Er vinden veranderingen plaats op de eilanden van Yap
De ruige, bergachtige eilanden van Yap hebben vele veranderingen gekend sinds ze in 1526 door de Portugese ontdekkingsreiziger Diego da Rocha werden ontdekt. De eilanden liggen te midden van de Carolinen in het westen van de Grote Oceaan, ongeveer 1200 kilometer ten noorden van Westelijk Nieuw-Guinea, en zijn omgeven door koraalriffen en vredige, blauwe wateren.
De vier voornaamste eilanden van Yap en een paar kleinere hebben een landoppervlakte van ongeveer 100 vierkante kilometer en een bevolking van iets minder dan 3000 mensen. Het Yap, de officiële taal, wordt nergens anders in de wereld gesproken. Er zijn bewijzen dat de eilanden oorspronkelijk door immigranten uit Indonesië werden gekoloniseerd.
VERANDERINGEN IN DE LOOP DER JAREN
In de afgelopen 105 jaar heeft Yap vier belangrijke politieke veranderingen ondergaan. Het stond vanaf 1874 onder Spaanse overheersing, totdat de eilanden in 1899 aan de Duitsers werden verkocht. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog begon, werd Yap door de Japanse vloot bezet. Na die oorlog stelde de Volkenbond deze eilanden onder mandaat van de Japanse burgerregering. Sinds 1947 wordt het district Yap door de Verenigde Staten bestuurd, op grond van een beheerschapsovereenkomst met de Verenigde Naties.
De traditionele kleding van Yapese vrouwen bestaat eenvoudig uit een of meer lange grasrokken. Hoewel het aanvaardbaar is om „topless” te lopen, worden korte rokken of shorts als onfatsoenlijke kleding beschouwd. Mannen dragen over het algemeen lendendoeken die thu’s worden genoemd. Maar er vinden veranderingen plaats. Alhoewel op de meer afgelegen eilanden nog de traditionele kleding wordt gedragen, wordt deze onder de jongere generatie op het voornaamste eiland Yap steeds meer door kleding in westerse stijl vervangen.
Er hebben zich ook veranderingen in het gebruik van geld voorgedaan. Hoewel in de handel thans voornamelijk de Amerikaanse valuta wordt gebruikt, hebben de bewoners van Yap het stenen geld uitgevonden en maken zij er af en toe nog steeds gebruik van. Dit geld wordt in de vorm van een volle maan uitgehouwen. Het heeft in het midden een gat waardoorheen men een ronde stok kan steken, zodat mannen het geld op de schouders kunnen dragen. Sommige stenen geldstukken zijn 3,7 meter in doorsnee, en naar verluidt waren er in 1929 13.281 van die geldstukken op Yap.
HET „GOEDE NIEUWS” BEREIKT YAP
Yap werd in 1964 voor het eerst door Jehovah’s Getuigen bezocht, toen er in het centrum van het belangrijkste district wat bijbelse lectuur werd verspreid. Vervolgens kwamen in augustus 1968 Jack Watson en zijn vrouw als zendelingen vanuit Hawaii aan. Zij moesten grote hindernissen overwinnen, aangezien er nog geen enkel gedeelte van de bijbel in het Yap was vertaald en er praktisch geen leerboeken beschikbaar waren om de taal te leren. Zij moesten dus Yap leren door te luisteren, te observeren en zelf ondervinding op te doen.
Nadat de Watsons vele weken in een hotel hadden gelogeerd, huurden zij een huis in het centrum van het belangrijkste district. Toen er enige belangstelling voor de bijbelse boodschap aan de dag werd gelegd, werden er naast hun woning, in een paviljoenachtig bouwsel, vergaderingen gehouden. Deze vergaderplaats had geen muren, een rieten puntdak en een „vloer” van leem — allemaal zeer geschikt voor de tropische hitte en vochtigheid. In februari 1969 sloot nog een echtpaar zich bij hen aan in het zendingswerk.
Al gauw ontstond er hevige tegenstand van de zijde van de plaatselijke katholieke priester en de predikant van de Lutherse Kerk. Zij verspreidden een brochure tegen Jehovah’s Getuigen, waarin hun lidmaten werden gewaarschuwd niet naar deze mensen te luisteren. De geestelijkheid slaagde er zelfs in de zendelingen uit hun huis te laten zetten en andere huiseigenaren te intimideren, opdat zij geen huis aan hen zouden verhuren.
Nu de twee echtparen letterlijk op straat waren gezet, namen zij contact op met de hoogste functionaris op het eiland, die hun oorspronkelijk gunstig gezind was geweest. Hij bood de zendelingen een één-kamerbarak aan. Maar toen hun op kerosine werkende ijskast en hun bedden naar binnen werden gebracht, begaf de vloer het. De twee mannen lieten zich hierdoor niet uit het veld slaan, stutten de vloer en gingen er wonen, terwijl zij de vrouwen in het hotel lieten slapen.
Er werden vergaderingen gehouden onder een grote boom waar veel stenen geld werd bewaard. Deze enorme geldstukken dienden tijdens de vergaderingen als ruggesteunen. Na een paar maanden huurden de zendelingen een groot betonnen huis dat, behalve dat het hen van huisvesting voorzag, ook een vergaderplaats bood.
Er werden bijbelstudies geleid aan de hand van de Engelse uitgave van De waarheid die tot eeuwig leven leidt. De inhoud werd in het Yap uitgelegd. Al gauw begonnen velen geestelijke vorderingen te maken. Een groot aantal van hen moest echter eerst orde op zaken stellen met betrekking tot bepaalde huwelijks- en morele kwesties voordat zij aan het getuigeniswerk van huis tot huis konden deelnemen of gedoopt konden worden.
Zakarias Sulog, een opzichter bij openbare werken, was een van de eersten die bijbelstudie van een van de zendelingen kregen. Hij, zijn vrouw en zijn twee dochters boden moedig weerstand aan de religieuze tegenstand en de bespottingen van de gemeenschap. Sinds zijn doop in 1973 heeft broeder Sulog zijn dochters als volle-tijd Koninkrijksverkondigers de pioniersdienst in zien gaan. Ook zijn vrouw heeft van tijd tot tijd een aandeel aan het pionierswerk. Hij dient nu als ouderling.
SCHRIFTUURLIJKE ZIENSWIJZEN AANVAARDEN
In deze tijd treft men op Yap nog sporen aan van het traditionele kastenstelsel, dat uit zeven kasten bestaat. Volgens de overlevering mogen personen van een hoge en een lage kaste niet hetzelfde voedsel eten. Ook is het mensen van een lage kaste niet toegestaan naar bepaalde plaatsen te gaan, en vrouwen worden als lager dan mannen beschouwd. Maar onder Jehovah’s Getuigen hebben bijbelse onderwijzingen werkelijke veranderingen tot resultaat gehad. — Matth. 23:8; Hand. 10:34, 35.
Geïnteresseerde personen die naar de vergaderingen komen, hebben bewondering voor de moed van mensen uit de zogenaamd „lagere kasten” die vanaf het podium bijbels onderricht geven terwijl voorname mensen uit de „hogere kasten” tussen de toehoorders zitten en nederig luisteren. Veel mensen staan er verbaasd over dat Jehovah’s dienstknechten picknicks houden waarbij personen die oorspronkelijk tot al de verschillende kasten hebben behoord, met elkaar omgaan en gezamenlijk maaltijden gebruiken. De Getuigen spreken hier over „uit één pan eten”, waarmee zij doelen op de eenheid en broederschap waarin zij zich bij zulke gelegenheden verheugen. — Ps. 133:1; Joh. 13:34, 35.
Nog iets waarin mensen hun gedrag hebben aangepast toen zij Getuigen werden, houdt verband met de Yapese gewoonte om betelnoten te kauwen, hetgeen een verdovende uitwerking heeft. Zij vermijden deze onreine gewoonte, in gehoorzaamheid aan het beginsel in 2 Korinthiërs 7:1, waar er bij christenen op wordt aangedrongen zich te reinigen „van elke verontreiniging van vlees en geest”. Wanneer mensen opmerken dat de tanden van Jehovah’s dienstknechten wit zijn, in tegenstelling tot de roodachtig-oranje gekleurde tanden van de meerderheid die betelnoten kauwt, spreken zij er dikwijls schande van dat de Getuigen witte tanden hebben. De Getuigen hebben echter vreugde gevonden in de kracht die Jehovah hun gegeven heeft om onreine gewoonten te overwinnen.
Natuurlijk zijn veel gebruiken schriftuurlijk aanvaardbaar, en deze zijn dus ook onder de Getuigen in zwang. Om een voorbeeld te noemen: In overeenstemming met het geldende gebruik wordt een huwelijk gesloten doordat de familie van de bruid en die van de bruidegom het met elkaar bespreken, hun goedkeuring geven en geld in de vorm van stenen en schelpen, alsook voedsel, uitwisselen. Zowel de gemeenschap als de regering erkennen dit als een wettige huwelijksovereenkomst, en de christelijke gemeente erkent dit eveneens.
JEHOVAH’S NAAM BEKENDGEMAAKT
Hoewel Jehovah’s dienstknechten op Yap in materieel opzicht arm zijn, hebben zij in 1975 een prachtige Koninkrijkszaal gebouwd, met zitplaatsen voor meer dan 200 personen. Zij hebben een bloeiende gemeente met een hoogtepunt van 40 Koninkrijksverkondigers. Zeven Getuigen zijn als gewone pionier werkzaam, en de gemeente heeft een krachtige evangelisatiegeest.
Op die manier is de naam van Jehovah op Yap welbekend geworden. En wij bidden dat nog veel meer bewoners van Yap gunstig op Gods Woord zullen reageren en de noodzakelijke geestelijke veranderingen in hun leven zullen aanbrengen.