Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w78 15/2 blz. 23-24
  • Wat bedoelde de wijze man?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat bedoelde de wijze man?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het is verstandig om uitersten te vermijden
  • Redelijkheid maakt het leven aangenamer
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Blijf eerst „Zijn rechtvaardigheid” zoeken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2010
  • Gehoorzaamheid aan het goede nieuws een levenswijze
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Wat bedoelde de wijze man?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
w78 15/2 blz. 23-24

Wat bedoelde de wijze man?

Het is verstandig om uitersten te vermijden

Onvolmaakte mensen raken heel gemakkelijk uit hun evenwicht door een extreme kijk op aangelegenheden te hebben. Daarom gaf koning Salomo de volgende vermaning: „Word niet al te rechtvaardig, en betoon u niet bovenmate wijs. Waarom zoudt gij verwoesting over uzelf brengen? Wees niet al te goddeloos, en word niet dwaas. Waarom zoudt gij sterven als het uw tijd niet is? Het is beter dat gij het ene zoudt vastgrijpen, maar trek ook van het andere uw hand niet af; want hij die God vreest, zal met dat alles vrijuitgaan.” — Pred. 7:16-18.

Iemand die al te rechtvaardig is, maakt zich overdreven bezorgd over minder belangrijke aangelegenheden. Zo maakt hij bijvoorbeeld grote geschilpunten van dingen die strikt menselijke procedures of methoden zijn, aangelegenheden die niet in de Schrift worden uiteengezet. Wanneer hij iemand een vriendelijkheid ziet bewijzen of misschien op een barmhartige wijze ziet handelen, maakt hij hier wellicht bezwaar tegen op grond van het feit dat de persoon nagelaten heeft een bepaald „protocol” in acht te nemen. Hij heeft veel weg van de Farizeeën, die zich niet verheugden over de wonderbaarlijke verlichting die Jezus Christus de verdrukten op de sabbat schonk, maar die woedend werden en tot de slotsom kwamen dat de Zoon van God de wet had overtreden door op die dag genezingen te verrichten (Mark. 3:1-6; Luk. 14:1-6). Mensen die al te rechtvaardig zijn, staan er dikwijls niet bij stil wat de barmhartige, liefdevolle of hulpvaardige handelwijze zou zijn. Wanneer het op het toepassen van regels aankomt, vervallen zij tot uitersten. Wanneer naar hun mening de een of andere regel is overtreden, laten zij al het andere buiten beschouwing. — Vergelijk Matthéüs 12:2-7; 23:23; Romeinen 14:1-4, 10.

In hun eigen geval kan het zijn dat degenen die al te rechtvaardig zijn, zich zozeer verloochenen dat zij hun gezondheid schaden. Zij handelen in strijd met de gezonde raad in Kolossenzen 2:20-23: „Waarom onderwerpt gij u dan nog, alsof gij in de wereld leefdet, aan de verordeningen: ’Hanteer niet, proef niet, raak niet aan’, ten aanzien van dingen die alle tot de vernietiging bestemd zijn doordat ze worden opgebruikt, in overeenstemming met de geboden en leringen van mensen? Deze dingen hebben wel een schijn van wijsheid in een zichzelf opgelegde vorm van aanbidding en schijnnederigheid, een strenge behandeling van het lichaam, maar ze hebben geen waarde ter bestrijding van de bevrediging van het vlees.”

Zoals Salomo zei, verkeert iemand die al te rechtvaardig is, beslist in gevaar dat hij ’verwoesting over zichzelf’ brengt. Hij kan zich door onbezonnen ijver of extreme zelfverloochening in fysiek, mentaal of emotioneel opzicht te gronde richten. Wat nog erger is, zijn liefdeloze houding kan hem Gods gunst en zegen doen verliezen.

Dan is er, zoals Salomo toont, de persoon die ’zich bovenmate wijs betoont’ doordat hij met zijn wijsheid anderen tracht te imponeren. Hij werpt zich op als een criticus en geeft de indruk dat hij een beter inzicht heeft dan wie maar ook. Doordat hij een hoge dunk van zijn bekwaamheden heeft, raakt hij dikwijls verwikkeld in andermans zaken, waarbij hij hun ongevraagde oplossingen voor hun problemen aan de hand doet. Na verloop van tijd vervreemdt hij anderen van zich, en zij doen misschien al het mogelijke om hem te mijden. Ook kan na verloop van tijd blijken dat zijn raad niet zo goed was, en men kan hem de schuld geven dat hij onnodige moeilijkheden heeft veroorzaakt.

Opdat men niet uit zijn evenwicht zou raken en de verkeerde zienswijze ten aanzien van juiste rechtvaardigheid en wijsheid zou krijgen, waarschuwde Salomo vervolgens dat men niet ’al te goddeloos moet worden’. Onvolmaaktheid dient natuurlijk door ons allen als een realiteit te worden aanvaard. De apostel Johannes schreef: „Indien wij de bewering uiten: ’Wij hebben geen zonde’, misleiden wij onszelf en de waarheid is niet in ons” (1 Joh. 1:8). Wij moeten er derhalve in berusten dat wij in vele opzichten te kort schieten. Men moet er echter voor oppassen dat men kwaaddoen niet gemakkelijk door de vingers ziet en zich verontschuldigt met de woorden: ’Ik ben nu eenmaal een zondaar.’ Hoewel men van het leven kan genieten, dient men ervoor op te passen niet alle teugels af te werpen. Degene die als een dwaas handelt door te denken dat hij ongestraft de wet kan trotseren, wacht rampspoed. Iemand die een ongebreidelde handelwijze volgt, kan voor ernstige problemen komen te staan en zelfs vroegtijdig sterven.

Hoe kunnen schadelijke uitersten worden vermeden? De vrees voor Jehovah, een gezonde eerbied voor de Schepper, is onontbeerlijk. Deze vrees draagt ertoe bij kwaaddoen te beteugelen en beweegt de persoon er tevens toe een evenwichtige levenswijze te volgen door uitersten te vermijden. Iemand die God vreest, streeft ernaar rechtvaardig en wijs te zijn, maar vermijdt het om al te nauwgezet te zijn en met zijn wijsheid te koop te lopen. Omdat hij op een gezonde wijze van het leven geniet, kan het zelfs zijn dat personen die extreem zijn in hun opvattingen, hem als een kwaaddoener veroordelen, evenals Jezus Christus ten onrechte als een dronkaard en een veelvraat werd bestempeld. — Matth. 11:19.

In werkelijkheid heeft zo’n gewetensvolle, evenwichtige persoon zijn gedrag echter stevig in de greep en wordt hij geen beoefenaar van goddeloosheid. De godvrezende persoon blijft ongedeerd met betrekking tot de problemen en moeilijkheden die het deel zijn van degenen die geen acht slaan op de voorschriften om (1) ’niet al te rechtvaardig te zijn en zich niet bovenmate wijs te betonen’ en (2) ’niet al te goddeloos te zijn’. Zoals Salomo aanbeval, grijpt hij aldus ’het ene vast, maar trekt hij ook van het andere zijn hand niet af’. Hij aanvaardt rechtvaardigheid zonder zo veeleisend te zijn dat hij onmogelijke maatstaven voor zichzelf en anderen stelt of zich ervan weerhoudt op een gezonde wijze vreugde uit het leven te putten.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen