Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 1/12 blz. 731-733
  • Goed nieuws bereikt „de verst verwijderde streek der aarde”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Goed nieuws bereikt „de verst verwijderde streek der aarde”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • DE BIJBEL NAAR VELEN GEBRACHT DIE HEM NOG NOOIT GELEZEN HADDEN
  • AFGELEGEN GEÏSOLEERDE PLAATSEN BEREIKT
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 1/12 blz. 731-733

Goed nieuws bereikt „de verst verwijderde streek der aarde”

VLAK voordat Jezus naar de hemel opsteeg, zei hij tot zijn discipelen dat zij getuigen van hem zouden zijn „tot de verst verwijderde streek der aarde”. — Hand. 1:8.

Jezus bedoelde natuurlijk dat het goede nieuws van het Koninkrijk overal gepredikt zou worden, zelfs in landen die het verst van Jeruzalem verwijderd waren. Dit wordt thans gedaan. Maar in sommige streken moeten er nog grotere belemmeringen dan afstand overwonnen worden om het goede nieuws tot mensen te brengen. Hiertoe behoren bergen, oerwouden en plaatsen die alleen toegankelijk zijn door gevaren van slangen, insekten, bandieten en zelfs van de elementen te trotseren.

Een van deze landen is Honduras. Deze grootste van de Middenamerikaanse republieken (111.687 vierkante kilometer) ligt op de 15de breedtegraad ten noorden van de equator. Het wordt ten westen begrensd door Guatemala en El Salvador en ten zuiden door Nicaragua. Columbus „ontdekte” het land in 1502 en gaf het de naam Honduras, hetgeen „diepten” betekent, klaarblijkelijk vanwege diepe wateren uit de kust. Het grootste deel van zijn kustland ligt aan de Caraïbische Zee, met een smalle strook aan de Grote Oceaan. De kustvlakten zijn tropisch en het binnenland is zeer bergachtig.

De bossen van Honduras zijn rijk aan mahoniebomen, terwijl op de kustvlakten grote bananenplantages voorkomen. In dit prachtige land wonen drie miljoen mensen, van wie bijna 70 percent in meer dan 10.000 kleine dorpen en in geïsoleerde woonplaatsen.

Sinds de zestiende eeuw heeft de rooms-katholieke religie de overhand in Honduras. Sindsdien zijn er enkele protestantse sekten opgekomen. De bevolking van Honduras heeft derhalve geleerd dat er een Christus, een hemel en een hel bestaat en dat zij tot de „heiligen” dienen te bidden. Zij bezitten echter heel weinig kennis van de bijbel, en duizenden kunnen niet lezen. Toen de eerste zendelingen van Jehovah’s Getuigen daar in 1946 kwamen, stonden zij dus voor een kolossale taak. De mensen het goede nieuws van Gods Messiaanse koninkrijk te brengen, betekende dat de zendelingen tot hen zouden moeten spreken in hun eigen taal.

Deze eerste zendelingen landden in de hoofdstad Tegucigalpa en namen de uitdaging aan. Het vereiste volharding en het opgeven van vele gerieven.

De zendelingen begonnen met onder de mensen in de meer bevolkte plaatsen, met name in Tegucigalpa, te werken. Zij vonden veel mensen die verlangend waren het goede nieuws van het koninkrijk te horen. Maar het werkelijke probleem was de honderdduizenden te bereiken die in afgelegen plaatsen woonden.

DE BIJBEL NAAR VELEN GEBRACHT DIE HEM NOG NOOIT GELEZEN HADDEN

Een van de eerste noodzaken was bijbels in de handen van de mensen te krijgen. In 1967 werd de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift in het Spaans verkrijgbaar gesteld tegen een prijs die gemakkelijk binnen het bereik van de bevolking lag. In dat jaar werden meer dan 3000 van deze bijbels in de handen van de mensen gelegd.

De kracht van het Woord van God naarmate de mensen dit gingen begrijpen, blijkt uit het feit dat tegen 1968 duizend personen de bekendmaking van het goede nieuws hadden opgenomen! Nu hadden de zendelingen hulp, zodat zij hun aandacht konden richten op het bereiken van de meer dan twee miljoen mensen in geïsoleerde plaatsen, die de waarheidsboodschap nog niet gehoord hadden. Eén belemmering was dat er zoveel nieuwe en onervaren, hoewel ijverige, verkondigers waren. Dezen moesten opgeleid worden. Er werd dus een intensief huisbijbelstudieprogramma ingesteld. Het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt, dat in dat jaar geïntroduceerd werd, stelde degenen die studeerden in staat de voornaamste bijbelse beginselen en leerstellingen sneller en beter onder de knie te krijgen.

Op de congressen van Jehovah’s Getuigen die overal ter wereld werden gehouden, werd gedurende een aantal jaren een oproep gedaan voor personen die wilden dienen „waar de behoefte groter is”. Degenen wier omstandigheden dit toelieten, werden uitgenodigd naar het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in die landen om inlichtingen te schrijven in verband met woongelegenheid, levensomstandigheden, werkgelegenheid, enzovoort. ’Wat zal de reactie zijn?’ vroegen de zendelingen van Honduras zich af.

Er kwam een reactie, in het bijzonder in 1968. Van juni tot september van dat jaar schreven 450 personen uit vierentwintig landen naar Honduras. In de volgende twee jaar hadden meer dan zestig gezinnen Honduras als hun nieuwe tehuis gekozen. Momenteel zijn er honderd mensen uit andere landen die in Honduras het goede nieuws bekendmaken. Drieëntwintig van hen zijn in het volle-tijdpredikingswerk. De mensen die dit werk, dat erin bestaat de bevolking van Honduras omtrent God en zijn Woord te onderwijzen, aldus vrijwillig op zich genomen hebben, moesten werkelijk het verlangen hebben God te dienen en moesten over veel liefde en geduld beschikken, want deze stap betekende dat zij een nieuwe taal moesten leren en hun kinderen in een nieuwe levenswijze moesten grootbrengen.

AFGELEGEN GEÏSOLEERDE PLAATSEN BEREIKT

De werkelijke stoot om de verbreiding van de boodschap tot afgelegen gebieden uit te breiden, begon in 1971. Overal in het land waren tegen deze tijd op strategische plaatsen gemeenten opgericht. Hieraan werden uitgestrektere gebieden toegewezen. Rivieren en bergen werden als grenzen gebruikt. Daarna, in 1972, ontvingen de gemeenten op een serie kleine „kringvergaderingen” in uitgekozen delen van het land, landkaarten en werden er nog nooit eerder bezochte gebieden toegewezen. De gemeenten organiseerden het zo dat er op de weekeinden auto’s en zelfs bussen vol met Getuigen uittrokken om ieder huis, hoe geïsoleerd ook, te bezoeken.

De werkers werden uitstekend en hartelijk door de mensen ontvangen. Sommigen stelden muildieren en paarden ter beschikking om de Getuigen naar moeilijk te bereiken plaatsen te vervoeren. Anderen wilden grond, materialen en arbeid geven om in hun gemeenschappen Koninkrijkszalen te bouwen, zodat zij voor bijbelstudie konden bijeenkomen. Vaak openden alle mensen in een dorp hun huis en smeekten zij de Getuigen bij hen te blijven en hen te onderwijzen. Tot de eersten die de waarheid aanvaardden, behoorden, ondanks tegenstand van de geestelijkheid, verscheidene katholieke en protestantse lekevoorgangers.

Er was van de zijde van degenen die deelnamen aan het opsporen van met schapen te vergelijken personen in deze maagdelijke gebieden, volharding nodig. Sommigen besteedden dagen aan het beklimmen van bergen, waarbij zij uitgestrekte gebieden verkenden op zoek naar huizen. Zij sliepen waar de duisternis hen aantrof. Hoewel er van elke vorm van transport gebruik werd gemaakt, werd er voornamelijk gewoon gelopen. En afstanden, rivieren, bergen, stortregens en insekten vormden niet de enige problemen. Analfabetisme was een grote belemmering. Maar door het geduld van de Getuigen en dank zij het brandende verlangen van de mensen om de bijbel te begrijpen, leerden velen lezen en schrijven. Ook was er het morele probleem. Velen leefden ongehuwd samen. De oprechte zoekers naar waarheid zagen echter in dat het noodzakelijk was een goed geweten te hebben en rein te zijn ten einde Jehovah, de God van de bijbel, op aanvaardbare wijze te aanbidden, en dezen lieten hun huwelijk wettelijk registreren.

De snelle reactie van deze mensen wordt geïllustreerd door het geval van een lekeprediker van de Pinkstergemeente. Toen hij in de stad op bezoek was, kocht hij het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Bij een andere gelegenheid toonde een van Jehovah’s Getuigen hem hoe met behulp van dit boek bijbelstudies worden geleid. Bij terugkeer in zijn geïsoleerde dorp begon deze man van huis tot huis te prediken en leidde al gauw verscheidene bijbelstudies. Toen later een groep Jehovah’s Getuigen het dorp bezocht om er te prediken, waren zij heel verrast verwelkomd te worden met de begroeting: „Wij studeren al met Jehovah’s Getuigen en hebben u verwacht.” Anderen zeiden: „Jehovah’s Getuigen hebben ons ervan overtuigd dat uw religie de ware is.” Toen zij de bron van al dit prediken en onderwijzen opspoorden, vonden zij de vroegere lekepredikant van de Pinkstergemeente, die een vast standpunt voor de bijbelse waarheid had ingenomen en dientengevolge gestopt was met zijn vroegere gewoonte om zwaar te drinken en een volkomen scheiding had bewerkstelligd van de vrouw met wie hij immoreel had samengeleefd. In dit dorp bezochten 320 personen een openbare lezing.

Is de belangstelling van deze mensen om over God te horen louter een oppervlakkige en voorbijgaande emotie? Het antwoord blijkt duidelijk uit de diepe liefde die zij voor elkaar tonen. Toen de orkaan Fifi in september 1974 de Caraïbische kust trof, kwamen zij hun mede-Getuigen en geïnteresseerden, familieleden en anderen die zij gedurende deze tragische periode konden helpen, snel te hulp. Een gezin van drieëntwintig personen verloor in de ramp hun beide woningen, de garage en de werkplaats. Slechts twee van hen waren Getuigen van Jehovah. Niettemin namen de Getuigen in de gemeenschap hen allen onder hun hoede. Vijf maanden lang huisvestten, voedden en zorgden zij voor dit beroofde gezin, verkregen nieuw land en bouwden nieuwe huizen voor hen. Negentien andere leden van het gezin, die dit bewijs van christelijke liefde zagen, zijn sindsdien de bijbel gaan bestuderen.

Jezus’ woorden dat het goede nieuws op de gehele bewoonde aarde gepredikt zou worden, gaan dus in vervulling en het werk in Honduras vindt in snel tempo voortgang. Het bijkantoor van Honduras verzorgt ook nog verscheidene Caraïbische eilanden. Onder de bevolking daar bevindt zich een Engels-sprekende groep, een groep van Afrikaanse afkomst die het Morenodialect spreekt, een aantal Arabisch- en Chinees-sprekende mensen en de Sambo-indianenstam, die in een oerwoudgebied woont.

Er moet nog veel gedaan worden. Maar momenteel zijn er meer dan drieduizend actieve bekendmakers van Gods koninkrijk in Honduras. Bijna vijftig gemeenten hebben een eigen Koninkrijkszaal waarin zij samenkomen, en er zijn goede vooruitzichten voor verdere expansie in elk opzicht. De basis voor dit vooruitzicht is het feit dat op 27 maart 1975 de viering van de Gedachtenis van Christus’ dood door 12.092 personen werd bijgewoond. Dit is driemaal zoveel als het aantal actieve Getuigen in het land.

Degenen die verantwoordelijk zijn voor het werk daar, hebben stellig reden om op te merken dat Honduras adembenemend mooi is, maar zijn ware schoonheid is gelegen in zijn voortreffelijke bevolking, van wie er duizenden ijverig reageren op het goede nieuws omtrent de Koninkrijksregering van Jezus Christus, die Honduras, ja, de gehele aarde, weldra tot een paradijs zal maken. — Openb. 21:3, 4.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen