Wij ontvingen een doel in het leven
Zoals verteld door Russell Cantwell
IK HEB gemerkt dat maar weinig jonge mensen thans werkelijk schijnen te weten wat zij met hun leven willen doen. Zij hebben geen speciale carrière in gedachten of een bepaald doel dat zij trachten te bereiken. Ik ben mijn ouders dankbaar dat dit met mij nooit het geval geweest is.
Mijn ouders leven nog steeds, hoewel vader negenennegentig jaar is en moeder de tachtig is gepasseerd. Samen hebben zij meer dan negentig jaar „gepionierd”, zoals Jehovah’s Getuigen de volle-tijd predikingsactiviteit noemen.
In 1908 begonnen vader en moeder de bijbel serieus te bestuderen. Ik kan me nog herinneren dat ik als peuter het „Photo-Drama der Schepping” zag waarin door middel van lichtbeelden en filmopnamen de geschiedenis van de bijbel werd weergegeven. Dit gebeurde in de kleine dorpsschool in de Amerikaanse staat Arkansas, waar vader onderwijzer was. Ik moet toen ongeveer drie jaar oud geweest zijn.
In 1924, toen ik vier jaar was, verhuisden wij naar het oosten van de Amerikaanse staat Tennessee. Daar begon vader onmiddellijk met de buren over zijn geloof in God te praten. De familie Kamer had belangstelling en er werden wekelijkse bijbelvergaderingen georganiseerd.
Ook kan ik me nog van heel vroeger herinneren dat wij bezoek kregen van „pelgrims”, zoals de reizende vertegenwoordigers van Jehovah’s Getuigen toen werden genoemd. Wij drie jongens stonden ons bed dan aan onze zusters af en sliepen op de grond, zodat de bezoeker de slaapkamer van onze zusters kon hebben. De vriendelijke aandacht en aanmoediging die deze mannen aan ons kinderen gaven, hebben een heilzame en blijvende indruk achtergelaten.
DE BELANGRIJKHEID VAN GEESTELIJKE AANGELEGENHEDEN
Door de manier waarop vader en moeder ons onderwezen, en ook door het voorbeeld dat zij gaven, hebben zij onuitwisbaar in onze jonge geest gegrift hoe belangrijk bijbelstudie en christelijke omgang zijn. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door een ervaring die ik me nog goed kan herinneren. Ik was toen ongeveer zes of zeven jaar oud.
Toen wij op een zondagmorgen voor onze geregelde bijbelstudie naar het huis van de familie Kamer liepen, kwamen ons drie auto’s vol met familieleden tegemoet. Hoewel vader hen jarenlang niet had gezien, ging hij niet naar huis terug maar nodigde hij hen uit om hetzij met ons mee te gaan ten einde de studie bij te wonen of naar ons huis te gaan en te wachten totdat wij terugkwamen. Ik geloof zeker dat ook al was de hele groep kwaad weggegaan, vader niet al te erg van streek zou zijn geweest, aangezien hij zich tegenover zijn gezin en de familie Kamer geestelijk verplicht voelde om die bijbelstudie te laten doorgaan.
Vader leidde ons ook op om met anderen te spreken over de dingen die wij over Gods koninkrijk leerden. Zolang als ik me kan herinneren, heeft hij ons kinderen altijd met zich meegenomen als hij de mensen thuis opzocht. In 1927 besloot vader dat ik oud genoeg was om alleen naar de deuren te gaan.
ONS GEZINSLEVEN
Er was op de boerderij inderdaad veel werk te doen, en wij hadden het ook druk met christelijke activiteiten. Maar terzelfder tijd zagen onze ouders er ook op toe dat wij ontspanning genoten. Vader leerde ons zwemmen. Ook gingen wij als gezin picknicken en waren er gezinsbijeenkomsten met anderen, waardoor wij gezonde ontspanning en omgang genoten.
Nog iets wat ertoe bijdroeg dat er een hechte gezinsband bestond, was het feit dat vader en moeder één lijn trokken en altijd tijd voor ons hadden. Ik weet zeker dat zij soms van mening verschilden, maar zij hebben nooit gekibbeld of elkaar tegengesproken waar wij bij waren. Op deze manier leerden wij de ouderlijke autoriteit te respecteren.
Op school werden wij vaak uitgelachen door kinderen die tot een andere religie behoorden. Zij noemden ons bijvoorbeeld „helloochenaars”, omdat wij niet geloofden dat God mensen in een vurige hel pijnigde. Maar vader en moeder namen er de tijd voor om ons te helpen bijbelse antwoorden op te zoeken die wij dan weer naar school konden meenemen. Dit sterkte ons en overtuigde ons ervan dat wij de waarheid van Gods Woord kenden, en wij begonnen het prettig te vinden dat wij anders waren, net zoals Gods dienstknechten in het verleden hier behagen in schepten.
Jaren voordien had een oom, die geen waardering had voor vaders religie, tegen hem gezegd: „Kinderen hebben het al moeilijk genoeg om op te groeien zonder dat die religie er bij hen wordt ingepompt.” Toen wij deze oom jaren later bezochten, zei hij met tranen in zijn ogen tegen vader: „Newt, ik wou dat mijn kinderen zo waren als die van jou.” Toen vader hem echter aan zijn vroegere opmerking herinnerde en zei dat wij door ons bijbelse onderwijs anders waren, was mijn oom hier helemaal niet over te spreken. Hij verbood vader zelfs om ooit nog in zijn huis over God of de bijbel te spreken!
WIJ ONTVANGEN EEN DOEL
Vader wilde meer tijd aan het getuigeniswerk besteden, en daarom verhuisden wij in 1929 naar West Plains, in de staat Missouri. Daar konden wij aan twee volle-tijd Koninkrijksbekendmakers huisvesting verlenen. Het voorbeeld van deze Getuigen bracht ons gezin ertoe over de pioniersdienst na te denken.
Ten gevolge van de ’Grote Crisis’ van de jaren dertig gingen wij weer terug naar de boerderij in Tennessee, hoewel wij de gedachte aan pionieren niet lieten varen. In 1931 liet een pelgrim, Louis Larson genaamd, vader zien hoe hij kon pionieren en toch in financieel opzicht voor zijn gezin kon zorgen.
Er waren nog zes kinderen thuis, van wie er drie op school waren. Er werd een gezinsbijeenkomst gehouden, en na een gebedsvolle beschouwing besloten wij de boerderij te verkopen en ons op Jehovah’s steun te verlaten. Het besluit werd genomen dat de drie jongsten de school zouden doorlopen, terwijl de ouderen zouden pionieren.
Het geloof en vertrouwen van mijn ouders in Jehovah vormde een krachtige invloed in mijn leven. Die avond beloofde ik Jehovah in gebed dat ik zijn wil zou doen zoals mijn ouders dit deden en in de voetstappen van Christus zou treden. Wat was het kort daarna opwindend om als een symbool van mijn opdracht aan Jehovah door vader gedoopt te worden!
De boerderij werd te koop aangeboden, maar als gevolg van de depressie werd ze voor de helft van de oorspronkelijke vraagprijs verkocht. Toen eiste een ongeluk en ernstige ziekte in het gezin de laatste cent op die vader had, waardoor wij geruïneerd achterbleven. Vader zei echter dat ons slechts één ding te doen stond, en dat was, met het volle-tijd getuigeniswerk door te gaan. Dit vastberaden en krachtige besluit, te zamen met vader en moeders voortdurende toewijding, hebben mij in mijn verlangen om Jehovah te dienen, gesterkt.
HET BEGIN VAN EEN CARRIÈRE
In 1934 verhuisden wij naar een toewijzing in West-Tennessee. Daar besloot ik van school te gaan en het volle-tijd getuigeniswerk op mij te nemen. Vader gaf toestemming, tenminste als het mij er niet alleen maar om te doen was van school te gaan, doch ik de pioniersdienst tot mijn carrière wilde maken. Op veertienjarige leeftijd begon ik derhalve met mijn levenscarrière door getuigenis te geven in het plattelandsgebied in de omgeving van Waverly, Tennessee.
Het is waar dat het leven in de economische crisisjaren niet altijd even gemakkelijk was. Soms aten we dagen achtereen hetzelfde voedsel en hadden we graag wat meer gehad. Maar vader wees ons erop dat het nu eenmaal niet meer ons doel was geld na te jagen, en wij hebben nooit een maaltijd overgeslagen, hoewel er bijna dagelijks gezinnen bij ons aan de deur kwamen die om voedsel bedelden voor kinderen die huilden van de honger, en deze mensen wèl voor geld probeerden te werken.
In de verscheidene gebieden waar wij in het zuiden van de Verenigde Staten pionierden, woonden zelden andere Getuigen in de buurt. Onze nauwe gezinsband vormde derhalve een bescherming om geen omgang te zoeken met ongelovigen (1 Kor. 15:33; 2 Kor. 6:14). En wij moesten maanden van tevoren sparen om meer dan 160 kilometer te rijden ten einde andere jeugdige Getuigen te ontmoeten met wie wij de quadrille dansten of andere fijne omgang hadden, zoals een wandeltocht in de Smoky Mountains.
NIEUWE TOEWIJZINGEN
Op het congres dat in 1937 in Columbus, Ohio, werd gehouden, hoorden we vaders naam over de geluidsinstallatie afroepen, te zamen met de namen van ongeveer 200 anderen die werden uitgekozen om het nieuwe speciale pionierswerk ter hand te nemen. Vader aanvaardde dit nieuwe dienstvoorrecht onmiddellijk, waarna ons hele gezin de uitnodiging kreeg er een aandeel aan te hebben. Wij kregen New Haven, in Connecticut, als toewijzing.
Een wet in de staat Connecticut gaf het hoofd van politie de autoriteit controle uit te oefenen op de religieuze activiteiten die in zijn gemeenschap van huis tot huis werden verricht, als gevolg waarvan Jehovah’s Getuigen overal in de staat werden gearresteerd. In mei 1938 werd ik, te zamen met vader en mijn jongere broer Jesse, gearresteerd toen wij de mensen opzochten om met hen over de bijbel te spreken. Hoewel honderden van onze christelijke broeders en zusters bij verschillende gelegenheden waren gearresteerd, besloot het Wachttorengenootschap ons geval te gebruiken om de deugdelijkheid van de staatswet op de proef te stellen. De zaak kwam ten slotte voor het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten, waar Jehovah ons de overwinning gaf.
Wij werden vervolgens als speciale pioniers overgeplaatst naar Staten Island, in de stad New York, waar wij het voorrecht kregen met degenen te mogen samenwerken die dienst verrichtten op het radiostation WBBR van het Wachttorengenootschap. In januari 1939 werd ons vervolgens gevraagd een pas opgerichte gemeente in Mount Vernon, in de staat New York, bij te staan, waar ook Milton Henschel, Lyman Swingle en andere leden van de Bethelfamilie werkzaam waren. Stelt u zich onze verbazing eens voor toen mijn twee broers en ik de volgende maand werden uitgenodigd enkele weken op de drukkerij van het Genootschap te helpen. Dit zijn in totaal ruim zes jaren van dienst daar geworden. Een ontwikkeling op de avond van 8 september 1943 leidde tot weer een andere toewijzing.
Op die avond stelde Evie Sullivan mij in de Bethellobby aan Gladys voor, met het verzoek of ik haar en haar partner enkele huizenblokken verder naar hun kamer wilde brengen. Hun auto moest nodig gerepareerd worden, en daarom besteedde ik die avond enkele uren aan reparatiewerkzaamheden terwijl de meisjes op de stoeprand zaten en hun ervaringen in het getuigeniswerk vertelden. Dit stelde mij voldoende in de gelegenheid hun fijne geest van toewijding jegens Jehovah op te merken.
In het voorjaar van 1944 bezocht Gladys de derde klas van de Gileadschool terwijl ik nog op Bethel was, en het volgende jaar trouwden wij en sloot ik me bij Gladys in de pioniersdienst aan. In 1950 kreeg ik de uitnodiging om als een reizende vertegenwoordiger van het Wachttorengenootschap in het kringwerk dienst te verrichten. Onze dochter Darla Lynn werd op 30 januari 1956 geboren, maar het werd liefdevol voor ons geregeld dat wij in het kringwerk konden blijven.
ANDEREN EEN DOEL IN HET LEVEN GEVEN
Wij vroegen Jehovah in gebed ons te helpen onze dochter op te voeden zoals onze ouders ons hadden opgevoed, waarbij wij de Koninkrijksbelangen altijd op de eerste plaats stelden en toch het juiste evenwicht bewaarden en onze gezinsverantwoordelijkheden niet veronachtzaamden. Ik leidde wekelijks onze gezinsstudie, terwijl Gladys er elke dag een paar minuten aan besteedde om onze dochter in Gods Woord te onderwijzen. En naarmate zij opgroeide, werden er langere tijdsperiodes gebruikt.
Het scheen ons toe alsof Darla van de ene dag op de andere de schoolleeftijd had bereikt. Wij hebben altijd openlijk en vrij over zelfs intieme kwesties gesproken, en toen zij ouder werd, hadden wij er dus geen moeite mee geestelijk contact met haar te onderhouden, waardoor de zogenaamde „generatiekloof” werd vermeden. Onze zorgvuldige raad met betrekking tot omgang voorkwam dat zij verkeerde omgang zocht die tot kwaaddoen zou kunnen leiden. Ook waren wij blij dat zij met haar klasgenoten over Gods koninkrijk wilde spreken. Haar eerste bijbelstudie leidde zij bij een meisje uit de derde klas in Chino, Californië. Dit leidde ertoe dat het meisje zich op zestienjarige leeftijd aan Jehovah opdroeg.
In juni 1972, toen wij in San Francisco, Californië, waren, ontvingen wij een brief over de post. Tot onze verbazing bleek deze afkomstig te zijn van onze dochter, die bij ons woonde. Zij wilde haar waardering tot uitdrukking brengen, maar was bang dat zij niet alles kon zeggen wat zij wilde zeggen als zij oog in oog met ons stond.
„Ik wil u bedanken”, zo schreef zij, „voor de opvoeding die u mij hebt gegeven. Dat u Jehovah altijd de eerste plaats in ons leven hebt laten innemen. Dat u uw ’ja altijd ja en uw nee nee’ hebt laten betekenen. . . . Ik wil u bedanken voor alle liefde en goedheid die u me altijd hebt betoond. Dat u naar me luistert als ik iets te zeggen heb. Dat u begrijpt hoe ik me voel. Dat u geduldig bent met mijn stemmingen en emoties. . . . Heel veel dank voor het schitterende voorbeeld dat u hebt gegeven, zodat ik u werkelijk kan navolgen ’zoals u Christus navolgt’.”
Die brief verwarmde ons hart, en wij zijn Jehovah dankbaar dat wij onze dochter hetzelfde doel hebben kunnen geven dat mijn ouders mij hebben gegeven — om Jehovah’s dienst in haar leven op de eerste plaats te stellen. Onze dochter en haar partner zijn nu als pioniersters met de gemeente Henderson in Noord-Carolina verbonden. Zij waren verrukt, en wij niet minder, dat zeventien personen bij wie zij een bijbelstudie leidden, vorig jaar het Avondmaal des Heren bezochten.
Ik ben nu drieënveertig jaar in de volle-tijddienst. Op het ogenblik ben ik een leraar van de Koninkrijks-Bedieningsschool, een opleidingscentrum voor christelijke ouderlingen. Een van mijn broers is in de Verenigde Staten in de kringdienst en de andere is bijkantoorcoördinator in de Dominicaanse Republiek. En mijn beide ouders zijn nog steeds in de pioniersdienst!
Onze persoonlijke ervaring zet ons er krachtig toe aan jonge mensen ertoe aan te moedigen zich het volle-tijd getuigeniswerk ten doel te stellen, ja het dienen van Jehovah God tot hun levenscarrière te maken. En aan ouders zouden wij willen zeggen: Uw kinderen zullen Jehovah niet automatisch dienen. U zult hun dat doel in het leven moeten geven. Als u dit doet, kan ik u de verzekering geven dat zij u eeuwig dankbaar zullen zijn.
[Illustratie op blz. 507]
Mijn vrouw en ik samen aan het studeren