Speurtocht naar waarheid altijd beloond
IN DEZE wereld lijkt het leven soms op een tredmolen, waarin niemand een zinnig doel schijnt te bereiken. Zoekers naar waarheid stellen dan ook de vraag: Wat is het doel van het leven? Waar loopt het allemaal op uit? Bestaat er niet een gelukkiger manier om ons leven door te brengen — een manier waarbij een doel betrokken is?
Jezus Christus zei: „Blijft zoeken, en gij zult vinden” (Matth. 7:7). En de apostel Petrus zei: „Ik bemerk zeer zeker dat God niet partijdig is, maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid werkt, aanvaardbaar voor hem.” — Hand. 10:34, 35.
Het maakt geen verschil waar men woont. Mensen die thans zoeken, vinden de waarheid en krijgen een geheel andere kijk op de toekomst. Nergens is dit duidelijker dan in het grote land Brazilië, in Zuid-Amerika, waar mensen in een land van ongeveer 7.800.000 vierkante kilometer in bijna alle omstandigheden leven — in grote moderne steden, in hete gebieden en in gebieden met een meer gematigd klimaat, in afgelegen dorpen in de dichte rimboe van het Amazonegebied, in de bergen en zelfs in leprakolonies. Overal worden zij met het goede nieuws van de bijbel bereikt.
Op dit ogenblik zijn van Brazilië’s bevolking van 107 miljoen personen waarschijnlijk niet meer dan 20 percent niet op een of andere wijze bereikt of op zijn minst in de gelegenheid gesteld het goede nieuws van Gods koninkrijk en zijn komende rechtvaardige regering over de aarde te horen.
DORPEN IN HET STROOMGEBIED VAN DE AMAZONE BEZOEKEN
Het stroomgebied van de Amazone is over uitgestrekte afstanden schaars bevolkt, maar in sommige van zelfs de meest afgelegen dorpen bevinden zich gemeenten of vertegenwoordigers van Jehovah’s Getuigen. Ondanks het ontbreken van wegen, het gevaar van wilde dieren en slangen en het ongemak van tropische regenbuien, doen de Getuigen veel moeite om voor hun bijbelvergaderingen bijeen te komen, aangezien velen van hen op aanzienlijke afstanden leven van de dorpen waar de vergaderingen worden gehouden.
Kleine boten en kano’s vormen in de dichte rimboe van het Amazonegebied de enige middelen van vervoer. Deze mensen tonen werkelijke waardering voor de bijbelse waarheid die zij leren kennen. Wanneer dit maar mogelijk is, gaan zij op stap om maagdelijke gebieden te bezoeken. Bij één gelegenheid voeren twee boten vol met deze christelijke mannen en vrouwen uit om de dorpen en geïsoleerde huizen langs de rivieroevers te bezoeken. Aangezien daar geen elektriciteit is, leenden zij een draagbare generator om een bijbellezing te houden waarbij dia’s werden vertoond. Zij deden het dorp Botafogo en verscheidene andere nederzettingen in de buurt van het Castanhomeer aan en spraken tot een publiek van in totaal 719 personen. In Jaiteua, waar vier getuigen van Jehovah wonen, waarschuwde de voorganger van de Vergadering-van-God-Kerk zijn kudde de lezing niet bij te wonen. Toch kwamen drieënzeventig mensen luisteren, met inbegrip van zijn eigen dochter!
VOORMALIGE VODOUBEOEFENAARS DIENEN GOD
Boa Vista, in de noordelijke staat Roraima, ongeveer drie graden ten noorden van de equator, bevindt zich aan een lange zijrivier van de Amazone. Daar bezocht een van de Getuigen een man en zijn vrouw die vierendertig jaar lang vodou hadden beoefend, en trof regelingen voor een bijbelstudie. Dit echtpaar zag in dat God alle vodou- en andere spiritistische praktijken veroordeelt en hield onmiddellijk met hun vodouriten op (Deut. 18:10-12; Jes. 8:19). Toen lazen zij Handelingen 19:18, 19, waar met betrekking tot degenen tot wie de apostel Paulus in de Aziatische stad Éfeze predikte, wordt gezegd: „Velen van hen die gelovigen waren geworden, kwamen openlijk hun praktijken belijden en berichten. Ja, vrij velen van hen die magische kunsten hadden beoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van iedereen.” Onmiddellijk zochten deze oprechte man en zijn vrouw al hun vodouvoorwerpen bijeen en deden dit eveneens.
Dit had precies hetzelfde resultaat als in het Éfeze uit de oudheid, waarover het verslag vervolgens zegt: „Aldus bleef het woord van Jehovah op machtige wijze groeien en de overhand nemen.” Ja, de gemeente in Boa Vista nam binnen de volgende zes maanden met eenentwintig actieve bekendmakers van het goede nieuws toe. — Hand. 19:20.
JONGE MENSEN ZOEKEN EN VINDEN DE WAARHEID
Evenals in andere delen van de aarde zijn kinderen in Brazilië, vooral in de meer bevolkte gebieden, vaak erg ongedurig en verward, terwijl velen opstandige neigingen vertonen. Zij zoeken iets dat hun hoop en een voldoening schenkend doel in het leven geeft. Het is voor het onderwijzende personeel derhalve verfrissend en een opluchting om kinderen aan te treffen die hen met respect bejegenen en die willen leren. Deze kinderen slagen er vaak in andere teleurgestelde jongeren te helpen de waarheid te vinden, waardoor dezen een motief ontvangen om hun leven produktief te maken.
In Rio de Janeiro vroeg een onderwijzeres aan een van Jehovah’s Getuigen, een moeder van twee kinderen van zes en zeven jaar, of zij haar thuis wilde bezoeken. Ongeveer twee uur lang sprak de onderwijzeres met de moeder over het voortreffelijke gedrag van haar kinderen en over de opvoeding die de kinderen thuis ontvingen. De onderwijzeres merkte op: „Er valt niets op hun gedrag aan te merken. Zij doen nooit mee aan ongeregeldheden en ook zijn zij nooit lelijk tegen hun schoolkameraadjes. Zij liegen niet en zij nemen niet deel aan feesten die tegen hun geweten indruisen.”
Aan het eind van dat schooljaar verdeelde de onderwijzeres haar leerlingen in groepen. Elk groepje moest een religie bespreken. Eén groepje nam een priester mee om de vragen te beantwoorden die de onderwijzeres had opgesteld. De onderwijzeres stelde vragen die te maken hadden met het christelijke standpunt ten aanzien van bepaalde kwesties. Deze vragen waren opgekomen door haar gesprek met de moeder van de twee kinderen. De priester, die geen duidelijke antwoorden kon geven, voelde zich erg in het nauw gedreven, zodat de klas hem honend bespotte. Geërgerd vroeg hij om aandacht en zei: „Jullie zijn allemaal brutaal, behalve die twee kinderen, die zich als goede katholieken netjes gedragen en een priester met juiste achting bejegenen!” De onderwijzeres antwoordde: „Die kinderen gedragen zich niet netjes omdat zij katholieken maar omdat zij Jehovah’s Getuigen zijn.” De klas applaudisseerde en zei: „Wij willen Jehovah’s Getuigen worden.” Dit voorval verschafte een gelegenheid waardoor er later met veel van de kinderen bijbelse gesprekken gevoerd konden worden.
In de stad Curitiba, ongeveer 445 kilometer van Argentinië verwijderd, gaf een Portugese lerares haar klas een toewijzing om zich voor te bereiden op een spreekbeurt over een onderwerp van hun keuze. Een van de leerlingen was een getuige van Jehovah. Hij koos als onderwerp „De oorsprong van de mens”. De lerares stond de leerlingen toe iemand mee te nemen die zij konden interviewen, en daarom nam de jonge Getuige een volwassen lid van de gemeente mee. De toegestane tijd was vijftig minuten, maar het gesprek was zo boeiend dat er twee van zulke periodes werden gebruikt. Toen de bel ging voor de pauze, bleven alle leerlingen in hun banken zitten om vragen te stellen. Zij wilden weten waar de Getuigen hun antwoorden vandaan hadden. Er werd uitgelegd dat de bijbel de antwoorden had en dat een boek dat zij bezaten getiteld „Is de mens ontstaan door evolutie of door schepping?”, naar de bijbelse antwoorden verwees en bovendien logische en wetenschappelijke argumenten verschafte. Er werd nòg een periode voor een bespreking van dit onderwerp gebruikt, en aan het eind namen drieënveertig van de zesenveertig leerlingen het feit aan dat God de mens heeft geschapen, waarna zij veel bijbels en boeken van de Getuigen namen. De jonge Getuige vertelt: „Er werden verscheidene bijbelstudies opgericht en op zijn minst een van de aanwezige leerlingen, die voordien niet in schepping geloofde, is hier nu wel van overtuigd, want hij is een van Jehovah’s Getuigen geworden.”
Een leerling aan een technische school in Itajubá, in de staat Minas Gerais, wilde graag meer weten over de symbolismen in het bijbelboek Openbaring (Apokalyps). Niemand kon hem overtuigende antwoorden geven, en hij bleef God bidden of er iemand zou mogen komen om hem te helpen de symbolismen te begrijpen. Toen hij tijdens zijn vakantie thuis was, kwamen er Getuigen van Jehovah bij hem aan de deur. Zij legden hem enkele dingen uit en hielpen hem in te zien hoe belangrijk het is meer over de gehele bijbel te weten. Hij studeerde met de Getuigen, waarbij gebruik gemaakt werd van het bijbelse studiehulpmiddel De waarheid die tot eeuwig leven leidt, en geeft nu getuigenis aan anderen.
DE WAARHEID BEREIKT DE GEVANGENIS
De waarheid van het goede nieuws is ook beschikbaar voor degenen wier vroegere leven slecht geweest is. De apostel Petrus schreef aan christenen: „Het is voldoende dat gij in de voorbijgegane tijd de wil van de natiën hebt volbracht, toen gij u overgaaft aan daden van losbandig gedrag, wellusten, overdaad van wijn, brasserijen, drinkpartijen en onwettige afgoderijen” (1 Petr. 4:3). God helpt mensen die hun vroegere slechte handelwijze de rug toekeren en onder leiding van de bijbel de goede weg gaan bewandelen.
Deze waarheid wordt goed gedemonstreerd in de staatsgevangenis in de stad São Jerônimo, Rio Grande do Sul, bij de zuidoostkust. De gevangenisdirecteur vroeg aan een van Jehovah’s Getuigen om een wekelijkse bijbellezing te houden tot geselecteerde groepjes van vierentwintig tot dertig gevangenen. Enige tijd later maakte de directeur een opmerking over de opmerkelijke verandering die hij bij drie van de gevangenen had waargenomen. Een van hen, die de leider van oproeren en georganiseerde ontsnappingen was geweest, verkreeg nadat hij de bijbel met de Getuigen was gaan studeren, het volledige vertrouwen van de directeur. Om die reden vroeg het gevangenisbestuur of er indien mogelijk meer dan eens per week een lezing gehouden kon worden.
TEGENSTAND LEIDT TOT VERBREIDING VAN HET GOEDE NIEUWS
De apostel Paulus zei tegen christenen die met hevige tegenstand hadden te kampen, dat de kennis van God die zij verbreidden, voor tegenstanders als een ’geur des doods’ was maar door degenen die de waarheid zochten die tot redding leidt, als een ’welriekende geur des levens’ werd beschouwd. — 2 Kor. 2:14-16.
Toen een van Jehovah’s Getuigen, een volle-tijdprediker, naar Mandaguaçu, Paraná, verhuisde, woonde er slechts één gezin van Jehovah’s Getuigen in de stad. De toegenomen bekendmaking van het goede nieuws maakte de plaatselijke priester woedend. Gedurende de Mis op zondag toonde hij de tijdschriften van de Getuigen vanaf de kansel en waarschuwde zijn parochianen dat zij niet naar de mensen die van huis tot huis predikten, moesten luisteren. Als gevolg hiervan vroegen veel mensen aan de Getuigen : „Waarom heeft de priester dit gedaan? Wat staat er in de tijdschriften?”
Eén zo’n gezin, dat in de omgeving zeer invloedrijk was, wilde dit werkelijk graag weten. De gezinsleden aanvaardden een bijbelstudie met de Getuigen. Toen zij kort daarna de vergaderingen van de Getuigen begonnen bij te wonen, vatten anderen moed en wilden een studie hebben. De man nodigde enkele vrienden uit om de vergaderingen bij te wonen. Een van hen, een streng katholieke man, ging na de dialezing „Een blik van nabij op de kerken” rechtstreeks naar de priester toe. „Moet u luisteren”, zei hij, „ik wil niet dat u mij wat op de mouw spelt. Ik wil de waarheid van u horen. Is God een drieëenheid? Is Jezus aan een kruis gestorven?” De priester antwoordde: „Wilt u werkelijk de waarheid weten? Ga dan met Jehovah’s Getuigen studeren. Zij zullen u de waarheid tonen.” Als gevolg van de belangstelling die in dit stadje voor de bijbel is opgewekt, is de gemeente aldaar van vier tot zestien actieve bekendmakers van de waarheid gegroeid.
IN EEN LEPRAKOLONIE PREDIKEN
Toen Jezus Christus op aarde rondwandelde, genas hij allerlei ziekten, met inbegrip van de gevreesde melaatsheid (Matth. 11:5). Die wonderen waren slechts een voorproefje van wat hij gedurende zijn naderende duizendjarige regering zal doen. — Openb. 21:3, 4.
Deze zekere hoop heeft het hart van velen bereikt die in de leprakolonies van het land wonen, zoals in de Colônia Padre Damião, in de staat Minas Gerais. De inrichting, die in een door heuvels omringd landelijk gebied is gelegen, ziet er als een gewoon dorp uit. Bij de ingang bevinden zich het sanatorium en andere behandelingsgebouwen. De kolonie wordt bewoond door ongeveer 800 mensen, van wie velen een gewoon gezinsleven hebben. Hoewel zij er voornamelijk voor behandeling zijn, verrichten de meesten van hen bepaalde werkzaamheden in de kolonie. Sommigen verzorgen een stukje land, anderen maken bakstenen en sommigen werken in de plaatselijke bakkerij of in het ziekenhuis. Alleen wanneer de ziekte een zeer vergevorderd stadium heeft bereikt, vallen de patiënten op door hun vervormde gezicht en handen.
De plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen bestaat uit een groep van tweeënveertig opgewekte leden die geregeld met de anderen in de kolonie over de bijbel spreken. Een overeenkomstig aantal geïnteresseerde personen bezoekt eveneens de vergaderingen in hun Koninkrijkszaal. Hoezeer waarderen zij de kennis dat er binnenkort geen ziekte meer zal zijn! (Jes. 33:24; 25:8) Er zijn nog veel meer belangstellenden, want op één bijbellezing waren 387 personen aanwezig.
Wanneer sommigen horen dat zij lepra hebben, vervallen zij in een toestand van mistroostige wanhoop. Het goede nieuws van de bijbel heeft sommigen uit deze terneergeslagen toestand opgeheven. Een van de patiënten, een vrouw, stond op het punt zelfmoord te plegen toen een van Jehovah’s Getuigen haar bezocht en haar uit de bijbel de schitterende hoop voor de nabije toekomst aantoonde. Het woord schoot wortel in haar hart, en nu vertelt zij anderen hoe zij geestelijk gezond kunnen worden. Ook was er de man die de bijnaam „de schrik van de kolonie” droeg. Aangezien hij geen hoop bezat, waren zijn dagen gevuld met gevechten, ruzies en immoreel gedrag. Hij aanvaardde echter de waarheid, veranderde volledig en heeft nu een werkelijk doel in het leven. Hij is thans een van de ouderlingen van de plaatselijke gemeente, die liefdevol de geestelijke belangen van anderen behartigt.
Het is dus heel duidelijk dat ongeacht waar iemand woont en wàt zijn achtergrond of huidige situatie in het leven ook is, ja, ook al leeft hij onder de meest ongunstige omstandigheden als gevolg van een verzwakkende ziekte, degenen die naar waarheid zoeken, niet onbeloond blijven. Het is zoals wij in Handelingen 17:26, 27 lezen: „[God] heeft uit één mens elke natie van mensen gemaakt om op de gehele oppervlakte der aarde te wonen, en hij heeft de gezette tijden en de vastgestelde grenzen van de woonplaats der mensen verordend, opdat zij God zouden zoeken, of zij wellicht naar hem tasten en hem werkelijk vinden zouden, ofschoon hij eigenlijk niet ver is van een ieder van ons.”
[Kaart op blz. 572]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
BRAZILIË
Boa Vista
EQUATOR
Amazone
Mandaguaçu
Curitiba
Itajubá
Rio de Janeiro
São Jerônimo