Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w73 15/1 blz. 37-40
  • Van kindsbeen af gunstig reageren op godvruchtig onderricht

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Van kindsbeen af gunstig reageren op godvruchtig onderricht
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE VOLLE-TIJDPREDIKING TOT MIJN CARRIÈRE MAKEN
  • HET LEVEN OP DE GILEADSCHOOL
  • ZENDINGSWERK IN GUYANA
  • Gods wegen leren kennen vanaf de kinderjaren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1989
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1989
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
w73 15/1 blz. 37-40

Van kindsbeen af gunstig reageren op godvruchtig onderricht

Zoals verteld door Rose Cuffie

DE BIJBEL zegt in Spreuken 22:6: „Leid een knaap op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken.” Aangezien dit beginsel ook op meisjes van toepassing is, prijs ik mijzelf gelukkig dat ik ouders heb die dit hebben gedaan.

Ik werd in 1919 op het eiland Trinidad geboren. Jehovah’s getuigen hielpen mijn ouders toen de bijbel te bestuderen. Mijn ouders begonnen er dus heel vroeg mee hun tien kinderen op een godvruchtige wijze te onderrichten.

Wij werden heel vaak onderwezen met behulp van de afbeeldingen in een boek getiteld „Scenario van het photo-drama der schepping”, waarin het waarheidsgetrouwe verhaal van de bijbel werd geïllustreerd. Mijn ouders lieten mij bijvoorbeeld een afbeelding zien van Noach die de ark bouwde en vroegen dan: Waarom werd Noach gered toen de vloed kwam? Zo leerde ik al heel vroeg dat Noach en zijn gezin bleven leven omdat zij rechtvaardig waren. Dit maakte een blijvende indruk op mij, zodat ik als Noach wilde zijn, maar nooit zoals de mensen die door de vloed werden vernietigd.

Behalve afbeeldingen te gebruiken, onderrichtten mijn ouders mij ook door ervaringen te vertellen die zij hadden opgedaan en die mij zouden helpen waardering voor bijbelse beginselen te hebben. Mijn vader vertelde mij bijvoorbeeld een ervaring die mij leerde dat ware christenen nooit schipperen ten aanzien van hun geloof. Hij zei dat toen ik ongeveer vijf jaar oud was, zijn werkgever hem, onder druk van een geestelijke, een ultimatum stelde: „Ik geef u dertig dagen om tussen God en uw betrekking te kiezen.” Mijn vader zei dat hij wist dat God op de eerste plaats kwam en dat hij zelfs nog geen dag nodig had om te kiezen. Het gevolg was dat hij onmiddellijk uit zijn betrekking werd ontslagen en brodeloos op Tobago, een eilandje ongeveer honderddertig kilometer ten noorden van Trinidad, kwam vast te zitten. Mijn vader was blij dat hij geen compromis had gesloten. Jehovah’s geest bewoog zijn christelijke broeders op Trinidad ertoe ons te helpen weer daarheen te verhuizen.

Het zingen van lofliederen voor Jehovah was nog een kenmerk van het leven thuis waarvan ik niet alleen genoot maar dat tevens een hulp bij mijn opleiding vormde. Mijn vader kocht een exemplaar van de liederenbundel die speciaal voor kinderen was vervaardigd en in 1925 door het Wachttorengenootschap was uitgegeven; het was een klein, in hard kaft gebonden boek met tachtig liederen op muziek, getiteld: „Kingdom Hymns.” Hij hielp ons deze liederen te zingen, en als wij ze eenmaal kenden, zongen wij ze onder ons werk thuis.

Een andere, zeer belangrijke manier waarop mijn ouders mij opleidden, was door mij naar de vergaderingen van de christelijke gemeente mee te nemen. Soms moesten wij naar de vergaderingen wandelen; andere keren gingen wij met een klein rijtuig. Deze vergaderingen waren erg belangrijk in mijn leven.

Aangezien ik gunstig op godvruchtig onderricht reageerde, bleef mijn waardering voor Jehovah en zijn voornemens groeien. Ik vergezelde mijn moeder dan ook altijd graag in het van-deur-tot-deur-predikingswerk. Eerst overhandigde ik de huisbewoner, nadat mijn moeder was uitgesproken, een boek, brochure of strooibiljet, maar in 1933 deed ik zelf het woord. In maart 1939 droeg ik mij aan Jehovah op, waarna ik mijn opdracht door de waterdoop symboliseerde.

Omdat ik gunstig op goddelijk onderricht reageerde, wilde ik steeds meer voor anderen doen. In 1943 kwam er een prachtige gelegenheid toen ik op het kantoor van een vakvereniging in Port of Spain werkte. Doordat de regering ons christelijke werk verkeerd begreep, was onze bijbelse lectuur toentertijd verboden. Het kantoor waar ik werkte, kon echter zonder enige moeilijkheid alle mogelijke buitenlandse bladen ontvangen en daarom gebruikte ik het adres van mijn kantoor om van een Getuige op Grenada exemplaren van het tijdschrift De Wachttoren te krijgen. Aangezien ik niet voldoende tijdschriften kreeg om alle verkondigers van een exemplaar te voorzien, hielp ik met het overtypen van exemplaren, zodat meerderen van ons dit geestelijke voedsel konden krijgen.

DE VOLLE-TIJDPREDIKING TOT MIJN CARRIÈRE MAKEN

Als gevolg van het onderricht dat mijn ouders mij al jong hadden gegeven, ging ik altijd naar de vergaderingen van de christelijke gemeente en las ik de publikaties van het Wachttorengenootschap. Deze, en vooral de Watchtower van 1945 waarin hoofdstuk twaalf van het bijbelboek Prediker werd besproken, hadden een grote invloed op mij. 12 De verzen één en drie van dat bijbelhoofdstuk maakten de meeste indruk op mij: „Gedenk nu uw grootse Schepper in uw jongelingsdagen, voordat de rampspoedige dagen komen, of de jaren zijn aangebroken waarin gij zult zeggen: ’Ik heb er geen behagen in’; op de dag dat de bewakers van het huis beven, en de mannen van vitale kracht zich hebben gekromd, en de maalsters zijn opgehouden met werken omdat zij weinige zijn geworden, en de vrouwen die door de vensters zien het duister hebben gevonden.”

Het artikel legde uit dat jonge mensen God moeten dienen voordat „de rampspoedige dagen” — dat wil zeggen, de oude dag met zijn lichamelijke problemen — komen. Ik redeneerde dat er, aangezien ik zesentwintig jaar was en de dagen van mijn jeugd weldra voorbij zouden zijn, geen tijd voor uitstel was. Daarom regelde ik mijn aangelegenheden zo dat ik de volle-tijdprediking van Gods Woord tot mijn carrière kon maken.

In augustus 1946 nam ik dus ontslag uit mijn wereldse betrekking en begon op Grenada met het volle-tijd-predikingswerk. Ik bracht daar drie jaar door, en twee personen met wie ik de bijbel bestudeerde, werden gedoopt.

In 1949 ging ik voor een christelijk congres naar Trinidad en toen ik daar was, kreeg ik een aanvraagformulier voor de bijbelschool Gilead. Ik vulde de aanvraag in omdat ik alles wilde doen wat Jehovah voorschreef en ik beschouwde deze gelegenheid om voor de zendingsdienst te worden opgeleid als een bewijs van zegeningen van Jehovah. Op 29 januari 1950 vertrok ik uit Trinidad naar New York om de vijftiende klas van de Wachttoren Bijbelschool Gilead bij te wonen.

HET LEVEN OP DE GILEADSCHOOL

Op de Gileadschool leerde ik heel wat meer uit de bijbel dan ik voordien wist, hoewel ik de bijbel had gelezen, en hierdoor werd mijn waardering voor Jehovah en zijn voornemens verdiept. Na de schooluren kreeg ik een of ander werk toegewezen en ik had er vreugde in, of het nu kleren verstellen, sokken stoppen, bedden opmaken of aardbeien plukken was. Wij waren in deze vijftiende klas in totaal met 120 studenten en hadden het allemaal even druk. Met zoveel anderen samen te wonen, te studeren en te werken, bleek heilzaam te zijn doordat ik leerde mij te verheugen in de omgang met de verscheidenheid aan persoonlijkheden in Jehovah’s organisatie.

De diploma-uitreiking van onze klas op zondag, 30 juli, vormde een speciaal programmaonderdeel op de eerste dag van het „Toename van de Theocratie”-congres dat van 30 juli tot 6 augustus 1950 in het Yankee Stadion in de stad New York werd gehouden. Op de dag van de diploma-uitreiking gaven de leraren van de school en de president en vice-president van het Genootschap allen voortreffelijke raad en fijne aanmoedigingen. De toespraak „De weg van succes”, gebaseerd op Jozua 1:8, maakte een blijvende indruk op mij. Ik kan mij nog altijd de eerste woorden herinneren: „Jehovah leidt een Regeringsschool van succes. Niets anders op aarde is eraan gelijk. Sedert het tijdstip dat aan deze school een Meester-Onderwijzer afstudeerde, verricht ze haar dienst reeds negentienhonderd jaar.” Ik kwam te weten dat mijn diploma van Gilead niet het einde van studie en onderwijs voor mij was, maar dat dit het begin was van een leven onder een grotere verantwoordelijkheid voor het aangezicht van God om te blijven studeren en de verworven kennis te gebruiken om anderen te helpen op de weg ten leven te komen.

Nog nooit was ik onder zovelen van Jehovah’s volk geweest. En nog nooit eerder had ik beseft dat gunstig reageren op godvruchtig onderricht als men jong is tot zo’n zegen zou leiden.

In oktober vertrok ik naar Brits-Guyana, in Zuid-Amerika, mijn nieuwe tehuis, om daar als zendelinge al mijn tijd in de dienst van het Koninkrijk te blijven besteden.

ZENDINGSWERK IN GUYANA

Toen ik in Brits-Guyana arriveerde, vond ik er hetzelfde tropische klimaat als op Trinidad, waar ik vandaan was gekomen. Hier groeien dezelfde vruchten als op Trinidad, zoals papaja’s, ananassen, mango’s en een grote verscheidenheid aan bananen. Deze overeenkomsten tussen mijn vaderland en mijn nieuwe toewijzing hielpen mij mij aan te passen.

Als men hier op de straten van Georgetown bijbelse tijdschriften aanbiedt, is het niet vreemd Afrikanen, Indianen, Chinezen, Indonesiërs en Portugezen tegen te komen. Zij kunnen allen Engels verstaan omdat dit de voertaal is.

In 1952 kregen mijn partner en ik de toewijzing om een kleine gemeente in Hope Town, ongeveer achttien kilometer van New Amsterdam, aan de andere kant van de rivier de Berbice, te helpen. Op de eerste zondag nadat wij onze toewijzing hadden ontvangen, staken wij ’s morgens om kwart over zes per boot de rivier over met onze fietsen bij ons. Wij reden ongeveer elf kilometer in de stromende regen naar het punt waar wij moesten beginnen, en ons werk bleek succes te hebben. Ik begon een vruchtbare bijbelstudie met een jong meisje. De week daarop waren haar grootouders, haar moeder en twee jongere zusjes bij de studie aanwezig en een broer en zuster die ergens anders woonden, deden toen zij op bezoek kwamen ook mee. Deze acht personen werden ten slotte allemaal christelijke getuigen van Jehovah.

In 1953 kregen wij het voorrecht het goede nieuws van Gods koninkrijk bij de mensen te brengen die langs de oevers van de Berbice zelf woonden. Wij gebruikten de boot die twee maal per week van New Amsterdam naar Paradise voer, een tocht van ongeveer twintig uur. Twee van mijn christelijke zusters uit de gemeente gingen met mij mee. Wij hadden besloten een week lang in dit gebied het goede nieuws te prediken. Kort nadat wij aan boord van de boot waren gegaan, maakten wij kennis met een gezin en vertelden hun over ons werk. De ouders vroegen ons eerst bij hen thuis te komen om hen in de bijbel te onderwijzen. Wij aanvaardden hun gastvrijheid dus.

Het bleek dat, hoewel zij gastvrij waren, zij er niet bijzonder in geïnteresseerd waren over Gods koninkrijk te vernemen, dus vertrokken wij de volgende ochtend. Wij gingen iedere dag verder stroomopwaarts door paden langs de oever te gebruiken of door mee te varen met een kleine boot. Wij predikten tot allen die wij onderweg tegenkwamen.

Toen onze voedselvoorraad begon op te raken, ontdekten wij dat er geen winkels in de buurt waren waar wij voedsel konden kopen. Terwijl wij onder elkaar bespraken dat Jehovah altijd voor degenen zorgt die getrouw zijn wil doen, bood iemand ons aan ons in zijn boot mee stroomopwaarts te nemen tot waar wij voedsel konden kopen.

Wat waren wij gelukkig het goede nieuws met zovelen die langs die rivier woonden te kunnen delen! Een van de meisjes uit het eerste huis waar wij overnachtten, is nu getrouwd, en wij ontmoetten haar op zekere dag in een winkel. Zij vroeg mij bij haar te komen en met haar en haar kinderen de bijbel te bestuderen.

In 1963 werd ik toegewezen aan Georgetown, waar ik vele rijke zegeningen heb gehad door anderen te helpen Gods waarheid te leren kennen. Gedachtig aan mijn opleiding als kind, heb ik het nuttig gevonden om, als ik bijbelstudies leidde, gebruik te maken van afbeeldingen ten einde kinderen die niet kunnen lezen te helpen aandacht te schenken en iets te leren, en ook ouderen te helpen datgene te begrijpen wat de afbeelding illustreert.

Ik heb ook liederen en ervaringen kunnen gebruiken om anderen te helpen, net zoals mijn ouders mij hebben geholpen. Nog niet zo lang geleden besprak ik bijvoorbeeld met een van mijn christelijke zusters die ontmoedigd was, lied 87 uit de bundel ’Zingen en uzelf begeleiden met muziek in uw hart’. Het lied dat is gebaseerd op Psalm 55, is getiteld: „Werp uw last op Jehovah!” Dit hielp haar haar last op Jehovah te werpen en zij was erdoor aangemoedigd het lied te zingen als zij ontmoedigd was. Wat andere helpen door ervaringen te vertellen betreft — één persoon met wie ik de bijbel bestudeerde, werd aangespoord haar leven in orde te brengen doordat ik haar een ervaring vertelde die aantoonde dat iemand anders met wie ik de bijbel bestudeerde hetzelfde probleem had overwonnen.

Toen ik in 1950 in Brits-Guyana kwam, waren er 206 personen die het goede nieuws van Gods koninkrijk verkondigden. Nu is dit aantal, dank zij het harde werken van vele getuigen van Jehovah, tot meer dan duizend toegenomen.

Dat ik het volle-tijd-predikingswerk tot mijn carrière heb gemaakt, is een zegen voor mij gebleken. Het heeft gemaakt dat ik mij dichter bij Jehovah voel, omdat ik er meer tijd aan besteed om over hem te leren en te onderwijzen. Hoe ik over deze intieme band denk, wordt onder woorden gebracht in Psalm 125:2: „Jehovah [is] rondom zijn volk van nu aan en tot onbepaalde tijd.”

Hoe gelukkig ben ik dat ik gunstig heb gereageerd op godvruchtig ouderlijk onderricht!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen