Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w77 15/2 blz. 104-109
  • ’Glorierijk goed nieuws van de gelukkige God’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ’Glorierijk goed nieuws van de gelukkige God’
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HET BOEK VAN „GOED NIEUWS” EN DE AUTEUR ERVAN
  • DE WONDEREN VAN GODS SCHEPPING
  • WAT HET „GOEDE NIEUWS” ALLEMAAL INHOUDT
  • WAAROM WIJ GOD EN CHRISTUS MOETEN DANKEN
  • Goed nieuws
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Goed nieuws voor de gehele mensheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Goed nieuws
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Goed nieuws!
    Zing met vreugde voor Jehovah
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
w77 15/2 blz. 104-109

’Glorierijk goed nieuws van de gelukkige God’

„Ook moet eerst in alle natiën het goede nieuws worden gepredikt.” — Mark. 13:10.

1. Wat voorzegt de bijbel voor deze tijd met betrekking tot (a) slecht nieuws, (b) goed nieuws?

IS HET niet zo dat wij allemaal goed nieuws toejuichen? Maar waar is in deze tijd goed nieuws te vinden? Zeker niet in de nieuwsmedia van de wereld! Er hangen donkere wolken boven de mensheid, en voor de meeste mensen is het onmogelijk daarachter de zon te zien schijnen. De werkgelegenheid is onzeker geworden. Het voedsel is duurder. Misdaad en geweld nemen voortdurend toe. De moraal heeft een ongekend dieptepunt bereikt. De herbewapening van de wereld „loopt volkomen uit de hand”.a Wij zien precies wat de bijbel voor deze tijd heeft voorzegd: „Radeloze angst der natiën . . . terwijl de mensen mat worden van vrees en verwachting omtrent de dingen die over de bewoonde aarde komen.” Is er voor deze tijd echter alleen slecht nieuws? Neen, want hetzelfde schriftgedeelte zegt vervolgens tot christenen: „Richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog.” Waarom dan wel? „Omdat uw bevrijding nabijkomt.” — Luk. 21:25-28.

2. Wat is het meest voortreffelijke goede nieuws? (Luk. 2:10)

2 Dat is dus goed nieuws. Wanneer wij het nader beschouwen, blijkt het het meest voortreffelijke goede nieuws te zijn. Het is goed nieuws dat u gelukkig kan maken.

3. Hoe wordt het „goede nieuws” afwisselend beschreven in de Griekse Geschriften?

3 De uitdrukking „goed nieuws” komt ruim 120 maal in de christelijke Griekse Geschriften voor. De evangelieschrijvers Matthéüs en Lukas spreken over „het goede nieuws van het koninkrijk”. Markus’ evangelie verkondigt „het goede nieuws over Jezus Christus”. De apostel Paulus verwijst naar „het glorierijke goede nieuws van de gelukkige God”. En de apostel Petrus beschrijft het „goede nieuws” als dat „wat Jehovah zegt”, wat „blijft in eeuwigheid”. — Matth. 4:23; Luk. 8:1; Mark. 1:1; 1 Tim. 1:11; 1 Petr. 1:25.

4. Hoe legt de Schrift de nadruk op de duurzaamheid van het „goede nieuws”?

4 De duurzaamheid van het „goede nieuws” wordt ook beklemtoond in de Openbaring aan de apostel Johannes, waar wij lezen over „eeuwig goed nieuws”, dat een engel „als blijde tijdingen” bekend maakt „aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie en stam en taal en elk volk”. Deze engel doet op alle mensen het beroep: „Vreest God en geeft hem heerlijkheid”, ja, „aanbidt . . . Hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.” Dit omdat, zoals Johannes schrijft, „het uur van het oordeel door hem is gekomen”. — Openb. 14:6, 7.

5. Waarom is het mensheid in het algemeen in gebreke gebleven het „goede nieuws” te aanvaarden, en met welk gevolg?

5 Op dit hoogtepunt der eeuwen schijnt „het glorierijke goede nieuws” in al zijn luister. Beschouwt de mensheid in het algemeen het echter als goed nieuws? Paulus vertelt ons in 2 Korinthiërs 4:3, 4: „Het goede nieuws . . . is . . . gesluierd onder hen die vergaan, onder wie de god van dit samenstel van dingen de geest van de ongelovigen heeft verblind opdat het verlichtende licht van het glorierijke goede nieuws over de Christus, die het beeld van God is, niet zou doorschijnen.” Het goede nieuws velt een oordeel over Satans samenstel van dingen. Degenen die dit samenstel ondersteunen, zullen omkomen omdat zij „het goede nieuws omtrent onze Heer Jezus niet gehoorzamen”. — 2 Thess. 1:8.

6. Welke zegeningen staan degenen te wachten die acht slaan op het „goede nieuws”? (Ps. 37:11, 29)

6 Degenen die acht slaan op het goede nieuws zullen echter zegeningen ontvangen die het bevattingsvermogen van de sterfelijke mens nu te boven gaan, zo geweldig zullen ze zijn! Uit waardering voor het goede nieuws riep Paulus uit: „O de diepte van Gods rijkdom en wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!” — Rom. 11:28, 33.

HET BOEK VAN „GOED NIEUWS” EN DE AUTEUR ERVAN

7. Waarom kan de bijbel als het luisterrijkste literaire werk aller tijden worden beschreven?

7 Waar is het goede nieuws thans te vinden? Slechts in Gods Woord, de bijbel — beslist een uniek boek vol grenzeloze wijsheid. Wat een luisterrijk panorama ontsluit de bijbel voor ons, een panorama dat zich uitstrekt vanaf het begin van de schepping, door de gehele geschiedenis van de mensheid heen, tot in de huidige kritieke tijden, en nog verder, want het bestrijkt ook het schitterende millennium van Christus’ glorierijke regering! En toch is dit boek met goed nieuws opgetekend door heel gewone mensen zoals wij — toegewijde mannen die door Jehovah waren uitgekozen en door zijn geest in staat werden gesteld zijn boodschap op te schrijven. Jehovah heeft ervoor gezorgd dat het voor ons bewaard bleef, in weerwil van alle pogingen om het te verderven of te vernietigen. Het „goede nieuws” is door de eeuwen heen tot ons gekomen in de vorm van zesenzestig „boekjes”, uiteenlopend van lengte en inhoud, maar elk zijn onontbeerlijke deel bijdragend tot het luisterrijkste literaire werk dat ooit op dit aardoppervlak is verschenen — de bijbel! — Ps. 19:7-11.

8. (a) Wat verheerlijkt het boek met „goed nieuws” bovenal? (b) Hoe zondert Gods naam hem af van alle ander goden?

8 Dit boek met „goed nieuws” verheerlijkt bovenal de naam en soevereiniteit van de ware en levende God, Jehovah (Openb. 4:11). Op schitterende wijze wordt hij erin afgeschilderd als de eeuwige, gelukkige God — „Jehovah, Jehovah, een God barmhartig en goedgunstig, langzaam tot toorn en overvloedig in liefderijke goedheid en waarheid, die liefderijke goedheid bewaart voor duizenden, die dwaling en overtreding en zonde vergeeft”! (Ex. 34:6, 7) Wij kunnen vertrouwen stellen in deze Soevereine Heer van het universum. Jehovah is een meedogende, vaderlijke God, zo verschillend van de onverklaarbare Drieëenheid van de christenheid en van de miljoenen vooroudergoden en levenloze afgoden die in de niet-christelijke religies worden aanbeden. Hij is God de Almachtige, de Allerhoogste over heel de aarde, en zijn luisterrijke naam Jehovah vertegenwoordigt zijn voornemen om degenen die hem liefhebben, van deze satanische wereld te bevrijden. — Ps. 83:17, 18; Ezech. 38:23.

DE WONDEREN VAN GODS SCHEPPING

9. Welk schitterende eigenschappen spreidde Jehovah ten toon toen hij de aarde schiep? (Jer. 10:10-12)

9 Het is adembenemend te beschouwen hoe Jehovah zijn wijsheid, vooruitziendheid en liefde aanwendt (Ps. 40:5). Toen hij ons „ruimteschip” de Aarde bouwde, het een plaats in het heelal gaf en het toebereidde als het eeuwige tehuis voor de mens, heeft hij zelfs de kleinste details niet over het hoofd gezien. De huizenontwerpers van deze twintigste eeuw zouden veel kunnen leren van de vooruitziende blik waarvan Jehovah blijk gaf toen hij deze aarde bouwde en van het nodige voorzag. Hij gaf ons aardse tehuis een fundament dat nooit zal wankelen en een prachtig, met sterren bezaaid plafond dat in alle komende eeuwen zijn glorie zal verkondigen. Het is zoals Spreuken 3:19 vermeldt: „Jehovah zelf heeft in wijsheid de aarde gegrond. Hij heeft de hemel stevig bevestigd met onderscheidingsvermogen.”

10, 11. (a) Welke voorzieningen had Jehovah voor de mens getroffen lang voordat hij hem schiep? (b) Hoe is de aarde vervuld geraakt met slecht nieuws? (Deut. 32:5)

10 Met het oog op het toekomstige geluk van zijn schepping de mens, sierde Jehovah dit aardse huis met een verrukkelijke reeks kleuren. Hij zorgde voor een tapijt van lieflijke groene velden en wouden die niet alleen een rustgevende schoonheid bieden maar ook energie van de zon absorberen en opslaan. Zo heeft ons aardse huis zijn eigen ingebouwde energievoorziening. Jehovah heeft het zo geregeld dat alles wat leeft uit deze voorraad energie kan putten. Door de verschillende soorten granen, vruchten, groenten en andere voedingsmiddelen te verschaffen, zorgde hij ervoor dat de provisiekast van de aarde reeds lang voordat hij de mens schiep, goed gevuld was. Die provisiekast zal altijd vol blijven, want Jehovah verklaarde later: „Al de dagen dat de aarde blijft, zullen zaaiing en oogst . . . nimmer ophouden.” — Gen. 8:22; Ps. 104:14, 15, 24.

11 Jehovah verschafte eveneens kostbare metalen en edelstenen, waardevolle mineralen en radioactieve elementen, alsook de schatten aan steenkool en olie. Pas de afgelopen jaren is de mens gaan beseffen hoe wonderbaarlijk zijn aardse tehuis ten tijde van de schepping was toegerust. Als de mens al die voorzieningen maar had gebruikt ten bate van de mensheid en tot heerlijkheid van God, zou elke nieuwe ontdekking een bron van goed nieuws zijn geworden. (Vergelijk Deuteronomium 8:6-9.) In plaats daarvan hebben hebzuchtige mensen nagelaten de Ontwerper en Maker van de aarde te danken. Zij zijn tekeergegaan als vandalen door Jehovah’s glorierijke schepping te misbruiken en uit te buiten. Zij hebben de aarde verontreinigd, haar bodemschatten geruïneerd en een arsenaal van kernwapens opgebouwd waardoor de mens op de rand van de zelfvernietiging is komen te staan. Zij hebben de aarde met slecht nieuws gevuld! Maar zo zal het niet altijd blijven.

12. Waarom kan er gezegd worden dat de mens op „een vrees inboezemende wijze” is gemaakt?

12 De kroon van al Jehovah’s aardse scheppingen is de mens zelf. Kijk maar eens hoe hij is gebouwd! Wat een prachtige schepping moet de oorspronkelijke volmaakte mens zijn geweest, gemaakt naar Gods geestelijke „beeld” en met een fysiek lichaam van een ontwerp en vakmanschap dat verre superieur is aan welke machine maar ook die de mens ooit uitgedacht of geconstrueerd heeft! (Gen. 1:27) Werkelijk, wij moeten wel tot Jehovah zeggen: „O Jehovah, . . . Ik zal u prijzen omdat ik op een vrees inboezemende wijze wonderbaar ben gemaakt. Uw werken zijn wonderbaar, zoals mijn ziel zeer wel weet” (Ps. 139:1, 14). En sta hier eens bij stil: het menselijk wezen dat u bent, heeft zich helemaal ontwikkeld uit een eicel zo klein als een speldepunt. Dat was al de ruimte die de Grote Ontwerper, Jehovah God, nodig had om de oorspronkelijke blauwdruk neer te schrijven waarnaar u in al uw lichaamsdelen bent geconstrueerd. Maakt dat niet dat u zich erg klein voelt? — Pred. 11:5.

WAT HET „GOEDE NIEUWS” ALLEMAAL INHOUDT

13. (a) Hoe komt het dat ons lichaam niet meer naar behoren functioneert? (b) Welk krachtige vertrouwen kunnen wij met betrekking tot ons aardse tehuis hebben? (Ps. 145:17-20)

13 Het was werkelijk een ramp dat de eerste man en vrouw verkozen tegen Jehovah’s soevereiniteit in opstand te komen en tot zonde te vervallen. Door overgeërfde zonde functioneert ons zo wonderbaarlijk ontworpen lichaam niet meer naar behoren en te zijner tijd sterven we allemaal (Rom. 5:12). Veel mensen hebben hun onvolmaaktheden nog verergerd door hun lichaam te misbruiken en hun geest te verontreinigen. Zij weerspiegelen bij lange na niet ’Gods beeld’. De mensenmaatschappij is zelfzuchtig en corrupt geworden. Maar wij die nu leven en God liefhebben, kunnen ernaar streven zijn persoonlijkheid te weerspiegelen. En wij kunnen het vaste vertrouwen hebben dat hij alles zal rechtzetten in ons aardse tehuis, door de vandalen die het hebben geruïneerd eruit te gooien en het dusdanig te vernieuwen dat het ten slotte zal stralen als een prachtig paradijs, tot verrukking van de hele mensheid en tot Gods heerlijkheid. Dat houdt het „goede nieuws” allemaal in. — Openb. 11:18; Ps. 37:37, 38.

14. Welk „goede nieuws” is er bekendgemaakt met betrekking tot een „zaad”?

14 De verkondiging van dit zeer bijzondere „goede nieuws” begon toen de zonde in de wereld was gekomen. Het was toen, in Eden, dat Jehovah zijn voornemen bekend maakte een „zaad” te verschaffen, een Messías en Verlosser, om de „oorspronkelijke slang”, Satan, te verpletteren en een eind te maken aan al zijn werken van goddeloosheid (Gen. 3:15; Openb. 12:9-12). Abel, Henoch en Noach oefenden geloof in dat goede nieuws, maar alhoewel God de goddeloze wereld in de Vloed vernietigde, moest het beloofde „zaad” nog komen. Vervolgens werden de beloften gegeven aan Abraham en aan zijn zaad. — Gen. 22:15-18.

15. Hoe werd het „zaad” geïdentificeerd? (Luk. 24:25-27)

15 Wie zou dit „zaad” blijken te zijn? In letterlijk honderden profetieën voorzeiden door God geïnspireerde schrijvers in minutieuze details de manier waarop de Messías zou komen, zijn bediening, zijn lijden en dood en zijn opstanding tot Gods rechterhand. Dezelfde God die van zo’n geweldige vooruitziendheid blijk had gegeven bij het toebereiden en bevoorraden van ons aardse tehuis, voorzei aldus ook lang van tevoren wie hij zou gebruiken om de aarde tot haar uiteindelijke staat van paradijsachtige schoonheid te brengen!

16. Wanneer en hoe is het „zaad” verschenen?

16 Na een wachttijd van zo’n vierduizend jaar verscheen de voornaamste van het „zaad” der belofte, namelijk Jezus Christus (Gal. 3:16). Bij de aankondiging van Jezus’ menselijke geboorte zei Jehovah’s engel tot nederige herders: „Ik maak u goed nieuws bekend omtrent een grote vreugde, die heel het volk ten deel zal vallen, want heden is u in de stad van David een Redder geboren, die Christus de Heer is” (Luk. 2:10, 11). Op dertigjarige leeftijd werd Jezus gedoopt en door Gods geest gezalfd, en in de synagoge van zijn woonplaats Nazareth kondigde hij aan wat het doel was van zijn komst naar de aarde door de woorden van de profeet Jesaja te lezen: „Jehovah’s geest is op mij, omdat hij mij heeft gezalfd om de armen goed nieuws bekend te maken, hij heeft mij uitgezonden om de gevangenen vrijlating te prediken en de blinden herstel van gezicht, om de verbrijzelden in vrijheid heen te zenden, om Jehovah’s jaar van aanvaarding te prediken.” Na te zijn gaan zitten, zei Jezus vervolgens tot zijn stadsgenoten: „Heden is deze schriftuurplaats, die gij zojuist hebt gehoord, vervuld” (Luk. 4:18-21). Waren zij echter verheugd over het goede nieuws? Neen. In plaats daarvan trachtten zij Jezus te doden.

17. Welke schitterende hoop verschaft het „goede nieuws”, zoals door Jezus werd bekendgemaakt?

17 Te zijner tijd begon Jezus „een rondreis door alle steden en dorpen, terwijl hij in hun synagogen onderwees en het goede nieuws van het koninkrijk predikte en elke soort van kwaal en elk soort van gebrek genas” (Matth. 9:35). Jezus vertelde dus over een Koninkrijksheerschappij die de mensheid grote zegeningen zou brengen, en hij gaf te kennen hoe veelomvattend en wonderbaarlijk die toekomstige zegeningen zouden zijn door mensen van hun kwalen en zwakheden te genezen (Luk. 7:22). Ja, het „goede nieuws” verschafte een schitterende hoop op bevrijding van zonde en dood, van de goddeloze heerschappij die door Satan en door mensen wordt uitgeoefend, en van dienstbaarheid aan valse religie.

WAAROM WIJ GOD EN CHRISTUS MOETEN DANKEN

18. Waaruit blijkt dat God en Christus zich werkelijk om de mensheid bekommeren?

18 Dit „goede nieuws” onthult hoeveel God werkelijk om zijn menselijke schepping op aarde geeft: „Want God heeft de wereld zozeer liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die geloof oefent in hem, niet vernietigd zou worden, maar eeuwig leven zou hebben” (Joh. 3:16). Wat dienen wij Jehovah dankbaar te zijn voor deze liefdevolle voorziening! En hoezeer dienen wij de Zoon, Jezus Christus, te danken, die over zichzelf zei: „Iemand kan geen grotere liefde hebben dan dat hij afstand doet van zijn ziel ten behoeve van zijn vrienden”! (Joh. 15:13) Deze zelfopofferende liefde werd de feitelijke basis voor „goed nieuws”.

19. (a) Wat is er door Jezus’ dood tot stand gebracht? (b) Waarom had Jezus er geen belangstelling voor zelf een menselijk gezin te stichten?

19 Het was ten behoeve van het „goede nieuws” dat Jezus zich aan de wreedste aller doden onderwierp. En wat werd door zijn dood tot stand gebracht? Door met onwrikbare loyaliteit de soevereiniteit van zijn Vader tot de dood toe hoog te houden, toonde Jezus dat hij ten volle in aanmerking kwam voor de verheven positie van Regeerder in het koninkrijk des hemels. En door zondeloos te blijven tot de dood, behield Jezus zijn recht op volmaakt menselijk leven, dat hij nu kon gebruiken als „contante betaling” voor het terugkopen van alles wat Adam voor de mensheid had verloren (Hebr. 5:8, 9; Rom. 5:19). Jezus had kunnen trouwen en zelf een volmaakt menselijk gezin kunnen stichten. Dat interesseerde hem echter niet. Hij interesseerde zich voor ons, Adams hulpeloze gezin, en voor het doen van Zijn Vaders wil door ons vrij te kopen van zonde en dood. Hoe passend was het dat „God hem ook tot een superieure positie [heeft] verhoogd en hem goedgunstig de naam [heeft] gegeven die boven elke andere naam is”. — Fil. 2:9-11.

20. (a) Wat kan Jezus in zijn huidige dienstpositie tot stand brengen? (b) Welke hoop schenkt het „goede nieuws” aan de ’zuchtende schepping’?

20 Volgens de kracht van zijn eigen „onvernietigbaar leven” dient Jezus nu als „priester in eeuwigheid” in de hemel, zodat hij in staat is voor altijd de gevolgen van overgeërfde zonde weg te nemen. Dit heeft hij reeds gedaan ten behoeve van zijn „kleine kudde” van gezalfde volgelingen — eerst gekozen uit de joden en daarna ook uit de heidense natiën — zodat zij in een „nieuw” verbond zijn gebracht, met het vooruitzicht door middel van een opstanding als geestelijke schepselen met hem in zijn hemelse koninkrijk te regeren. Dit is het goede nieuws dat de apostel Paulus en andere discipelen in de eerste eeuw zo krachtig verkondigden (Rom. 1:15, 16; Hebr. 7:16, 21; 8:7-13). Het „goede nieuws” vertelt echter ook over de hoop op eeuwig leven dat ten deel zal vallen aan de „grote schare” overlevenden van Har–mágedon en een nog grotere schare gestorven mensen die een opstanding tot leven zullen ontvangen in het herstelde paradijs. Dit is beslist geweldig „goed nieuws” voor de ’zuchtende schepping’. — Rom. 8:20-22.

21. (a) Wie hebben speciaal van Satan te lijden gehad? (Openb. 6:9) (b) Waarom is nu de juiste tijd aangebroken dat Gods Koninkrijksheerschappij over de gehele aarde hersteld zal worden? (Openb. 11:17, 18)

21 Ja, de mensheid heeft in de loop der eeuwen geleden, en dit kan vooral gezegd worden van loyale dienstknechten van God, die door Satan en zijn religieuze werktuigen vervolgd en zelfs gedood zijn. Hun rechtschapenheid zal echter beloond worden (Openb. 2:10). Zij hebben met Jezus een aandeel gehad aan het beantwoorden van Satans uitdaging dat God geen mensen op aarde zou kunnen plaatsen die onder elke soort van beproeving loyaal aan God zouden blijven. Gedurende zesduizend jaar menselijke geschiedenis hebben Gods trouwe dienstknechten bewezen dat niets hen van hun liefde en toewijding aan hem kan afbrengen. Deze trouwe aanbidders van Jehovah beseffen dat menselijke heerschappij de mensheid geen eenheid en geluk kan schenken. Alleen Gods rechtvaardige soevereiniteit kan dat. En nu de heerschappij door mensen een volkomen mislukking is gebleken, is de tijd nabij dat Jehovah zijn loyale dienstknechten zal bevrijden, zijn soevereiniteit zal rechtvaardigen en zijn Koninkrijksheerschappij over heel de aarde zal herstellen.

[Voetnoten]

a New York Times, 1 maart 1976.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen