „wachter”-klasse geposteerd om de waarschuwing te laten weerklinken. Dit werd niet alleen gedaan om degenen te waarschuwen die wilden weten hoe zij in leven konden blijven, maar ook om Jehovah’s halsstarrige vijanden te waarschuwen. Zodoende zullen die vijanden weten uit welke bron de vernietiging komt. Niemand zal aanmerkingen kunnen maken of enige grond hebben om te klagen dat Hij de mensen niet van tevoren heeft gewaarschuwd. De christenheid, die de bijbel in meer dan duizend talen tot haar beschikking heeft, had op grond van datgene wat ze beweert te zijn, eigenlijk het instrument moeten zijn om de waarschuwing te laten weerklinken. Maar ze heeft niet als zodanig dienst gedaan. In plaats daarvan heeft ze deelgenomen aan de beide wereldoorlogen en andere oorlogen van deze eeuw, die onnoemelijk veel verderf op aarde hebben aangericht. Wie is dan de uit meerdere personen bestaande „wachter”?

2, 3. (a) Wie verkoos God te gebruiken om de waarschuwing aangaande de wereldomvattende vloed te laten weerklinken, en wie zijn door hem gebruikt om in deze tijd een overeenkomstige waarschuwing te laten horen? (b) Waarom kan Jehovah niet aansprakelijk worden gesteld voor enig verlies van leven?

2 Noach heeft in zijn dagen niet alleen gepredikt, maar ter bevestiging van zijn mondelinge boodschap ook een enorme ark gebouwd. Derhalve was Noach toentertijd Jehovah’s in het oog springende getuige en wachter. Zijn uit zeven leden bestaande gezin ondersteunde hem in zijn plichten als wachter. In Hebreeën 11:1-7 wordt ons verteld dat er ten aanzien van Noach getuigenis werd afgelegd dat hij God welgevallig was. Hij was een goedgekeurde getuige van Jehovah God. Hij was „een prediker van rechtvaardigheid” (2 Petr. 2:5). In deze tijd staan wij voor een „daad van God” die net zo wereldomvattend zal zijn als de vloed van Noachs dagen. Wie worden, zoals de berichten laten zien, door God gebruikt om de gehele wereld dienaangaande te waarschuwen? Toegewijde christenen die alom bekendstaan als „Jehovah’s Getuigen”. Jehovah is tot dusver derhalve volkomen vrij van blaam. Hij heeft niet verzuimd door bemiddeling van miljoenen van zijn getuigen de goddelijke waarschuwing te laten weerklinken!

3 Wanneer gedurende het komende einde van het samenstel van dingen over de gehele wereld menselijk leven verloren gaat, zal de verantwoordelijkheid hiervoor dus niet op Jehovah rusten. Ze zal vierkant neerkomen op de schouders van allen die in gebreke zijn gebleven overeenkomstig de goddelijke waarschuwing te handelen. De christenheid zelf heeft geen acht geslagen op de waarschuwing die getuigen van Jehovah hebben laten weerklinken. Hoe zou het zijn geweest als ze te zamen met Jehovah’s Getuigen de door God gegeven waarschuwing had laten weerklinken? Wat een verschil zou dat in de menselijke aangelegenheden hebben gemaakt!

DE WACHTER VOOR HET ISRAËL UIT DE OUDHEID

4. (a) Wie werd door Jehovah verwekt om een profeet voor zijn eigen volk Israël te zijn, en wie werd door deze profeet afgeschaduwd? (b) Welke opdracht ontving Ezechiël?

4 Door zijn goddelijke vermogen wist Jehovah van tevoren dat zelfs de christenheid zijn laatste waarschuwing zou moeten horen. Hij wist wat de geschiedenis van zijn uitverkoren volk uit voorchristelijke tijden te kennen gaf of afschaduwde. In het jaar 613 v.G.T. verwekte hij een jood genaamd Ezechiël om een profeet voor zijn eigen volk te zijn. Dus alhoewel Ezechiël zich destijds als balling in het land Babylon bevond, was hij toch Jehovah’s wachter voor Israël. Datgene wat hij profeteerde, werd naar het zuidwesten, naar Jeruzalem in het land Juda, gebracht. Wat Jehovah destijds tot Ezechiël zei, is van belang voor ons in deze tijd, want Ezechiël was een afbeelding van Jehovah’s hedendaagse gezalfde getuigen. Deze gezalfde klasse heeft in overeenstemming gehandeld met datgene wat Jehovah met de volgende woorden tot Ezechiël zei: „Mensenzoon, tot een wachter heb ik u gemaakt voor het huis van Israël, en gij moet uit mijn mond een woord horen en gij moet hen mijnentwege waarschuwen. Wanneer ik tot een goddeloze zeg: ’Gij zult beslist sterven’, en gij hem niet werkelijk waarschuwt en niet werkelijk spreekt ten einde de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te houden, zal hij, daar hij goddeloos is, in zijn dwaling sterven, maar zijn bloed zal ik van uw eigen hand terugeisen.” — Ezech. 3:17, 18.

5, 6. (a) In welke tijdsperiode leefde Ezechiël? (b) Waarom kon God er niet van worden beschuldigd dat hij Ezechiël een moeilijke taak had opgedrongen?

5 Waarom sprak Jehovah zo ernstig tot deze jood Ezechiël? Omdat Ezechiël in dat jaar 613 v.G.T. in de laatste dagen van het ten ondergang gedoemde koninkrijk Juda, met zijn hoofdstad te Jeruzalem, leefde. Zijn volk dat zich daarginds in dat koninkrijk bevond, was via de profeet Mozes als middelaar in een nationaal verbond met Jehovah gebracht. Als een lid van dat volk had Ezechiël dus een levenslange verplichting ten opzichte van Jehovah. Hij was ook een priester, die Jehovah in diens tempel te Jeruzalem had moeten dienen. Het was dus een vanzelfsprekende zaak dat hij God iets verschuldigd was. God kon er derhalve niet van beschuldigd worden dat hij Ezechiël, die geboren was onder het nationale verbond en op wie de plichten rustten van de Aäronische priesterschap, die toen onder leiding van de hogepriester Seraja stond, ten onrechte een moeilijke taak had opgedrongen. — 2 Kon. 25:18.

6 De leden van Ezechiëls volk waren degenen tot wie Jehovah vroeger bij monde van zijn profeet Jesaja had gezegd: „’Gij zijt mijn getuigen’, is de uitspraak van Jehovah, ’ja, mijn knecht die ik verkozen heb’” (Jes. 43:10-12). Ezechiël was derhalve een afbeelding van het georganiseerde lichaam van Jehovah’s met de geest gezalfde getuigen in de tegenwoordige tijd, de geestelijke Israëlieten. Deze gezalfde getuigen leven in een tijd die veel betekenisvoller is dan Ezechiëls tijd.

7. (a) Welke regering verkeerde in Ezechiëls tijd in gevaar, maar hoe is de situatie in deze tijd? (b) Hoe lang liet Ezechiël de waarschuwing weerklinken voordat de voorzegde vernietiging kwam?

7 Destijds verkeerde slechts het kleine koninkrijk Juda in gevaar. Thans wordt het tegenbeeld van dat koninkrijk uit de oudheid, namelijk de christenheid, te zamen met al haar wereldse bondgenoten, met gevaar bedreigd. Ja, het gehele samenstel van dingen, wereldwijd, bevindt zich in het oordeel, evenals in Noachs dagen de gehele wereld ten ondergang was gedoemd. Er bestond een dringender noodzaak voor Gods waarschuwing bij monde van Ezechiël, want Ezechiël begon slechts vier jaar voordat het Babylonische leger zijn geboorteland binnenviel, of zes jaar voordat het de belegerde stad Jeruzalem en haar tempel verwoestte, de waarschuwing te laten weerklinken. Veel inwoners van het belegerde Jeruzalem stierven ten gevolge van honger, pestilentie en het oorlogszwaard. Velen van de overlevenden werden in ballingschap weggevoerd om in het verre Babylon te sterven. Ezechiëls eigen generatie verkeerde dus in gevaar door die rampspoed getroffen te worden.

8. (a) Welke vernietiging die in de eerste eeuw ophanden was, helpt ons er een idee van te krijgen wanneer de aanstaande door God veroorzaakte wereldvernietiging zal komen? (b) Wie lieten toen Gods waarschuwing weerklinken, en hoe belangrijk was hun waarschuwingswerk?

8 Hoe weinig tijd ons thans wellicht nog rest, kunnen wij slechts afleiden uit de gebeurtenissen die zich volgens de bijbelse profetieën op aarde voordoen. In Jezus’ profetie, opgetekend in de hoofdstukken 24 en 25 van Matthéüs, waarschuwde hij zijn discipelen, die de eerste leden van de „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse zouden vormen, omtrent de verwoesting die binnen hun eigen generatie over Jeruzalem zou komen. Op die manier doordrong hij zijn discipelen van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de joodse bewoners van de provincie Judéa. Zij verkeerden in zo’n ernstig gevaar omdat de natie rampspoed boven het hoofd hing. Indien de toenmalige leden van de christelijke „slaaf”-klasse de betrokken joden destijds, in die kritieke tijd, niet zouden waarschuwen en aansporen om zo snel mogelijk de gevarenzone te verlaten, zouden zij er medeverantwoordelijk voor zijn dat die niet-gewaarschuwde joden hun leven en hun vrijheid zouden verliezen.

9. Hoe vormde Ezechiël een uitstekend voorbeeld voor Gods gezalfde „slaaf” in deze tijd?

9 Wat zou er gebeurd zijn als Ezechiël zich lang geleden niet had gekweten van de hem opgedragen taak om zijn in gevaar verkerende landgenoten van de verafgelegen plaats waar hij zich bevond, te waarschuwen? Hij zou de vernietiging van Jeruzalem in 607 v.G.T. niet hebben overleefd, want Jehovah zou hem aansprakelijk hebben gesteld voor hun bloed. Klaarblijkelijk heeft Ezechiël zich zolang er nog communicatie met het ten ondergang gedoemde Jeruzalem mogelijk was, getrouw van zijn goddelijke opdracht gekweten, want het behaagde Jehovah hem in leven te laten. Het behaagde Jehovah ook hem te gebruiken om in het 27ste jaar van zijn ballingschap in Babylon een profetie te uiten. Dat was zestien jaar nadat in 607 v.G.T. het verschrikkelijke bloedbad in Jeruzalem was aangericht (Ezech. 29:17; 40:1). In dit opzicht was hij een voortreffelijk voorbeeld voor de gezalfde „slaaf”-klasse in onze gevaarvolle tijden. Mochten afzonderlijke leden van de „slaaf”-klasse ermee ophouden de waarschuwing te laten weerklinken en de goddelozen over het komende oordeel in te lichten, dan zullen zij hiervoor vanzelfsprekend rekenschap aan Jehovah moeten afleggen. Voor het merendeel zal de „slaaf”-klasse echter als Ezechiël blijken te zijn. Hun zal geen bloedschuld ten laste gelegd kunnen worden.

10. (a) Hoe belangrijk is de positie van wachter? (b) Hoe toont God zijn zorg zowel voor degenen die gewaarschuwd moeten worden als voor zijn wachter?

10 Het is heel duidelijk dat een wachter een buitengewoon verantwoordelijke positie bekleedt. Wanneer een soldaat in oorlogstijd op zijn wachtpost in slaap valt, wordt hij ter dood gebracht, want niet alleen wordt het leven van anderen in de waagschaal gesteld, maar ook bestaat het risico verslagen te worden (Recht. 7:19). God is dus niet alleen bezorgd om het leven van degenen die gewaarschuwd moeten worden, maar ook om het leven van zijn wachter. Dit blijkt uit hetgeen hij verder tot Ezechiël zei: „Maar wat u betreft, ingeval gij een goddeloze hebt gewaarschuwd en hij zich niet werkelijk afkeert van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg, zal hijzelf wegens zijn dwaling sterven; maar wat u aangaat, gij zult uw eigen ziel bevrijd hebben. En wanneer een rechtvaardige zich afkeert van zijn rechtvaardigheid en werkelijk onrecht doet en ik een struikelblok voor zijn aangezicht moet leggen, zal hijzelf sterven omdat gij hem niet gewaarschuwd hebt. Wegens zijn zonde zal hij sterven, en zijn rechtvaardige daden die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden, maar zijn bloed zal ik van uw eigen hand terugeisen. En wat u betreft, ingeval gij een rechtvaardige hebt gewaarschuwd dat de rechtvaardige niet dient te zondigen, en hijzelf werkelijk niet zondigt, zal hij zonder mankeren blijven leven omdat hij gewaarschuwd werd, en gijzelf zult uw eigen ziel bevrijd hebben.” — Ezech. 3:19-21; 33:2-9.

11. Hoe komt het werk van de „getrouwe en beleidvolle slaaf” overeen met dat van een wachter?

11 In Psalm 127:1 staat: „Als Jehovah zelf de stad niet bewaakt, is het tevergeefs dat de bewaker heeft gewaakt.” Niettemin is aan een wachter op een stadsmuur de beveiliging van het leven van de daarin wonende mensen toevertrouwd. Hij is verplicht de burgers te waarschuwen als hun leven en vrijheid in gevaar worden gebracht. Terecht zou hij niet graag willen dat hun bloed op zijn hoofd zou neerkomen. Wanneer hij wakker blijft en waakt, zal het aan hem worden toegeschreven dat het leven van andere menselijke zielen is behoed. In zo’n situatie bevindt de „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse zich in deze tijd, nu het oude samenstel van dingen op het punt staat te verdwijnen. Evenals in Ezechiëls geval heeft Jehovah de „slaaf”-klasse als zijn „wachter” aangesteld om te waken over de eeuwige belangen van allen die Zijn volk belijden te zijn.

WAARSCHUWINGEN DOOR HEDENDAAGSE WACHTERS

12, 13. (a) Welke reactie wil God zien op de waarschuwing die hij laat weerklinken? (b) Wat wordt door het weerklinken van de waarschuwing mogelijk gemaakt, maar hoe staat het met degenen die er geen acht op slaan?

12 Worden echter alleen degenen die beweren christelijk te zijn, aan het einde van dit samenstel van dingen met vernietiging bedreigd? Neen, ook alle andere religieaanhangers, en zelfs degenen die part noch deel aan de georganiseerde religie wensen te hebben. De Schepper der aarde, Jehovah God, weet dit. Hij zou de mensenwereld liever niet vernietigen. Zijn verlangen gaat er bovenal naar uit dat zoveel mogelijk mensen van de eeuwige ondergang worden gered en zich het leven in zijn rechtvaardige nieuwe samenstel van dingen waardig betonen. In het belang daarvan heeft hij zijn waarschuwing wijd en zijd laten weerklinken.

13 Op barmhartige wijze heeft hij eerst de „slaaf”-klasse, afgebeeld door Ezechiël, hiervan in kennis gesteld. Aldus maakte hij deze klasse tot zijn uit vele personen bestaande of samengestelde „wachter”. Deze „wachter”-klasse heeft speciaal tot taak de goddelijke waarschuwing te laten weerklinken. Wegens hun tijdige waarschuwing worden steeds meer mensen in staat gesteld de waarschuwing te horen en er in overeenstemming mee te handelen met de hoop dwars door het einde van de oude wereld heen gespaard te worden. Wat degenen betreft die weigeren acht te slaan op de door God gegeven waarschuwing, hun bloed zal op hun eigen hoofd neerkomen.

14, 15. (a) Wie hebben zonder succes geprobeerd degenen die de waarschuwing laten weerklinken, tot zwijgen te brengen, maar wie hebben geluisterd en hebben er gunstig op gereageerd? (b) Wat zal het betekenen wanneer de periode van „goede wil van de zijde van Jehovah” eindigt?

14 Jehovah’s „wachter”-klasse heeft over de gehele wereld bekendheid gekregen. Hun vijanden zouden hun waarschuwende stem graag doen verstommen. Zij beschouwen de waarschuwing als omverwerpend voor hun samenstel van dingen. Maar alles is vergeefs! Vooral sinds 1919, het jaar waarin de wereld begon met haar pogingen zich te herstellen van de wonden die haar door de Eerste Wereldoorlog waren toegebracht, heeft de waarschuwing constant in hun oren weerklonken. De tijdsperiode sindsdien maakt deel uit van wat in Jesaja 61:2 „het jaar van goede wil van de zijde van Jehovah” wordt genoemd. Dit betekent dat zijn gramschap nog niet over het godtartende samenstel van dingen is uitgestort. Welk doel heeft dit gediend? Daardoor kon Jezus’ profetie tot op de dag van vandaag in vervulling gaan: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën” (Matth. 24:14). Ten gevolge daarvan hebben velen die thans deel uitmaken van het overblijfsel van erfgenamen van het koninkrijk gunstig op de Koninkrijksboodschap gereageerd. Aldus hebben zij voordeel getrokken van de „goede wil van de zijde van Jehovah”. Zij zijn tot een deel van de „wachter”-klasse gemaakt. Zij hebben eraan deelgenomen de goddelijke waarschuwing te laten weerklinken.

15 Het symbolische „jaar” waarin de „goede wil van de zijde van Jehovah” tot uitdrukking wordt gebracht, is een beperkte tijd. Alles wijst er thans op dat deze tijd binnenkort afloopt. Dit einde zal geen „Gelukkig Nieuwjaar!” beduiden maar zal de tijd kenmerken waarin Jehovah’s „goede wil” in zijn gramschap verandert. Dit betekent dat „de dag der wraak van de zijde van onze God” aanbreekt (Jes. 61:1, 2). Het zal de donkerste dag zijn die deze mensenwereld ooit meegemaakt zal hebben.

16. Wat brengt de „wachter”-klasse tot stand doordat ze de waarschuwing laat weerklinken?

16 Dit maakt het dringend voor de „wachter”-klasse om de waarschuwing te laten weerklinken dat het „jaar” van Jehovah’s goede wil op het punt staat te eindigen en zijn „dag der wraak” op het punt staat te beginnen. Dat zij gehoorzaam de goddelijke waarschuwing laten weerklinken, zal dit opgelapte oude samenstel van dingen en zijn toegewijde ondersteuners er niet voor behoeden in de komende „grote verdrukking” vernietigd te worden. Dit feit ontmoedigt de „wachter”-klasse echter niet. Zij krijgen de verzekering dat als zij goddeloze mensen van hun goddeloze weg afkeren en tot rechtvaardigheid brengen, deze mensen gespaard zullen worden en niet met deze oude wereld zullen omkomen. Aldus zal de „wachter”-klasse geen bloedschuld ten laste gelegd kunnen worden met betrekking tot degenen die de waarschuwing hebben ontvangen zich van hun dodelijke goddeloosheid af te keren. De „wachter”-klasse heeft ook de verzekering dat door hun volhardende waarschuwingswerk vele rechtvaardige personen ervan weerhouden zullen worden de verkeerde weg op te gaan en de goddeloze wereld te volgen, waardoor zij zichzelf ertoe zouden veroordelen in de „grote verdrukking” met de wereld ten onder te gaan. Dit is zeer voldoeningschenkend voor de „wachter”-klasse. Hun dienst zal beslist niet vergeefs zijn!

17. (a) Welke beloning is de „wachter”-klasse ten deel gevallen? (b) Wie hebben zich nu bij hen aangesloten om de waarschuwing te laten weerklinken?

17 De „wachter”-klasse is het nog niet moe geworden de waarschuwing omtrent de „dag der wraak van de zijde van onze God” te laten weerklinken. Ook is ze niet zachter gaan spreken, en ze is vastbesloten dit niet te doen. Wat een schouwspel tot eer van Jehovah doet zich als beloning aan hun turende ogen voor! Een niet te tellen „grote schare” mensen die gunstig op de waarschuwing reageren, doemt voor het oog van de „wachter”-klasse op (Openb. 7:9). De ogen van die „grote schare” zijn geopend, zodat zij het „zwaard” van Jehovah’s scherprechter zien, dat op het punt staat de goddeloze tegenstanders van zijn Messiaanse koninkrijk neer te maaien. Vier jaar vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog begon deze „grote schare” definitieve vorm aan te nemen en zich met de „wachter”-klasse te verbinden. God zij dank culmineerde de Tweede Wereldoorlog niet in de „dag der wraak van de zijde van onze God”. Ook kwam er tijdens de Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan geen einde aan of vertraging in de toestroming van de „grote schare”, die zich te midden van wereldomvattende vervolging aan de zijde van de „wachter”-klasse schaarde. Hierdoor is ook op hun schouders de verplichting komen te rusten om te zamen met de „wachter”-klasse onbevreesd en luidkeels de goddelijke waarschuwing te laten weerklinken. Zij zijn er niet voor teruggedeinsd deze verantwoordelijkheid op zich te nemen. Op deze wijze willen zij niet alleen hun liefdevolle gehoorzaamheid aan Jehovah God tot uitdrukking brengen, maar ook hun liefde voor hun naaste, hun medemens, tonen.

18, 19. (a) Welke activiteit is thans uiterst dringend geworden, hetgeen in overeenstemming is met de woorden van Jesaja 52:8? (b) Wat dient ons ertoe te bewegen een aandeel te hebben aan de goddelijke waarschuwing?

18 Op dit late tijdstip, nu voor de christenheid en heel de rest van dit ten ondergang gedoemde samenstel van dingen de dagen ten einde lopen, is eensgezinde actie uiterst dringend geworden. Lang geleden lieten de profeet Ezechiël en zijn tijdgenoot de profeet Jeremia, hoewel zij zich honderden kilometers van elkaar vandaan bevonden, eensgezind hun stem weerklinken om hun eigenzinnige natie te waarschuwen voor de „dag der wraak” die elk moment voor hen kon aanbreken. Thans, in onze eeuw, zijn sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog de woorden uit Jesaja 52:8 op Jehovah’s opgedragen volk van toepassing: „Luister! Uw eigen wachters hebben [hun] stem verheven. Eenstemmig blijven zij het vreugdevol uitroepen; want van aangezicht tot aangezicht zullen zij zien wanneer Jehovah Sion terugbrengt.” Allen die onder het ’hemelse Sion’ werden teruggebracht, zagen in het licht van de toen in vervulling gaande bijbelse profetie hetzelfde visioen; gezamenlijk zagen zij hoe Jehovah’s hand ten gunste van hen werkzaam was. Zij verhieven hun stem om een eensgezinde boodschap aan de gehele wereld bekend te maken. Thans, meer dan zestig jaar later, moeten zij hun eensgezinde getuigenis blijven geven, alleen moeten zij nu tevens de dringende waarschuwing omtrent Jehovah’s „dag der wraak” laten horen. De „grote schare”, die afkomstig is uit vele natiën en uit vele talen, moet samen met de „wachter”-klasse haar stem verheffen.

19 Gaat daarom eensgezind voorwaarts en laat de waarschuwing weerklinken omtrent „de dag der wraak van de zijde van onze God”! Laten wij ons vrijhouden van bloedschuld, want wij willen gespaard worden tijdens die „dag der wraak”. Velen van onze naasten zouden zich graag in dezelfde redding verheugen. Moge onze alles overtreffende liefde voor Jehovah en Christus en onze menslievendheid jegens onze naaste, onze medemens, ons er onweerstaanbaar toe bewegen de levengevende waarschuwing te laten weerklinken. Het zal ons onnoemelijk veel vreugde schenken! Het belangrijkste van alles is echter dat Jehovah erdoor gerechtvaardigd zal worden als degene die zich op liefdevolle wijze om ons heeft bekommerd!

[Illustratie op blz. 23]

Zoals Ezechiël had gewaarschuwd, vernietigde het Babylonische leger Jeruzalem en voerde het velen van de overlevenden in ballingschap weg

[Illustratie op blz. 25]

Evenals Ezechiël laat de hedendaagse „wachter”-klasse de waarschuwing weerklinken — thans bijgestaan door een „grote schare” medewerkers

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen