Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 1/7 blz. 392-395
  • Wat is belangrijker voor u?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat is belangrijker voor u?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN EERLIJK ONDERZOEK VERSTANDIG
  • NIEUWELINGEN BRENGEN VERANDERINGEN AAN
  • TONEN WAT BELANGRIJKER IS
  • ’Eerst het koninkrijk zoeken’
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1976
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1976
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
  • „Houd de oprechte in het oog”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 1/7 blz. 392-395

Wat is belangrijker voor u?

VINDT u een handvol graan waardevoller dan een handvol diamanten? Kan men beter een kast vol kleren hebben dan een kast vol goud? Wat belangrijker is, hangt af van de omstandigheden waarin u verkeert.

Indien u op een afgelegen plaats op aarde geïsoleerd zou zijn en geen voedsel zou hebben, zou graan meer voor u betekenen dan diamanten. Of indien u op een ijskoude bergtop zou zijn achtergelaten, zou u het goud versmaden als u maar warme kleren had.

De Schepper heeft deze aarde van al het nodige voorzien opdat de mens ervan zou kunnen genieten. Het is beslist zeer aangenaam bepaalde materiële dingen in overvloed te bezitten. Maar is er thans nog iets anders wat zelfs nog belangrijker en waardevoller is?

EEN EERLIJK ONDERZOEK VERSTANDIG

Veel mensen hebben deze vraag ernstig onderzocht. Als christenen luidt hun antwoord misschien: „Het verwerven van materiële bezittingen is niet het belangrijkste in mijn leven.” Maar léven zulke mensen werkelijk in overeenstemming met wat zij zeggen?

Dit is wat een welgesteld echtpaar in Kirchberg, Duitsland, zich twee jaar geleden afvroeg. Toen zij in hun gerieflijke huis zaten en hun materiële voorspoed beschouwden, begonnen zij over de huidige kritieke tijd en over hun dienst voor God te spreken. Zij dachten na over de bediening van Jezus Christus, zoals die kort tevoren in het Wachttoren-artikel „Het werkelijke leven stevig vastgrijpen” uitgebreid was besproken. Het resultaat?

De man bericht: „Wij maakten twee kolommen op een vel papier. In de ene noteerden wij onze uitgaven indien wij eenvoudiger zouden leven. In de andere wat ik zou moeten verdienen om deze verminderde uitgaven te kunnen bestrijden. Wij ontdekten dat wij in werkelijkheid met slechts de helft van het geld dat ik verdiende, konden rondkomen!”

Zij gaven hun gerieflijke huis derhalve op en vonden een kleine flat. De man wijzigde zijn werkindeling en werkte slechts vijf uur per dag in plaats van acht of negen. Nu benutten zowel hij als zijn vrouw veel meer van hun tijd om het goede nieuws van Gods koninkrijk, waarvan zij geloven dat het spoedig dit gehele samenstel van dingen door een rechtvaardige heerschappij zal vervangen, met anderen te delen. — Matth. 6:9, 10; Dan. 2:44.

Het is voor iemand niet gemakkelijk veranderingen in zijn levensstijl aan te brengen ten einde God vollediger te kunnen dienen. Degenen die dit doen, ervaren echter vaak een vreugdevolle tevredenheid en een rein geweten die met geen geld te koop zijn. Een vierendertigjarige Getuige in de Duitse stad Dortmund heeft dit ervaren. Als brandweerman was zijn werkindeling van dien aard dat hij zes weken achtereen geen van de gemeentevergaderingen van Jehovah’s getuigen kon bijwonen; daarna volgden er zes weken dat hij ze wel kon bijwonen.

Deze omstandigheid zat hem erg dwars. Ten slotte verscheen er tegen het eind van 1973 in De Wachttoren een artikel getiteld „Hoe zult u reageren op druk?” Hierin stond:

„Houd in gedachten dat de Duivel beweert dat u meer belangstelling hebt voor uw eigen economische zekerheid dan voor de aanbidding van God, en dat u, als het moeilijk gaat worden, Jehovah zult verlaten. Hij uitte die bewering in verband met Gods dienstknecht Job. Maar ondanks het feit dat Job van familie, vrienden en bezittingen werd beroofd, weigerde hij voor een dergelijke tactiek van druk te zwichten. . . . Zal uw reactie onder economische druk overeenkomen met die van Job? Als dit zo is, kunt u zeker zijn van een overeenkomstige beloning.”

De brandweerman dacht hierover na. Hij had een vrouw en een kind die hij moest onderhouden, maar hij wist dat het gezin in materieel opzicht met minder kon rondkomen. Daarom verliet hij zijn goede betrekking en verkreeg hij ander werk dat minder betaalde. Hij legt uit:

„Ik ben erg blij dat ik deze beslissing heb genomen en ik kan nu alle vergaderingen met mijn gezin bijwonen. Als ouderling kan ik nu zoveel meer in de gemeente doen om mijn broeders en zusters te dienen. Ik ben ervan overtuigd dat Jehovah al zijn dienstknechten zegent wanneer zij de ware aanbidding belangrijker achten dan persoonlijke belangen.”

NIEUWELINGEN BRENGEN VERANDERINGEN AAN

Niet alleen personen met een jarenlange christelijke ervaring brengen zulke veranderingen aan om Jehovah God te dienen. Een jong echtpaar in Hemmoor, Duitsland, kwam in 1971 tot een kennis van Gods voornemen. Zij hadden echter een boerderij waarvoor zij moesten zorgen, zodat zij de gemeentevergaderingen niet konden bijwonen. De man legt uit wat zij ten slotte deden:

„Wij bleven de kwestie voortdurend in gebed aan Jehovah voorleggen en besloten onze boerderij te verkopen. Er was echter geen koper. Maar aangezien wij aan ons besluit wilden vasthouden, droegen wij de boerderij aan mijn broer over zonder er geld voor te ontvangen.

Wij hebben er geen spijt van gehad. Het is waar dat wij nu geen verse eieren, melk en kippen meer hebben, maar op het congres van Jehovah’s getuigen dat in 1973 in Düsseldorf werd gehouden, werden wij gedoopt. Wij hebben aanmoedigende ervaringen meegemaakt die aantonen hoe Jehovah iemand kan helpen. Daarom zien wij met vertrouwen uit naar de toekomst.”

In een ander geval trouwde een karate-expert uit Korea met een Duits meisje dat in 1971 een van Jehovah’s getuigen werd. De man ging echter zo in zijn atletische carrière op dat hij geen belangstelling had voor bijbelstudie. In 1973 begon het hem echter duidelijk te worden dat er iets in zijn leven mis was. Hij besefte dat hij zich ten gevolge van zijn activiteiten volledig had geïsoleerd, waardoor het voor hem onmogelijk was een normaal gezinsleven te genieten. Hij begon zijn situatie ernstig te beschouwen.

„Ik stelde mijn vrouw voor”, zo bericht hij, „dat zij er regelingen voor zou treffen dat iemand de bijbel met mij zou bestuderen. Thans ben ik ervan overtuigd dat de bijbel door God is geïnspireerd en ik geloof dat ik de waarheid heb gevonden.”

Hij gaf zijn atletische carrière op en nam werk aan als monteur voor 1000 DM minder per maand dan hij vroeger verdiende. Toch zegt hij: „Ik voel me veel gelukkiger nu ik Jehovah samen met mijn vrouw en dochter kan dienen.”

TONEN WAT BELANGRIJKER IS

Het is gemakkelijk te zeggen dat men vindt dat Gods dienst belangrijker is, maar door het leven dat iemand leidt, wordt te kennen gegeven wat in zijn leven werkelijk de eerste plaats inneemt. Zo had een jongeman uit Ilvesheim, Duitsland, het verlangen een volle-tijd-Koninkrijksprediker te zijn, hoewel hij een zeer goed betaalde baan had. Toen hij er met zijn toekomstige vrouw over sprak, bemerkte hij dat ook zij het verlangen had de volle-tijddienst op te nemen. Zij vulden dus allebei een aanvraagformulier in voor deze dienst, waarmee zij op 1 januari 1971, kort na hun trouwen, wilden beginnen.

Twee weken voordat zij met hun speciale dienst zouden beginnen, werd de jongeman bij zijn baas op kantoor geroepen, die hem glimlachend zei dat hij niet aannam dat de jongeman het serieus meende dat hij wilde weggaan. Nadat hem de verzekering was gegeven dat dit wel zo was, uitte de baas zijn vertrouwen dat de jongeman van gedachten zou veranderen als hij zou horen dat hij een maandelijkse opslag van 700 DM zou krijgen en een tantième van 6000 DM! De jongeman zei dat hij de kwestie met zijn vrouw zou bespreken.

„Wij hebben de situatie onder gebed beschouwd”, legde de jongeman uit, „en wij kwamen tot de conclusie dat ons verlangen om volle-tijdpredikers te zijn nooit verwezenlijkt zou worden als wij dit uitstelden. Daarom besloten wij alles in Jehovah’s handen te leggen. Ik nam per 1 januari 1971 ontslag en wij hebben ons sindsdien in vele geestelijke zegeningen verheugd.”

Maar hoe staat het ermee wanneer iemand er zijn leven lang aan heeft gewerkt een achtenswaardige positie in dit samenstel op te bouwen? Bewijzen dergelijke personen dat het volle-tijdpredikingswerk belangrijker voor hen is?

In 1945, na acht jaar in Duitse militaire dienst geweest te zijn, keerde een man uit een krijgsgevangenkamp terug om weer opnieuw een bestaan op te bouwen. Hij had twee kleine kinderen, en kort daarna werden er nog twee geboren. Hij wierp zich op de studie in de rechten en na verscheidene jaren bereikte hij zijn doel toen hij als rechter werd benoemd.

Jaren later, in 1958, kwam zijn gezin in contact met Jehovah’s getuigen. Zijn oudste dochters droegen hun leven aan Jehovah op om Hem te dienen en symboliseerden dit door de waterdoop. Vervolgens stemde de rechter er in 1961 in toe dat acht afgevaardigden van het internationale congres van Jehovah’s getuigen in Hamburg bij hen thuis zouden overnachten.

„Wij woonden het congres bij”, zo bericht de rechter, „en van die tijd af bezochten wij alle vergaderingen in de plaatselijke gemeente. In oktober begonnen mijn vrouw en ik aan de predikingsactiviteit van huis tot huis deel te nemen en in januari daarop werden wij gedoopt.”

Na verloop van tijd waren de kinderen groot geworden. „Wij hadden nu geen bijbelse reden die ons belette Jehovah in het volle-tijdpredikingswerk te dienen”, merkte de rechter op. Wij dienden dus een verzoek in voor die dienst en werden aanvaard. Ik gaf mijn rechterschap op zonder rente of pensioen te ontvangen, en dat na vele jaren van dienst en nadat ik al geruime tijd de maximumsalarisgrens had bereikt.

Degenen onder onze familieleden en vrienden die geen getuigen van Jehovah zijn, alsook zakenrelaties, dachten dat ik gek was geworden. Zij konden niet begrijpen hoe iemand op zo’n late leeftijd zo’n positie kon opgeven. Maar in werkelijkheid was het een redelijke en objectieve beslissing. Indien de bijbel namelijk het onfeilbare Woord van God is — en er is geen reden eraan te twijfelen dat dit zo is, bevinden wij ons in het laatste gedeelte van de tijd van het einde van dit goddeloze samenstel van dingen. In de overgebleven tijd is het dus noodzakelijk geloof te hebben dat tot het in het leven behouden van de ziel leidt, terwijl wij met alles wat wij hebben en zijn, Jehovah moeten dienen. — Hebr. 10:38, 39.

„In het voorjaar van 1969 gingen wij als grootmoeder en grootvader in de volle-tijdpredikingsdienst. Na één jaar werd mij gevraagd als reizende vertegenwoordiger van het Wachttorengenootschap dienst te verrichten, en ik verricht nog steeds in deze hoedanigheid dienst. Ik ben ervan overtuigd dat thans geen enkele activiteit belangrijker is dan de prediking van de levenreddende boodschap van Gods koninkrijk.”

Denkt u hier ook zo over? Is het nu de tijd om zich overmatig bezorgd te maken over geld of andere materiële bezittingen? De bijbelse profetieën geven te kennen dat zulke dingen ons niet zullen redden gedurende de naderende dag van goddelijke gramschap (Spr. 11:4; Zef. 1:18). Het belangrijkste is echter dat wij onze liefde voor Jehovah tonen door thans van ganser harte deel te nemen aan het werk dat hij ons te doen heeft gegeven. Niets minder dan ons leven hangt hiervan af.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen