Inzicht in het nieuws
Is de hel heet?
● In het tijdschrift U.S. Catholic is een artikel verschenen met de titel „De hel: nog steeds een brandende kwestie?” Zoals hierin werd opgemerkt, was in het „Oude Testament” de naam voor hel „Sjeool, en of iemand nu goed of slecht was, maakte geen verschil. Iedereen kwam in dezelfde plaats terecht”. „Sjeool” is het Hebreeuwse woord voor „het graf”, hoewel het in algemeen gebruikte katholieke en protestantse bijbelvertalingen vaak met „hel” wordt weergegeven. De katholieke Jerusalem Bible laat het woord echter onvertaald, en dit geldt ook voor de Nieuwe-Wereldvertaling.
U.S. Catholic vermeldde vervolgens dat men later geloofde dat „boosdoeners naar Gehenna werden gezonden — de brandende vuilstortplaats” buiten Jeruzalem. „’Ik heb het gezien’, zegt Martin Marty, [een geestelijke]. ’Het vuur dat wij nu in verband brengen met de hel, is een symbool van Gehenna’, waar voortdurend vuren brandden om de hoop afval binnen de perken te houden. . . . Dit was de naam die Jezus gebruikte toen hij verschillende malen in de Evangeliën over de hel sprak.” — November 1977, blz. 6-10.
Zo geven zelfs katholieke autoriteiten openlijk toe dat het woord „hel”, zoals dat in vele vertalingen wordt gevonden, een andere oorsprong en betekenis heeft dan wat velen te verstaan is gegeven. Zoals trouwens de voetnoot bij het kennelijk met „gehenna” overeenkomende „brandende meer” van Openbaring [Apocalypse] 21:8 verklaart, vertegenwoordigt deze uitdrukking „de eeuwige dood. Het vuur net als het water in 21 vs. 6, is symbolisch”. — Zie ook Openbaring 20:14, 15 en voetnoot, Jerusalem Bible.
De rol van de vrouw — gelijk of aanvullend?
● Vloeit de traditionele rol van mannen en vrouwen uitsluitend voort uit verschillen in hun opvoeding? In de feministische beweging is dit de overheersende denkwijze. Maar Dr. Judith Bardwick, psychologe en decaan aan de universiteit van Michigan, heeft toegegeven dat recente biologische ontdekkingen haar hebben gedwongen enkele van haar langgekoesterde feministische denkbeelden opnieuw te doordenken. Zij merkte ook op dat „er geen gemeenschap is waar de man niet domineert. Wanneer iets zo universeel is, is het waarschijnlijk — hoe vervelend ik het ook vind om het te moeten zeggen — dat een bepaalde eigenschap van het organisme tot deze situatie leidt”.
Het is duidelijk dat deze „eigenschap van het organisme”, waar Dr. Bardwick over spreekt, in de genetische structuur van de vrouw werd gelegd, toen God Eva schiep om ’een hulp voor de man te zijn, als zijn tegenhanger’ (Gen. 2:18). Met het oog op deze aanvullende rol heeft God de eerste vrouw bepaalde vrouwelijke eigenschappen gegeven die dienen tot aanvulling en bijdragen tot een evenwichtige verhouding.
Wegens dergelijke eigenschappen is de sociologe Alice Rossi, een van de oprichtsters van de Amerikaanse Nationale Organisatie voor Vrouwen (NOW), gaan geloven dat vrouwen wellicht ’altijd zullen overheersen in de verzorgende taken als onderwijzen en sociaal werk en in de wetenschappen die het leven betreffen, terwijl mannen het meest zullen worden aangetroffen in die taken waarvoor meer agressie vereist is . . . en in de „dode” wetenschappen zoals natuurkunde’. Professor Rossi verklaarde: „Ik geloof niet dat gelijkwaardig te zijn, noodzakelijkerwijs betekent volkomen gelijk te zijn.” — New York Times, 30 november 1977, blz. A1.
Oud bijgeloof niet verdwenen
● Onlangs is naar alle abonnees van The Jewish Observer, een orthodoxe publikatie, een briefkaart gestuurd waarop stond: „Terwijl wij onveranderlijk vermijden G-ds [Gods] Naam [Jehovah of Jahweh] voluit te drukken — zowel in redactionele artikelen als in advertenties — is door een zeer betreurenswaardige drukfout de Naam van G-d in het Hebreeuws letterlijk afgedrukt in de advertentie voor de kunsteditie van de Tehilliem-rol op de achterpagina van de septemberuitgave van J.O. [Jewish Observer].”
De briefkaart gaf lezers ook de raad „deze bladzijde met de vereiste eerbied te behandelen”. De New York Times, die het gebeurde vermeldt, merkt op dat dit betekent dat „de aanstootgevende bladzijde uiteindelijk begraven zou moeten worden”.
Zo bestaat de bijgelovige gewoonte om het gebruik van Gods naam te vermijden, nog steeds, net zoals dit eeuwen geleden het geval was toen joodse bijbelafschrijvers duizenden malen de Hebreeuwse woorden voor „Heer” of „God” voor „JHWH” (Jehovah) in de plaats stelden.
In tegenstelling daarmee dringt de bijbel zelf er bij gelovigen op aan Gods naam te gebruiken: „Vervul hun aangezichten met schaamte; opdat zij Uw naam mogen zoeken, O HEER [Hebreeuws: JHWH]. . . . Opdat zij mogen weten dat Gij alleen het zijt wiens naam is de HEER [Hebreeuws: JHWH], de Allerhoogste over de hele aarde.” — Ps. 83:17, 19, Jewish Publication Society translation (83:16, 18 in de meeste andere vertalingen).