Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 1/11 blz. 27-29
  • Jehovah zegent degenen die zich krachtig inspannen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah zegent degenen die zich krachtig inspannen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Spant u krachtig in”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
  • Ze wilde graag helpen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • „Omgordt u . . . met ootmoedigheid des geestes”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Een machtige strijder en een klein meisje
    Leer van de verhalen uit de Bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 1/11 blz. 27-29

Jehovah zegent degenen die zich krachtig inspannen

Spant u krachtig in om door de nauwe deur binnen te gaan, want velen . . . zullen trachten binnen te gaan, maar zullen niet in staat zijn.” — Luk. 13:24.

ONVOLMAAKTE mensen zijn geneigd de weg van de minste weerstand te volgen. Mensen verlangen dikwijls veel van het leven, maar zien hun wensen nooit verwezenlijkt omdat zij niet bereid zijn de vereiste krachtsinspanningen in het werk te stellen. Sommigen zijn er tevreden mee zich gewoon aan dromen over te geven en misschien zo nu en dan een kansje in de loterij te wagen, in de hoop de geldmiddelen te verkrijgen om hun dromen te vervullen. Veel arbeiders voeren een campagne voor zowel hogere lonen als een kortere werkweek. Meer geld voor minder inspanning is in deze tijd het ideaal van de meeste mensen. Sommigen beseffen evenwel dat er iets is wat veel meer waarde heeft dan materiële rijkdom. Wat is dat?

Wat zou voor een ieder van ons van grotere waarde kunnen zijn dan Gods goedkeuring die tot redding leidt? Kunnen wij verwachten die goedkeuring zonder enige inspanning te verkrijgen? Betekent het feit dat God alles heeft gedaan wat nodig is om de mensheid te redden, dat mensen automatisch redding zullen ontvangen, zonder enige krachtsinspanning van hun zijde? (Tit. 3:4-7) Jezus Christus verschafte het antwoord toen hij reageerde op de vraag: „Zijn het er weinig die gered worden?” Hij zei: „Spant u krachtig in om door de nauwe deur binnen te gaan, want velen, zeg ik u, zullen trachten binnen te gaan, maar zullen niet in staat zijn.” — Luk. 13:23, 24.

Bent u bereid u op die manier in te spannen ten einde in Gods rechtvaardige nieuwe ordening te leven? Veel mensen zouden het prettig vinden op een aarde vrij van ziekte en dood te leven. Maar wanneer deze zelfde mensen ertoe worden aangemoedigd de bijbel te bestuderen, uiten zij dikwijls nietszeggende verontschuldigingen. Dat zij niet bereid zijn oprechte krachtsinspanningen te doen om God te leren kennen, kan hen, wanneer zij in die houding volharden, dan ook beletten de goddelijke goedkeuring te verwerven. Allen die door Jehovah God goedgekeurd wensen te worden, dienen bereid te zijn ’zich krachtig in te spannen’ door vorderingen te maken als zijn dienstknechten, de Schepper beter te leren kennen en in overeenstemming te leven met de kennis die zij omtrent hem hebben verworven. Hij zal hen natuurlijk door middel van zijn geest helpen, mits zij de leiding van die geest zoeken.

Indien iemand zich niet inspant, kunnen er in feite in veel situaties in het leven gelegenheden verloren gaan. Spreuken 26:15 geeft ons hier een extreem voorbeeld van, door te zeggen: „De luiaard heeft zijn hand in de feestschaal verborgen; hij is te moe geworden om ze naar zijn mond terug te brengen.” In het geval van geestelijk voedsel lijkt de situatie dikwijls zeer veel op die welke in de spreuk wordt geschetst. Veel mensen die een bijbel in huis hebben, zijn geestelijk verhongerd, eenvoudig omdat zij geen krachtsinspanningen doen om hem van de boekenplank te nemen en hem te lezen.

Iemand die zich gaat inspannen, zal niet alleen tegen een neiging tot luiheid, maar ook tegen negatieve gedachten moeten strijden. Wanneer hij bijvoorbeeld van mening is dat het te moeilijk is mensen thuis te bezoeken om de bijbelse boodschap met hen te delen, zal dit hem ervan afhouden het zelfs maar te proberen. Zou hij het echter inderdaad proberen, dan zou hij dikwijls bemerken dat hij met de hulp van Gods geest de taak kan volbrengen.

Aan de andere kant brengt vaak juist de eenvoud van een advies mensen ertoe de waarde ervan te betwijfelen. Het is mogelijk dat zij het nut ervan gewoon niet kunnen inzien. Naäman was een man die bijna in deze val liep. Hij was naar Israël gereisd, in de hoop van melaatsheid genezen te worden. Omdat hij een vooraanstaand man was, verwachtte hij dat hij door de profeet Elisa met speciale achting behandeld zou worden. Elisa kwam echter niet eens persoonlijk naar hem kijken, en gaf zijn bediende alleen maar instructies om Naäman te zeggen dat hij zich zevenmaal in de rivier de Jordaan moest baden. Naäman beschouwde het beneden zijn waardigheid om zich in de modderige Jordaan te baden. Hij had een spectaculaire genezing verwacht. Als Naäman niet naar de raad van zijn bedienden had geluisterd, zou hij melaats naar Damaskus zijn teruggekeerd. Hij volgde Elisa’s eenvoudige instructies echter op en werd genezen. — 2 Kon. 5:9-14.

Ook is het mogelijk dat vrees om iemand te mishagen of angst voor een negatieve reactie van de zijde van degenen die met autoriteit zijn bekleed, mensen verhindert positieve stappen te doen. Nehemía, uit de vijfde eeuw v.G.T., is een voortreffelijk voorbeeld van iemand die niet toestond dat deze vrees hem weerhield. Hoewel Nehemía de vertrouwenspositie van schenker aan het hof van koning Artaxerxes bekleedde, liet hij niet toe dat gedachten aan de mogelijke weigering of het misnoegen van de koning, hem tot zwijgen brachten. Toen de gelegenheid zich voordeed, bad Nehemía tot Jehovah en maakte vervolgens op eerbiedige wijze zijn verzoek bekend. De koning willigde niet alleen zijn verzoek in, maar gaf Nehemía ook brieven die hem machtigden zijn reis naar Jeruzalem te ondernemen en bomen uit het bos van de koning te gebruiken om de muren en de poorten van Jeruzalem te herbouwen. — Neh. 2:1-8.

En hoe staat het met ons? Sommige christenen zijn wellicht bevreesd om vrij van hun werk te vragen ten einde een congres met medegelovigen te bezoeken. Hoewel zij wellicht, als zij het hadden gevraagd, toestemming zouden hebben gekregen voor de vrije dagen, was hun angst voor een weigering er de oorzaak van dat zij voortreffelijk geestelijk onderwijs misten. Bepaalde christelijke vrouwen maken soms slechts de helft van de gemeentevergaderingen mee, omdat zij denken dat hun ongelovige echtgenoot het niet zou goedkeuren wanneer zij er meer zouden bijwonen. Toch kan het zijn dat sommigen van deze vrouwen het nooit aan hun man hebben gevraagd. Anderen die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, kunnen echter vele opbouwende ervaringen vertellen omdat zij het wel hebben gevraagd. Werkelijk, in verscheidene aangelegenheden is het zo dat als wij niet vragen, wij niet zullen ontvangen. — Vergelijk Matthéüs 7:7-11.

Ja, indien wij Jehovah’s zegen wensen, dienen wij ons krachtig in te spannen. Weersta daarom elke neiging tot luiheid, laat u niet ontmoedigen door de omvangrijkheid van een taak, noch door de schijnbare eenvoud ervan, en weerhoud u er niet van te vragen, uit vrees voor een negatief antwoord. Wanneer het om activiteit in verband met de ware aanbidding gaat, kunt u met de hulp van Gods geest succesvol zijn.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen