Inzicht in het nieuws
De ware beloning voor eerlijkheid
● Een man uit New Jersey vond onlangs twee canvas zakken die uit een pantserwagen waren gevallen. Ze bevatten $415.000 (ƒ 830.000), die hij terugbracht naar het bedrijf vanwaar de pantserwagen afkomstig was. De dankbare eigenaar van het bedrijf gaf de man een beloning van $1000 en bood hem een baan aan. Maar naar verluidt was de man niet gelukkig.
„Het is niet eerlijk”, klaagde hij. „Duizend dollar was mij de benzine niet waard om terug te gaan en het geld op te pakken.” Volgens de Newyorkse Daily News hadden de man en zijn vrouw „ervan gedroomd hun schulden af te betalen en nog genoeg over te houden om ’met contant geld’ een kleine sportwagen te kopen, ’alleen maar om eens te ervaren wat voor gevoel dat zou geven’”. In plaats daarvan zei hij: „Als ik het nog eens zou moeten overdoen, zou ik me misschien eerst nog eens bedenken voordat ik het geld zou teruggeven. Het is net alsof je een miljoen dollar vindt en er een dollar voor krijgt.”
Dient iemands persoonlijke eerlijkheid echter alleen maar afgemeten te worden naar de grootte van de beloning die ze oplevert? Zijn de innerlijke voldoening en het zelfrespect die men verkrijgt wanneer men overeenkomstig goddelijke maatstaven leeft en zijn naaste helpt, niet veel meer waard dan elke materiële beloning? „Wilt u waarlijk rijk zijn?” vraagt de bijbel. „U bent het al wanneer u gelukkig en goed bent. . . . Maar mensen die ernaar verlangen rijk te worden, beginnen uit geldzucht al gauw allerlei verkeerde dingen te doen, dingen die hun schade berokkenen en hen boosaardig maken.” — 1 Tim. 6:6-9, The Living Bible.
Waarom handhaafde de kerk Jones?
● Na de „zelfmoord” van meer dan 900 volgelingen van „Eerwaarde” Jim Jones in Jonestown, Guyana, vroegen velen zich af waarom de Christian Church (Discipelen van Christus) zijn groep had toegestaan hun lidmaatschap te behouden. (Zie De Wachttoren van 1 september 1979.) Het uit 44 leden bestaande bestuurscomité van de kerk kwam bijeen en verklaarde dat het geen stappen zou ondernemen om „oordeel te vellen over de evangeliebediening van een gemeente”.
„Doordat wij verschillen in opinie toelaten en zelfs toejuichen, geven wij onszelf geen maatstaf aan de hand waarvan dwaling kan worden vastgesteld”, zei Kenneth L. Teegarden, president van de 1,3 miljoen leden tellende religieuze groep. De wet van de denominatie zegt dat iedere kerk als lid opgenomen kan worden door er louter een fundamenteel geloof in Christus als Redder op na te houden.
Maar maakt het feit dat een kerk belijdt in Christus te geloven, deze aanvaardbaar voor hem? Is het ’toejuichen van verschillen in opinie’ in overeenstemming met het voorbeeld van aanbidding dat Jezus heeft gesteld? Jezus zelf zei dat in de toekomst velen hem als „Heer” zouden erkennen, maar toch verklaarde hij, in plaats van hen allen louter op deze basis te accepteren: „Niet een ieder die tot mij zegt: ’Heer, heer’, zal het koninkrijk der hemelen ingaan, maar hij die de wil doet van mijn Vader.” Hij zei tot degenen die niet in overeenstemming met Gods vereisten leefden: „Gaat weg van mij, gij werkers der wetteloosheid.” — Matth. 7:21-23.
Aardbeving-„generatie”
● In een artikel over recente aardbevingen merkte het Italiaanse tijdschrift Il Piccolo op: „Onze generatie leeft in een gevaarlijke periode van grote seismische activiteit, zoals statistieken aantonen. In feite vermelden betrouwbare bronnen dat er in een periode van 1059 jaar (van 856 tot 1914) slechts 24 grotere aardbevingen zijn geweest, die 1.973.000 mensenlevens hebben gekost. Wanneer wij dit getal echter vergelijken met de gedeeltelijk volledige lijst van recente rampen, dan ontdekken wij dat in slechts 63 jaar 1.600.000 personen de dood hebben gevonden als gevolg van 43 aardbevingen die van 1915 tot 1978 plaatsvonden.”
Natuurlijk wekt een dergelijke toename van seismische activiteit geen verbazing bij degenen die met de bijbelse profetieën vertrouwd zijn. Jezus Christus voorzei dat ’aardbevingen in de ene plaats na de andere’ een onderdeel zouden vormen van de gebeurtenissen die zouden plaatsvinden tijdens het „geslacht”, of de generatie, waardoor „het besluit van het samenstel van dingen” op aarde wordt gekenmerkt. — Matth. 24:3, 7, 32-35.