„Goed nieuws” bereikt de Virgin Islands
DE VIRGIN ISLANDS (Maagden Eilanden) bestaan uit een groot aantal eilanden — sommige groot, andere erg klein — in de noordoostelijke hoek van de Caribische Zee, onmiddellijk ten oosten van Porto Rico. Het ideale klimaat en het prachtige natuurschoon — bergen die in de zee uitlopen en honderden schilderachtige baaien en zandstranden — lokken veel toeristen. Dagelijks komen er per vliegtuig en per zeeschip, voor het maken van een cruise, duizenden vakantiegangers aan, vooral in de wintermaanden. Geen wonder dat de Virgin Islands het „vakantieland van Amerika” worden genoemd.
Het „goede nieuws” bereikt St. Thomas
Hoe heeft het „goede nieuws”, zoals dit door Jehovah’s Getuigen wordt bekendgemaakt, dit gebied bereikt? In januari 1947 kregen twee zendelingen uit de eerste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead, T. E. Klein en zijn vrouw, de toewijzing het „goede nieuws” op St. Thomas bekend te maken. Zij hebben zich werkelijk ingespannen om op straat en van huis tot huis te prediken. Op de Virgin Islands roept een bezoeker die bij een deur aankomt, gewoonlijk „Binnen!” De huisbewoner antwoordt dan: „Buiten!” en komt naar de deur.
Terwijl de zendelingen van de vroege ochtend tot na zonsondergang werkten, waarbij zij door nauwe straatjes en steegjes gingen en steile hellingen en trappen opklommen, brachten zij de Koninkrijksboodschap naar alle soorten van mensen. De reactie was verbazingwekkend. In slechts vier maanden tijds sloten de Kleins zevenhonderd vijftig nieuwe abonnementen op De Wachttoren en Ontwaakt! af. Als gevolg hiervan moest het postkantoor een plattelandsbestellingsdienst instellen. Binnen korte tijd sloten verscheidene geïnteresseerde personen zich bij de zendelingen aan om anderen van huis tot huis te bezoeken.
Andere eilanden horen het „goede nieuws”
Nog een gebied van de Virgin Islands werd bereikt toen Edmead George naar zijn geboorte-eiland St. John terugkeerde nadat hij in New Orleans (Louisiana, VS) en op Porto Rico de bijbel met Jehovah’s Getuigen had bestudeerd. Hij begon zijn familieleden en buren te vertellen over de dingen die hij had geleerd. Zijn vrouw, moeder en tante reageerden hier gunstig op. Dit was ook het geval met zijn buurman Amos Sullivan, een gespierde zeeman. Toen Edmead en zijn gezin het wegens economische redenen noodzakelijk achtten naar St. Thomas te verhuizen, bleef Amos het „goede nieuws” ijverig bekendmaken. Niet alleen gaf Amos geregeld getuigenis aan zijn buren, waarbij hij te voet over heuvels en bergen ging, maar hij roeide ook drie kilometer in zijn kleine roeibootje om mensen aan de andere kant van de baai te bereiken. Thans is er een gemeente in Cruz Bay, waar een zoon van Amos zich vestigde nadat hij een Getuige was geworden.
In 1948 begonnen Jehovah’s Getuigen het „goede nieuws” aan bewoners van St. Croix bekend te maken. Toen T. E. Klein en zijn vrouw daar in 1951 aankwamen, troffen zij in Christiansted een kleine gemeente aan. Tegen het einde van 1951 bracht Klein een aantal bezoeken bij een geboren eilandbewoner. Omdat de bezoeken meestal in een woordentwist eindigden, zei Klein ten slotte tot de jongeman: „Luister eens, als je de bijbel wilt bestuderen, jongeman, prima. Ik ben gekomen om de bijbel met je te bestuderen, maar niet om met je te bekvechten.” Deze man, Leroy Boyce, zei toen: „Wij komen hier alleen maar uit als u mijn predikant wilt ontmoeten en de kwestie met hem wilt bespreken. Dan kan ik beslissen wie van de twee ik zal geloven.” Wat was het resultaat? Gedurende het gesprek dat de predikant daarna met T. E. Klein had, werd deze geestelijke woedend en liep hij geagiteerd weg. Thans is Leroy Boyce een ouderling in de gemeente te Christiansted.
In 1949 bereikte het „goede nieuws” de bewoners van de Britse Virgin Islands. In juli van dat jaar voer de zendelingenboot de Sibia de haven van Road Town, op Tortola, binnen. De vier zendelingen begonnen onmiddellijk van huis tot huis te werken om het „goede nieuws” met de mensen te delen. Overdag verspreidden zij zich langs de kust en over de bergen en predikten zij tot de mensen en leidden zij bijbelstudies. ’s Avonds namen de zendelingen hun gaslantaarn mee aan land om verlichting te hebben voor de bijbellezing die zij onder een geschikte boom op de kust hielden. Zodra de eilandbewoners de gaslantaarn zagen, ontstaken zij hun toortsen, bestaande uit lompen in flesjes petroleum, en kwamen de berghelling af om naar de lezing te komen luisteren. De toortsen zagen er op de berghelling als een groot aantal bewegende sterren uit. Het was een opwindend gezicht.
De Sibia heeft Tortola een aantal keren bezocht. Geleidelijk aan werd er een groepje geïnteresseerden gevormd. De zendelingen konden er geregeld vergaderingen houden als zij er waren. Toen zij weggingen, bleef het groepje bijeenkomen. In 1955 kwam Lionel Sullivan, nòg een zoon van Amos Sullivan, naar Tortola, en werd de gemeente Road Town gevormd.
Geschikte Koninkrijkszalen vinden
Ten einde de vergaderingen van de groeiende gemeenten onder te brengen, werden er kleine zalen gehuurd. Deze zalen werden echter al spoedig te klein. Op St. Thomas scheen het onmogelijk te zijn een geschikte vergaderplaats te vinden. De grond was er erg duur en er waren niet veel zalen te huur, terwijl deze bovendien erg prijzig waren. Op zekere ochtend werd de presiderende bedienaar van de gemeente van Jehovah’s Getuigen, Walter Georges, er echter van in kennis gesteld dat een vrouw hem wilde spreken. Dit gesprek baande de weg voor de bouw van een vergaderplaats, een Koninkrijkszaal.
De regering had het voor alle bewoners verplicht gesteld een watercloset te hebben. Deze vrouw was bereid land te schenken, op voorwaarde dat de Getuigen haar erbij hielpen aan dit nieuwe regeringsvoorschrift te voldoen. Met het oog op de slechte toestand van haar woning boden de Getuigen aan een huis met twee slaapkamers voor haar te bouwen. De vrouw was met de regeling ingenomen. Nadat de Getuigen de akte voor het geschonken land hadden ontvangen, waren zij gereed om met de zaalbouw te beginnen.
Wie zou deze echter bouwen? De Getuigen wisten bitter weinig van bouwtechniek af. Een Getuige die in Florida (VS) woonde maar op St. Thomas was geboren, bood vrijwillig aan de bouwtekeningen te maken. Maar hoe zouden zij zeker kunnen weten of zij de tekeningen goed lazen? Elke avond belde Walter Georges Leroy Boyce — een mede-Getuige en aannemer op St. Croix — op en las hem voor wat op de tekeningen stond. Leroy zei Walter dan wat er de volgende dag gedaan moest worden. Op deze wijze hebben de Getuigen een Koninkrijkszaal kunnen bouwen, alsook een huis voor de vrouw die de grond ervoor had geschonken.
De huidige situatie
In de jaren zeventig is er een grote toename geweest in het aantal Getuigen die het „goede nieuws” op de Virgin Islands prediken. Er zijn nu ruim vijfhonderd zeventig Getuigen die dit op de Amerikaanse en Britse Virgin Islands doen. De districtsvergaderingen die er elk jaar worden gehouden, gewoonlijk op St. Thomas of St. Croix, worden door bijna duizend personen bezocht. Het „goede nieuws” heeft inderdaad Amerika’s vakantieland bereikt, en velen reageren er gunstig op, met inbegrip van de Spaans-sprekende bevolking, die nu door twee gemeenten van Jehovah’s Getuigen wordt bediend.