Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 1/7 blz. 387-389
  • Zullen wij onze medemensen voedsel verschaffen — of laten verhongeren?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zullen wij onze medemensen voedsel verschaffen — of laten verhongeren?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • WAT IS HET ANTWOORD?
  • De hongerige miljoenen der wereld — Kunnen ze worden gevoed?
    Ontwaakt! 1978
  • Record-oogsten, en toch voedseltekorten — Waardoor?
    Ontwaakt! 1974
  • Zijn de hedendaagse voedseltekorten een vervulling van bijbelse profetieën?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Wat zegt de Bijbel over voedseltekorten?
    Meer onderwerpen
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 1/7 blz. 387-389

Zullen wij onze medemensen voedsel verschaffen — of laten verhongeren?

DOOR middel van de wereldnieuwsmedia worden wij steeds vaker met de gezichten van hongerige mensen geconfronteerd. Honger is vanzelfsprekend niet nieuw. Maar de omvang van het huidige probleem wel. In een artikel in de New York Times werd hierover opgemerkt:

„Reeds in de bijbel wordt melding gemaakt van hier en daar optredende hongersnoden. Het nieuwe aspect is het potentieel voor voedseltekorten die niet tot speciale plaatsen en tijden beperkt zijn: een blijvende crisis die honderden miljoenen mensen in grote gebieden van de aarde bedreigt.”

Naar schatting zijn ongeveer 500 miljoen personen — in de meeste gevallen kinderen — thans de hongerdood nabij. De bijbelse profetie: „Er zullen in de ene plaats na de andere voedseltekorten en aardbevingen zijn”, gaat thans duidelijk in vervulling. — Matth. 24:7.

Wie onder ons kan foto’s van hongerige mensen zien zonder het verlangen te koesteren hen te helpen? Maar wat kunnen wij doen?

Plaatselijk is het niet moeilijk medemensen te helpen die tijdelijk in nood verkeren, zoals wanneer er een ramp toeslaat. De mensen reageren vaak met daden van vriendelijkheid en edelmoedigheid. Op wereldomvattende schaal is de situatie echter totaal verschillend. Waarom?

Er steekt bijvoorbeeld meer achter de huidige situatie dan men oppervlakkig zou vermoeden. Het lijkt misschien wel alsof de aarde gewoon niet voldoende voedsel produceert om iedereen te voeden. Maar dit is in werkelijkheid niet het probleem. De graanoogst die thans wordt binnengehaald, zou alle mensen die thans leven in voldoende mate kunnen voeden — indien zij gelijk over de aarde waren verdeeld en indien het graan rechtstreeks gegeten zou worden als pap of brood of in de vorm van soortgelijke produkten.

Dat is echter niet het geval. Veel van de wereldoogst wordt door de rijkere landen gebruikt om er dieren mee te voeden en aldus vlees, melk en eieren te verkrijgen. Er kan zeven pond graan voor nodig zijn om één pond vlees te produceren. Dit vormt er de reden voor waarom zogenaamde „ontwikkelde” landen met slechts een derde van de aardbevolking meer graan consumeren dan de andere, armere, twee derde samen. Hetzelfde geldt voor brandstof en meststoffen, onmisbare produktiefactoren in de hedendaagse landbouw.

Maar verschaffen de „ontwikkelde” landen niet voedsel aan een groot gedeelte van de wereld? Ja, landen zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië en Argentinië exporteren jaarlijks miljoenen tonnen graan. Het probleem is dat de arme landen er steeds meer moeite mee hebben dit te betalen. De voortwoekerende inflatie maakt het voor hen vrijwel onmogelijk voedsel, brandstof en meststoffen te kopen. En hun bevolking blijft maar groeien. Elk jaar moeten er 80 miljoen monden meer gevoed worden — voornamelijk in reeds hongerige landen.

WAT IS HET ANTWOORD?

Wat is de oplossing? Er worden tegenstrijdige beweringen geuit. De leiders van de „ontwikkelde” landen zeggen dat de arme landen er meer moeite voor moeten doen de bevolkingsgroei te stuiten. Maar in zulke landen is een grote kindersterfte. Vandaar dat ouders graag grote gezinnen willen hebben, in de hoop dat sommige kinderen in leven zullen blijven om voor hen te zorgen als zij oud geworden zijn. De arme landen zeggen tot de „ontwikkelde” landen: ’Waarom kopen jullie onze grondstoffen tegen lage prijzen om ons vervolgens jullie produkten tegen hoge prijzen te verkopen? Waarom leven en eten jullie niet wat bescheidener, zodat de overvloed van jullie landen een groter deel van de mensheid tot voordeel kan strekken?’

Wat kan iemand die zich voor deze situatie geplaatst ziet, u bijvoorbeeld, persoonlijk doen om hulp te bieden? Het is duidelijk dat wanneer u wat minder gaat eten, hierdoor nog geen voedsel terechtkomt op het bord van mensen in een ander land. Kunt u zich er vol vertrouwen op verlaten dat nationale regeringen of andere organisaties erop zullen toezien dat alle eventuele krachtsinspanningen die u doet om tot een grotere voedselvoorraad bij te dragen, de hongerigen van de wereld verlichting zal schenken?

Ongelukkig genoeg zijn er veel factoren die mensen in hun krachtsinspanningen ontmoedigen. Zij zien dat, ondanks de grote geldbedragen die worden geschonken, de toestand steeds slechter wordt. Er zijn thans meer hongerige mensen dan ooit tevoren. De regeringen die hulp ontvangen, gebruiken deze misschien wel om kostbare militaire uitrustingsstukken te kopen in plaats van voedsel. Corruptie, zwarte-marktwinsten en verspilling hakken diep in de gezonden voedselvoorraden en hebben de stroom vaak reeds tot een heel zwak straaltje gereduceerd tegen de tijd dat hij de behoeftigen bereikt.

In een artikel in het tijdschrift BioScience werd opgemerkt:

„Een verstandige en bekwame regering spaart van de produktie van de goede jaren in afwachting van de slechte jaren die stellig zullen komen. Dit is geen nieuw idee. De bijbel vertelt ons dat Jozef deze gedragslijn meer dan 2000 jaar geleden aan Farao van Egypte onderwees. Toch is het letterlijk waar dat de grote meerderheid van de regeringen van de wereld thans niet een dergelijke gedragslijn volgt. Het ontbreekt hun hetzij aan wijsheid of aan bekwaamheid, of aan beide.”

De feiten wijzen uit dat de „ontwikkelde” landen in werkelijkheid vaak niet willen dat voedsel in overvloedige mate wordt geproduceerd. Waarom niet? Omdat de prijzen dan zouden dalen en er minder winst gemaakt zou worden. De produktie wordt beteugeld om de prijzen op de wereldmarkt maar hoog te houden. Voedsel wordt zelfs gebruikt om er politiek voordeel mee te behalen.

Aan de andere kant horen wij wereldleiders vaak beweren dat zij alle mensen als broeders en zusters beschouwen, terwijl zij over de „broederschap van de mens” spreken. Wanneer echter grote bevolkingsgroepen in nood komen te verkeren, worden steeds weer opnieuw nationalistische en commerciële belangen op de eerste plaats gesteld, boven de behoeften van medemensen.

Lang geleden schreef de geïnspireerde apostel: „Als iemand over voldoende middelen beschikt, maar zijn hart sluit voor zijn naaste die hij gebrek ziet lijden, hoe kan hij dan beweren dat hij in zijn hart liefde voor God heeft? . . . we moeten niet liefhebben met mooie woorden, maar metterdaad en waarachtig” (1 Joh. 3:17, 18, Het Nieuwe Testament in de omgangstaal). Wat waar is in het geval van mensen, is ook waar in het geval van natiën. Ondanks de religieuze beweringen van de natiën van de wereld, tonen ze toch dat ze geen liefde voor God hebben.

Het is duidelijk dat er een geheel nieuw samenstel voor de mensheid nodig is, een samenstel waarin geen plaats is voor zelfzuchtig nationalisme en meedogenloze commerciële concurrentie, maar waarin deze worden vervangen door stelsels die alle mensen als gelijken behandelen en die tot samenwerking, ongehuichelde edelmoedigheid en naastenliefde aanmoedigen. Het boek waarin de huidige voedseltekorten zijn voorzegd, de bijbel, heeft ook de komst van dat nieuwe samenstel voorzegd. Er wordt in aangetoond dat Gods koninkrijk in handen van zijn Zoon spoedig de volledige leiding over de aangelegenheden van de aarde zal overnemen en de aarde van alle stelsels zal bevrijden die nu tot al het menselijk lijden bijdragen. — Matth. 6:9, 10; Dan. 2:44.

Persoonlijk kunnen wij de huidige toestanden niet veranderen. Maar dit vormt geen excuus voor onverschilligheid van onze zijde ten aanzien van het lijden van anderen. Benutten wij alle gelegenheden die wij hebben om anderen te helpen? In Spreuken 22:9 wordt ons de verzekering gegeven: „Hij die vriendelijk van oog is, zal gezegend worden, want hij heeft van zijn voedsel aan de geringe gegeven.”

Jehovah’s getuigen trachten thans hun liefde voor God te bewijzen door hun behoeftige broeders en zusters in alle landen te helpen, zonder hierbij op nationaliteit, ras, kleur of maatschappelijke rang te letten. En zij trachten bovenal mensen overal ter wereld te helpen de hoop te verwerven op de komende nieuwe ordening, waar volgens de beloften van Gods Woord geen honger zal zijn.

[Inzet op blz. 387]

„Als iemand over voldoende middelen beschikt, maar zijn hart sluit voor zijn naaste die hij gebrek ziet lijden, hoe kan hij dan beweren dat hij in zijn hart liefde voor God heeft? . . . We moeten niet liefhebben met mooie woorden, maar metterdaad en waarachtig.” — 1 Joh. 3:17, 18, Het Nieuwe Testament in de omgangstaal.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen