Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w77 15/2 blz. 109-114
  • Goed nieuws laten weerklinken op heel de aarde

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Goed nieuws laten weerklinken op heel de aarde
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE TERECHTSTELLING VAN GODS VIJANDEN
  • EEN PARADIJS VAN VREUGDE!
  • „GOED NIEUWS” VOOR GEZINNEN
  • PAL STAAN VOOR HET KONINKRIJK
  • ER IS WERK TE DOEN!
  • ’Glorierijk goed nieuws van de gelukkige God’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Goed nieuws voor de gehele mensheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Goed nieuws
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • God maakt „alle dingen nieuw”
    Goed nieuws dat u gelukkig kan maken
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
w77 15/2 blz. 109-114

Goed nieuws laten weerklinken op heel de aarde

„Hun geluid [is] over de gehele aarde uitgegaan, en hun uitspraken tot de uiteinden der bewoonde aarde.” — Rom. 10:18.

1. (a) Welke beslissende tijd hebben wij thans bereikt? (b) Hoe kunnen wij ons ’gereed tonen’? (Mark. 13:32-37)

DE TIJD loopt snel ten einde! De generatie vanaf 1914 is nu getuige geweest van de vervulling van het grootste deel van Jezus’ grote profetische „teken” dat „het besluit van het samenstel van dingen” beschrijft. De „grote verdrukking . . . [zoals] er sedert het begin der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, en ook niet meer zal voorkomen”, staat op het punt in al haar furie over de gehele aarde los te barsten. Wij moeten altijd wakker, waakzaam en gereed blijven. Jezus zei dan ook: „Toont ook gij u daarom gereed, want de Zoon des mensen [Christus Jezus] komt op een uur waarvan gij het niet hebt gedacht.” Jehovah’s uur om met Satans wereld af te rekenen, nadert met rasse schreden! — Matth. 24:3, 21, 22, 34, 42, 44.

2. Hoe kunnen wij het vermijden in de zonden van Babylon de Grote te delen? (Jer. 51:6)

2 Onszelf gereed tonen, houdt tevens in dat wij ons volledig van alle wereldse, valse religie moeten afscheiden en die afgescheidenheid moeten bewaren (Jak. 1:27). Ja, tot degenen die God en waarheid liefhebben, wordt duidelijk gezegd: „Gaat uit van haar [Babylon de Grote], mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen. Want haar zonden hebben zich helemaal tot aan de hemel opgehoopt, en God heeft zich haar ongerechtigheden herinnerd.” — Openb. 18:4, 5.

3. Welk verslag toont aan dat de valse religie niets minder dan de vernietiging verdient?

3 In de christenheid en in niet-christelijke landen heeft dat wereldrijk van valse religie een schokkend bericht opgebouwd. Ze heeft de ware en levende God, Jehovah, verworpen en wil zelfs zijn naam niet noemen. Ze heeft demonische valse leerstellingen onderwezen, zoals de inherente onsterfelijkheid van de ziel, en de pijniging van de doden in een hellevuur. Haar inquisities, haar oorlogen en haar onderdrukking hebben miljoenen mensen foltering en ellende gebracht. Bedenk eens dat de twee wereldoorlogen van deze eeuw, die 69 miljoen levens eisten, in de christenheid zijn begonnen tussen landen die beweren christelijk te zijn. Wat een bloedschuld rust er op de christenheid! Het bijgeloof, de waarzeggerij, het spiritisme en de tovenarij van de valse religie — ook die dingen zijn walgelijk in Jehovah’s ogen. — Deut. 18:9-13; Jes. 65:11, 12.

4. Welke positieve handelwijze wordt er van ware aanbidders verlangd?

4 Het is echter niet voldoende om alleen maar uit de valse religie weg te gaan. Het is noodzakelijk om in de ark van geestelijke bescherming te gaan waarin Jehovah thans voorziet. Dit is niet een stoffelijk bouwwerk, een tempel of een bepaalde plaats op aarde. De Zoon van God, Christus Jezus, zei in dit verband: „God is een Geest, en wie hem aanbidden, moeten hem met geest en waarheid aanbidden” (Joh. 4:24). Ware aanbidders van God scheiden zich dus niet alleen af van alle afgoderij en bijgelovige praktijken; zij zien er ook de noodzaak van in Gods Woord te bestuderen en in hun leven toe te passen, een christelijke persoonlijkheid aan te kweken en in hun dienst te worden ’bezield’ door met hart en ziel liefde voor God en hun naaste te tonen. — Mark. 12:28-31.

DE TERECHTSTELLING VAN GODS VIJANDEN

5. Hoe zal het oordeel aan de valse religie voltrokken worden? (Jer. 25:34, 36)

5 Ontstellend plotseling zal Jehovah het oordeel aan het wereldrijk van valse religie voltrekken! Openbaring 18:21 beschrijft het als volgt: „Een sterke engel hief een steen op gelijk een grote molensteen en slingerde hem in de zee, zeggende: ’Zo zal Babylon, de grote stad, met een snelle worp worden neergeslingerd, en ze zal nooit meer gevonden worden.’” Haar gerechtelijke straf zal snel en definitief zijn.

6. Waarom zullen de „tien horens” geen succes hebben in hun aanval op de volgelingen van het „Lam”? (Matth. 10:28)

6 Er komt echter nog meer! De tien „horens” van het wilde beest zullen zich vervolgens tegen de ware religie keren, en op die manier „strijden tegen het Lam”, Christus Jezus (Openb. 17:12-14). Neen, zij kunnen niet tegen Christus op zijn hemelse troon strijden, maar zij kunnen wel, dat denken zij althans, zijn ogenschijnlijk weerloze discipelen hier op aarde aanvallen. Zullen die politieke „horens” in hun aanval slagen? Neen! Want Jehovah’s loyale dienstknechten zullen pal staan onder deze laatste demonenaanval, zoals zij dat heden ten dage in veel landen in Afrika, de Oriënt en de communistische wereld ook doen.

7. Waarom kunnen de gebeurtenissen te Har–mágedon en daarna als „goed nieuws” worden beschreven? (Openb. 16:6, 7)

7 De politieke „koningen van de gehele bewoonde aarde” zullen zich dan in de wereldsituatie bevinden die Har–mágedon wordt genoemd en het is daar dat het Lam hen als „Heer der heren en Koning der koningen” zal overwinnen (Openb. 16:14, 16; 17:14). Ten slotte zal de zegevierende Christus Satan en zijn demonen in de afgrond van machteloosheid slingeren en zo de weg banen voor het begin van Zijn glorierijke duizendjarige regering tot zegen van de gehele mensheid. Wat een meeslepend „goed nieuws” is dit allemaal!

EEN PARADIJS VAN VREUGDE!

8. Welk paradijs van vreugde staat degenen die Jehovah liefhebben, reeds ter beschikking? (Jes. 35:10)

8 Dat gaat er open voor degenen die Jehovah liefhebben — niet pas na de grote strijd te Har–mágedon, maar nu! Want reeds in deze tijd van het einde is „de berg van het huis van Jehovah [de plaats van zijn ware aanbidding] stevig bevestigd . . . boven de top der bergen”, welke „bergen” daar zijn waar Babylon de Grote haar sektarische riten verricht. O, wat een geluk! Mensen uit de natiën stromen bij duizenden naar de Koninkrijkszalen en andere plaatsen om zich daar bij Jehovah’s volk aan te sluiten in de ware aanbidding. Het is zoals de profetie zegt: „Vele volken zullen stellig heengaan en zeggen: ’Komt, en laten wij opgaan naar de berg van Jehovah . . . en hij zal ons onderrichten omtrent zijn wegen, en wij zullen stellig zijn paden bewandelen.’” — Jes. 2:2, 3.

9. In hoeverre is het geestelijk paradijs thans hersteld?

9 Bij het getrouwe overblijfsel van gezalfde getuigen van Jehovah, die in het eerste deel van deze „tijd van het einde” de spits van het werk hebben afgebeten en de zwaarste vervolgingen hebben verduurd, heeft zich een onmiskenbaar „grote schare” gevoegd. Zij komen in grote drommen! Dit wordt gedemonstreerd doordat in 1976, bij de jaarlijkse viering van de Gedachtenis aan Jezus’ dood, ruim 4.870.000 personen in meer dan 39.600 gemeenten van Jehovah’s Getuigen over de aarde verspreid bijeenkwamen. Het geestelijke paradijs is werkelijk tot wereldomvattende proporties uitgegroeid! — Dan. 12:4; Openb. 7:9.

10. (a) Hoe zal het geestelijke paradijs als een ark dienen? (Jes. 26:20, 21) (b) Hoe zal de gehele aarde het geestelijke paradijs weerspiegelen? (Ps. 72:18, 19)

10 Dit geestelijke paradijs zal zijn als een ark van bescherming, welke haar kostbare lading passagiers door de „grote verdrukking” heen voert opdat zij op een aarde vrij van vervuiling kunnen wonen! Dan zullen er geen wrede heersers meer onderdrukken en vervolgen! Jehovah’s aanbidders zullen niet langer hoeven te strijden tegen Satan en zijn immorele wereld! De „grote schare” zal heilzaam, lonend, stimulerend werk te doen hebben ten einde de gehele aardbol in een letterlijk paradijs van lieflijkheid te veranderen — een verrukkelijke weerspiegeling van het geestelijke paradijs waarover Jesaja schreef: „De wildernis en de waterloze streek zullen zich uitbundig verheugen, en de woestijnvlakte zal blij zijn en bloeien als de saffraan. Ze zal zonder mankeren bloeien, en ze zal werkelijk blij zijn met blijdschap en met vreugdevol geroep. . . . Er zullen er zijn die de heerlijkheid van Jehovah, de pracht van onze God, zullen zien.” — Jes. 35:1, 2.

11. Welke verzekering verschaft de bijbel dat de doden niet vergeten zullen worden?

11 Ook de doden zullen niet vergeten worden! Hoeveel mensen op aarde kunnen zich voorouders van honderd jaar geleden herinneren of zelfs maar hun naam noemen? Heel weinig! God herinnert zich hen echter wel. Hij herinnert zich al onze voorouders, die gedurende zesduizend jaar van menselijke geschiedenis gezwoegd en geleden hebben (Joh. 5:28, 29; Mark. 12:26, 27). Op basis van Jezus’ liefdevolle slachtoffer zal Jehovah — de grote God van liefderijke goedheid — hun een opstanding geven, de kleinen en de groten. Zij zullen voor zijn troon staan en de gelegenheid hebben aan zijn verdere vereisten te voldoen om een gelukkig, overvloedig leven te beginnen dat altijd voortduurt (Openb. 20:12). Wat een geweldig goed nieuws is dit allemaal! Wat dienen wij onze luisterrijke God, de Auteur van dit goede nieuws, dankbaar te zijn!

„GOED NIEUWS” VOOR GEZINNEN

12. Welke liefdevolle raad bevat Kolossenzen hoofdstuk 3 onder andere voor gezinnen?

12 Wij doen er goed aan het „goede nieuws” in ons gezin te gehoorzamen. Het goede nieuws kan ons namelijk helpen met elkaar een gelukkig gezinsleven te leiden, nu en in de verdere toekomst. Wat een voortreffelijke beginselen verschaft het Boek van het Goede Nieuws, de bijbel, ons in dit opzicht! Indien u bijvoorbeeld alleen al het derde hoofdstuk van Kolossenzen leest, het hele hoofdstuk, zult u daar liefdevolle raad vinden die ten doel heeft alle gezinnen te helpen met succes het hoofd te bieden aan de stormen die in deze „tijd van het einde” over ons komen. Het is in deze kritieke tijden niet al te moeilijk om hier met elkaar als gezin in te slagen, en vooral niet wanneer ’u zich met liefde bekleedt, want dat is een volmaakte band van eenheid’. — Kol. 3:14.

13. Door welke schriftuurlijke voorbeelden wordt aangetoond hoe waardevol het is kleine kinderen van kindsbeen af leiding te geven?

13 En hoe staat het met onze kleintjes, onze kinderen? Wij houden van hen, en wij willen dat zij van ons houden. Welke voorbeelden zouden ouders daarom beter kunnen volgen dan de uitnemende voorbeelden van kinderopvoeding die wij in Gods Woord vinden en die bijdroegen tot het ontstaan van zulke vastberaden voorvechters van de waarheid als Samuël, David, Johannes de Doper, Timótheüs en, natuurlijk, onze Meester zelf, Jezus! Wij moeten onze kleintjes echter behoeden en hen van kindsbeen af leiden bij het ontwikkelen van een christelijke persoonlijkheid. Wij kunnen in deze onvolmaakte wereld niet verwachten dat volmaaktheid het resultaat zal zijn, maar wèl kunnen wij verwachten dat Jehovah onze pogingen zal zegenen, want zoals Psalm 127 (vers 3) vermeldt, zijn onze kinderen „een erfdeel van Jehovah”, en zij zullen een zegen zijn voor ouders die hen op Zijn manier opvoeden.

PAL STAAN VOOR HET KONINKRIJK

14. Welke levenswijze zal tot eeuwig geluk leiden?

14 Zijn wij niet gelukkig dat wij Jehovah en zijn Zoon hebben leren kennen? Deze kennis heeft ons op een levensweg gevoerd die tot eeuwig geluk leidt. Het is een actief, zinvol leven. Centraal daarin staat het tonen van innige liefde voor Jehovah en zelfopofferende liefde voor onze naaste, en vooral voor ons eigen gezin en onze broeders. Als wij overeenkomstig de waarheid leven, behoeven wij ons niet aan een lange lijst van verboden te houden. Er zijn inderdaad enkele „noodzakelijke dingen” waarvan wij ons moeten onthouden, dingen die ons geestelijk zouden schaden, zoals die welke in Handelingen 15:28, 29 worden genoemd: Afgoderij, bloed en hoererij. Onze christelijke levenswijze is echter een positieve beleving van de waarheid, een vreugdevolle, gelukkige manier van leven als opgedragen, gedoopte slaven van God. Het is een leven met een doel. Groot zal onze vreugde zijn, nu en later op de paradijsaarde, indien wij goed acht slaan op Paulus’ woorden: „Wat gij ook doet, verricht uw werk met geheel uw ziel als voor Jehovah en niet voor mensen, want gij weet dat gij van Jehovah . . . [de] rechtmatige beloning . . . zult ontvangen” (Kol. 3:23, 24). En het grote werk dat thans verricht moet worden, is ervoor te zorgen dat „dit goede nieuws van het koninkrijk” voordat het einde komt, op de gehele aarde tot een getuigenis wordt gepredikt! — Matth. 24:14.

15. Welke kenmerken van het „goede nieuws”, die nog in vervulling moeten gaan, dienen ons hart met lof te vervullen?

15 Wij zien ernaar uit dat Jehovah „nieuwe hemelen en een nieuwe aarde” zal scheppen, waarin „rechtvaardigheid [zal] wonen”. Wat zal het een glorierijke dag zijn wanneer alle 144.000 leden van Christus’ „bruid” door middel van een opstanding in de geest met hem in de hemel verenigd zijn en de nieuwe reine mensenmaatschappij ten volle op aarde functioneert! Juist de zekerheid van dit „goede nieuws” vult ons hart met lof voor de grote God die „alle dingen nieuw” maakt en die belooft ’elke traan weg te wissen’ en alles te verwijderen wat geschreeuw of pijn veroorzaakt. Ja, zelfs de vijand dood zal onder de glorierijke heerschappij van Christus’ koninkrijk verdwijnen. Laten wij, zoals wij nu pal staan voor dat koninkrijk en Jehovah’s soevereiniteit, ons uiterste best doen om ten slotte „onbevlekt en onbesmet en in vrede” bevonden te worden. — 2 Petr. 3:13, 14; Openb. 21:1-5; 1 Kor. 15:25, 26.

ER IS WERK TE DOEN!

16. Welk grootse werk moet nog voltooid worden? (Joh. 14:12)

16 Toen Jezus op aarde was, begon hij met iets wat zou uitgroeien totdat het de aarde zou vullen. Zelfs binnen dat geslacht werd al gesproken over „dat goede nieuws, . . . dat in heel de schepping die onder de hemel is, werd gepredikt” (Kol. 1:23). Jezus zelf voorzei echter een nog grootser getuigenis voor het „besluit van het samenstel van dingen”, want hij zei dat „eerst in alle natiën het goede nieuws [moest] worden gepredikt”. En wat dan? Wel, „dan zal het einde komen” (Mark. 13:10; Matth. 24:3, 14). Is dat predikingswerk nu voltooid? Neen! Want het einde is nog niet gekomen.

17. Waarom zullen Jehovah’s Getuigen tot aan de tijd van de „grote verdrukking” druk bezig zijn? (Jes. 6:8, 11)

17 Het einde komt niet louter omdat wij misschien denken dat de juiste datum is aangebroken, of omdat wij vinden dat ons gebied goed bewerkt is. Het komt wanneer Jehovah het gigantische werk van de Koninkrijksprediking heeft volbracht tot in de mate die hij wenst, en dan zal hij de „grote verdrukking” doen komen. Tot op die tijd is er werk te doen! En wij, als Jehovah’s Getuigen, hebben de opdracht ontvangen het te doen! Bij de komst van de „grote verdrukking” moet het predikingswerk als nooit tevoren voorwaarts blijken te gaan, moet er overal op aarde een ongeëvenaarde vaart achter blijken te zitten. De komst van de Heer Jezus om het oordeel te voltrekken, zal als een volkomen verrassing komen — zelfs voor Jehovah’s volk, want zij zullen zonder twijfel een tijd van ongekende activiteit doormaken!

18. Waarom is het noodzakelijk ’wakker te blijven’? (Luk. 21:34-36)

18 Jezus vertelt ons: „Blijft toezien, blijft wakker, want gij weet niet wanneer de bestemde tijd is. . . . Waakt” (Mark. 13:32-37). Wat zou er gebeurd zijn als Jehovah’s Getuigen het in 1914, in 1925, in 1975 of op welke andere datum ook, in afwachting van de „grote verdrukking”, kalmer aan waren gaan doen, als zij niet waakzaam waren gebleven en geen plannen meer voor de toekomst hadden gemaakt — zou dan het uitgestrekte geestelijke paradijs dat wij thans zien, het resultaat zijn geweest? Wat kunnen wij blij zijn dat Jehovah zijn volk heeft bezield ermee door te gaan goed nieuws op heel de aarde te laten weerklinken!

19. Wat wil het in onze tijd zeggen God met geest en waarheid te aanbidden? (Openb. 7:15)

19 Jehovah’s voortschrijdende theocratische maatschappij zal in vol bedrijf zijn, een voorwaarts gaande organisatie, helemaal tot aan en ook tijdens de „grote verdrukking”. Want de aanbidding van God met geest en waarheid is positief, enthousiast, bezield en progressief. Steeds meer delen van de aarde, in westerse landen, in de Oriënt en elders, ontvangen nu een grondig getuigenis, en wie weet hoe veel verder het „glorierijke goede nieuws” nog zal weerklinken voordat het einde komt! Het is zoals Paulus verklaarde, „wee” ons indien wij het goede nieuws niet bekendmaken, want dat is Gods wil en werk voor onze tijd! — 1 Kor. 9:16.

20. Hoe „volgt . . . het geloof op hetgeen wordt gehoord”? (Rom. 10:10)

20 Jezus zelf heeft het voorbeeld gegeven voor het laten weerklinken van het goede nieuws, en zijn gezalfde volgelingen zijn tot op deze dag in zijn voetstappen getreden. De apostel Paulus citeerde Jesaja 52:7 toen hij hierover sprak met de woorden: „Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die goed nieuws over goede dingen bekendmaken!” Nu wordt het gezalfde overblijfsel overal op aarde bij het laten weerklinken van dat goede nieuws ondersteund door „een grote schare”. Maar niet iedereen slaat acht op de boodschap. Paulus vertelt ons: „Toch hebben zij niet allen het goede nieuws gehoorzaamd. Want Jesaja zegt: ’Jehovah, wie heeft geloof gesteld in hetgeen door ons is gehoord?’ Zo volgt dus het geloof op hetgeen wordt gehoord. En hetgeen wordt gehoord, is op zijn beurt door middel van het Woord omtrent Christus. Niettemin vraag ik: Hebben zij het soms niet gehoord? Jazeker, in werkelijkheid ’is hun geluid over de gehele aarde uitgegaan, en hun uitspraken tot de uiteinden der bewoonde aarde’.” — Rom. 10:15-18; Jes. 53:1; Ps. 19:4.

21. Waaruit blijkt dat het „goede nieuws” onoverwinnelijk is? (Openb. 10:7)

21 De situatie komt thans overeen met die in Paulus’ tijd. Het „glorierijke goede nieuws van de gelukkige God”, over zijn Christus, weerklinkt tot de uiteinden der aarde. In sommige landen hebben hardvochtige heersers of de ingewortelde Babylonische religie als belemmeringen voor het licht der waarheid gediend. Het goede nieuws weerklinkt echter nog steeds, en op steeds meer plaatsen volgt „het geloof op hetgeen wordt gehoord”.

22. Wat dienen wij, in afwachting van de zegepraal van het „goede nieuws”, thans te doen?

22 Mogen onze voeten ’geschoeid blijven met de toerusting van het goede nieuws van vrede’ en mogen wij, net als Paulus, ermee voortgaan „grondig getuigenis af te leggen van het goede nieuws van de onverdiende goedheid van God” (Hand. 20:24; Ef. 6:15). Ja, mogen wij ons gedragen „op een wijze die het goede nieuws over de Christus waardig is”, en laten wij ’vaststaan in één geest, één van ziel zijde aan zijde strijdend voor het geloof van het goede nieuws, zonder ons in enig opzicht te laten verschrikken door onze tegenstanders’ (Fil. 1:27, 28). Het „goede nieuws” moet zegevieren! Mogen wij allen er heel druk mee bezig zijn ’het goede nieuws op heel de aarde te laten weerklinken’. Aldus zal er geen eind komen aan ons geluk en zullen wij ermee blijven voortgaan ook vele anderen heel erg gelukkig te maken!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen