Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w73 15/1 blz. 35-37
  • Wie maken discipelen?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wie maken discipelen?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’Maak discipelen, hen dopende’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • De christelijke getuigen van Jehovah in de eerste eeuw
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Bekwaam om met vertrouwen te onderwijzen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Jehovah’s Getuigen
    Redeneren aan de hand van de Schrift
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
w73 15/1 blz. 35-37

Wie maken discipelen?

TALLOZE religies maken er aanspraak op christelijk te zijn. Zijn ze dit werkelijk? Hoe kunnen wij dit weten? Eén manier houdt verband met de kwestie van het maken van discipelen.

Een christen is een volgeling van Jezus Christus. Zijn volgeling te zijn, betekent niet slechts een gelovige te zijn maar een navolger. Vanaf zijn doop tot aan zijn dood besteedde Jezus veel tijd aan het prediken en onderwijzen van het goede nieuws van Gods koninkrijk. Hij werd in feite met „Leraar” aangesproken (Joh. 13:13; Matth. 23:8). Hij wordt ook „de getrouwe en waarachtige getuige” genoemd, want hij getuigt getrouw van zijn Vaders wil en voornemen. — Openb. 3:14; Joh. 18:37; 1 Tim. 6:13.

Jezus gebood zijn discipelen hetzelfde te doen wat hij deed. Voordat hij naar de hemel opsteeg, zei hij tot hen: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën . . . en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb.” Hij zei ook nog tot hen: „Gij zult getuigen van mij zijn zowel in Jeruzalem als in geheel Judéa en Samaria en tot de verst verwijderde streek der aarde.” — Matth. 28:19, 20; Hand. 1:8.

Zonder aldus getuigenis te geven, is er in feite geen redding voor christenen. De apostel toont dit duidelijk aan door te zeggen: „Met het hart oefent men geloof tot rechtvaardigheid, maar met de mond doet men een openbare bekendmaking tot redding.” Jezus roerde dit onderwerp ook aan toen hij zei dat hij alleen degenen voor zijn Vader in de hemel zou belijden die hem voor mensen op aarde hadden beleden. — Rom. 10:10; Matth. 10:32, 33.

Over het algemeen erkennen kerkleiders de verplichting van christenen om te getuigen en discipelen te maken. Billy Graham geeft toe: „Wij moeten eigenlijk allemaal getuigen voor Christus zijn.” Predikanten en priesters van andere religies hebben zich op soortgelijke wijze geuit. Maar wat is de werkelijke situatie onder de kerken?

Getuigen kerkleden in het algemeen voor God en zijn Zoon, en maken zij discipelen door anderen te onderwijzen, zoals Jezus zei dat zijn volgelingen dienden te doen? Hoe staat het met uzelf? Heeft uw geestelijke herder u ertoe aangemoedigd dit te doen? Heeft hij of uw kerk u ervoor toegerust deze predikings- en onderwijzingsopdracht te vervullen?

Als u anderen getuigenis zou moeten geven, wat zou u dan zeggen? Hoe zou u het aanpakken om anderen tot christelijke discipelen te maken? Probeert u uw buren of uw collega’s op uw werk getuigenis omtrent het goede nieuws te geven? In werkelijkheid doen maar heel weinigen die belijden christenen te zijn dit. Dit is ongetwijfeld de reden waarom het boek What Americans Believe and How They Worship (1962) verklaart: „Stanley Jones was verontrustend dicht bij de waarheid toen hij opmerkte dat de moderne kerk eerder een veld voor de evangelieprediking vormt dan dat ze er een kracht voor is.” Hoe komt dit?

Veel kerkleden geven openlijk toe dat zij zich er niet toe in staat voelen discipelen te maken. Vele anderen hebben eenvoudig nooit het gevoel gehad dat hun kerk dit van hen verwachtte. Toch zijn Jezus’ eigen woorden waarmee hij deze opdracht uitvaardigde, onmiskenbaar duidelijk. En er zijn thans ook personen die precies datgene doen wat hij opdroeg, en nog wel als een verenigd lichaam. Beschouwt u maar eens enkele opmerkingen door religieuze leiders, waaruit blijkt dat dit zo is.

In een redactioneel artikel in een van de belangrijkste dagbladen van Denemarken, Berlingske Tidende (9 augustus 1969), stond: „Men mocht wensen dat de kerk maar half zo ijverig zou werken om inlichtingen te verspreiden over wat het christendom is als de getuigen [van Jehovah] bij het propageren” van hun geloofsovertuiging. En een vooraanstaande protestantse predikant in Brooklyn (V.S.) zei tot zijn gemeente: „Ik bewonder de Getuigen erom dat zij over hun geloof spreken. . . . Wij hullen ons in stilzwijgen. Religie is het enige waarover wij nooit spreken. . . . De Getuigen geven elke dag bewijzen, mondelinge bewijzen, van hun geloof. Zij spreken vrijuit.”

De missiepriester en redacteur J. B. Sheerin schreef eens dat de Getuigen „een uitdaging voor ons katholieken vormen”. Waarom? Omdat „zij bepaalde kenmerken van de ware religie . . . volkomen beoefenen, terwijl wij katholieken deze kenmerken van onze religie negeren”. Na over de ijver van de Getuigen te hebben verteld, vroeg hij: „Hebt u van één katholiek congres gehoord waarvan de leden ’s morgens vroeg opstonden om op de straathoeken van de congresstad katholieke strooibiljetten uit te geven?”

Als u hoort dat er meer dan anderhalf miljoen getuigen van Jehovah over de hele wereld zijn, betekent dit niet dat er zoveel personen op hun vergaderingen met hen verbonden zijn. Neen, het betekent dat zoveel Getuigen elke maand tijdens het „dienstjaar” 1970-1971 deelnamen aan de prediking van het goede nieuws van Gods koninkrijk en het maken van discipelen. Jehovah’s getuigen noemen alleen degenen Getuigen die werkelijk getuigen zijn!

Zeker, het is niet gemakkelijk om in een godloze, boze wereld getuigenis te geven van God en Christus en van hun koninkrijk. Er zijn spotters die absoluut weigeren naar iets te luisteren wat maar met God en de bijbel te maken heeft. Naast dezen, zijn er ook sommigen wier geest voor iedere religieuze boodschap behalve die van hun kerk is toegesloten. Zij hebben hun religie onvoorwaardelijk van hun ouders overgeërfd en zij houden er niet van in hun innerlijke rust gestoord te worden door iemand die hun vraagt erover na te denken waarom zij geloven zoals zij geloven. Het is dus een beproeving op iemands geloof om een ware volgeling van Jezus te zijn en zoals hij te getuigen.

Hoe komt het dat de christelijke getuigen van Jehovah in staat zijn dit moeilijke werk, waarvoor anderen terugdeinzen, te doen? Wegens hun kennis van Gods Woord en omdat zij voor deze bediening zijn toegerust. Zij hebben Jehovah God leren kennen en hebben hem met hun gehele hart, ziel, verstand en kracht lief, en zij hebben hun naasten lief als zichzelf. Uit louter dankbaarheid jegens hun hemelse Vader en uit onzelfzuchtige belangstelling voor hun medemens nemen zij het werk op zich dat bestaat in het maken van discipelen. — Mark. 12:29-31.

Ten einde in staat te zijn op juiste wijze voor God en Christus te getuigen en dit met wijsheid, volharding en moed te doen, komen de christelijke getuigen van Jehovah drie maal per week bijeen voor vergaderingen. Op deze vergaderingen leren zij bijbelse waarheden te begrijpen, zien zij hoe bijbelse profetieën in vervulling gaan, wordt hun geleerd hoe zij bijbelse beginselen in hun leven moeten toepassen en ontvangen zij onderricht in de wijze waarop zij aan anderen getuigenis moeten geven.

Zij trekken er ’s zondags en op andere tijden dat het hun schikt op uit om te prediken, waarbij beginnelingen door meer ervarenen worden geholpen. Zij komen met een vriendelijke glimlach bij de mensen en trachten de huisbewoners te betrekken in een gesprek over de huidige toestanden, ’s mensen behoefte aan een betere regering en hoe hierin door Gods koninkrijk waarover Jezus heeft gesproken en waar hij zijn volgelingen om leerde bidden, zal worden voorzien. Waar belangstelling wordt aangetroffen, wordt bijbelse lectuur achtergelaten en worden nabezoeken gebracht met het doel een bijbelstudie in het huis op te richten. Oud en jong, mannen en vrouwen, en zelfs kinderen nemen aan deze activiteit van het maken van discipelen deel.

De apostel Paulus zei tot christenen in Korinthe: „Wordt navolgers van mij, zoals ik het ben van Christus.” Paulus nam actief deel aan het maken van discipelen, door zowel in het openbaar te prediken en te onderwijzen alsook particulier onderricht te geven aan belangstellende personen in hun eigen huis. Aangezien Paulus bij uitstek een prediker en onderwijzer was, volgt hieruit dat allen die zijn aanmaning ter harte nemen, eveneens predikers en onderwijzers moeten zijn. Wenst u zulk een navolger van Jezus en Paulus te zijn? — 1 Kor. 11:1; Hand. 20:20.

Indien uw geestelijke herder u hiervoor niet toerust, indien uw kerk u niet leert hoe een getuige voor God en Christus te zijn, waarom zou u dan niet de vergaderingen van de christelijke getuigen van Jehovah bezoeken, waar u zulke voorbeelden kunt vinden en deze hulp kunt krijgen? U bent van harte welkom!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen