Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 1/12 blz. 8-11
  • Een andere strijd om het bestaan op Taiwan

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een andere strijd om het bestaan op Taiwan
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Onderkopjes
  • ZENDELINGEN BIEDEN HULP IN DE STRIJD
  • HET CHINESE VELD WORDT BEREIKT
  • PROBLEMEN IN HET INHEEMSE VELD
  • VOORUITGANG IN HET CHINESE VELD
  • ANDEREN BLIJVEN HELPEN IN HUN STRIJD OM HET GEESTELIJKE BESTAAN
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 1/12 blz. 8-11

Een andere strijd om het bestaan op Taiwan

HET is voor het mensdom niets nieuws een strijd om het bestaan te moeten voeren. Zolang de mens op deze aarde is, heeft hij aan veel van dergelijke crisissen het hoofd moeten bieden. In onze tijd hebben hele natiën een strijd om het bestaan gevoerd. Dit is ook met afzonderlijke personen het geval geweest, dikwijls vanwege economische problemen en druk.

Op Taiwan begon in de jaren dertig echter een strijd om een ander soort bestaan. Gedurende dat decennium kregen de Taiwanezen, die toen onder het bewind van het Japanse keizerrijk stonden, voor het eerst de gelegenheid te horen hoe zij leven konden beërven in een door God geschapen rechtvaardige nieuwe ordening. Een openbare lezing in Taipei trok de aandacht van ten minste één persoon die de waarheid uit Gods Woord gretig aannam. Later stelde hij, samen met speciale pioniers (volle-tijdverkondigers van het Koninkrijk) uit Japan, ijverige pogingen in het werk om deze boodschap op het gehele eiland bekend te maken. Aanvankelijk had men weinig succes onder de boeddhistische Taiwanezen. Maar wat troffen de speciale pioniers aan na een afmattende fietstocht over een hobbelige onverharde weg door de bergen naar de oostkust? Wel, enkele mensen van de inheemse Ami-stam namen de bijbelse waarheid gretig aan. Deze mensen spraken op hun beurt weer tot verwanten en vrienden, die de woorden van vertrouwde en gerespecteerde stamleden bereidwillig aannamen en werden gedoopt.

Onder degenen die zich in 1938 voor de doop aanboden, was een twaalfjarige jongen met de achternaam Lin. De Japanse pionier vroeg zich af of iemand die zo jong was, wel gedoopt kon worden. Dus werd de plechtigheid onderbroken om enkele vragen te stellen. Verbaasd over de vastbeslotenheid van de jongen om Jehovah te dienen, stond broeder Oh toe dat de doop plaatsvond. Tot op deze dag is die doopkandidaat, broeder Lin, ermee voortgegaan met zijn gehele ziel dienst te verrichten, terwijl hij en zijn vrouw het grootste deel van de afgelopen 21 jaar als speciale pioniers hebben doorgebracht. Een aantal anderen die bij die gelegenheid werden gedoopt, zijn Jehovah eveneens onder vele beproevingen trouw gebleven.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten degenen die de hoop op leven in Jehovah’s beloofde samenstel van dingen bezaten, een krachtige strijd voeren. De Japanse overheersers deden alles wat zij konden om deze nederige personen ertoe te brengen aanbidding te beoefenen in Sjintotempels of op een andere manier te schipperen. Twee van de speciale pioniers die het werk hier hadden geleid, werden vele jaren lang gevangengezet. De ene stierf in de gevangenis en de andere verdween op mysterieuze wijze na zijn vrijlating aan het einde van de oorlog. Plaatselijke Getuigen geloven dat hij geruisloos uit de weg werd geruimd. Verscheidene anderen christenen toonden dat hun geloof de vuurbestendige kwaliteit bezat die hen in staat zou stellen leven te beërven. — 1 Kor. 3:10-15.

ZENDELINGEN BIEDEN HULP IN DE STRIJD

Na het einde van de oorlog kwam Taiwan onder Chinese overheersing te staan. De zendelingen die in Sjanghai werkten, waren uiteindelijk in staat contact te leggen met de leden van de Ami-stam en anderen die Jehovah trachtten te dienen. Uiteindelijk kregen J. McGrath en C. Charles, afgestudeerden van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead, toestemming om Taiwan binnen te komen en onder de leden van de Ami-stam te werken. Hun toewijzing was niet gemakkelijk. Moeilijke levensomstandigheden, malaria, vooroordeel en de taalbarrière, waren enkele van de problemen waaraan zij het hoofd moesten bieden. Ook werd er veel tijd aan besteed om de autoriteiten, die door de geestelijken van de christenheid tegen Jehovah’s Getuigen waren opgezet, te helpen de ware aard van ons werk te begrijpen. Dit alles was een beproeving op het geloof en de liefde van de zendelingen. Zij zagen de noodzaak in het geloof te versterken van deze nederige mensen, van wie velen alleen maar gedoopt waren omdat hun verwanten hen over de hoop op rechtvaardige ’nieuwe hemelen en een rechtvaardige nieuwe aarde’ hadden verteld (2 Petr. 3:13). Nauwgezet werd er wat materiaal uit het bijbelstudiehulpmiddel „God zij waarachtig” in het Japans vertaald, dat hier destijds wijd en zijd werd gesproken. Met gebruik van de bijbel en een schoolbord leidden de zendelingen studies met de grote menigten die bij het dorpshuis samenkwamen.

Ten einde de hoop op leven naar andere dorpen te verbreiden, werd er door twee groepen Getuigen een speciale predikingstocht ondernomen. Iedere groep werd door een zendeling begeleid. Voor één groep was de reis bijzonder moeilijk omdat zij hoge, woeste bergen moesten oversteken, terwijl de regen het pad van klei verraderlijk glibberig had gemaakt. Hun pad kronkelde omlaag langs een steile rotswand, waar één misstap een val van ruim 180 meter zou betekenen!

De schoenen van broeder Charles, die rubber zolen hadden, waren gevaarlijk glad, en daarom probeerde hij barrevoets te lopen, maar dat kon hij niet. Dus leenden de broeders hem hun schoenen, die diepgegroefde zolen hadden. Zij hielden elkaar bij de hand vast en slaagden er, terwijl zij menig gebed opzonden, uiteindelijk in onder aan de rotswand te komen. Toen zij de volgende bergketen overstaken, maakte zware regenval het moeilijk verder te gaan. Er werd een gemeenschappelijk gebed voor een veilige terugkeer opgezonden. En wat waren zij dankbaar toen zij na twee weken gelopen te hebben, de andere groep ontmoetten!

Als gevolg van de eerder genoemde actie van de zijde van de geestelijken van de christenheid, werden er echter verbodsbepalingen tegen het werk uitgevaardigd en werden de zendelingen gedwongen Taiwan te verlaten. Het werd de plaatselijke Getuigen moeilijk gemaakt en sommigen werden gevangengezet. Uiteindelijk gingen de autoriteiten echter begrijpen dat zij niets te vrezen hadden van Jehovah’s Getuigen. In 1955 werd de Internationale Bijbelonderzoekersvereniging in dit land wettelijk erkend, hetgeen voor meer zendelingen de gelegenheid opende Taiwan binnen te komen.

HET CHINESE VELD WORDT BEREIKT

De nieuwe zendelingen, Clarence en Louise Halbrook, legden zich er speciaal op toe de Chinezen te helpen meer over de hoop op leven te weten te komen. Zij studeerden daartoe het Mandarijn-Chinees, de officiële taal van het eiland. Niet lang daarna sloten twee andere zendelingen zich bij hen aan. Tegen januari 1957, toen hier een bijkantoor van het Wachttorengenootschap werd gevestigd, waren er zo’n 2000 Koninkrijksverkondigers, die bijna allemaal van de Ami-stam waren. Bezaten zij echter een sterk geloof dat hen in staat zou stellen geestelijk actief te blijven? Dit zouden zij te zijner tijd moeten tonen.

Een paar jaar later voegden acht zendelingen zich bij de vier die reeds hier waren. Zij maakten er een begin mee enkele Chinese personen op te sporen die er verlangend naar waren meer te vernemen over de wijze waarop zij eeuwig leven zouden kunnen verwerven. Een van de eersten die werd geholpen, was een bij de regering werkzame geoloog, die bekendstond om zijn slechte humeur. De bijbelse waarheid bracht daarin echter verandering en nu, vele jaren later, dient hij als een aangestelde ouderling die innig geliefd is bij de velen die sindsdien de waarheid hebben leren kennen.

Behalve dat de zendelingen een van de moeilijkste talen van de wereld moesten spreken, hadden zij ook te maken met een materialistische denkwijze, bijgeloof gepaard aan voorouderaanbidding, verzet tegen dingen die buitenlands zijn en andere moeilijkheden. Maar er werden geestelijke vorderingen gemaakt en in het zuiden, in Kau-sjioeng en Tainan, werden nieuwe zendelingenhuizen geopend.

Op Taiwan ontwikkelden zich twee gebieden waarop predikingsactiviteit werd ontplooid. Het eerste omvatte voornamelijk de inheemse bevolking, waarvan de Ami-stam ten slotte het grootste aantal Koninkrijksverkondigers voortbracht. Het tweede is het Chinese veld, dat bestaat uit families die al vele generaties lang op Taiwan wonen en families die in meer recente tijd van het Chinese vasteland zijn gekomen. De inheemse bevolking bestaat uit boeren en/of jagers die weinig wereldse goederen bezitten en over het algemeen weinig of geen formele religieuze achtergrond hebben, hoewel velen in naam de een of andere vorm van christendom hebben aangenomen. Daarentegen zijn de Chinezen bekend wegens voorouderaanbidding, boeddhisme, tauïsme en het confucianistische denken, en wegens hun najagen van materiële voorspoed en een goede opleiding.

PROBLEMEN IN HET INHEEMSE VELD

De eenvoudige openheid van de inheemse bevolking had hen in staat gesteld de bijbelse boodschap van leven gemakkelijk te aanvaarden. Zouden zij echter in staat zijn hun hoop onder beproevingen te verdedigen en eraan vast te houden? In 1961 kwam er een beproeving die een zwakheid onthulde. De eerste man van de Ami-stam die de waarheid vóór de Tweede Wereldoorlog had aanvaard, werd uitgesloten, en onmiddellijk begon hij de gehele organisatie voor zich in te palmen. Velen van de 2500 personen die tot op die tijd velddienst rapporteerden, waren zijn verwanten en vrienden, en een behoorlijk aantal van hen zwichtte voor zijn bedreigingen en overredingspogingen.

Droevig genoeg zijn er steeds weer personen van de inheemse bevolking afvallig geworden wegens de verlokkingen van het materialisme en andere factoren. Dit is grotendeels te wijten aan het feit dat velen niet zelf hebben kunnen studeren. Hun taal bezat geen geschreven vorm tot 1963, toen ze door bijbelvertalers op schrift werd gesteld. Ten einde hulp te bieden aan deze mensen, die geen enkele taal konden lezen en zich erop moesten verlaten naar anderen te luisteren die uit het Chinees vertaalden, publiceerde het Wachttorengenootschap een maandelijkse uitgave van De Wachttoren en andere bijbelstudiehulpmiddelen in de Ami-taal. Eindelijk konden deze mensen de Schrift zelf bestuderen. Maar net toen zij in dit opzicht vorderingen begonnen te maken, verbood het Taiwanese Departement van Onderwijs de verdere publikatie van deze lectuur in de Ami-taal, waarbij men het standpunt van de regering aanhaalde dat deze inheemse mensen nu Chinese burgers waren en publikaties in die taal moesten gebruiken. Dit was een grote tegenslag voor oudere mensen die nooit op school waren geweest.

Ten einde hulp te bieden, maakt het Genootschap thans cassettes met samenvattingen van de studieartikelen uit De Wachttoren en ander materiaal in de Ami-taal, om personen te helpen de waarheid te leren kennen. Er zijn verdere krachtsinspanningen gedaan in de vorm van cursussen ten einde degenen die vergaderingen leiden, te helpen betere onderwijzers te worden; ook leggen kringopzieners extra bezoeken af, enzovoort. Aangezien er een nieuwe generatie is opgegroeid van jongeren die Chinees onderwijs hebben genoten en die de taal van hun ouders niet goed beheersen, is het voor onontwikkelde christelijke vaders en moeders moeilijk hun kinderen te onderwijzen. Het gevolg? Velen van hun kinderen hebben zich nooit de bijbelse waarheid eigen gemaakt. Als gevolg van dergelijke factoren is een groot aantal personen in dit gebied ermee gestopt de christelijke levenswijze te volgen.

VOORUITGANG IN HET CHINESE VELD

Het Chinese veld biedt echter veel wat aanmoedigend is voor de 60 zendelingen en alle anderen die eraan werken om velen te helpen de grootste verdrukking die over de mensheid zal komen, te overleven (Matth. 24:21). Tien jaar geleden werd een congres voor de Chinese Getuigen door zo’n 200 personen bezocht. De twee Chinese kringvergaderingen die in april 1979 werden gehouden, hadden echter een totaal aantal aanwezigen van 659.

Velen hebben voor hun geestelijke bestaan een werkelijke strijd moeten voeren. Beschouw bijvoorbeeld eens het geval van een jonge vrouw in een boeddhistische familie. Haar oudste zuster aanvaardde de bijbelse waarheid, en zijzelf bestudeerde verscheidene jaren met tussenpozen de bijbel, maar aarzelde de strijd op te nemen om zich geestelijk in het leven te houden. Toen haar vader stierf, wist zij dat haar zuster hun overleden ouder niet zou aanbidden. Maar hoe stond het met haar? Weigeren aan afgoderij deel te nemen, zou ernstige tegenstand van de familie teweegbrengen. Haar besluit? Zij verkoos haar Schepper te behagen, en hevige tegenstand was het gevolg. Zij werd ervan beschuldigd dat zij niet van haar vader hield — dat zij hem in feite te schande zette. Toch verliet zij zich op Jehovah en won die ronde in de ’strijd om het geestelijke bestaan’.

Toen de tijd aanbrak om de beenderen van haar vader op de graven en te polijsten, ontdekte men dat het vlees nog niet geheel was vergaan. Bijgeloof eiste dat men de beenderen op een nieuwe plaats of in een nieuwe omgeving zou begraven. De weigering hieraan deel te nemen, had verdere vervolging tot gevolg. Gedurende al die jaren heeft haar man haar hevig tegengestaan, maar dit alles heeft haar vastbeslotenheid om geestelijk levend te blijven niet verminderd. Zij houdt van de Koninkrijksprediking en zij ervaart grote vreugde bij het helpen van anderen in hun strijd om het geestelijke bestaan.

ANDEREN BLIJVEN HELPEN IN HUN STRIJD OM HET GEESTELIJKE BESTAAN

Er zijn ijverige krachtsinspanningen gedaan om nog meer van Taiwans 17.000.000 bewoners te helpen de uiterst belangrijke waarheden uit Gods Woord te leren kennen. Met dat doel verspreidden 1044 lofprijzers van Jehovah in dit land gedurende de twaalf maanden die op 31 augustus 1978 eindigden, 48.997 bijbels en boeken en sloten zij 8421 abonnementen op de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! af.

Een bron van grote aanmoediging was het internationale „Zegevierend geloof”-congres van Jehovah’s Getuigen dat in augustus 1978 in Taipei werd gehouden. Dat geestelijk lonende congres werd door 1692 personen bijgewoond.

Dit is inderdaad een kritieke tijd voor Taiwan en voor iedere natie. Ware christenen hier en elders verkondigen echter vreugdevol de hartverwarmende boodschap dat allen die Jehovah’s naam aanroepen, zullen worden gered. Jehovah’s Getuigen op Taiwan blijven er in alle ernst bij mensen op aandringen stappen te ondernemen waardoor zij tot de „grote schare” zullen gaan behoren die „uit de grote verdrukking [zal] komen”. — Openb. 7:9-14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen