Waar meer bekendmakers van het goede nieuws speciaal nodig zijn
„Kom over naar Macedonië en help ons.” — Hand. 16:9.
1, 2. Welke ervaring deed Paulus op toen hij Éfeze voor de eerste maal bezocht, en wat besefte en beloofde hij?
VOOR degenen die waardering hebben voor de christelijke verantwoordelijkheid het goede nieuws van Gods koninkrijk bekend te maken, is het een opwindende ervaring mensen aan te treffen die hen smeken bij hen te blijven om hen in de waarheid te onderwijzen. Paulus, een apostel van Jezus Christus, ondervond dit toen hij voor de eerste maal de stad Éfeze, in Klein-Azië, bezocht. Het was omstreeks het midden van de eerste eeuw van onze gewone tijdrekening. Hij bracht er een kort bezoek toen hij gedurende zijn tweede zendingsreis terugging naar Antiochië, in Syrië. Toen mensen in een synagoge hem het goede nieuws hoorden bekendmaken, drongen zij er bij hem op aan dat hij zou blijven, zodat zij meer konden horen.
2 Paulus besefte dat er in Éfeze een grote behoefte aan predikers van het goede nieuws bestond. Hij kon destijds niet blijven om hen te helpen, maar hij beloofde terug te keren door te zeggen: „Ik zal weer tot u terugkeren, zo Jehovah wil” (Hand. 18:21). Dit deed hij tijdens zijn derde zendingsreis, en hij bracht er drie vruchtbare jaren door. Hij bouwde in Éfeze een gemeente op die ruim veertig jaar later speciaal door de uit de doden opgewekte Jezus Christus werd vermeld. Jezus inspireerde de apostel Johannes ertoe de gemeente Éfeze te prijzen voor haar volharding en harde werk maar haar ook te berispen wegens het feit dat ze ’de liefde die ze eerst had, had verlaten’. — Openb. 2:2-4.
3. Hoe legde Paulus de juiste houding aan de dag toen hij tijdens zijn derde zendingsreis met de Efeziërs sprak?
3 Aan het einde van zijn derde zendingsreis onderbrak Paulus zijn tocht in Miléte, een stadje ten zuiden van Éfeze, alwaar hij de oudere mannen van de gemeente in Éfeze liet komen. Toen zij kwamen, sprak hij met hen en herinnerde hen eraan welk een moeite hij zich had getroost opdat zij het goede nieuws konden leren kennen. Vanaf het moment dat hij de Romeinse provincie Asia had betreden, welk gebied het westelijk deel van het schiereiland Klein-Azië omvatte en Éfeze als hoofdstad had, bleef hij het goede nieuws ondanks vervolging prediken. Dit is de voortreffelijke houding die mensen in deze tijd nodig hebben wanneer zij naar gebieden gaan waar de behoefte aan bekendmakers van het goede nieuws erg groot is.
4. Hoe reageerde Paulus op de smeekbede om naar Macedonië te komen en de mensen aldaar te helpen?
4 Bij een vroegere gelegenheid had Paulus van zijn bereidheid blijk gegeven te dienen waar meer predikers nodig waren. Dit gebeurde tijdens zijn tweede zendingsreis. Hij was in de stad Tróas, in de noordwesthoek van het schiereiland Klein-Azië. Daar ontving hij een visioen van een man uit Macedonië die hem smeekte over te komen en de bewoners van Macedonië te helpen (Hand. 16:9, 10). Aangezien Paulus het als Jehovah’s leiding beschouwde om naar dit gebied te gaan waar de behoefte aan predikers erg groot was, ging hij onmiddellijk aan boord van een schip dat naar Neápolis in Macedonië voer. Vandaar ging hij naar de stad Filippi, die aan een handelsroute lag. Het was altijd zijn gedragslijn zich in steden te vestigen die aan handelsroutes lagen, klaarblijkelijk opdat de boodschap die hij predikte door reizigers naar andere steden meegenomen zou worden. De gemeente die hij in Filippi oprichtte, was hem altijd speciaal dankbaar voor zijn harde werk en zond hem vaak gaven.
5. Welk voorbeeld hebben Paulus, Aquila en Priskilla gegeven dat wij in deze tijd kunnen navolgen?
5 Paulus heeft een prachtig voorbeeld gegeven dat Jehovah’s opgedragen dienstknechten in deze tijd kunnen navolgen. Hij plaatste de belangen van Gods koninkrijk op de eerste plaats in zijn leven en was bereid naar andere plaatsen te gaan waar de behoefte aan predikers groot was. Dit schijnt ook het geval geweest te zijn met Aquila en Priskilla. Paulus ontmoette hen gedurende zijn tweede zendingsreis in Korinthe, en toen hij vertrok, vergezelden zij hem tot Éfeze. Daar bleven zij en predikten zij. Thans kunnen opgedragen dienstknechten van Jehovah dezelfde bereidwilligheid ten toon spreiden door te dienen waar de behoefte aan predikers van het goede nieuws groter is dan waar zij zich nu bevinden.
PLAATSEN WAAR DE BEHOEFTE AAN PREDIKERS GROOT IS
6, 7. (a) Hoe kan een Koninkrijksverkondiger zijn krachtsinspanningen vruchtbaarder maken? (b) Dient een christen naar een ander gebied te verhuizen als hij goede resultaten bereikt in het gebied waar hij woont?
6 Er zijn thans veel plaatsen waar de behoefte aan meer predikers van het goede nieuws van het Koninkrijk erg groot is, en deze plaatsen verschaffen opgedragen dienstknechten van Jehovah een schitterende gelegenheid hun krachtsinspanningen in de bediening in de korte tijd die er voor het huidige samenstel van dingen overblijft, zo vruchtbaar mogelijk te maken.
7 Indien een van deze opgedragen christenen goede resultaten boekt in het gebied dat aan zijn gemeente is toegewezen en de mensen gunstig op het goede nieuws van het Koninkrijk reageren door zich met Jehovah’s organisatie te verbinden, is hij vanzelfsprekend op die bepaalde plaats nodig. Hij heeft een vruchtbaar veld voor de bediening en hij zou het evengoed kunnen blijven bewerken in plaats van ergens anders naar toe te gaan. Maar stel nu eens dat het gebied vaak wordt bewerkt zonder dat zijn krachtsinspanningen veel vruchten voortbrengen, wat dan? Dient hij het dan langzamer aan te gaan doen of op te houden? Absoluut niet! Zijn volharding behaagt Jehovah God.
8. Waarom is het raadzaam te verhuizen, als dit mogelijk is, wanneer een gebied niet produktief is?
8 Indien zijn positie het hem echter toestaat in een ander gebied, waar meer predikers nodig zijn, hulp te bieden, zou het dan niet verstandig zijn wanneer hij naar dat gebied toe zou gaan? Een visser die merkt dat hij zich met zijn boot niet in goed viswater bevindt, zal zijn boot verplaatsen naar visgronden waar de kans op een vangst groter is. Hij stelt er belang in vóór het einde van de dag zoveel mogelijk vissen te vangen. Als geestelijke vissers willen Jehovah’s getuigen in deze tijd daar werken waar hun krachtsinspanningen het produktiefst zullen zijn.
9, 10. Indien iemand naar een ander land kan verhuizen, wat zijn dan enkele van de landen waar behoefte aan predikers erg groot is, die hij zou kunnen beschouwen?
9 Misschien kunnen de leden van een gezin hun aangelegenheden zo regelen dat zij naar een ander land kunnen gaan waar de behoefte aan predikers bijzonder groot is. In de Verenigde Staten is de verhouding van verkondigers tot de bevolking één op 524, maar er zijn een aantal landen waar de verhouding niet zo goed is, waardoor een grote behoefte aan meer predikers van het goede nieuws van Gods koninkrijk te kennen wordt gegeven. In Bolivia is de verhouding bijvoorbeeld één op 4222, in El Salvador één op 1951, in Guatemala één op 2298, in Colombia één op 3021, in Ecuador één op 2095, in Paraguay één op 2963 en in Peru één op 3007. Deze landen bevinden zich alle in Midden- en Zuid-Amerika, waar het heel goed blijkt te gaan met de „visvangst”. In sommige van deze landen zijn echter nog steeds hele steden waar geen gemeente van Jehovah’s volk is.
10 Laten wij nu eens naar Afrika kijken en zien hoe groot de behoefte aan predikers van het koninkrijk daar is. In Burundi is de verhouding waarin Jehovah’s getuigen tot de bevolking staan één op 71.174, in Senegal is deze één op 20.339, in Gambia één op 35.111, in de Ivoorkust één op 9513, in Kenya één op 11.094, in de republiek Mali één op 700.000, in Niger één op 106.296, in Tsjaad één op 50.000 en in Uganda één op 98.234. Deze landen bieden aan degenen onder de opgedragen dienstknechten van Jehovah die in staat zijn naar een ander land te verhuizen, een voortreffelijke gelegenheid tot „vissen”.
11, 12. Beschrijf wat Getuigen die als zendelingen zijn uitgezonden in sommige van de Afrikaanse landen aantreffen.
11 In sommige van deze landen is de belangstelling zo groot, dat de Getuigen aldaar wachtlijsten hebben van mensen die de bijbel met hen willen bestuderen. In Kenya verspillen zij bijvoorbeeld geen tijd aan mensen die zich niet aan hun afspraak houden. Als iemand verscheidene malen achtereen niet thuis blijkt te zijn op het tijdstip dat de studie bij hem gehouden zou worden, zal de Getuige de studie afbreken en zijn tijd aan iemand anders besteden die van meer waardering voor de studie blijk geeft. Als de persoon na het afbreken van de studie belooft dat hij zich aan zijn afspraken zal houden en weer opnieuw studie wil hebben, wordt hij onderaan de lijst geplaatst van degenen die op studie wachten.
12 Een zendelinge die naar Dahomey ging, berichtte dat zij na iets meer dan zes maanden vijftien huisbijbelstudies leidde. Zij schrijft: „Er is niet genoeg tijd om iedereen te helpen die zou willen studeren. Wij zijn heel bekend geworden in de stad en de mensen houden ons gewoon aan om ons te vragen of wij met hen willen studeren.” Hoe goed de „visserij”-omstandigheden in deze landen is, wordt te kennen gegeven door de geweldige toename in het aantal van degenen die zich met Jehovah’s organisatie verbinden. Ook deze mensen nemen actief deel aan het bekendmaken van het goede nieuws van het Koninkrijk.
13. Wat maakte een Getuige op de Trukeilanden mee, en voor welke vraag ziet u zich gesteld?
13 Zoals verwacht kon worden, hebben degenen die naar landen zijn gegaan waar de behoefte aan predikers erg groot is, stimulerende ervaringen opgedaan. Een Getuige die enkele van de vele eilanden in het Trukdistrict bezocht, trof er mensen aan die nog nooit een bijbel hadden gezien en nooit het goede nieuws van het Koninkrijk hadden gehoord. Zij luisterden met grote belangstelling naar hem. Toen hij een eiland verliet na een poosje tot de bewoners aldaar gepredikt te hebben, vroegen zij herhaaldelijk: „Wanneer komt u weer terug?” Wat doet dit denken aan de reactie van de inwoners van het Éfeze uit de oudheid, toen de apostel Paulus hen voor het eerst bezocht! Kunt u gunstig reageren op het verzoek van zulke mensen in verscheidene landen om ’over te komen en hen te helpen’?
IN ONS EIGEN LAND
14. Hoe kan iemand in zijn eigen land dienen waar meer bekendmakers van het Koninkrijk nodig zijn?
14 Als een gezin niet naar een ander land kan gaan, is het voor de gezinsleden misschien mogelijk naar een van de geïsoleerde gebieden in hun eigen land te verhuizen. Veel Getuigen hebben dit met goede resultaten gedaan. Sommigen zijn naar gebieden ver van hun woonplaats gegaan, terwijl anderen slechts enkele kilometers verder zijn getrokken waar meer hulp nodig is. In sommige gevallen is het gebied geïsoleerd en derhalve zonder een gemeente van Jehovah’s getuigen. De belangstelling aldaar moet ontwikkeld worden zodat er een gemeente gevormd kan worden. In andere gevallen is er misschien wel een gemeente maar is deze klein en zwak. Ze heeft hulp en aanmoediging nodig. In weer andere gevallen heeft een gemeente misschien een krachtiger leiding nodig, hetgeen een rijpe bedienaar van het evangelie in Jehovah’s organisatie in de gelegenheid stelt met zijn gezin naar die stad te verhuizen ten einde die gemeente te helpen.
15. Hoe kunnen rijpe Getuigen een kleine gemeente helpen?
15 Er kan door rijpe Getuigen die verhuizen naar een plaats waar een kleine hulpbehoevende gemeente is, veel goeds gedaan worden. Door ijverig de leiding te nemen in de bediening kunnen zij de gemeente nieuw leven inblazen en de plaatselijke Getuigen helpen produktievere „vissers van mensen” te worden (Matth. 4:19). Zij kunnen een stimulerend voorbeeld voor de plaatselijke gemeente zijn, evenals Paulus en zijn metgezellen dit voor de gemeente in Thessaloníka waren. In zijn brief aan de christenen in die gemeente zei Paulus: „Wij weten namelijk, broeders, bemind door God, dat gij door hem zijt verkozen, want het goede nieuws dat wij prediken, is niet alleen met woorden tot u gekomen, maar ook met kracht en met heilige geest en sterke overtuiging, gelijk gij weet wat voor soort van mensen wij om uwentwil voor u zijn geworden; en gij zijt navolgers van ons en van de Heer geworden.” — 1 Thess. 1:4-6.
16. Welke speciale vreugde ondervond de apostel Paulus, en hoe kunnen Getuigen in deze tijd in hun eigen land in die vreugde delen?
16 Het schonk de apostel Paulus veel vreugde nieuwe gebieden voor de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk te ontsluiten. In zijn brief aan de christenen in Rome openbaarde hij deze vreugde door te zeggen: „Ja, op deze wijze heb ik het mij ten doel gesteld het goede nieuws nergens bekend te maken waar Christus reeds was genoemd, opdat ik niet op het fundament van een ander zou bouwen, maar, zoals er staat geschreven: ’Zij aan wie geen aankondiging betreffende hem is gedaan, zullen zien, en zij die niet hebben gehoord, zullen begrijpen’” (Rom. 15:20, 21). Dit kan de vreugde van Getuigen in deze tijd zijn die bereid zijn naar een geïsoleerd gebied te gaan waar nog geen gemeente is opgericht.
17. Wat moeten degenen die erover denken naar gebied te verhuizen waar de behoefte aan predikers speciaal groot is, voor personen zijn?
17 Degenen die gaan verhuizen naar een gebied waar de behoefte aan predikers groter is, moeten noodzakelijkerwijs personen zijn die een grote waardering voor de waarheid van Gods Woord hebben en die deze waardering door een ijverige activiteit in de bediening ten toon spreiden. Zij moeten personen zijn die sterk in de waarheid zijn en die zich kunnen „verdedigen voor een ieder die van [hen] een reden eist voor de hoop die in [hen] is” (1 Petr. 3:15). Zij moeten personen zijn die bereid zijn ongemakken, ontberingen en zelfs vervolging te verduren ten einde met de bediening te kunnen voortgaan. Dit was de houding die de apostel Paulus had. Hij zei: „Gij weet zeer goed hoe ik vanaf de eerste dag dat ik het district Asia betrad, al de tijd bij u ben geweest en met de grootste ootmoedigheid des geestes de Heer als slaaf heb gediend, met tranen en beproevingen die mij overkwamen.” — Hand. 20:18, 19.
DEGENEN DIE NIET KUNNEN VERHUIZEN
18, 19. Hoe kunnen er regelingen voor worden getroffen dat degenen die niet kunnen verhuizen, in een gebied kunnen werken waar de behoefte aan predikers groot is?
18 Maar wat valt er te zeggen over degenen die niet kunnen verhuizen? Hoe kunnen zij daar dienen waar meer predikers van Gods koninkrijk nodig zijn? Misschien is er in hun kring van ongeveer twintig gemeenten gebied waarin veel mensen wonen die belangstelling hebben voor het goede nieuws, maar waar de plaatselijke gemeente misschien teveel gebied heeft om deze belangstelling te behartigen. Er kunnen met die gemeente regelingen worden getroffen dat Getuigen uit een andere gemeente in hun gebied gaan werken om de belangstelling te ontwikkelen. Waarom zouden zij hun tijd in onvruchtbaar gebied besteden wanneer er beter „gevist” kan worden in gebied dat van een andere gemeente is maar wat niet goed door die gemeente behartigd kan worden?
19 Getuigen in andere gedeelten van de kring die naar zulk een gebied kunnen reizen, zouden de toewijzing kunnen ontvangen de belangstelling aldaar te ontwikkelen. Als er belangstelling wordt aangetroffen, zullen zij studies willen oprichten en die studies regelmatig willen leiden. Dit zal hun natuurlijk tijd en geld kosten. Wanneer zij deze kosten kunnen dragen, zullen zij in gebied kunnen dienen waar meer bekendmakers van het Koninkrijk nodig zijn, terwijl zij toch niet behoeven te verhuizen.
AAN PROBLEMEN HET HOOFD BIEDEN
20-22. Beschrijf welke problemen men kan ondervinden op het gebied van huisvesting en werkgelegenheid en hoe ze overwonnen kunnen worden?
20 Zoals verwacht kan worden, zal degene die naar een gebied ver van huis gaat of die naar een andere stad of een ander land verhuist, beslist met problemen te kampen krijgen. Voor degenen die gaan verhuizen, kan dit betekenen dat zij genoegen moeten nemen met huisvesting die feitelijk niet past bij de goede levensstandaard waaraan zij gewend waren. Er zal dan ook een wijziging en aanpassing van hun denkwijze nodig zijn om in dat gebied te kunnen blijven prediken. Zij zullen er moeite mee hebben er te blijven als zij blijven denken aan wat zij hebben achtergelaten.
21 Het vinden van werk kan een ander probleem zijn, maar kunnen wij zeggen dat het een probleem is dat onmogelijk opgelost kan worden? In sommige gevallen hebben de plaatselijke Getuigen een gezin kunnen helpen werk te vinden. In andere gevallen heeft de persoon ander werk moeten nemen dan dat waaraan hij gewend was. Hij zal misschien zelfs werk moeten nemen dat niet zo goed betaalt, maar dit kan noodzakelijk zijn om in gebied te blijven waar de behoefte aan predikers groot is. Ook in deze omstandigheden is het belangrijk de juiste geesteshouding te ontwikkelen. Paulus toonde aan welk standpunt men dient in te nemen toen hij zei: „Wanneer wij . . . voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn.” — 1 Tim. 6:8.
22 Het gezin dat verhuist, zal dus zijn best doen met een mogelijk wat lager inkomen toe te komen en met een misschien minder wenselijke huisvesting genoegen te nemen om maar in gebied te kunnen blijven waar meer bekendmakers van het Koninkrijk nodig zijn. Op deze wijze stellen zij de belangen van Gods koninkrijk boven materiële belangen, zoals door Jezus werd aanbevolen. — Matth. 6:33.
23. Hoe kan iemand het bezien dat hij goede vrienden moet verlaten om in een gebied te gaan dienen waar meer bekendmakers van het goede nieuws nodig zijn?
23 De moeilijkheid goede vrienden te verlaten, kan nòg een probleem vormen. Verhuizen betekent niet het einde van vriendschappen maar veeleer de gelegenheid vriendschappen uit te breiden. Een gezin zal nieuwe vrienden vinden, die het kan toevoegen aan de vrienden die het reeds heeft. Houd Jezus’ belofte in gedachte dat degenen die familieleden verlaten ten einde het goede nieuws van het Koninkrijk elders bekend te maken, honderdvoudig familieleden en huizen zullen terug ontvangen. Nieuwe vrienden, die eveneens opgedragen dienstknechten van Jehovah God zijn, zullen hen even na komen te staan als vleselijke verwanten. Als gevolg van hun gastvrijheid zal hun huis voor zulke personen openstaan. Afgestudeerden van de Wachttoren Bijbelschool Gilead, die als zendelingen naar andere landen zijn gegaan, kunnen ervan getuigen dat Jezus’ verklaring waar is. — Mark. 10:29, 30.
24. Wat draagt ertoe bij de problemen die men ontmoet wanneer men in een gebied wil gaan dienen waar Koninkrijksbekendmakers nodig zijn, onbelangrijk te maken?
24 Wèlke problemen men ook ontmoet wanneer men in een gebied probeert te dienen waar de behoefte aan meer bekendmakers van het Koninkrijk groot is, de vreugde dat men mensen kan helpen tot een kennis van de waarheden van Gods Woord te komen, maakt ze tot iets onbelangrijks. Deze vreugde maakt de moeite en volharding dubbel en dwars waard. De wetenschap dat men anderen helpt en, bovenal, doet wat aangenaam is in de ogen van God, schenkt een innerlijke voldoening. Rijpe Getuigen weten welk een voldoening het schenkt wanneer hun krachtsinspanningen in de bediening goede vruchten afwerpen. Sta er eens bij stil hoeveel groter die vreugde kan zijn wanneer de vruchten overvloedig zijn doordat men in gebied werkt waar de behoefte aan predikers groot is. Het schenkt beslist geluk wanneer men onzelfzuchtig tijd en energie gebruikt om mensen te helpen meer over Jehovah, zijn Zoon en zijn schitterende voornemens voor de mensheid te weten te komen.
BEREKEN DE KOSTEN
25. Wat dienen de gezinsleden te doen voordat zij gaan verhuizen?
25 Opgedragen dienstknechten van Jehovah dienen hun situatie na te gaan en ernstig te beschouwen of zij naar gebied kunnen gaan waar meer predikers nodig zijn. Als een gezin denkt dat zij naar een ander land of naar een andere streek in hun eigen land kunnen verhuizen, dienen zij noodzakelijkerwijs de kosten te berekenen en te beslissen of zij deze kunnen dragen of niet. De reden waarom dit zo noodzakelijk is, werd door Jezus uitgelegd toen hij zei: „Wie van u . . . die een toren wil bouwen, gaat er niet eerst voor zitten om de kosten te berekenen, om te zien of hij genoeg heeft om hem te voltooien? Anders zou het kunnen gebeuren dat hij het fundament ervan legt, maar niet in staat is het werk te voleindigen.” — Luk. 14:28, 29.
26, 27. Waarom is het alleen maar verstandig daar te gaan werken waar onze krachtsinspanningen de meeste vruchten afwerpen, en hoe heeft Paulus in dit opzicht een voorbeeld gegeven?
26 Aangezien de tijd die dit oude samenstel van dingen nog rest, erg kort is, is het alleen maar verstandig en praktisch om in gebied te werken waar onze krachtsinspanningen de meeste vruchten zullen afwerpen. Als wij in de positie verkeren dat wij kunnen verhuizen, is het niet redelijk om in onproduktief gebied te blijven voortzwoegen wanneer er in een ander gebied, waarin te weinig predikers zijn, beter „gevist” kan worden. Verhuist een gezin echter, dan dienen de gezinsleden in hun nieuwe woonplaats te kunnen blijven. Daarom is het van het grootste belang van tevoren plannen te maken en de kosten te berekenen.
27 De apostel Paulus zag er de wijsheid van in naar een produktiever gebied te gaan toen hij bemerkte dat hij zich in gebied bevond waar de „visvangst” slecht was. Om deze reden bleef hij niet langer in Athene. Het was een betrekkelijk onvruchtbaar gebied. Hij trok daarom naar Korinthe, waar hij gedurende zijn tweede zendingsreis anderhalf jaar bleef. De Heer wilde dat hij dit deed. In een visioen liet hij Paulus weten: „Vrees niet, maar blijf spreken en zwijg niet, want ik ben met u en geen mens zal u aanvallen om u schade te berokkenen, want ik heb veel volk in deze stad” (Hand. 18:9, 10). Dit bleek inderdaad het geval te zijn.
28, 29. Welke procedure moet gevolgd worden wanneer een gezin besluit dat het naar een gebied kan verhuizen waar het produktiever kan zijn?
28 Als een gezin, na de kosten berekend te hebben, besluit dat het op de een of andere manier kan dienen waar meer predikers van het goede nieuws nodig zijn, wat dienen de gezinsleden dan te doen? Iedereen in het gezin dient de aangelegenheid in gebed aan Jehovah voor te leggen en om zijn leiding en hulp te vragen bij het nemen van de juiste beslissing. Vervolgens kunnen de gezinsleden ertoe overgaan alle noodzakelijke voorbereidende stappen te doen ten einde ervoor te zorgen dat zij in het nieuwe gebied kunnen blijven wanneer zij er eenmaal zijn aangekomen. Indien mogelijk dient het nieuwe gebied van tevoren verkend te worden, vooral wanneer het noodzakelijk is te verhuizen. Er dient zowel voor huisvesting als voor werkgelegenheid gezorgd te worden.
29 Laten wij eens aannemen dat het gezin besluit naar een ander land te gaan, wat dan? Zij kunnen naar het bijkantoor van het Wachttorengenootschap schrijven in het land waarheen zij willen gaan en om alle noodzakelijke inlichtingen vragen. Wanneer zij zich daarentegen hebben voorgenomen naar een andere streek in hun eigen land te verhuizen, kunnen zij naar het bijkantoor van het Genootschap in hun eigen land schrijven. Het Genootschap zal het gezin graag inlichten over plaatsen waar meer bekendmakers van het goede nieuws speciaal nodig zijn.
30. Hoe kan men het voorbeeld van Jezus Christus en Paulus het beste volgen? Waarom?
30 Het zou erg fijn zijn als de gezinsleden bijna al hun tijd in de bediening zouden kunnen doorbrengen door te pionieren. Er zou veel meer tot stand gebracht worden en er zou beter voor de aangetroffen belangstelling gezorgd kunnen worden. Dit is de beste manier om het door Jezus en de apostel Paulus gegeven voorbeeld te volgen, die bijna al hun tijd aan de bediening besteedden.
31. Waarvan is de geweldige groei van Jehovah’s organisatie een bewijs, en hoe hebben mensen die in die organisatie zijn gekomen, hun dankbaarheid getoond voor het feit dat iemand het goede nieuws tot hen had gepredikt?
31 De enorme groei van Jehovah’s organisatie na het einde van de Tweede Wereldoorlog vormt er een duidelijk bewijs van hoe vruchtbaar de bekendmaking van het Koninkrijk is geweest. Het vormt er ook een goede aanwijzing van dat de gebruikte methode de beste is. In 1945 maakten 141.606 Getuigen het goede nieuws in 68 landen bekend. In 1970, vijfentwintig jaar later, was de organisatie tot meer dan tien maal die grootte uitgegroeid, tot 1.483.430 actieve bekendmakers in 206 landen. Voor al deze mensen die het goede nieuws hebben gehoord en er gunstig op hebben gereageerd, zijn de voeten van degenen die het hun gebracht hebben, „lieflijk” geweest, zoals de profeet Jesaja had voorzegd (Jes. 52:7). Zij zijn er dankbaar voor dat er in deze tegenwoordige tijd mensen zijn die bereid zijn het goede nieuws van het Koninkrijk zelfs in verafgelegen plaatsen bekend te maken. Zij geven van hun dankbaarheid blijk door ten behoeve van weer anderen ook aan de bekendmaking van het goede nieuws deel te nemen. Door dit te doen, volgen zij de weg die door Jehovah’s organisatie wordt aanbevolen.
32. Hoe zien wij thans de vervulling van Jesaja 60:22?
32 Hier zien wij de vervulling van de profetie in Jesaja 60:22: „De kleine zelf zal tot duizend worden, en de geringe tot een machtige natie. Ikzelf, Jehovah, zal het te zijner tijd bespoedigen.” Nu de mensen steeds sneller gunstig op de bekendmaking van het goede nieuws van het Koninkrijk reageren, is het heel duidelijk dat wij thans in de tijd leven waarin Jehovah de groei van zijn aardse organisatie bespoedigt.
33. Waarom dienen Jehovah’s getuigen ernstig te beschouwen hoe zij hun produktiviteit als bekendmakers van het goede nieuws van het Koninkrijk kunnen vergroten?
33 De inzameling is groot, er zijn weinig werkers en de overgebleven tijd om het werk te doen, is erg kort geworden. Indien u zich als een van Gods getuigen aan Jehovah hebt opgedragen, beschouw dan ernstig hoe u uw krachtsinspanningen in verband met de grote bijeenvergadering van mensen die Jehovah’s gunst en de voordelen van zijn koninkrijk wensen te ontvangen, kunt vergroten. Beschouw ernstig hoe u uw produktiviteit in de christelijke bediening kunt doen toenemen door daar te gaan werken waar meer bekendmakers van het goede nieuws van Gods koninkrijk speciaal nodig zijn. Zou het ook kunnen zijn dat dit het gebied is waarin u nu woont?