Wat wordt er met de spreuk bedoeld?
Bemoei u met uw eigen zaken
De door Gods geest geïnspireerde schrijver van het bijbelboek Spreuken zei: „Als wie een hond bij de oren grijpt, is elke voorbijganger die verbolgen wordt bij de ruzie die niet de zijne is.” — Spr. 26:17.
Wanneer iemand ziet dat personen ruzie maken of onenigheid hebben, kan het zijn dat hij in staat is de vrede te herstellen, vooral als hij daartoe gemachtigd is en indien de twistende personen bereid zijn te luisteren en zij voor rede vatbaar zijn (Gal. 6:1; 2 Tim. 2:24-26). De spreuk spreekt echter over iemand die betrokken raakt bij een geschil dat niet het zijne is. Misschien trachtte hij in aanvang te bemiddelen, maar hij raakt emotioneel opgewonden en gaat partij trekken. Hij is als een man die een vreemde hond bij de oren heeft gegrepen. Als hij loslaat, zal de hond hem aanvliegen en hem letsel toebrengen. Wanneer hij hem blijft vasthouden, heeft hij zijn beide handen vol en kan geen kant meer uit. Op dezelfde wijze zal de persoon die zich met de ruzie van anderen inlaat en zich dan uit die situatie tracht terug te trekken, waarschijnlijk van beide partijen moeilijkheden kunnen verwachten. Indien hij zich ermee blijft bemoeien, kan hij niet voor zijn eigen verantwoordelijkheden, waartoe hij wel gerechtigd is, zorgen, en bovendien maakt hij het meningsverschil alleen maar erger. Datgene waarmee hij zich eigenlijk moet bezighouden — zijn eigen zaken — moet hij verwaarlozen. Hij zal reden hebben het te betreuren dat hij zich met andermans zaken heeft ingelaten. — 1 Petr. 4:15.
Vermijd moeilijkheden door een eenvoudig leven te leiden
Een andere spreuk zegt: „De losprijs voor de ziel van een man is zijn rijkdom, maar wie over weinig middelen beschikt, heeft geen bestraffing gehoord [is immuun voor bedreigingen, New English Bible].” — Spr. 13:8.
Rijk zijn heeft bepaalde voordelen, maar het bezitten van rijkdommen is geen ’onverdeeld genoegen’. In het bijzonder in woelige tijden, zoals de wereld die momenteel doormaakt, lopen rijke mensen en hooggeplaatste politici en hun gezinnen dikwijls gevaar ontvoerd te worden en voor een losprijs te worden vastgehouden. Als iemand die rijk is, geluk heeft, kan hij zijn eigen leven of dat van familieleden loskopen. Vaak wordt de ontvoerde echter vermoord. Een dergelijke bedreiging hangt rijke mensen altijd boven het hoofd.
Aan de andere kant is de man die weinig bezit, en wellicht niet de vele gemakken en materiële dingen heeft waarin de rijke zich verheugt, minder gauw het doelwit van ontvoerders en politieke terroristen. Dit geldt in nog grotere mate voor een christen, wiens behoeften eenvoudig zijn en die zijn tijd en kracht niet aan het bijeenbrengen van rijkdom of het verwerven van roem of macht besteedt. Hij raakt niet verwikkeld in pogingen politieke invloed uit te oefenen en raakt ook niet betrokken bij de commerciële plannen van de wereld, die tegenwoordig van partijgeest en strijd doortrokken zijn. — 2 Tim. 2:4.