Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 1/9 blz. 515-516
  • Palmpaasdispuut in Frankrijk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Palmpaasdispuut in Frankrijk
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HET DILEMMA VAN DE FRANSE BISSCHOPPEN
  • De overlevingsstrijd van de Franse bijbel
    Ontwaakt! 1997
  • De Nieuwe-Wereldvertaling wereldwijd door miljoenen mensen gewaardeerd
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2001
  • Een mijlpaal voor liefhebbers van Gods Woord
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
  • Is de Nieuwewereldvertaling nauwkeurig?
    Veelgestelde vragen over Jehovah’s Getuigen
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 1/9 blz. 515-516

Palmpaasdispuut in Frankrijk

„CHRISTUS is God en geen beeld!” De versterkte stem echode rond de gotische gewelven van de Notre Dame in Parijs, waarin op dat moment juist het „Epistel” werd gelezen. De ongeveer tweeduizend aanwezige katholieken waren nauwelijks van hun verbazing bekomen of zij hoorden het Credo in het Latijn zingen. Deze protestzang werd snel door het machtige orgel overstemd. Hierop verlieten de betogers de kathedraal en werd de Mis voortgezet.

Gedurende dat weekend van Palmpasen of Palmzondag werden er in andere kerken in Parijs tijdens de Mis soortgelijke demonstraties gehouden. De betogers waren geen protestanten of atheïsten maar sterk aan traditie gehechte katholieken! Maar waarom het protest?

Het had te maken met het voorlezen van het „Epistel” in de landstaal, Frans. Zoals elke praktizerende katholiek weet, is het „Epistel” dat gedurende de Mis op Palmzondag wordt voorgelezen, Filippenzen 2:5-11. In het in 1959 uitgegeven Franse lectionarium luidt Filippenzen 2:6: „Hoewel hij de goddelijke status bezat, hield Christus niet hebzuchtig vast aan de positie die hem gelijk aan God maakte.” Maar in 1969 verleenden de Frans sprekende bisschoppen hun toestemming aan de publikatie van een nieuw lectionarium dat op 16 september 1969 door de Heilige Stoel in Rome werd goedgekeurd. Hierin werd Filippenzen 2:6 als volgt weergegeven: „Christus Jezus is Gods beeld; maar hij verkoos het niet de gelijkheid met God gewelddadig te grijpen.”

Een bekende Franse katholieke geleerde, A. Feuillet, schreef: „Deze vertaling . . . lokte van alle kanten scherpe kritiek uit. Werden de gelovigen er hierdoor niet toe gebracht te geloven dat Christus niet in de meest strikte betekenis van het woord God is?” (Esprit et Vie, 17 december 1970). Aha, daar was het probleem!

Er werd druk op de leden van de Franse hiërarchie uitgeoefend, die erin toestemden deze tweede vertaling van Filippenzen 2:6 te herzien. Toen echter bekend werd dat de derde vertaling van Filippenzen 2:6 beslist niet trinitarischer was dan de tweede en dat ze op Palmzondag, 4 april 1971, in alle kerken zou worden voorgelezen, reageerden de traditionalistische katholieken hier heftig op.

Het katholieke maandelijkse tijdschrift Itinéraires gaf een speciaal supplement uit dat was gedateerd januari 1971. Naar de tweede vertaling van Filippenzen 2:6 verwijzend, verklaarde Itinéraires: „Indien hij [Christus] weigerde deze [gelijkheid met God] te grijpen, moet het zo zijn dat hij deze nog niet bezat.” En over de derde vertolking merkte dit tijdschrift op dat indien Christus „het niet verkoos er aanspraak op te maken dat hij dezelfde als God was”, dit wil zeggen dat hij niet „dezelfde als God” was. De New American Bible, een katholieke uitgave van 1970, is het hiermee eens door te zeggen: „Hij achtte gelijkheid met God niet iets dat gegrepen moest worden.” Volgens het standpunt van Itinéraires „komt de uitwerking van deze vervanging feitelijk op ketterij en godslastering neer”. Het blad moedigde zijn lezers ertoe aan gedurende de Missen die op Palmzondag zouden worden opgedragen, van hun afkeuring blijk te geven en gaf hun de raad op het lezen van het „Epistel” te wachten en dan luid „Godslastering!” en „Jezus Christus waarlijk God en waarlijk mens” te roepen of het Credo te zingen.

Ondanks deze dreigementen hield het Franse episcopaat aan zijn derde vertaling van Filippenzen 2:6 vast. Le Monde (21-22 maart 1971) merkte hierover op: „Deze vertaling . . . werd door de gehele groep Frans sprekende bisschoppen aanvaard. De Permanente Raad van het Franse episcopaat, die zo juist in Parijs is bijeengekomen, heeft haar goedgekeurd; ze zal daarom blijven bestaan.” Om evenwel rustverstoringen gedurende de Mis op Palmzondag te vermijden, hebben verscheidene bisschoppen de priesters in hun bisdommen toestemming gegeven de vertaling van 1959 te gebruiken. Ondanks deze concessie werd er in kathedralen in Parijs en ook in Lyon gedemonstreerd.

HET DILEMMA VAN DE FRANSE BISSCHOPPEN

Vreemd genoeg probeerden deze aan traditie gehechte demonstranten betere katholieken te zijn dan de Frans sprekende bisschoppen en kardinalen! Als goede katholieken geloven zij in de leerstelling van de Drieëenheid, waarin wordt geleerd dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest gelijk zijn binnen de Godheid. Zij waren diep geschokt door een door de hiërarchie goedgekeurde vertaling van Filippenzen 2:6 waarin wordt aangetoond dat Christus er nooit aanspraak op heeft gemaakt „dezelfde als God” te zijn. Zij hadden gelijk met hun bewering dat deze vertaling ontkent dat Christus God is. Maar zij zien over het hoofd dat Christus dit zelf ontkende door zijn Vader „de enige ware God” te noemen (Joh. 17:3, Sint-Willibrordvertaling). Hij onderwees geen Drieëenheidsleer.

De intrigerende vraag is: Waarom voelden de Frans sprekende topgeestelijken zich verplicht een vertaling goed te keuren waarin een van de fundamentele leerstellingen van het katholicisme zo duidelijk wordt ontkend? Maar dat is nog niet alles. Is het niet buitengewoon vreemd dat deze prelaten het nodig oordeelden dat er een nieuwe vertaling van deze passage werd gemaakt? Hoe staat het met alle katholieke bijbels die keurig zijn voorzien van het nihil obstat en het imprimatur? Hoe staat het met de Bible de Jérusalem, de Crampon Bible, de Liénart Bible, de Maredsous Bible, de Glaire Bible, het Nieuwe Testament van Osty, de Sacy Bible en nog andere bijbels, allemaal officieel erkende Franse katholieke vertalingen? Waarom moet er een nieuwe vertaling gemaakt worden wanneer al deze bijbels deze passage zo vertolken alsof Christus gelijk was aan God, zoals ook de Nederlandse vertalingen dit doen, zoals de Petrus Canisius Vertaling en de recentere Sint-Willibrordvertaling?

Dit mysterie wordt opgehelderd door de volgende opmerking die in Le Monde (6 april 1971) staat afgedrukt: „De geleerden die voor deze verandering verantwoordelijk zijn — een verandering die door de meerderheid der Franse bisschoppen is goedgekeurd — zijn van mening dat de nieuwe vertaling een getrouwere weergave van de Griekse tekst is dan de voorgaande [wij cursiveren].”

De Frans sprekende katholieke kardinalen, aartsbisschoppen en bisschoppen bevinden zich nu derhalve in een lastig dilemma. Òf zij herroepen hun verklaring en nemen hun nieuwe vertaling van Filippenzen 2:6 terug, in welk geval zij er blijk van geven meer gehecht te zijn aan de leerstelling van de Drieëenheid dan aan de nauwkeurigheid van bijbelvertalingen, òf zij handhaven hun nieuwe officiële vertaling van deze belangrijke passage, ten koste van het feit dat zij hierdoor toegeven dat deze passage in Franse katholieke bijbels (om nog niet eens te spreken van de bijbels in andere talen) verkeerd is vertaald doordat er een trinitarische draai aan is gegeven.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen