Van zelfmoord gered
Enkele getuigen van Jehovah wilden net ophouden met hun predikingsactiviteit in een Duits dorpje toen een man op leeftijd hen met de bijbel in de hand passeerde. Zij trachtten het „goede nieuws” met hem te delen, maar hij antwoordde steeds weer opnieuw: ’Ik wil alleen zijn.’ Op de een of andere manier aanvaardde hij echter toch een uitnodiging om bij een van de Getuigen een maaltijd te gebruiken. De volgende dag bracht een andere Getuige een bezoek bij deze man om op de plaats waar hij woonde, een tehuis voor ouden van dagen, de Schrift met hem te bespreken.
Tijdens dat bezoek zei de man tot de bezoeker: „Jullie hebben mijn leven gered. Gisteren was ik op weg naar het graf van mijn vrouw. . . . ik was van plan mij daar van het leven te beroven. Voordat ik jullie gisteren ontmoette, had ik urenlang doelloos in het bos rondgelopen. Ik zocht troost in mijn gezangboek, maar kon het daar niet vinden. Jullie zijn precies op tijd gekomen, en daar ben ik God toch zo dankbaar voor!”
Na verloop van tijd kwam aan het licht dat goddeloze geestenkrachten deze bejaarde man bijna tot zelfmoord hadden gedreven. Kennis van de Schrift stelde hem echter in staat zich van zulk een invloed los te rukken (Ef. 6:11-18). Ook vernam hij, wat hem heel erg vertroostte, „dat er een opstanding zal zijn van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen” (Hand. 24:15). Niet zo lang geleden heeft hij zich op de leeftijd van eenentachtig jaar aan Jehovah God opgedragen en dit door middel van de waterdoop gesymboliseerd. Vriendelijke woorden en daden, te zamen met „vertroosting uit de Schriften”, hadden deze bejaarde man ervan weerhouden zelfmoord te plegen en hadden tot het bemoedigende vooruitzicht van eeuwig leven geleid. — Rom. 6:23; 15:4.