Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 15/5 blz. 318-319
  • Inzicht in het nieuws

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Inzicht in het nieuws
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Eenzijdige historicus
  • Astrologie — wetenschap of boerenbedrog?
  • Het verleden begraven
  • Hoe „knap” zijn computers?
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 15/5 blz. 318-319

Inzicht in het nieuws

Eenzijdige historicus

● Paus Paulus VI uitte onlangs ongebruikelijke kritiek op de zestiende-eeuwse protestantse Reformatie. Hij klaagde dat pogingen tot Europese eenheid, welke vóór de Reformatie „hun tijd van roem hadden gekend”, hierdoor waren verijdeld.

De geschiedenis toont echter aan dat deze periode uitsluitend een „tijd van roem” was voor de Roomse Kerk, wier politieke macht toen een hoogtepunt had bereikt. Zoals de Pulitzer-prijswinnares, de geschiedschrijfster Barbara Tuchman, in de december-uitgave van „Atlantic” opmerkte, was de periode aan de andere kant „ongetwijfeld . . . ’een slechte tijd voor de mensheid’”. Ze merkte op dat het een tijd was die „afwisselend als een tijd van ontwrichting, moreel verval, achteruitgaande waarden, voortdurende strijd, . . . en slecht bestuur werd beschreven”.

Toen paus Paulus over die voorbijgegane „tijd van roem” sprak, had hij dus ongetwijfeld het politieke streven van de Kerk naar een verenigd Heilig Rooms Rijk” dat onder haar toezicht stond, in gedachten. Toch bleek de Kerk zelf, zoals Barbara Tuchman zegt, in deze tijd van politieke roem „onbetwist op een laag peil te staan wat prestige, geloofwaardigheid en (wat de mensen het ergste vonden) geestelijke gezindheid betrof; vandaar dat ketterij en uiteindelijk de Reformatie [kwamen]”. De pogingen van de Kerk om wereldse roem te verwerven, hadden haar aldus tot het niveau van de wereld verlaagd, hetgeen het zekere gevolg is van het overtreden van Christus’ beginsel: „Mijn koningschap is niet van deze wereld.” — Joh. 18:36, de katholieke „Sint-Willibrordvertaling”.

Astrologie — wetenschap of boerenbedrog?

● In hoeverre beïnvloeden hemellichamen eigenlijk een kind op het moment van de geboorte? Deze vraag was onlangs een punt van openlijke discussie, toen 186 vooraanstaande geleerden eendrachtig de astrologen als onwetenschappelijke „charlatans” aan de kaak stelden.

Het tijdschrift „Smithsonian” vertelt dat de astronoom C. Sagan, van de Cornell Universiteit, de aantrekkingskracht van de verloskundige in de verloskamer van groter invloed had bevonden dan die van de planeet Mars. En hoewel computers onthullen dat de aantrekkingskracht van de maan en Jupiter die van doktoren lichtelijk kan overtreffen, „zou de accurate astroloog, ten einde iemands astrologische gesteldheid gedetailleerd vast te stellen, eigenlijk meer rekening moeten houden met de configuratie van het medische team in de verloskamer dan met de stand van de sterren”. Onder welk „teken” (Engels: „sign”) zou iemand derhalve geboren kunnen zijn? Men suggereerde dat het bordje (Engels: „sign”) „zuurstof in gebruik — niet roken” hier wel eens toe zou kunnen behoren.

Lange tijd vóór onze moderne wetenschap toonde de bijbel aan hoe nutteloos astrologie is. De komende verwoesting van het heidense Babylon voorspellend, schreef de profeet Jesaja: „Gij zijt moe geworden door de veelheid van uw raadgevers. Laten zij nu opstaan en u redden, de aanbidders van de hemel, degenen die naar de sterren kijken, zij die kennis uitgeven bij de nieuwe manen betreffende de dingen die over u zullen komen. Zie! Zij zijn als stoppels geworden.” — Jes. 47:13, 14.

Het verleden begraven

● Dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog zijn er enkelen die ruiterlijk toegeven medeverantwoordelijk te zijn voor het verlies aan mensenlevens dat toen te betreuren viel. Anderen geven er de voorkeur aan het gebeurde ’in de doofpot te houden’.

Een Japanse schoolonderwijzer sloeg onlangs een uitnodiging voor de eerste reünie van leerlingen die hij meer dan dertig jaar geleden les had gegeven, af. Hij schreef naar de Tokiose „Daily Yomiuri” dat „ik mij onvergeeflijk verantwoordelijk heb gevoeld voor de militaristische opvoeding waarmee ik hen, toen zij als vijfdeklassers van de lagere school onder mijn hoede stonden, heb geïndoctrineerd”, aldus de onderwijzer. „Ik vond dat ik feitelijk niet het recht had om voor mijn vroegere leerlingen te verschijnen.”

Als een schril contrast hiermee eiste de Nationale Conferentie van Katholieke Bisschoppen onlangs dat het boek „A Question of Values” (Een kwestie van waarden), dat door de Nationale Raad van Katholieke Leken was uitgegeven, uit de handel zou worden genomen. Waarom? Eén reden was dat het boek indringende vragen opwierp met betrekking tot de rol die de Kerk zelf in dat wereldomvattend conflict had gespeeld. Enkele van die vragen luidden: „Waar was de kerk toen het fascisme en het nazisme in Europa de kop opstaken? Waar was ze toen de joden opgepakt werden en met veewagens de vergetelheid werden ingestuurd?

Blijkbaar geven de bisschoppen er de voorkeur aan zulke vragen onder de mat te vegen.

Hoe „knap” zijn computers?

● Moderne computers kunnen allerhande wiskundige problemen met verbazingwekkende snelheid oplossen. Reusachtige hoeveelheden informatie kunnen ze in hun „geheugen” opslaan. Zo’n twintig jaar geleden waren er geleerden die voorspelden dat computers door automatisering een volledige omwenteling in de menselijke samenleving teweeg zouden brengen. Anderen voorzagen reeds toekomstige computers die beter zouden „denken” dan mensen, en zelfs regeringsleiders zouden gaan vervangen. Maar wat is er van die toekomstvisioenen geworden?

Wat het „denken” van computers betreft, zij die dit idee lanceerden, gingen klaarblijkelijk voorbij aan alle tijd en inspanning die er van menselijke zijde nodig is om de „data” (de cijfers en feiten) waarmee de computers gevoed moeten worden, voor te bereiden en de „programma’s” op te stellen die de machine precies aangeven hoe de „data” verwerkt moeten worden. De minste of geringste verandering in een probleem kan reeds betekenen dat al dit gecompliceerde werk moet worden overgedaan.

Een klassiek voorbeeld van het beperkte vermogen van een computer vormen de automatische adres-code-lezers op sommige postkantoren. Na jaren onderzoekwerk, kan het meest ingewikkelde model (dat $800.000 kost) „slechts 9,5 percent van de post” behandelen.

In mei 1974 stond in het tijdschrift „Psychology Today” een andere illustratie. Een bepaalde firma gebruikt de volgende zinnen om het „taalbegrip” van een computer te testen: „Tommy had pas een nieuwe blokkendoos gekregen. Hij was net bezig de doos open te maken toen hij Jimmy zag binnenkomen.” Daarna worden er drie vragen in de computer gestopt: „Wie maakte de doos open? Wat zat er in de doos? Wie kwam binnen?” Het artikel vertelt: „Hoewel elke eerste-klasser die vragen met gemak zou kunnen beantwoorden, vindt de computer ze bijzonder moeilijk.”

Over vragen gesproken, een goede vraag zou zijn: Als de moderne wetenschap een machine niet met intelligentie kan begiftigen, hoe zou de mens zijn intelligentie dan aan het blinde toeval te danken kunnen hebben, zoals de evolutie leert?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen