Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 1/4 blz. 221-223
  • Waar christendom — Kan het gevonden worden?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waar christendom — Kan het gevonden worden?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN BASIS VOOR HET IDENTIFICEREN ERVAN
  • TIEN PERSONEN SLUITEN ZICH BIJ ÉÉN PERSOON AAN
  • „WIJ HEBBEN GEHOORD DAT GOD MET ULIEDEN IS”
  • Vele natiën gaan naar de stad van goddelijke gunst
    Het herstel van het Paradijs voor de mensheid — door de Theocratie!
  • „Wij hebben gehoord dat God met ulieden is”
    Overleving en daarna een nieuwe aarde
  • De christenheid is jegens God in gebreke gebleven! Na haar einde, wat dan?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • ’Levensgeest van God voer in hen’
    Heilige geest — de kracht achter de komende Nieuwe Ordening!
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 1/4 blz. 221-223

Waar christendom — Kan het gevonden worden?

ONDER de volken in de niet-christelijke natiën is men over het algemeen sterk tegen het christendom gekant. Eén reden hiervoor is het feit dat de zendelingen van de religies der christenheid vaak de eerste stoot hebben gegeven tot de commerciële en politieke uitbuiting van deze natiën. Op één eiland is de zegswijze populair: ’De zendelingen leerden ons bidden, en toen wij dit met gebogen hoofd deden, stalen zij het land.’

Zelfs in de zogenaamd christelijke natiën hebben veel mensen het respect voor het christendom verloren omdat de geestelijken, als klasse, smaad op God en de bijbel hebben geworpen door in gebreke te blijven datgene wat zij prediken, te beoefenen. Ook hebben mensen bemerkt dat wat de geestelijken leren, vaak in strijd is met het gezonde verstand, gerechtigheid en rechtvaardigheid.

Als gevolg hiervan twijfelen veel mensen er ernstig aan of het ware christendom wel bestaat. Zij vragen: Kan het ware christendom gevonden worden? Zo ja, waar en hoe?

EEN BASIS VOOR HET IDENTIFICEREN ERVAN

Toen Jezus Christus op aarde was, beoefende hij rechtvaardigheid en leidde hij mensen tot de zuivere aanbidding van God (Joh. 4:23, 24). Hij toonde aan hoe de ware aanbidding geïdentificeerd kan worden. Hij zei, toen hij over valse leraren sprak die zouden opstaan:

„Aan hun vruchten zult gij hen herkennen. Plukt men soms ooit druiven van doornen of vijgen van distelen? Evenzo brengt elke goede boom voortreffelijke vruchten voort, maar elke rotte boom brengt waardeloze vruchten voort; een goede boom kan geen waardeloze vruchten dragen, noch kan een rotte boom voortreffelijke vruchten voortbrengen. Elke boom die geen voortreffelijke vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Aan hun vruchten zult gij die mensen dus waarlijk herkennen.” — Matth. 7:15-20.

Gods oordeel zal inderdaad over huichelachtige leugenleraren komen die zijn naam smaden. Zien wij echter goede vruchten, dan weten wij dat de bron goed is. Wij kunnen de ware aanbidding herkennen.

Een bijbelse profetie die vele jaren geleden werd uitgesproken, illustreert dat in de tijd waarin wij thans leven, duizenden personen het ware christendom zouden identificeren en in een goedgekeurde verhouding tot God zouden komen. Zij zouden zijn ware volk worden, met de hoop onder een rechtvaardige regering — het koninkrijk van God — op aarde te leven. Dit is een profetie met betrekking tot de stad Jeruzalem uit de oudheid, nadat een klein overblijfsel van ongeveer 50.000 joden uit ballingschap in Babylon was gerepatrieerd. Vóór die tijd had de stad Jeruzalem zeventig jaar woest gelegen. Nu was haar bevolking klein vergeleken bij het vroegere aantal dat er had gewoond, maar God zei aanmoedigend:

„Dit heeft Jehovah der legerscharen gezegd: ’Het zal nog geschieden dat de volken en de inwoners van vele steden zullen komen; en de inwoners van de ene stad zullen stellig naar die van een andere gaan, zeggende: „Laten wij toch vooral gaan om het aangezicht van Jehovah te vermurwen en Jehovah der legerscharen te zoeken. Ikzelf wil ook gaan.” En vele volken en machtige natiën zullen werkelijk komen om Jehovah der legerscharen in Jeruzalem te zoeken en het aangezicht van Jehovah te vermurwen.’” — Zach. 8:20-22.

Het is waar dat Jeruzalem inderdaad welvarend was en gedurende ruim vijfhonderd jaar daarna een belangrijke stad bleef. De belangrijkere vervulling van de profetie vindt echter in onze tijd plaats omdat, zoals de apostel Paulus zegt, de ervaringen die Israël meemaakte, voorbeelden waren voor „ons, tot wie de einden van de samenstelsels van dingen gekomen zijn” (1 Kor. 10:11). En dezelfde apostel vertelt ons: „Alle dingen die eertijds werden geschreven, werden tot ons onderricht geschreven, opdat wij door middel van onze volharding en door middel van de vertroosting uit de Schriften hoop zouden hebben.” — Rom. 15:4.

Bovendien beschrijft het laatste boek van de bijbel, Openbaring, „een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natiën en stammen en volken en talen”, bestaande uit personen die in de tijd van het einde van deze wereld zouden verschijnen en die, als gelovigen in het „Lam Gods”, Jezus Christus, God in oprechtheid zouden aanbidden. — Openb. 7:9, 10; Joh. 1:29.

TIEN PERSONEN SLUITEN ZICH BIJ ÉÉN PERSOON AAN

Dientengevolge kunnen wij thans verwachten mensen aan te treffen die in overeenstemming met het ware christendom leven en de goede vruchten van rechtvaardigheid, gerechtigheid, liefde en vrede voortbrengen. De profeet Zacharia vervolgt met te zeggen: „Het zal zijn in die dagen dat tien mannen uit alle talen der natiën zullen vastgrijpen, ja, zij zullen werkelijk de slip vastgrijpen van een man die een jood is, zeggende: ’Wij willen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord dat God met ulieden is.’” — Zach. 8:23.

Wie is de „man die een jood is”? In dit verband zijn de woorden van de apostel Paulus van belang: „Niet hij is een jood die het uiterlijk is, noch is besnijdenis dat wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt. Maar hij is een jood die het innerlijk is, en zijn besnijdenis is die van het hart, door geest.” — Rom. 2:28, 29.

Welnu, als wij thans om ons heen kijken, wie doen er dan werkelijk moeite voor de bijbelse waarheid te prediken en een ware christelijke levenswijze te volgen? Wie werken als groep hard om anderen te helpen op de hoogte te geraken van de voorziening die God heeft getroffen opdat zij thans een reiner en gelukkiger leven kunnen leiden en onder zijn Koninkrijksheerschappij door bemiddeling van Christus eeuwig leven op aarde kunnen ontvangen? Bij wie hebben zich figuurlijk gesproken „tien mannen” aangesloten, dat wil zeggen, wie hebben zelfs letterlijk een tienvoudige toename gehad in het aantal van degenen die met hen meegaan omdat ’zij zien dat God met hen is’? Er kan beslist niet van de georganiseerde religies van de christenheid gezegd worden dat zij zo’n tienvoudige toename ervaren. Thans zijn ruim 900 miljoen belijdende christenen bij de kerken van de christenheid aangesloten. Indien zo’n tienvoudige toename zich in hun gelederen zou voordoen, zou hun aantal tot ruim tweemaal het aantal van de bevolking op aarde moeten toenemen.

Neen, de religieuze sekten van de christenheid verheugen zich niet in geestelijke voorspoed. Beschouwt u echter eens het gezalfde overblijfsel van de geestelijke joden. Zij stellen alles in het werk om zoveel mogelijk mensen te helpen de bijbelse waarheid te leren kennen. Nog belangrijker dan het aantal mensen dat zich met hen verbindt, is het feit dat die mensen hun leven in het reine hebben gebracht en grote veranderingen hebben aangebracht om overeenkomstig christelijke beginselen te leven. Dit feit wordt alom erkend. In de afgelopen jaren hebben de leden van het overblijfsel veel meer dan een tienvoudige toevoeging aan hun rijen meegemaakt.

Om welke reden zeggen mensen tot het gezalfde overblijfsel van geestelijke joden: „Wij willen met ulieden gaan”? Omdat, zoals zij tot het overblijfsel zeggen, „wij hebben gehoord dat God met ulieden is” (Zach. 8:23). Zij hebben gehoord — van vrienden, buren, collega’s — over het geluk van de geestelijke „jood”-klasse, over de verenigde gezinnen van degenen die zich met die klasse verbinden en over hun kennis van de bijbel, met zijn antwoorden op de problemen van het leven. Verder hebben zij vooral een „vrucht” opgemerkt waarvan Jezus had gezegd dat zijn volgelingen hierdoor gekenmerkt zouden worden. Hij zei tot hen: „Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt.” — Joh. 13:35.

Deze liefde is niet iets wat degenen die gedurende een lange periode als Jehovah’s christelijke getuigen dienst hebben verricht, inherent bezitten. De geestelijke joden, evenals de „tien mannen” die zich thans met hen verbinden, hebben eerst hulp verkregen van personen die al langer geestelijke joden waren, evenals de pas bekeerde eerste-eeuwse christenen te Jeruzalem zich „bleven . . . toeleggen op het onderwijs van de apostelen” (Hand. 2:42). Deze eerste-eeuwse gezalfde christenen wisten dat zij de bijbel moesten bestuderen om dichter tot God te komen en in een goede verhouding tot hem te staan. Zij moesten ’hun geest veranderen’ en ’de nieuwe persoonlijkheid aandoen’ die in de bijbel wordt beschreven. — Rom. 12:2; Ef. 4:22-24.

In deze tijd gaan de figuurlijke „tien mannen uit alle talen der natiën” derhalve „met” Gods geestelijke ’joden’ omdat zij graag in een gunstige verhouding tot God willen staan. Zij ’gaan met’ deze gezalfden door hen van ganser harte te ondersteunen. Is de profetie werkelijk vervuld doordat een tienvoudig aantal van deze personen aan het geestelijke overblijfsel is toegevoegd? Ja. In het jaar 1918 maakten enkele duizenden opgedragen Bijbelonderzoekers het goede nieuws van het Koninkrijk actief over de gehele wereld bekend. In 1947 brachten 207.552 getuigen van Jehovah bericht uit van hun activiteit — hetgeen vele malen meer was. En in 1974 bestond de internationale „tien mannen”-klasse uit meer dan twee miljoen personen die zeiden: „Wij willen met ulieden gaan.” Deze laatste tienvoudige toename heeft zich in slechts zevenentwintig jaar voltrokken.

„WIJ HEBBEN GEHOORD DAT GOD MET ULIEDEN IS”

Een voorbeeld van de houding van deze figuurlijke „tien mannen” en wat hen ertoe brengt ’de slip vast te grijpen van een man die een geestelijke jood is’, wordt verschaft door de ervaring van een jonge vrouw in de Amerikaanse staat Virginia.

Deze jonge vrouw was zeer onder de indruk gekomen van een bijbelbespreking die zij met een van Jehovah’s getuigen had. Hoewel zij zich schuldig voelde wegens een verkeerde levenswijze die zij destijds volgde, werd zij er door hetgeen zij leerde en het geduld van de Getuige die haar hielp, toe aangespoord haar besprekingen voort te zetten. Zij werd voorgesteld aan andere getuigen van Jehovah die vroeger net zulke twijfels en schuldgevoelens hadden gehad. De liefde en het geduld die zij ten toon spreidden om haar te helpen, overtuigden haar ervan dat God werkelijk met deze mensen was. De veranderingen die zij in haar leven aanbracht, vormden de aanleiding dat anderen zich tot de waarheid aangetrokken voelden, zoals zij verhaalt:

De man voor wie ik werk is lichamelijk gehandicapt. Hij was een ruw persoon die in zijn jeugd een onafhankelijke houding had ontwikkeld. Hij had bemerkt dat zijn religie huichelachtig was. De verandering in mijn persoonlijkheid was voor hem zo opvallend, dat hij begon te luisteren naar wat ik tegen een vrouwelijke collega over de bijbel zei. Ik beantwoordde veel van zijn vragen. Tenslotte ging hij naar een bijeenkomst van de Getuigen. Hij verkreeg genoeg kennis en waardering om er moeite voor te doen dingen te veranderen die volgens hem verkeerd waren, met inbegrip van de rookgewoonte. Hij werd een zachtaardiger persoon. Nu bestuderen hij en zijn vrouw de bijbel, bezoeken zij de vergaderingen van de Getuigen en trachten zij de harmonie in het gezin te herstellen.

Deze mensen hebben het ware christendom gevonden en geïdentificeerd in een wereld waar vaak de vraag wordt gesteld: Bestaat er nog waar christendom? Indien u juiste beginselen zoekt en belangstelling hebt voor de „belofte . . . voor het tegenwoordige en het toekomende leven” — een beter leven in een vredig aards paradijs — zie dan uit naar de identificerende kenmerken van Christus’ discipelen en zeg vervolgens, wanneer u hen gevonden hebt: „Wij willen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord dat God met ulieden is.” — 1 Tim. 4:8; Zach. 8:23.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen