Een werkelijk doel in het leven vinden
Zoals verteld door Masakazu Nakamura
MIJN hartelijke en oprechte ouders toonden dat zij er een levendige belangstelling voor hadden hun kinderen een goede start in het leven te geven. Hoewel mijn vader, evenals de meeste Japanners, zelf boeddhist was, moedigde hij mij als jongen ertoe aan een protestantse Kerk dicht bij ons huis te bezoeken. Daar hoorde ik uit het „Nieuwe Testament” voorlezen en raakte ik in de boodschap ervan geïnteresseerd. Ik wilde anderen erover vertellen en sprak er daarom met mijn medescholieren over. In feite dacht ik dat het heerlijk zou zijn om predikant te worden. Maar toen mijn vader mijn enthousiasme hiervoor zag, was hij tegen het idee gekant.
Nochtans koesterde ik de wens om anderen te dienen en dit tot mijn doel in het leven te maken. Ik besloot arts te worden. Hierdoor werden mijn religieuze activiteiten aanzienlijk beperkt. Aangezien het toelatingsexamen voor de universiteit intensieve voorbereidingen vergde, staakte ik het kerkbezoek. Nadat ik tot de medische faculteit van de Universiteit van Tokio was toegelaten, begon ik weer naar de kerk te gaan.
Omstreeks deze tijd begonnen er twijfels met betrekking tot religie bij mij op te komen. De boodschap in de kerk was een voortdurende herhaling van dezelfde dingen. Toen stierf mijn grootvader. Terwijl ik met de begrafenisregelingen hielp, begon ik ernstig te twijfelen aan de kerkleer omtrent de hel en de toestand van de doden. Derhalve verliet ik de kerk.
Op de universiteit ontving ik in geen enkel opzicht geestelijke hulp. Ik begon atheïstisch te denken. Ik voelde me eenzaam en ging me aan sport wijden om een ogenschijnlijke leemte in mijn leven te vullen. Paardrijden werd een geregelde bezigheid voor me.
EEN ONVERWACHTE VERANDERING
Halverwege mijn tweede jaar aan de medische faculteit gebeurde er iets belangrijks. Op een dag omstreeks het middaguur kwam er een oudere dame bij ons aan de deur die met mij over de bijbel begon te praten. Haar naam was Kinuko Sakato. Enkele jaren voordien had zij met een Australische zendelinge, Melba Barry, de bijbel bestudeerd en nu besteedde zij er al haar tijd aan om als een van Jehovah’s Getuigen de bijbelse waarheid met anderen te delen. Hoewel ik niet onmiddellijk geloofde wat zij me allemaal vertelde, kwam ik diep onder de indruk van haar ijver en vertrouwen. Ik vroeg wat de Schrift leerde over de „hel”. Zij maakte een afspraak om geregeld elke week bij ons thuis de bijbel met mij te bestuderen.
Eerst bestudeerden wij Gods belofte om deze aarde tot een paradijs te herstellen (Matth. 6:9, 10; Luk. 23:43; Openb. 21:1-5). Het middel dat God zou gebruiken om dit tot stand te brengen, zo vernam ik, zou zijn hemelse Koninkrijksregering zijn. — Dan. 2:44; 7:13, 14, 18; Openb. 5:10.
Mevrouw Sakato nodigde mij uit de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen te bezoeken. Een tijdlang gaf ik er echter de voorkeur aan om ’s zondags te gaan paardrijden. Toen vestigde zij mijn aandacht op wat in 1 Timótheüs 4:8 staat: „Lichamelijke oefening is nuttig voor weinig, maar godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven.” Na ongeveer drie maanden van bijbelstudie begon ik alle vergaderingen in de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen te bezoeken.
Nadat ik ongeveer tien maanden lang de bijbel had bestudeerd, hoorde ik een aankondiging dat er regelingen waren getroffen dat leden van de gemeente in het plaatselijke gebied zouden uittrekken om bijbelse waarheden met hun naasten te delen. „Ik wil ook mee”, was mijn antwoord. Die zaterdag ging ik met een groep mee in de „velddienst”, zoals Jehovah’s Getuigen hun openbare getuigenisactiviteit noemen. Ik kwam tot het besef dat dit een levend geloof was; en wat een vreugde schonk het me om mijn geloof met anderen te delen! Op 24 augustus 1963 werd ik op een internationaal congres van Jehovah’s Getuigen in Kioto als symbool van mijn opdracht aan Jehovah God in water gedoopt.
IK KON BEIDE DOEN
De vrouw die voor het eerst bij mij aan de deur kwam om over de bijbel te spreken, stond bekend als een „pionierster”. In deze hoedanigheid besteedde zij al haar tijd aan de christelijke getuigenisactiviteit. Dat was ook mijn wens, maar wat zou er dan van mijn carrière als arts terechtkomen?
Ik sprak er met mijn vader over om mijn studie aan de universiteit op te geven. Hij was een man van ervaring, want hij was destijds veldmaarschalk van het Japanse leger („zelfverdedigingskorps”). Hij betoogde dat ik nog heel jong was en dat ik als de oudste zoon een verantwoordelijkheid ten opzichte van het gezin had. Ten slotte werd overeengekomen dat ik mijn studie aan de universiteit zou afmaken, mijn artsdiploma zou halen en dan vrij zou zijn om mijn eigen weg te kiezen.
De medische studie bleek in een aantal opzichten een uitdaging voor me te zijn. Zo was er de verleiding om helemaal in de geneeskunde op te gaan en mezelf een naam te maken als arts. Er was vastberadenheid voor nodig om vast te houden aan het verlangen pionier te worden. Dan was er het probleem van bloedtransfusie, waarbij een patiënt op intraveneuze wijze met bloed wordt gevoed. De Schrift gebiedt christenen „zich te onthouden . . . van bloed” (Hand. 15:19, 20, 28, 29; 21:25). Daar ik in overeenstemming met deze raad van God wilde leven, zocht ik medische terreinen waar dit geen probleem zou opleveren.
Gedurende mijn hele studietijd aan de universiteit bleef ik het verlangen koesteren pionier te worden. In mijn vrije tijd leidde ik bijbelstudies in de huizen van de mensen. Tijdens de lente-, zomer- en wintervakantie nam ik deel aan de volle-tijddienst om de bijbelse waarheden met anderen te delen. Aldus kon ik met andere pioniers samenwerken en konden wij elkaar in deze dienst aanmoedigen.
Toen er op de Universiteit van Tokio studentenrellen uitbraken, deed er zich wederom een gelegenheid voor om op tijdelijke basis te pionieren. Daar de universiteit gedurende verscheidene maanden werd gesloten, kon ik die tijd aan de pioniersdienst besteden. Door vastberadenheid en zorgvuldige planning, te zamen met Jehovah’s zegen, slaagde ik erin beide doeleinden in mijn leven te bereiken. De maand nadat ik mijn artsdiploma had behaald, ging ik in de volle-tijd pioniersdienst.
DE BIJBELSE WAARHEID BEKENDMAKEN WERPT ZEGENINGEN AF
Zelfs tijdens mijn studie aan de universiteit ontving ik vele zegeningen doordat ik gelegenheden zocht om mijn medestudenten getuigenis te geven. Een van mijn vrienden was Mitsuharu Tominaga. Hij was van een katholieke middelbare school afgestudeerd en had veel huichelarij in die religie opgemerkt. Tijdens de lunchpauzen studeerde ik op de campus de bijbel met hem. Hij toonde belangstelling, maar destijds hadden wij het heel druk met onze medische studie. Er werden dus weinig vorderingen gemaakt. Hij abonneerde zich echter op De Wachttoren en Ontwaakt! en las deze tijdschriften graag. Na de graduatie scheidden onze wegen, maar bij tijd en wijle correspondeerden wij met elkaar.
Dr. Tominaga begon in een toonaangevend ziekenhuis in Tokio te werken. Op een dag vernam hij dat een oudere zendelinge in het ziekenhuis was opgenomen en hij stelde zich ten doel haar te bezoeken. Haar naam was Mabel Haslett. Dr. Tominaga was verheugd toen hij vernam dat zij een van Jehovah’s Getuigen was. Hij bezocht haar dagelijks in haar kamer om bijbelse vragen te stellen. Alles wat hij hoorde, maakte een diepe indruk op hem. Uit waardering bracht hij dikwijls fruit en bloemen voor Mabel mee.
Mettertijd moest de oudere zendelinge een grote operatie ondergaan. Aangezien de kwestie van bloedtransfusie eraan te pas kwam, maakte Dr. Tominaga zijn collega’s duidelijk waarom Jehovah’s Getuigen bloed weigeren; en hij was persoonlijk bij de operatie aanwezig om er zeker van te zijn dat er geen bloed werd gebruikt. Mabel verraste de artsen en alle anderen in het ziekenhuis door haar snelle herstel. Zij won de liefde en het respect van het ziekenhuispersoneel. Ja, dit ziekenhuis was zelfs zo vriendelijk om haar tot aan haar dood op 23 oktober 1974 alle behandelingen en medicijnen gratis te geven.
Op grond van datgene wat hij uit de bijbel had geleerd, zocht Dr. Tominaga overplaatsing naar een afdeling in het Universiteitsziekenhuis in Tokio waar hij geen bloedtransfusies zou hoeven toe te dienen. Samen met een ouderling van de gemeente Yokohama Yamate, die zich in de omgeving van Dr. Tominaga’s huis bevond, bestudeerde hij ijverig de bijbel. Nu werkt hij slechts één dag per week in het ziekenhuis. Op andere tijden assisteert hij in de spreekkamer van zijn vader in Yokohama. Weldra begon de hele familie het Woord van God te bestuderen. Nu zijn beide artsen — vader en zoon, alsook hun respectieve vrouwen — ijverige, gedoopte getuigen van Jehovah, en de zoon is een ouderling in de plaatselijke gemeente.
DE VREUGDE VAN DE PIONIERSDIENST
Gedurende de veertien jaar sinds mijn doop heb ik de vreugde gehad negentien personen door middel van bijbelstudie zover te brengen dat zij hun leven aan de ware God, Jehovah, hebben opgedragen. Een bijzonder fijne ervaring was dat ik een studie met mijn jongste zuster mocht leiden.
Toen ik deze studie begon, was mijn zuster reeds verloofd met een protestantse man die tevens president van een plaatselijk genootschap van bloeddonors was. Tactvol gaf ik ook hem getuigenis. Hij was zeer geïnteresseerd en begon te studeren. Zij vroegen of de stadsopziener van Jehovah’s Getuigen in Kioto hun huwelijkslezing wilde houden en dit werd zo geregeld. Beiden zetten hun bijbelstudie in Kioto voort en werden te zamen gedoopt.
Dat was niet het einde van deze speciale vreugde voor mij. Mijn nieuwe zwager is apotheker. Hij raakte bevriend met nog een getuige van Jehovah die bij dezelfde firma werkte. De zuster van deze man was ook een Getuige, die als voedseldeskundige werkzaam was. Nu is zij mijn vrouw en tevens mijn pionierspartner. Twee dagen per week werk ik als arts in een plaatselijk ziekenhuis. Voor de rest zijn onze dagen gevuld met de vreugde het „goede nieuws” van de bijbel met onze naasten te delen (Matth. 24:14). Tevens ben ik een ouderling in de gemeente Igusa, en meer recent stadsopziener van de vijftig gemeenten in Tokio.
God op een volle-tijdbasis te kunnen dienen, is werkelijk een vreugdevolle wijze om bezig te zijn terwijl ik mijn doel in het leven nastreef.