„Een grote deur” gaat open in Portugal
OP 25 april 1974 werd voor Jehovah’s Getuigen in Portugal plotseling „een grote deur die tot activiteit leidt” geopend. Als gevolg van een geheel onverwachte militaire revolutie werd een achtenveertigjarig dictatorschap eensklaps omvergeworpen. Er werd vrijheid van aanbidding uitgeroepen, alsook het herstel van alle andere burgerlijke vrijheden. Wat een welkome verandering voor deze getrouwe christenen! Jaren achtereen was hun werk verboden geweest en waren zij als een minderheidsreligie vervolgd. Sinds de ommekeer zijn er in Portugal grootse dingen voor hen gebeurd.
Aangedreven door liefde voor God en de naaste hebben Jehovah’s Getuigen in Portugal de gelegenheid aangegrepen om dit „goede nieuws van het koninkrijk” ijveriger dan ooit tevoren te prediken. In de zeer korte tijd die is verlopen, hebben zij dan ook veel mensen gevonden die hebben ingezien hoe nutteloos het is te geloven dat welk menselijke stelsel maar ook de problemen van de mensheid kan oplossen. Deze rechtgeaarde personen hebben ingezien dat er ondanks de langdurige experimenten die de geschiedenis te zien heeft gegeven op het gebied van zovele ’ismen’, zoals feodalisme, fascisme, communisme, socialisme en imperialisme, nog altijd fundamentele moeilijkheden blijven bestaan. Het stemt hen gelukkig het enige antwoord op de problemen van de mensheid gevonden te hebben. „Waar?” zult u zich misschien afvragen. In het oudste historische document dat bestaat, de bijbel. ’s Mensen enige hoop is een regering door God, ja, Gods koninkrijk.
Beschouwt u, om te begrijpen wat er in Portugal gebeurt, eens het volgende: In de periode van twintig jaar tussen 1950 en 1969 groeide het aantal actieve getuigen van Jehovah van 58 tot een hoogtepunt van 6037. Maar in slechts twintig maanden vanaf april 1974 werden ruim 6270 personen als Jehovah’s christelijke getuigen gedoopt! Gemiddeld zijn er elke dag meer dan tien nieuwe discipelen gemaakt! Voor velen heeft dit betekend dat zij grote veranderingen in hun leven moesten aanbrengen. Nu zijn zij meer dan ’traditionele’ gelovigen in God. Zij bezitten een levend geloof dat hen tot handelen aanspoort. Vreugdevol aanbidden zij God „met geest en waarheid”. — Joh. 4:24.
BIJKANTOOR GEOPEND
Op 14 februari 1975 werd er een belangrijke voorwaartse stap gedaan ten einde het werk te reorganiseren. Op deze datum werd er een contract getekend om de schitterende woon- en werkgelegenheid te huren die als het hoofdbureau van het Genootschap van Jehovah’s Getuigen in dat land dienst zou doen. Dit moderne, mooi ontworpen gebouw bevindt zich in Estoril, een stad dicht bij Lissabon. Het bezit twintig kamers en is ideaal geschikt om toezicht te houden op de expansie van het werk van de Getuigen in Portugal.
In een periode van nog geen twee maanden werden er vier grote containers met bijbelse lectuur van in totaal ongeveer zestig ton uit de drukkerij van het Wachttorengenootschap in Brooklyn, New York, ontvangen. Bovendien had het Genootschap in Portugal gedurende 1975 in totaal 333.700 boeken op commerciële basis gedrukt. Er bestaat zo’n grote behoefte aan bijbelse lectuur dat het niet ongewoon is wanneer gemeenteopzieners met hun eigen vrachtauto naar Estoril komen om 500 of zelfs 1000 boeken op te halen!
De opening van dit Bethelhuis („Bethel” betekent „Huis van God”) heeft in velerlei opzichten zegeningen tot gevolg gehad. Het bevindt zich op een terrein dat een prachtig grasveld heeft alsook een groentetuin aan de achterzijde van het huis, en nu wil het geval dat een Getuige wier man als tuinarchitect bij de gemeentelijke plantsoenendienst werkzaam is, met een nabijgelegen gemeente verbonden is. Haar echtgenoot is een vriendelijke man die het prettig vindt met Jehovah’s Getuigen om te gaan. Toen de verbodsbepalingen van kracht waren, vond hij het zelfs goed dat zijn huis voor het houden van vergaderingen werd gebruikt, hoewel hij er destijds geen belangstelling voor had de bijbel zelf te bestuderen. Aangezien de tuinen van Bethel de hand van een meester behoefden, werd aan deze man gevraagd of hij hulp wilde bieden. Hij deed dit met alle liefde en besteedde er in het voorjaar van 1975 verscheidene dagen aan om er te werken. Zijn omgang met de Bethelfamilie maakte een diepe indruk op zijn geest en hart. Toen één lid van de familie aanbood de bijbel met hem te bestuderen, had hij hier eerst geen zin in, maar ten slotte stemde hij er toch in toe. Hij had alleen maar ’een stootje’ nodig, want daarna maakte hij snelle vorderingen, zodat hij begin december 1975 gedoopt kon worden.
Deze tuinarchitect was er zelfs vóór zijn doop echter reeds druk mee bezig geweest een ander soort van „zaad” te zaaien. Aangezien hij een welbespraakt man is, had hij reeds de belangstelling van een gemeentelijke fiscal (inspecteur) voor Gods koninkrijk opgewekt. Deze voedselinspecteur nam snel de betekenis van de boodschap in zich op, weigerde voortaan aan oneerlijke praktijken deel te nemen en begon de bijbelstudievergaderingen bij te wonen. De fiscal sprak met een buurman, die ook de wekelijkse bijbelstudie in zijn huis alsmede de gemeentevergaderingen begon bij te wonen. Als gevolg hiervan waren er op de dag dat de tuinarchitect werd gedoopt, vier geïnteresseerde personen met wie hij studeert aanwezig. Wat een schitterende manier om te tonen hoe het spreken van de waarheid een actieve discipel van Jezus Christus had voortgebracht! Hoewel de tuinarchitect het nog steeds prettig vindt te planten en voor tuinen te zorgen, schenkt het hem nog meer geluk om het „woord van het koninkrijk” als vrucht te kweken door het aan anderen bekend te maken. — Matth. 13:18-23.
KONINKRIJKSZALEN VERRIJZEN ALS PADDESTOELEN UIT DE GROND
Op 9 januari 1975 werd aan de gemeenten meegedeeld dat zij Koninkrijkszalen konden openen. De Getuigen waren verrukt over deze ’open deur’! Sindsdien zijn in totaal tweeënzeventig prachtige zalen gehuurd, opgeknapt en met een officieel programma ingewijd. Nog eens veertig zalen worden op het ogenblik voor een inwijding gereedgemaakt. De huren in grote steden zijn hoog, met het gevolg dat drie of vier gemeenten dezelfde zaal gebruiken om de onkosten te kunnen dragen. Om aan voldoende gelden te komen voor het verkrijgen van schone en waardige Koninkrijkszalen hebben sommige Getuigen van Jehovah persoonlijke bezittingen, zoals radio’s, taperecorders, gouden ringen, armbanden en broches, verkocht. Kinderen hebben hun spaarvarken naar de gemeente gebracht en al hun spaargeld afgegeven! In één gemeente hebben de vrouwen al hun sieraden als een schenking bijeengebracht.
In Funchal, Madeira, deed zich een ongewone ervaring voor. De enige plaats die zich voor een Koninkrijkszaal leende, was een pakhuis, dat heel erg verbouwd moest worden. De eigenaar stemde in de veranderingen toe en leden van de plaatselijke gemeenten gingen aan de slag. Toen op een zekere vrijdagmiddag een vrachtwagen vol met timmerhout werd uitgeladen, zei de Getuige die de leiding over de bouwwerkzaamheden had, tegen de eigenaar, die toevallig aanwezig was, dat zij dat weekend het plafond zouden maken. De eigenaar kon zijn oren niet geloven. In de gedachte verkerend dat dit een onmogelijke taak was, werd hij er door nieuwsgierigheid toe bewogen het pand op maandagmorgen te bezichtigen. Tot zijn verbazing zag hij een schitterend houten plafond. Hij merkte op: „Zelfs als ik een aannemer zou betalen om dit werk voor elkaar te krijgen, zou het op zijn minst een aantal weken in beslag hebben genomen, en jullie hebben het in één enkel weekend voor elkaar gekregen!” Dit incident, plus de geest van broederlijke liefde die zo duidelijk onder de drie gemeenten die aan de zaal werkten, kenbaar was, maakte een grote indruk op de eigenaar. Vlak voor de inwijdingsvergadering van de Koninkrijkszaal verraste hij de plaatselijke Getuigen door hun te zeggen dat zij de zaal de eerste elf maanden gratis mochten gebruiken. Hij gaf ook een grote geldelijke bijdrage en zond verfrissingen voor de werkers.
DE EERSTE GROTE VERGADERINGEN
De wettelijke erkenning betekende ook dat er nu in Portugal jaarlijkse districtsvergaderingen gehouden konden worden. Dit was een geheel nieuwe ervaring. Wat een uitdaging! Alles moest van de grond af worden opgebouwd, aangezien er niet eerder een congresorganisatie of -uitrusting was geweest, nog niet eens een luidspreker of een kan voor de cafetaria. Gedurende januari 1975 werden er tijdens een speciale bijeenkomst met alle reizende opzieners plannen uiteengezet voor de in de zomer te houden districtsvergaderingen.
Toen de congrestijd aanbrak, bleek iedereen bijzonder goed op zijn taak berekend te zijn. De afdelingen functioneerden prima en dienden hun doel om de Getuigen te helpen een vierdaags programma bij te wonen dat veel deugdelijke raad bevatte over de wijze waarop christenen de uitdagingen van deze veelbewogen tijd onder de ogen kunnen zien en moeilijkheden kunnen overwinnen. Gedurende juli en augustus 1975 bezochten in totaal 34.529 personen de openbare vergadering op de drie districtsvergaderingen in Portugal, plus 410 personen op de Azoren en 629 personen in Funchal, Madeira.
Zulke belangrijke gebeurtenissen gaan niet ongemerkt voorbij. In het te Porto verschijnende dagblad Jornal de Notícias van 2 augustus 1975 werd over het congres in die stad verklaard: „De atmosfeer is vredig en hartelijk, kenmerkend voor Jehovah’s Getuigen. Na de katholieken is dit de grootste religieuze groepering in ons land die reeds meer dan 16.000 leden telt.”
Het blad O Comércio do Pôrto van 4 augustus 1975 merkte over de Koninkrijksliederen op: „De liederen, met woorden en muziek die beide door leden van Jehovah’s Getuigen zijn geschreven en gecomponeerd, zijn op de bijbel gebaseerd en spreken over de vreugde van het wachten op Jehovah, het geluk van de zachtaardigen en geduldigen, die door Jehovah worden gezegend, en de komst van een Koninkrijk dat reeds is begonnen te regeren.
De liederen zijn erg mooi en vormen ongetwijfeld een onderdeel van het deelnemen aan en doorgeven van waarheden uit de Heilige Schrift.”
In een Lissabons nieuwsblad, Tempo, stond een prachtig verslag over de Lissabonse congressen die gedurende twee opeenvolgende weken in hetzelfde voetbalstadion werden gehouden. Dit blad wijdde een geregeld verschijnend, uit acht bladzijden bestaand supplement geheel aan Jehovah’s Getuigen, waardoor er een publiciteit van in totaal 1100 centimeter kolomruimte aan hun congres werd gegeven. In de uitgave van 7 augustus 1975 van Tempo werd over het eerste Lissabonse congres verklaard: „Onze verslaggevers kwamen het meest onder de indruk van het feit dat er geen politieagenten waren. Een groep van 1100 vrijwilligers zorgde voor de gehele congresorganisatie: zij regelden het verkeer, hielden toezicht op de parkeerplaatsen, hielden het stadion schoon, verleenden eerste hulp, zorgden voor het vervoer, verkochten verfrissingen en sandwiches aan 6 stalletjes die rondom het stadion waren geplaatst en bereidden ongeveer 6000 maaltijden per uur, die in een kantine in de gymnastiekzaal werden uitgereikt.”
Er bestond geen twijfel over. De „Goddelijke Soevereiniteit”-districtsvergaderingen waren in alle opzichten een geweldig succes.
UITBREIDING IN GEHEEL PORTUGAL
Van oktober tot december 1975 werd er een speciale veldtocht georganiseerd om het „goede nieuws” in steden, dorpen en landgebieden te prediken die de boodschap van Gods koninkrijk nog niet eerder hadden gehoord. Achtenvijftig speciale volle-tijdwerkers werden in autogroepen ingedeeld om elke weg te bewerken en elk huis te bezoeken. De resultaten?
In de eerste maand van de veldtocht verspreidde één groep van vier Getuigen in totaal 2241 bijbels en boeken. Voor groepen geïnteresseerde personen werden openbare lezingen uitgesproken. In één gehuchtje bood een oprecht en gastvrij katholiek gezin de groep gratis huisvesting aan. Als de Getuigen ’s avonds terugkeerden, had de vriendelijke dame steeds een maaltijd voor hen klaarstaan. Zij toonde veel belangstelling voor het bijbelse onderwijzingswerk dat deze „pioniers” verrichtten en elke avond waren haar eerste woorden: „Hoe is het vandaag gegaan? Hebben de mensen goed geluisterd?” Deze hartelijke dame was ook belast met de zorg voor de sacristie, aangezien zij de belangrijkste ondersteunster van de parochiepriester was. Zijn bezoeken waren echter erg schaars geworden. Het was een aangename verrassing voor de groep toen deze dame drieëntwintig mensen uit dat gehuchtje had bijeengebracht om in haar eigen huis naar een bijbelse toespraak te luisteren.
DE BIJBEL IN EEN EIGEN VERTALING!
Gedurende alle jaren dat de verbodsbepaling van kracht was, hadden gemeenten er moeite mee voldoende exemplaren van de bijbel te bemachtigen. Winkels die bijbels verkochten, weigerden zelfs ze in grote hoeveelheden aan Jehovah’s Getuigen te verkopen. Wat vormde het een bron van vreugde toen er in 1975 60.000 exemplaren van de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift uit New York aankwamen om in de maanden november en december van dat jaar tijdens de eerste bijbelveldtocht van huis tot huis gebruikt te worden. Nu de Getuigen de mensen de bijbel in het Portugees konden aanbieden, vervulde dit hen met grote ijver. Een nieuwe van-huis-tot-huiswerker in Braga, een bijzonder religieuze stad in het noorden, verspreidde in de eerste week van de veldtocht enthousiast vijfentwintig bijbels.
Een kleine gemeente in landelijk gebied, bestaande uit ongeveer twintig Getuigen, verspreidde gedurende de eerste maand van de veldtocht ongeveer 104 bijbels — een gemiddelde van ruim vijf per persoon.
SCHITTERENDE VOORUITZICHTEN IN HET VERSCHIET
Hoewel er thans alleen al in Lissabon en omgeving ruim honderd gemeenten van Jehovah’s Getuigen zijn en in de stad Lissabon een gemiddelde van één Getuige op elke 176 inwoners is, worden er nog steeds veel mensen gevonden die „hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid”. — Matth. 5:6.
Er zijn nu meer dan 18.000 actieve getuigen van Jehovah in Portugal. Uit de berichten blijkt dat nog eens duizenden personen zich tijdens hun vergaderingen in Koninkrijkszalen in het gehele land bij hen aansluiten. Wanneer u dan in aanmerking neemt dat in april 1976 45.221 personen ter gelegenheid van de Gedachtenisviering ter herdenking aan Christus’ dood bijeenkwamen, is het onmiddellijk duidelijk waarom Jehovah’s Getuigen in Portugal blij zijn dat voor hen „een grote deur die tot activiteit leidt” is geopend. Zij zijn vreugdevol en ijverig door die deur heengegaan en hebben hun dienstvoorrechten als een grote zegen aanvaard (1 Kor. 16:9). Zij laten hun handen niet verslappen. Zij hebben in de afgelopen maanden zoveel zegeningen genoten dat zij zich als David voelen, toen hij over zijn zegeningen zei: „Ze zijn te talrijk geworden om ze te kunnen verhalen.” — Ps. 40:5.
[Illustratie op blz. 757]
Bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Estoril, Portugal