Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w78 1/7 blz. 28-31
  • Eén Samuël beklemtoont de belangrijkheid van gehoorzaamheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Eén Samuël beklemtoont de belangrijkheid van gehoorzaamheid
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • SAMUËL, RECHTER EN PROFEET
  • SAUL, ISRAËLS EERSTE KONING
  • Bijbelboek nummer 9 — 1 Samuël
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • Hoofdpunten uit het boek Eén Samuël
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
  • De eerste koning van Israël
    Leer van de verhalen uit de Bijbel
  • Samuël, de boeken
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
w78 1/7 blz. 28-31

Eén Samuël beklemtoont de belangrijkheid van gehoorzaamheid

DE BELANGRIJKHEID van gehoorzaamheid kan christenen niet genoeg op het hart worden gedrukt. Dit geldt vooral met betrekking tot Gods geboden voor hen. Zijn alle moeilijkheden in de wereld niet te wijten aan het feit dat onze eerste ouders ongehoorzaam waren aan Gods gebod waarin het hun werd verboden van de boom der kennis van goed en kwaad te eten? Ja, degenen die Gods goedkeuring verlangen, moeten hem gehoorzaam zijn. — Gen. 2:16, 17; 3:1-19.

Het boek Eén Samuël beklemtoont heel duidelijk hoe belangrijk het is gehoorzaam te zijn. Het bevat niet alleen voorschriften welke gehoorzaamd moeten worden, maar het laat ook de vruchten van gehoorzaamheid en de gevolgen van ongehoorzaamheid zien.

Oorspronkelijk vormde dit boek, te zamen met Twee Samuël, één boekdeel (rol). Het behandelt ruim 100 jaar van Israëls geschiedenis, vanaf kort vóór de geboorte van Samuël, die de laatste van de lijn van rechters bleek te zijn, tot de dood van Saul, de eerste koning van Israël. De in het oog springende historische gebeurtenis die erin wordt behandeld, is Israëls verandering van heerschappij, en wel van het bestuur door rechters in een monarchie. Drie personen treden het meest op de voorgrond, de profeet Samuël, koning Saul en David. Het boek handelt achtereenvolgens over: (1) Samuël en zijn rechterschap, (2) Sauls vroege koningschap, (3) Davids heldendaden, Sauls vervolging van David en Sauls zelfmoord op het slagveld.

Er zijn veel gissingen geuit in verband met de schrijver van het boek Eén Samuël. Voor degenen die in de inspiratie van de bijbel geloven, is 1 Kronieken 29:29 echter duidelijk: „Wat de aangelegenheden van David, de koning, betreft, de eerste en de laatste, zie, ze staan beschreven onder de woorden van de ziener Samuël en onder de woorden van de profeet Nathan en onder de woorden van de visionair Gad.” Met andere woorden, de profeet Samuël schreef alles van het boek Samuël tot zijn dood, zoals in 1 Samuël 25:1 staat opgetekend, en Nathan en Gad schreven de rest. En dat is de zienswijze die de meeste joodse geleerden uit de oudheid alsook de meeste vroeg-christelijke geleerden aanhingen.

Over de authenticiteit of de echtheid van de dingen die in het boek staan opgetekend, kan het volgende worden gezegd: In het boek Psalmen en in de christelijke Griekse Geschriften wordt naar vele van de erin opgetekende gebeurtenissen verwezen; het boek wordt door een eerlijkheid en oprechtheid gekenmerkt die het als waarheid stempelen. Ook getuigt de archeologie van de nauwkeurigheid van enkele van de erin opgetekende dingen.

Verder is de literaire aard van de boeken Samuël in werkelijkheid van dien aard dat ook hiervan gezegd zou kunnen worden dat ze tot de bewijzen voor de authenticiteit ervan bijdragen. Een bekende hebraïcus merkte op: „Samuël bevat enkele van de prachtigste staaltjes van Hebreeuws proza in de bijbel. . . . Zoals in het geval van elk literaire werk dat in goed Hebreeuws is gesteld, bereikt het een maximale uitwerking met een minimum aan woorden. De erin opgetekende verhalen zijn meesterstukjes van geschiedschrijving.” Dit is iets wat wij van Samuël kunnen verwachten, aangezien hij vanaf de tijd dat hij gespeend werd, de Schrift in het heiligdom had horen voorlezen. De profeten Nathan en Gad zouden heel goed geprobeerd kunnen hebben zijn schrijfstijl na te volgen.

SAMUËL, RECHTER EN PROFEET

Eén Samuël begint met te vertellen over een zekere Hanna, die bedroefd is omdat zij kinderloos is. Wanneer Hanna in de tabernakel te Silo tot God bidt, doet zij de gelofte dat als Hij haar een zoon wil geven, zij hem aan Jehovah’s dienst zal wijden. God verhoort haar gebed. Zij noemt het kind Samuël, wat „naam van God” betekent. Zodra zij hem gespeend heeft, waarschijnlijk als hij tussen de drie en vijf jaar oud is, brengt zij hem naar Silo om daar dienst te verrichten. Als iemand die gehoorzaam is aan Gods in Deuteronomium 23:23 opgetekende gebod om geloften te betalen, ontvangt zij een schitterende beloning! Het schenkt haar ongetwijfeld veel vreugde te zien dat haar zoon Samuël zo’n voortreffelijke dienstknecht van Jehovah God wordt! — 1 Sam. 1:1–2:11.

De twee zonen van de hogepriester Eli hebben precies de tegenovergestelde geestesgesteldheid. Hoewel zij als priesters in de tabernakel dienst verrichten, overtreden zij Gods wetten op flagrante wijze, zowel wat hun priesterdiensten betreft als door hun zeer immorele levenswijze. Alhoewel Eli hen berispt, schenken zij hier geen aandacht aan. Jehovah is zó misnoegd over hun ongehoorzame handelwijze dat hij waarschuwt dat hij het huis van Eli zal straffen, terwijl hij de jonge Samuël gebruikt om deze boodschap over te brengen. Jehovah gebruikt de Filistijnen om dit oordeel te voltrekken door de Israëlieten in de strijd te verslaan. In deze strijd verliezen niet alleen de zonen van Eli het leven, maar veroveren de Filistijnen ook de heilige ark van het verbond, die de Israëlieten naar het slagveld hadden meegebracht in de hoop dat ze als een tovermiddel zou dienen om de overwinning te waarborgen. Wanneer hogepriester Eli — oud, erg zwaar en blind — over het verlies van de ark hoort, valt hij van zijn zetel achterover, waarbij hij zijn nek breekt. — 1 Sam. 2:12–4:22.

Het is echter niet Jehovah’s wil dat de Filistijnen de ark houden. Door een reeks kwellende oordelen manoeuvreert God het zo dat zij de ark aan Israël teruggeven.

Wanneer Samuël volwassen is geworden, dient hij als priester en rechter van Israël. Wanneer de asvorsten van de Filistijnen zich weer verzamelen om strijd te voeren, zendt Samuël een smeekbede tot Jehovah op, met het gevolg dat de Israëlieten hun vijanden een verpletterende nederlaag toebrengen. Samuël blijft vele jaren achtereen rechtspreken in Israël, waarbij hij jaarlijks „in een kring Bethel en Gilgal en Mizpa” bezoekt. — 1 Sam. 5:1–7:17.

SAUL, ISRAËLS EERSTE KONING

Er bestaat geen twijfel over dat Samuël Gods geboden onderhoudt en ervoor wordt gezegend, maar met zijn zonen is het heel anders gesteld. Zij ’jagen onrechtvaardige winst na en nemen steekpenningen aan en buigen het recht’. De Israëlieten grijpen deze situatie aan als basis voor het verzoek of er een koning over hen mag regeren. Er bestaat ook vrees voor agressie van de zijde van omringende natiën. Israëls verzoek om een koning vormt een werkelijke slag voor Samuël. Maar God verzekert hem dat de Israëlieten, door om een menselijke koning te vragen, niet alleen Samuël verwerpen, maar in werkelijkheid God als hun Koning verwerpen. Samuël waarschuwt hen voor de zware last die zij te dragen zullen krijgen wanneer zij een koning hebben, maar zij willen er toch een hebben. Zij willen net als de natiën om hen heen zijn. Jehovah toont aan dat hij hun besluit afkeurt door een plotseling onweer te veroorzaken. Toch keert Jehovah zijn volk niet de rug toe. Hij kiest een koning uit, de bescheiden Saul, die met kop en schouders boven iedereen van zijn volk uitsteekt en die er werkelijk als een koning uitziet. Samuël zalft Saul eerst in het geheim en daarna in het openbaar en laat Saul tot koning over de natie Israël uitroepen. — 1 Sam. 8:1–10:27.

Saul geeft er in het begin blijk van een bekwaam koning te zijn. Hij verenigt de strijdkrachten van Israël ten einde de Ammonieten te verslaan, die hebben gedreigd de mannen van Jabes, wier stad zij hebben ingenomen, een sadistische behandeling toe te dienen. Omstreeks deze tijd houdt Samuël wat zijn afscheidstoespraak genoemd zou kunnen worden. Hij herinnert zijn volk eraan hoe rechtvaardig en eerlijk hij Israël al de dagen van zijn leven heeft geoordeeld en spoort hen er herhaaldelijk toe aan Jehovah getrouw te vrezen en te dienen. — 1 Sam. 11:1–12:25.

Hierna maakt koning Saul, die Gods geboden ongehoorzaam is, de ene ernstige fout na de andere. Er ontstaat een noodtoestand als een groot leger Filistijnen het volk dreigt aan te vallen. Saul krijgt te horen dat hij op Samuël moet wachten, die Jehovah om hulp zal smeken door slachtoffers te brengen. Omdat Samuël uitblijft en er een noodsituatie schijnt te bestaan, negeert Saul op aanmatigende wijze het gebod om te wachten en gaat hij ertoe over de brandoffers en de gemeenschapsoffers te brengen. Onmiddellijk hierna verschijnt Samuël. Wegens Sauls aanmatigende ongeduld verwerpt Jehovah hem als koning: „Omdat gij niet hebt onderhouden wat Jehovah u geboden had.” — 1 Sam. 13:1-23.

Saul maakt weer een ernstige fout door Gods gebod om de natie Amalek volledig uit te roeien, niet te gehoorzamen. Eeuwen voordien hadden de Amalekieten een laffe aanval op de Israëlitische achterblijvers ondernomen, die op hun tocht door de wildernis moe en uitgeput waren (Deut. 25:17-19). Omdat Saul, te zamen met het volk, het beste van de kudden en de Amalekitische koning Agag heeft gespaard, zegt Samuël tot hem: „Heeft Jehovah evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers als in het gehoorzamen van de stem van Jehovah? Zie! Gehoorzamen is beter dan een slachtoffer . . . Daar gij het woord van Jehovah hebt verworpen, verwerpt hij dienovereenkomstig u als koning.” Daarna ziet Samuël Saul niet meer, hoewel hij veel verdriet over hem heeft. — 1 Sam. 15:1-35.

Kort hierna zendt Jehovah Samuël naar het huis van Isaï, om de jongste zoon David als Israëls volgende koning te zalven. Jehovah’s geest verlaat Saul nu en hij wordt door depressies gekweld. Aangezien David een uitstekende harpspeler is, wordt hij uitgekozen om voor koning Saul te spelen, ten einde hem verlichting te schenken. Vervolgens vernemen wij dat David de pochende Filistijnse reus Goliath met slechts een slinger en een steen doodt. Davids grote geloof in en ijver voor Jehovah’s naam maakt hem zo geliefd bij Sauls zoon Jonathan, dat ’Jonathan David als zijn eigen ziel liefkrijgt’ (1 Sam. 18:1). Hoewel het duidelijk wordt dat David, en niet Jonathan, Israëls volgende koning zal zijn, blijft Jonathan Davids loyale vriend, die zelfs met gevaar voor eigen leven Davids zijde kiest.

David wordt nu zo succesvol in de strijd dat de vrouwen van Israël zingen: „Saul heeft zijn duizenden verslagen, en David zijn tienduizenden.” Dit vervult Saul met een jaloezie waarvan hij helemaal bezeten raakt; het allerbelangrijkste in zijn leven wordt nu te trachten David uit de weg te ruimen. In de periode dat Saul David als een wild dier achternazit, is David tweemaal in de gelegenheid Saul te doden, maar hij weigert ’Jehovah’s gezalfde aan te raken’. — 1 Sam. 18:1–24:22; 26:1-25.

Er sluiten zich andere Israëlieten met grieven bij de vluchteling David aan, en zij worden als een groep bandieten beschouwd. Zij beschermen de boeren en hun kudden echter tegen plunderaars. Met het oog hierop vraagt David een rijke eigenaar van schapen, Nabal, om een beloning. Deze is echter zo onbeschaamd om Davids verzoek af te slaan, wegens welke handelwijze David zweert hem op een verschrikkelijke manier te zullen straffen. Maar Nabals vrouw, die gewaar wordt wat er is gebeurd en die het ergste vreest, gaat naar David toe om hem met edelmoedige geschenken te kalmeren. Als gevolg hiervan vraagt David haar, wanneer Nabal plotseling sterft, zijn vrouw te worden, waar zij graag in toestemt. — 1 Sam. 25:1-42.

Wanneer de Filistijnen zich weer verzamelen voor de aanval, tracht Saul vergeefs Jehovah’s leiding te zoeken. Jehovah’s geest is van hem geweken. Sauls gebeden worden niet verhoord en de priesters hebben geen woord van Jehovah voor hem. In wanhoop raadpleegt hij een geestenmedium. Zij deelt hem alleen maar slecht nieuws mee. In Sauls laatste strijd lijdt Israël een verschrikkelijke nederlaag; zijn zoon Jonathan wordt gedood en Saul, die dodelijk gewond is, pleegt zelfmoord. — 1 Sam. 28:1–31:13.

Het boek Samuël maakt werkelijk deel uit van wat eertijds tot ons „onderricht” werd geschreven. Het is „nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid, opdat [wij] volkomen bekwaam [zijn], volledig toegerust tot ieder goed werk”. Het beklemtoont vooral de belangrijkheid van gehoorzaamheid en de tragische gevolgen van ongehoorzaamheid. — Rom. 15:4; 2 Tim. 3:16, 17.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen