Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 1/3 blz. 133-135
  • Een hoofdstad voor het universum

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een hoofdstad voor het universum
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • WAAROM GOD ZICH HEEFT VOORGENOMEN EEN NIEUWE „HOOFDSTAD” TE VORMEN
  • HET „NIEUWE JERUZALEM”
  • HOE HET „NIEUWE JERUZALEM” UNIVERSELE AUTORITEIT VERKRIJGT
  • Nieuwe Jeruzalem, het
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Het koninkrijk van God in handen van Christus
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
  • Soevereiniteit
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Een strijdvraag opgelost om zich nooit meer voor te doen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 1/3 blz. 133-135

Een hoofdstad voor het universum

BIJ HET zien van de sterrenhemel hebt u ongetwijfeld opgemerkt hoe ordelijk en punctueel de hemellichamen zich bewegen. Ook zult u hier op aarde de wonderbaarlijke ecologie hebben opgemerkt. Hebt u zich bij het zien van deze dingen ooit afgevraagd of de Schepper van deze wonderen een regeringscentrum heeft van waaruit dit alles wordt bestuurd?

De bijbel antwoordt dat dit inderdaad het geval is. De bijbel deelt ons bovendien mee dat er behalve de stoffelijke schepping ook onzichtbare „hemelen” zijn, die door met verstand begiftigde personen worden bewoond, hemelen die hoger en ingewikkelder van structuur zijn dan de zichtbare hemelen en aarde. De hemelse personen die daar wonen, zijn eveneens scheppingen van God. Er zijn myriaden engelen die Gods wil in het universum ten uitvoer brengen (Openb. 5:11; Ps. 91:11; 103:20). Jehovah God is de grote Vader van hen allen, en zij vormen een groot gezin of een grote familie, met God als hun Levengever. Hij is Degene die de gezinsregeling in het leven heeft geroepen, zodat er over hem wordt gesproken als „de Vader, aan wie elke familie in hemel en op aarde haar naam te danken heeft”. — Ef. 3:14, 15.

WAAROM GOD ZICH HEEFT VOORGENOMEN EEN NIEUWE „HOOFDSTAD” TE VORMEN

Jehovah God is altijd het Hoofd en de Soeverein van zijn universum geweest. Zijn soevereiniteit werd echter betwist door een geestelijk schepsel dat opstandig werd. Deze opstandige geest slaagde erin ondersteuners voor zijn zijde van de strijdvraag te krijgen door Adam en Eva, het eerste mensenpaar en de ouders van de gehele mensheid, ertoe te brengen onafhankelijk van God te worden en zich tegen Hem te keren. Hierdoor werd de menselijke familie kort na haar ontstaan ontwricht en begon de menselijke familie als een geheel ten slotte te ontaarden. — Gen. 3:1-6; Joh. 8:44; Openb. 12:9.

Om deze reden besloot God regelingen te treffen voor een bestuur van de aangelegenheden op grond waarvan hij „alle dingen weer bijeen [zou] vergaderen in de Christus, de dingen die in de hemelen en de dingen die op de aarde zijn”. Dit bestuur van God omvatte zijn voornemen een koninkrijk in de hemel op te richten dat over de gehele mensheid zal regeren (Ef. 1:9, 10). Aangezien de regeerders in dit koninkrijk tot Gods rechterhand verhoogd zullen worden, zullen zij een hoofdorganisatie voor Gods gehele universum vormen (Ef. 1:20; Openb. 3:21). Hoe zal deze hoofdorganisatie genoemd worden?

HET „NIEUWE JERUZALEM”

De hoofdorganisatie zal zich logischerwijs in de hemel, in het onzichtbare rijk, bevinden. Ze zal over het gehele geschapen universum autoriteit bezitten, hoewel ze onder de soevereiniteit van de Bestuurder, de Allerhoogste God zelf, zal staan. Ook al wordt dit bestuur over alle andere geschapen dingen uitgeoefend, met inbegrip van de engelen in de hemel, toch moet het onderworpen zijn aan God. God is namelijk groter dan zijn gehele universum en zijn soevereiniteit strekt zich uit over alles en iedereen (Ps. 29:10; 145:13). Dit werd geïllustreerd in de profetie van Daniël, waarin werd beschreven hoe er een „steen” uit een grote „berg” werd gehouwen, waarna werd verklaard dat God een koninkrijk zou oprichten dat alle aardse koninkrijken in stukken zou breken (Dan. 2:34, 44, 45). Hier wordt onthuld dat het koninkrijk van Jezus Christus — de „steen” — zijn bestaan te danken heeft aan Jehovah’s eigen soevereine koninkrijk.

In Zacharia’s profetie wordt een overeenkomstig beeld verschaft, want daarin wordt een berg getoond die in tweeën splitst, waarbij de oorspronkelijke berg symbolisch is voor Jehovah’s grote soevereine koninkrijk over alles en de tweede berg het koninkrijk onder Christus symboliseert, dat over de gehele aarde regeert. Op deze wijze ’moet Jehovah koning worden over de gehele aarde’. — Zach. 14:4, 9.

De hoofdorganisatie door middel waarvan de universele heerschappij uitgeoefend zal worden, wordt in de bijbel het „Nieuwe Jeruzalem” genoemd (Openb. 21:2, 9, 10; 3:12). Dit is in harmonie met het feit dat God het Jeruzalem uit de oudheid als de hoofdstad koos welke zijn soevereiniteit in het Israël uit de oudheid vertegenwoordigde. Daar zaten de koningen uit de geslachtslijn van David op „Jehovah’s troon” en daar functioneerde Gods priesterschap (1 Kron. 29:23). Het hemelse „Nieuwe Jeruzalem” vertegenwoordigt derhalve op zinnebeeldige wijze Gods „koninklijke priesterschap”, waarvan de leden uit de mensheid worden gekozen om hemelse koningen te zijn. Het bestaat uit de christelijke gemeente van 144.000 verzegelde personen, nadat de leden ervan een hemelse opstanding hebben ontvangen. — 1 Petr. 2:9; Openb. 14:1, 3, 4.

HOE HET „NIEUWE JERUZALEM” UNIVERSELE AUTORITEIT VERKRIJGT

Waaruit blijkt dat de autoriteit van het „Nieuwe Jeruzalem” werkelijk zo groot zal zijn dat het de hoofdstad van het universum wordt? Welnu, deze 144.000 metgezellen van Christus, die het „Nieuwe Jeruzalem” vormen, zijn door de geest verwekte zonen van God die niet slechts „erfgenamen van God” maar ook „medeërfgenamen met Christus” zijn (Rom. 8:16-18). Aangezien Christus Jezus Koning is, zullen zij, als erfgenamen met hem, eveneens in zijn heerschappij als Koning delen. Christus maakt hen, als personen die met zijn bloed zijn gekocht, „tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en zij zullen als koningen over de aarde regeren (Openb. 5:9, 10). Bovendien is het „Nieuwe Jeruzalem” de „bruid” of „vrouw” van Jezus Christus, die met hem deelt in het koningschap dat door hem wordt uitgeoefend (Openb. 21:2, 9-11; 22:17). Duizend jaar lang zullen zij als priesters en koningen over de gehele mensheid, de levenden en de doden, heerschappij uitoefenen. — Openb. 20:4, 6.

De apostel Petrus zei echter over de omvang van Christus’ autoriteit: „Hij is aan Gods rechterhand, want hij is heengegaan naar de hemel, en engelen en autoriteiten en krachten werden aan hem onderworpen” (1 Petr. 3:22). De apostel Paulus schrijft ook over de verheven positie die God aan Jezus Christus heeft gegeven: „Hij heeft zichzelf ontledigd en de gedaante van een slaaf aangenomen en is aan de mensen gelijk geworden. Meer nog, toen hij zich in de hoedanigheid van een mens bevond, heeft hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood aan een martelpaal. Juist daarom heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke andere naam is, zodat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn, en elke tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer is, tot de heerlijkheid van God, de Vader [wiens koninkrijk oppermachtig blijft].” — Fil. 2:7-11.

De apostel Johannes kreeg een visioen van het „Nieuwe Jeruzalem” en van hetgeen het bestuur ervan voor de aarde zal betekenen. Johannes schreef: „Ik zag ook de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, toebereid als een bruid die voor haar man versierd is. Toen hoorde ik een luide stem, afkomstig van de troon, zeggen: ’Zie! De tent van God is bij de mensen en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.’” — Openb. 21:2-4.

Wanneer wij het visioen verder beschouwen, krijgen wij een idee van de heerlijkheid van de stad, en van de reinheid en schoonheid ervan. Johannes’ „gids”, een engel, zei: „Kom hier, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, tonen.” „Hij dan”, zo zegt Johannes, „voerde mij in de kracht van de geest weg naar een grote en hoge berg, en hij toonde mij de heilige stad Jeruzalem, terwijl ze van God uit de hemel neerdaalde, en ze had de heerlijkheid van God. Haar glans was gelijk een zeer kostbare steen, als een kristalhelder schijnende jaspissteen.”

Johannes vervolgt: „En ik zag geen tempel in haar, want Jehovah God, de Almachtige, is haar tempel evenals het Lam. En de stad heeft noch de zon noch de maan nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlichtte haar, en haar lamp was het Lam. En de natiën zullen bij haar licht wandelen . . . Maar alles wat niet heilig is en een ieder die iets walgelijks en de leugen beoefent, zal er op generlei wijze ingaan, alleen zij die geschreven staan in de rol des levens van het Lam.” — Openb. 21:9-14, 22-27.

Aangezien Jehovah God en Jezus Christus persoonlijk aanwezig zijn, zullen de 144.000 die deze „stad” vormen, geen tempel nodig hebben om God door middel van dit bouwwerk te naderen. Deze hemelse erfgenamen met Christus zullen rechtstreeks toegang hebben tot het aangezicht van Jehovah zelf (1 Joh. 3:2; Openb. 22:3, 4). Wij kunnen er zeker van zijn dat deze symbolische „stad”, bij het licht waarvan de natiën zullen wandelen, aan allen die onder de heerschappij ervan staan recht zal verschaffen. — Openb. 21:24.

Gedurende de duizend jaar waarin deze „stad” heerschappij over de mensheid zal uitoefenen, zal Gods voornemen verwezenlijkt worden om alle dingen op aarde onder Christus bijeen te brengen (Openb. 20:4, 6). Hiertoe zullen ook degenen behoren die „onder de grond” zijn, dat wil zeggen, degenen die dood zijn en die opgewekt zullen worden om de weg der rechtvaardigheid te leren kennen (Fil. 2:10). Christus zal alle dingen in harmonie brengen met God.

Wanneer de apostel Paulus te kennen geeft wat door deze duizendjarige heerschappij tot stand gebracht zal worden, zegt hij: „Vervolgens het einde, wanneer hij het koninkrijk aan zijn God en Vader overdraagt, wanneer hij alle regering en alle autoriteit en kracht heeft tenietgedaan. Want hij moet als koning regeren totdat God alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan. Want God ’heeft alle dingen onder zijn voeten onderworpen’. Maar wanneer hij zegt dat ’alle dingen onderworpen zijn’, is het duidelijk dat dit met uitzondering is van degene die alle dingen aan hem onderwierp. Wanneer echter alle dingen aan hem onderworpen zullen zijn, zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene die alle dingen aan hem onderwierp, opdat God alles zij voor iedereen.” — 1 Kor. 15:24-28.

Wanneer Gods speciale bestuur van de aangelegenheden zijn doel heeft bereikt en ’alle dingen weer bijeenvergaderd zijn’, zal de koninklijke Zoon van God zijn autoriteit vervolgens aan de Almachtige God overdragen (Ef. 1:10). De soevereiniteit zal derhalve alleen aan Jehovah toebehoren, precies zoals dit het geval was in het begin, toen Adam en Eva op aarde werden geplaatst en hun de opdracht werd gegeven ’vruchtbaar te zijn en de aarde te vervullen en deze te onderwerpen’ en de gehele dierlijke schepping in onderworpenheid te hebben (Gen. 1:28). God zal „alles . . . voor iedereen” zijn.

Satan de Duivel, die gedurende de duizend jaar in de afgrond van inactiviteit was, zal dan „een korte tijd” worden losgelaten om een laatste beproeving te veroorzaken. Hij zal trachten de mensheid tegen Gods soevereiniteit op te zetten (Openb. 20:1-3, 7, 8). Degenen die gedurende de duizend jaar en door de korte tijdsperiode heen waarin Satan wordt losgelaten, getrouw Gods soevereiniteit ondersteunen, zullen eeuwig leven ontvangen, waarbij hun naam onuitwisbaar in het „boek des levens” wordt geschreven. Degenen die een opstandige handelwijze volgen, zullen vernietigd worden (Openb. 20:9-15). Wanneer Gods rechtstreekse soevereiniteit is gerechtvaardigd, zal ze voorgoed haar juiste verhouding tot de mensheid en het gehele universum behouden, tot de eeuwige zegen van zijn gehele gezin of familie in de hemel en op aarde.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen