Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 15/8 blz. 508-509
  • Een God die ons vertrouwen verdient

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een God die ons vertrouwen verdient
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • GEEN BELEMMERING KAN DE VERVULLING TEGENHOUDEN
  • EEN EXTRA VERZEKERING GEGEVEN
  • De Waarheidspreker komt tussenbeide met een eed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
  • Beloften waarop u kunt vertrouwen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2004
  • Volhard — De vervulling van de belofte is nabij!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Wat God heeft gezworen voor de mensheid te doen, staat nu voor de deur!
    Wereldomvattende zekerheid onder de „Vredevorst”
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 15/8 blz. 508-509

Een God die ons vertrouwen verdient

MENSELIJKE beloften zijn vaak onbetrouwbaar. Ondanks dit alles zijn er nog altijd mensen die wij vertrouwen. Waarom? Ons vertrouwen is voornamelijk gebaseerd op het verslag van betrouwbaarheid dat zij in het verleden hebben opgebouwd. Wij weten dat verscheidene dingen hen ervan kunnen weerhouden hun beloften na te komen. Toch laten wij ons er door deze mogelijkheden niet van weerhouden hen te vertrouwen.

Hoe staat het met onze Schepper? Verdient hij niet een veel groter vertrouwen? Ja, hij heeft ons een basis verschaft op grond waarvan wij er zeker van kunnen zijn dat niets ooit zal kunnen verhinderen dat een belofte van hem in vervulling gaat. Het bericht dat Jehovah als een Vervuller van zijn woord heeft opgebouwd, vertoont geen enkel gebrek. Neem bijvoorbeeld het geval van de Israëlieten in de tijd van Jozua. Zij waren getuige van de vervulling van Gods belofte dat het land Kanaän aan hen gegeven zou worden — een belofte die ruim vierhonderd jaar voordien aan hun voorvader Abraham was gegeven (Gen. 15:13-21). Als een vervulling van de belofte die God via Mozes had gegeven en met goddelijke hulp en bescherming slaagden zij er bovendien in het land Kanaän ondanks de krachtige tegenstand van sterkere natiën, in te nemen (Deut. 7:17-21; 11:23). Terugkijkend op wat Jehovah God had gedaan, kon Jozua tot de Israëlieten zeggen: „Geen belofte bleef onvervuld van heel de goede belofte die Jehovah het huis van Israël had gedaan; alles kwam uit.” — Joz. 21:45.

GEEN BELEMMERING KAN DE VERVULLING TEGENHOUDEN

Hoe anders is het met de mens gesteld! Als hij zijn belofte niet binnen een betrekkelijk korte tijd kan vervullen, kan hij er door onvoorziene omstandigheden in worden belet dit ooit te doen. Zijn woord van belofte zou een dood woord kunnen worden. Maar in het geval van de eeuwige God is zijn woord van belofte altijd ’levend en krachtig’ (Hebr. 4:12). Niets kan de vervulling ervan tegenhouden.

Door bemiddeling van zijn profeet Jesaja (55:10, 11) verklaarde Jehovah: „Net zoals de stromende regen, en de sneeuw, van de hemel neerdaalt en naar die plaats niet terugkeert, tenzij hij de aarde werkelijk drenkt en haar doet voortbrengen en uitspruiten, en er werkelijk zaad aan de zaaier en brood aan de eter wordt gegeven, zo zal mijn woord dat uit mijn mond uitgaat, blijken te zijn. Het zal niet zonder resultaten tot mij terugkeren, maar het zal stellig datgene doen waarin ik behagen heb geschept en het zal stellig succes hebben in dat waarvoor ik het heb gezonden.”

Wanneer regen of sneeuw eenmaal is begonnen te vallen, wie kan dan verhinderen dat de neerslag de grond doordrenkt? Het water dat in de vorm van sneeuw of regen neerdaalt, móet zijn doel wel bereiken. Te zamen met voedingsstoffen in de grond zal het de planten verschaffen wat ze nodig hebben om te groeien en vruchten voort te brengen. In het geval van graan zal een gedeelte van de opbrengst misschien apart gehouden worden om in het volgende seizoen als zaad te dienen, terwijl een veel groter gedeelte waarschijnlijk gemalen zal worden om er brood van te bakken. Op deze wijze wordt het uiteindelijke doel van de neerslag verwezenlijkt.

Op overeenkomstige wijze zal elk detail van Gods beloften in vervulling gaan, ongeacht welke hinderpalen de vervulling ervan ook in de weg zouden staan. Dit wordt goed geïllustreerd in het geval van de specifieke belofte die in Jesaja hoofdstuk 55 wordt besproken. 55 De verzen 12 en 13 luiden: „Met verheuging zult gijlieden uittrekken, en met vrede zult gij worden binnengebracht. Ja, de bergen en de heuvels zullen vrolijk worden voor uw aangezicht met vreugdegeroep, en zelfs de bomen van het veld zullen alle in de handen klappen. In plaats van de doornheg zal de jeneverboom opschieten. In plaats van de brandnetel zal de mirteboom opschieten.”

Deze belofte wees vooruit naar de tijd dat het verwoeste land Juda, dat met doornen en brandnetels overwoekerd was, weer bebouwd en bewoond zou worden. De vervulling van deze belofte kan de Israëlieten, die in Babylonische ballingschap waren weggevoerd, echter nagenoeg onmogelijk hebben toegeschenen. De hoofdstad van het Chaldeeuwse rijk, Babylon, was krachtig versterkt en naar het zich liet aanzien onoverwinnelijk. Zolang de Babylonische dynastie aan de macht was, bestond er geen hoop ooit bevrijd te worden. Die dynastie had volgens de beschrijving in de Schrift de reputatie dat ze „het produktieve land als de wildernis maakte en . . . zelfs de steden ervan omverwierp” en dat ze „zelfs voor [haar] gevangenen [of bannelingen] de weg naar huis niet opende”. — Jes. 14:17.

Toch kon deze grote belemmering niet verhinderen dat de belofte in vervulling ging. Plotseling, in één nacht, viel het grote Babylon in handen van de Meden en Perzen onder het bevel van Cyrus. Kort daarna vaardigde Cyrus een bevel uit waardoor de joodse ballingen in staat gesteld werden naar het verwoeste land Juda terug te keren ten einde de tempel van Jehovah te Jeruzalem te herbouwen. — 2 Kron. 36:22, 23.

EEN EXTRA VERZEKERING GEGEVEN

Nog een reden waarom wij er absoluut op kunnen vertrouwen dat Gods beloften in vervulling gaan, is het feit dat hij zijn naam of reputatie aan zijn woord verbonden heeft. In het geval van zijn belofte aan Abraham, voegde hij hier bijvoorbeeld zijn eed aan toe. In Hebreeën 6:13 lezen wij: „Toen God zijn belofte aan Abraham deed, zwoer hij, daar hij bij niemand groter kon zweren, bij zichzelf.”

Wat deze door een eed bekrachtigde belofte zo verbazingwekkend maakt, is het feit dat de vervulling ervan niet alleen bij Jehovah God berustte. Hoe dat zo? Aangezien „alle natiën der aarde zich [zouden] zegenen” door bemiddeling van het „zaad” van Abraham (Gen. 22:18). Het primaire of belangrijkste „zaad” van Abraham bleek Jezus Christus te zijn (Gal. 3:16). Zou hij, als dit zaad, op aarde zijn volmaakte rechtschapenheid handhaven? De vervulling van Gods belofte hing daarvan af.

Jezus Christus heeft zijn volmaaktheid inderdaad tot de dood toe bewaard. De vervulling van de aan Abraham gedane belofte, alsook van alle andere beloften van God, is derhalve zeker. Er bestaat nu geen twijfel over de identiteit van degene die de belangrijkste is van Abrahams zaad, noch over de mogelijkheid dat hij zich ongeschikt zou kunnen betonen om degene te zijn door bemiddeling van wie alle natiën zich zouden zegenen. In Twee Korinthiërs 1:20 wordt de volgende geloofversterkende verzekering gegeven: „Ongeacht hoe vele Gods beloften zijn, ze zijn Ja geworden door tussenkomst van hem. Daarom wordt ook door bemiddeling van hem het Amen gezegd tot God ter heerlijkheid door bemiddeling van ons.”

Terecht wordt Jezus Christus dan ook de „Amen” genoemd, hetgeen letterlijk „zeker”, „waarlijk”, „het zij zo”, „waarheid” betekent (Openb. 3:14). Als zodanig is hij meer dan slechts iemand die de waarheid spreekt. Door zijn levensloop van volmaakte rechtschapenheid als mens, met inbegrip van zijn offerandelijke dood, wordt de verwezenlijking van alle beloften van zijn Vader bevestigd en mogelijk gemaakt. In Jezus Christus gaan al Gods beloften in vervulling. — Joh. 14:6.

Jehovah God heeft het mogelijk gemaakt dat zijn Zoon het belangrijkste zaad van Abraham werd door er op wonderbare wijze voor te zorgen dat hij uit de maagd Maria, een afstammelinge van Abraham via de koninklijke geslachtslijn van David, werd geboren. Als een liefdevolle Vader heeft Jehovah zuiver aangevoeld aan welk een verschrikkelijk lijden zijn Zoon op aarde werd onderworpen. Toch was hij bereid het allergrootste offer te brengen door zijn Zoon ten behoeve van de wereld te geven. Wij kunnen ons derhalve niet voorstellen dat Jehovah God thans op een of andere wijze in gebreke zal blijven zijn woord te houden nadat hij ten koste van het leven van zijn innig geliefde Zoon een deugdelijk fundament voor de vervulling ervan heeft gelegd. Het is zoals de apostel Paulus uiteenzette: „Hij die zelfs zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem voor ons allen heeft overgeleverd, waarom zal hij ons dan ook niet met hem alle andere dingen goedgunstig geven?” — Rom. 8:32.

Ja, hoe zou iemand de vrees kunnen koesteren dat een bepaalde belofte van God misschien onvervuld zal blijven? Jehovah God heeft reeds het grootste offer gebracht. Zijn woord en zijn eed aan Abraham bleken geen leugen maar absolute waarheid te zijn. Gedurende het gehele verloop van de menselijke geschiedenis heeft Jehovah zijn waarheidsgetrouwheid bewezen. Nooit zal hij in gebreke blijven zijn belofte na te komen. Jehovah is beslist een God die ons absolute vertrouwen verdient. Hij zal ons niet teleurstellen. Mogen wij er derhalve ijverig moeite voor doen hem niet teleur te stellen en mogen wij ons inspannen om een goedgekeurde positie voor zijn aangezicht in te nemen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen