Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w59 1/8 blz. 461-466
  • Onze bediening uitbreiden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Onze bediening uitbreiden
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DIENEN WAAR DE BEHOEFTE HET STERKST WORDT GEVOELD
  • Volle-tijddienaren van God
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • Het aandeel van de pionier in het bijeenbrengen van de „grote schare”
    Onze Koninkrijksdienst 1976
  • Hoe succes te hebben in de pioniersdienst
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Met onze gehele ziel de weg des levens bewandelen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
w59 1/8 blz. 461-466

Onze bediening uitbreiden

1. Welke verantwoordelijkheid komt er op hen die de waarheid leren kennen, te rusten, en hoe toonde Jezus dit aan?

WANNEER iemand de bijbel bestudeert, leert hij al spoedig dat een ware christen dit geloof niet voor zichzelf behoudt. De waarheid, die zijn geest heeft verlicht en zijn leven met hoop heeft vervuld, blijkt ’een licht op zijn pad’ te zijn, zodat hij in christelijke rechtschapenheid kan wandelen. Als hij waardering heeft voor het licht, zal hij het niet zelfzuchtig voor zichzelf behouden. „Gij zijt het licht der wereld”, zei Jezus. „Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op den standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.” — Ps. 119:105; Matth. 5:14-16.

2. (a) In welk opzicht stelden Jezus en Paulus ons wat dienst betreft een voorbeeld, en waardoor krijgt men het verlangen aan het predikingswerk deel te nemen? (b) Hoe werd de activiteit van Jehovah’s volk door de psalmist beschreven, en hoe kunnen zij hun bekwaamheid vergroten?

2 Toen Jezus met zijn discipelen op aarde was, leidde hij hen er voor op predikers van de waarheid te zijn, en nadat zij de waarheid hadden geleerd en hadden gezien hoe hij de bediening ten uitvoer bracht, zond hij hen uit om tot anderen te prediken. Vóór zijn hemelvaart zei Jezus tot zijn discipelen: „Gij zult mijn getuigen zijn . . . tot het uiterste der aarde.” De apostel Paulus had waardering voor het voorrecht dat voor hem openstond en zei: „Ik [heb] niets achtergehouden . . . van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen.” Hij drong er bij anderen op aan: „Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg.” Zij die op de raad van Gods Woord acht slaan, houden de waarheid dus niet achter of voor zichzelf. Zodra zij inzien welk werk er gedaan moet worden, voelen zij zich er door liefde voor God toe gedrongen over hem en zijn liefderijke voornemens te spreken. Wanneer zij beseffen dat deze oude, goddeloze wereld in de strijd van Armageddon vernietigd zal worden maar dat zij die zich naar de goddelijke vereisten richten tot in de nieuwe wereld zullen blijven leven, worden zij zich door hun liefde voor hun naaste van de dringende noodzaak bewust er op uit te trekken om anderen hierover te vertellen en hen op Gods voorziening voor bewaring te wijzen. De psalmist heeft hen nauwkeurig beschreven toen hij zei: „Zij zullen van de heerlijkheid van uw koningschap spreken en van uw mogendheid gewagen.” Zij getuigen van datgene wat zij weten; zij verbinden zich met Jehovah’s organisatie en wensen van alle regelingen welke door middel van de organisatie worden getroffen om hen te helpen hun bekwaamheid als dienstknechten van God te vergroten, voordeel te trekken. — Hand. 1:8; 20:20; 1 Kor. 11:1; Ps. 145:11.

3. Wat wenst iemand naarmate zijn waardering zich verdiept, te doen, en welke gelegenheden staan er voor zo’n persoon open?

3 Naarmate hun waardering voor de waarheid zich verdiept, willen zij een vollediger aandeel aan de dienst hebben. Wanneer zij standvastig in de waarheid zijn geworden en beseffen met welke verantwoordelijkheden hun opdracht gepaard gaat, duurt het niet lang of zij willen meer dienst verrichten, en zo hebben velen de pioniersdienst op zich genomen. Hoewel zij soms in hun gebied blijven wonen en werken, regelen zij hun aangelegenheden dusdanig dat zij er elke maand minstens honderd uur aan besteden anderen in de waarheid te onderwijzen, waardoor zij een groter aandeel hebben aan het werk dat hun zo na aan het hart ligt. Evenals Jezus zeggen zij: „Ik heb lust om uw wil te doen mijn God, uw wet is in mijn binnenste.” Van hen die hiertoe in de gelegenheid zijn, kunnen sommigen de uitnodiging ontvangen naar gebieden te gaan waar het getuigenis nog niet wordt gegeven om hun volle-tijd-bediening daar, nu wellicht als speciale pioniers, voort te zetten. Verder kunnen zij ook worden gebruikt om in andere landen als zendelingen nieuwe gebieden open te leggen, om hun bediening in een Bethelhuis voort te zetten of als een reizende vertegenwoordiger van het Genootschap, die als een kring- of districtsdienaar gemeenten en geïsoleerde groepjes bezoekt, dienst te verrichten. In al deze opzichten schenkt de volle-tijd-dienst de betreffende personen veel vreugde. — Ps. 40:8.

4. (a) Hoevelen waren er gedurende 1958 in de pioniersdienst, maar hoe groot is de behoefte aan pioniers? (b) Tot wie wordt de uitnodiging een pionier te zijn, gericht, en wat hebben velen een uitstekende manier gevonden om ermee te beginnen?

4 Volgens het bericht over het afgelopen jaar bevinden 23.772 broeders en zusters, ofte wel 3 percent van het totaalaantal verkondigers, zich thans in de pioniersdienst, maar er is nog voor velen meer plaats. „Slaat uw ogen op en beschouwt de velden, dat zij wit zijn om te oogsten.” Jezus zei tot zijn discipelen: „De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom den Heer van den oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst” (Joh. 4:35; Matth. 9:37, 38). Heeft u zich wel eens afgevraagd of u een pionier zou kunnen zijn? Het is een wonderbaarlijke tak van dienst. Hoewel de bedienaren van het evangelie in de gemeenten een prachtig werk verrichten en de „andere schapen” in de dichter bevolkte gebieden bijeenbrengen, is er nog steeds voldoende gebied over voor hen die hun dienst in Jehovah’s organisatie kunnen uitbreiden. Hoevelen van de 693.316 geregelde gemeenteverkondigers hebben eigenlijk onder gebed over de mogelijkheid om de pioniersdienst in te gaan, nagedacht? Heeft u ooit de mogelijkheden van de vakantiepioniersdienst onder de ogen gezien? Het is een goede manier om met dit werk te beginnen en stelt u in de gelegenheid te ondervinden hoe goed deze dienst is. Misschien maakt u hierdoor wel een begin met de gewone pioniersdienst.

5. Hoe denken onze broeders en zusters achter het IJzeren Gordijn over hun bediening, en hoe hebben zij op de oproep voor de pioniersdienst gereageerd?

5 De broeder die in Polen de leiding over het werk heeft, schreef ons onlangs: „Nadat de broeders die belangrijke posities bekleedden uit de gevangenis waren ontslagen en weer in vrijheid waren gesteld, luidde hun boodschap aan de broeders en zusters: Waarom zou, nu de druk wat is verminderd en het werk voortgang kan vinden, niet iedereen zich op het werk werpen alsof Armageddon morgen komt?” Welnu, de broeders en zusters hébben dat standpunt ingenomen. Van alle landen der wereld is Polen een van de weinige waar men een toename van meer dan 30 percent in het aantal verkondigers heeft bereikt. De verkondigers daar zijn zich van hun verantwoordelijkheid bewust, en hoewel zij niet over al de publikaties beschikken welke hun geloofsgenoten in andere landen der wereld hebben, zijn onze broeders en zusters in Polen vurig van geest, verlangen zij ernaar God te dienen en zijn zij waakzaam en op hun hoede, terwijl zij hun bedieningsklederen aanhouden en met een overweldigend succes prediken. Zij komen op vergaderingen bijeen, waar zij tezamen studeren ten einde nieuwelingen te helpen. Wij behoeven alleen maar het bericht over de landen achter het IJzeren Gordijn in het Yearbook of Jehovah’s Witnesses voor 1959 te lezen om te zien welk een wonderbaarlijke vooruitgang zij hebben geboekt. Deze toename moet ook aan het werk van de gemeenteverkondigers worden toegeschreven. Daar iedereen er het een of andere wereldse beroep moet uitoefenen, is het erg moeilijk een pionier te zijn. Toch zijn velen van onze broeders en zusters achter het IJzeren Gordijn vakantiepioniers geworden. Als een gemeente van Jehovah’s bedienaren van het evangelie hebben zij gezamenlijk naar de andere schapen gezocht en gespeurd, waarna zij hen naar de organisatie hebben gebracht, zodat thans hele dorpen uit enkel en alleen maar getuigen van Jehovah bestaan. Dit is een wonderbaarlijke geestesgesteldheid, de geestesgesteldheid welke de gehele organisatie van Jehovah’s getuigen over de hele wereld bezielt. De waarheid is het beste waarover men kan spreken. Iedereen dient zich van de dringende noodzakelijkheid waakzaam te zijn en voordat Armageddon losbreekt naar de andere schapen te zoeken, bewust te zijn.

6. Wie slagen er in de meeste gevallen in, de pioniersdienst op zich te nemen, en tot welke verdere voorrechten kan deze stap leiden?

6 Gedurende het afgelopen jaar 1958 waren er gemiddeld 18.857 bedienaren van het evangelie in de gewone pioniersdienst. Dit is beter dan het jaar daarvoor, maar wij dienen hierbij niet te vergeten dat het aantal gemeenteverkondigers ook enorm is toegenomen. Wellicht zouden duizenden van hen wel de pioniersdienst op zich kunnen nemen. Wanneer iemands hart slechts op één ding is gericht en hij er werkelijk zijn zinnen op heeft gezet, zal hij er in de meeste gevallen ook in slagen zijn aangelegenheden zo te regelen dat hij zijn doel bereikt. Hiertoe moet hij eerst plannen opstellen en bepaalde regelingen treffen, maar er is vooral een rijpe waardering van de waarheid voor nodig. De pioniersdienst kan een springplank tot de speciale pioniersdienst, het zendingswerk, het kring- en districtswerk en de Betheldienst vormen. Op al deze terreinen zijn bekwame mannen en vrouwen die Jehovah God algeheel zijn toegewijd, nodig. Voor hen die de geest van de getrouwe Jesaja — die zei: „Hier ben ik, zend mij” — bezitten, liggen wonderbaarlijke dingen in het verschiet. — Jes. 6:8.

7. (a) Hoe worden speciale pioniers en zendelingen geholpen het werk te blijven verrichten, en hoe is dit mogelijk gemaakt? (b) Hoevelen zijn thans in deze speciale takken van dienst werkzaam?

7 Het verheugt het Genootschap dat de gemeenteverkondigers zo milddadig bijdragen aan het Genootschap hebben geschonken om het in staat te stellen hen die als speciale pioniers en zendelingen zijn aangesteld, te helpen. Gedurende het afgelopen jaar heeft het Genootschap hen die in deze hoedanigheden dienst verrichten tot een bedrag van $1.662.428,01 (ƒ 6.165.226,44) financiële bijstand kunnen verlenen. Zolang deze bijdragen uit alle delen der wereld blijven binnenstromen, zal het Genootschap meer speciale pioniers en meer zendelingen willen uitzenden om het werk tot in nieuwe gebieden uit te breiden. Door Jehovah’s onverdiende goedgunstigheid is het Genootschap in staat geweest het aantal speciale pioniers dat in de wereld werkzaam is van 3859 in 1957 tot gemiddeld 4915 gedurende 1958 te verhogen. Er zijn echter overal ter wereld meer speciale pioniers nodig. In sommige landen hebben wij er genoeg om het werk te verrichten, maar op andere plaatsen is er nog steeds behoefte aan speciale pioniers. Ook de zendelingen hebben schitterend werk verricht door nieuwe gebieden open te leggen, en van de 2176 afgestudeerden van Gilead die nog steeds speciale toewijzingen behartigen, bevinden er zich 815 in de zendingsdienst. Velen van de andere afgestudeerden van Gilead zijn kring- of districtsdienaren of werken in Bethelhuizen. De pioniersdienst is een groots voorrecht. Streef er naar.

8. Wie komen voor Betheldienst in aanmerking, en hoe dient men zulk een dienst te bezien?

8 Laten wij niet vergeten dat er ook nog Betheldienst verricht moet worden. Iedere gezonde jongeman die zich heeft opgedragen en werkelijk volle-tijd-dienst in een Bethelhuis wil verrichten en het tot zijn levenstaak wil maken, schrijve naar zijn bijkantoor om een aanvraagformulier. Wat een vreugde is het op een bijkantoor te werken en de broeders en zusters over de gehele wereld datgene wat zij zo hard nodig hebben om het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken, te verschaffen en hen daarmee te dienen!

DIENEN WAAR DE BEHOEFTE HET STERKST WORDT GEVOELD

9. Wat deden de christenen van de eerste eeuw overeenkomstig Jezus’ instructies om het goede nieuws aan mensen van alle natiën te brengen?

9 „De akker is de wereld”, zei Jezus tot zijn discipelen, en hij gelastte hen vervolgens naar alle natiën te trekken en discipelen te maken. Waarom gaf hij hun deze opdracht? Opdat dit goede nieuws van het Koninkrijk in de gehele wereld tot een getuigenis aan alle natiën gepredikt zou kunnen worden. Wanneer men de Handelingen der apostelen leest, kan men de expansie van het predikingswerk van toen volgen. Wij vernemen dan hoe de boodschap mensen die aan de noordkust van Afrika woonden en de bewoners van Mesopotamië, Griekenland, Italië en de eilanden der Middellandse Zee, bereikte. Toen er in verband met Stefanus een vervolging losbrak, benutten zij die het noodzakelijk achtten hun woonplaats te verlaten, de gelegenheid om naar gebieden te trekken waar de behoefte het sterkst werd gevoeld. „Zij dan, die verstrooid werden door de verdrukking, welke in verband met Stephanus plaats vond, trokken verder tot Phenicië, Cyprus en Antiochië toe, zonder tot iemand het woord te spreken dan alleen tot de Joden. Doch er waren onder hen enige Cyprische en Cyreense mannen, die, te Antiochië gekomen, ook tot de Grieken spraken en hun den Here Jezus predikten.” Anderen, zoals Paulus en zijn reisgenoten, ondernamen zendingsreizen naar gebieden waar aandacht aan besteed moest worden, terwijl zij daar — zoals in het geval van Korinthe, waar Paulus achttien maanden bleef om het werk een stevig fundament te geven voordat hij naar andere plaatsen trok — net zo lang bleven als nodig was. Zij verlangden ernaar Jezus’ gebod om mensen uit alle natiën tot discipelen te maken, ten uitvoer te brengen. — Matth. 13:38; 28:19; Hand. 11:19, 20.

10. Van welk oprechte verlangen waren de eerste christenen, zoals in de geschiedenis wordt vermeld, bezield, en wat deden zij in verband hiermee?

10 De ijverige christenen uit de eerste eeuw waren er niet tevreden mee in de plaats waar zij altijd al hadden gewoond, te blijven, er het christelijke geloof te belijden en op Gods koninkrijk te wachten. Zij zagen dat er plaatsen waren waar het goede nieuws nog niet werd gepredikt en wilden een zo groot mogelijk aandeel aan het werk hebben. In The Ecclesiastical History of Eusebius Pamphilus wordt over de ijver van de christenen het volgende gezegd: „Zij verlieten hun land en bekleedden het ambt van evangelisten ten opzichte van hen die nog niet over het geloof hadden vernomen, terwijl zij in hun edele streven om Christus bekend te maken, hun ook de boeken van de heilige Evangeliën gaven. Nadat zij het voornaamste doel van hun zending hadden volbracht door het fundament van het geloof in vreemde gebieden te leggen, . . . trokken zij weer naar andere streken en natiën.” Zoals het schriftuurlijke bericht in het geval van Aquila en zijn vrouw te kennen geeft, openden zij in de verschillende plaatsen waar zij woonden, voor hen die zich bij hen wilden aansluiten, hun huis als vergaderplaats. — Rom. 16:3-5.

11. Welk overeenkomstige werk wordt thans verricht, en vooral sinds wanneer?

11 Het is wonderbaarlijk te zien hoe de Schrift in deze tijd door een verdere migratie van de zijde van Jehovah’s getuigen overal ter wereld, in vervulling gaat. Vele getuigen van Jehovah hebben hun geboorteland verlaten en zijn naar nieuwe gebieden getrokken. Toen het Genootschap in 1943 de Wachttoren Bijbelschool Gilead opende, heeft het dit werk op grotere schaal aangemoedigd. Sindsdien zijn duizenden personen voor het verrichten van zendingswerk naar vreemde gebieden gezonden. Dit soort van werk is echter niet tot hen die op de Gileadschool een opleiding hebben ontvangen, beperkt. Iedereen die zich heeft opgedragen, of hij nu jong is of oud, kan ’naar alle natiën’ gaan om er discipelen te maken, en daarom is het voor alle getuigen van Jehovah van belang te weten dat vele gezinnen die in gebieden wilden werken waar de behoefte sterk wordt gevoeld, hun vaderland hebben verlaten en naar andere natiën zijn gegaan. Dit is iets wat iedereen die zich in Jehovah’s Nieuwe-Wereldmaatschappij bevindt, onder gebed kan overwegen. Wellicht zult u uw grootste zegeningen ontvangen wanneer u naar een ander deel van de wereld trekt.

12. (a) Wat beweegt Jehovah’s volk naar nieuwe gebieden te trekken, en welke omvang heeft dit de laatste tijd aangenomen? (b) Hoe dient men deze aangelegenheid om zijn bediening uit te breiden, te bezien?

12 Door hun liefde voor Jehovah God, hun wens hem exclusieve toewijding te geven, hun belangstelling voor de waarheid en hun verlangen het goede nieuws te prediken, wordt Gods volk ertoe aangezet naar nieuwe gebieden te trekken. Uit Australië wordt bericht dat eenenvijftig personen in de afgelopen twaalf maanden naar zes eilanden van de Stille Zuidzee zijn verhuisd. Achtentwintig getuigen van Jehovah zijn vanuit Engeland naar het buitenland vertrokken. Twee hebben Canada verlaten. Vijf zijn vanuit Nieuw-Zeeland vertrokken. Tien hebben Frankrijk verlaten en een behoorlijk aantal is vanuit de Verenigde Staten naar Zuid-Amerika en Azië vertrokken. Anderen hebben Duitsland, Liberia, Zuid-Afrika en Finland de rug toegekeerd om in andere natiën te prediken. Al deze broeders en zusters hebben hun bezittingen ingepakt en zijn naar een gebied vertrokken waar de behoefte sterk wordt gevoeld. Hier is liefde en geloof voor nodig. Zoals op bladzijde 286 van het Yearbook of Jehovah’s Witnesses voor 1959 staat vermeld, zijn er nog steeds vele plaatsen waar meer verkondigers van het Koninkrijk nodig zijn. Beschouw deze gelegenheid om uw bediening uit te breiden, onder gebed. Allen die naar deze gebieden waar de behoefte aan werkers zo groot is, kunnen verhuizen, staan rijke zegeningen te wachten.

13. (a) Welke gelegenheden voor uitbreiding van de bediening zijn er in iemands eigen land? (b) Hoe stelde Paulus ons een mooi voorbeeld hoe een nieuw gebied open te leggen, en welke raad gaf hij?

13 Ook in ons eigen land kan de behoefte aan predikers groot zijn. Indien dit zo is, blijf er dan. U heeft geen pas, en in de meeste gevallen geen reisvergunning nodig, zodat u alleen maar via het bijkantoor van het Genootschap te weten behoeft te komen in welk gedeelte van het land meer bedienaren van het evangelie nodig zijn, waarna u regelingen kunt treffen om daar naar toe te gaan, er uw beroep uit te oefenen en uw predikingswerk voort te zetten. Vergeet niet dat Paulus om in zijn onderhoud te voorzien, tenten maakte, maar dat hij dit in plaatsen deed waar de behoefte sterk werd gevoeld, terwijl hij de prediking van het goede nieuws de eerste plaats in zijn leven toekende. Of het nu afzonderlijke personen of hele gezinnen zijn geweest die aan de oproep gehoor hebben gegeven, Jehovah’s volk heeft er, door zich aldus bereid te tonen naar plaatsen te gaan waar een dringende behoefte aan werkers bestaat, blijk van gegeven hoe bereidwillig het de in 1 Korinthe 10:24 (OB) opgetekende raad wenst op te volgen, waar wij lezen: „Niemand zoeke zijn eigen voordeel, maar een ieder zoeke het voordeel van zijn naaste.” Terzelfder tijd staan hun ook vele zegeningen van Jehovah te wachten, want „wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten”. — 2 Kor. 9:6.

14. Wat moet een ieder van ons om tot rijpheid te kunnen groeien, doen?

14 Laten alle getuigen van Jehovah tot rijpheid groeien. Doe wat Paulus Timotheüs aanraadde: „Bedenk deze dingen, wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles. Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.” Daar een christen niet naar de wereld wenst af te drijven om er in Armageddon mee te sterven, moet hij zijn geest op zijn christelijke bediening gericht houden en er vorderingen in maken. Hij moet zijn bedieningsklederen aanhouden en zal door het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken, zowel zichzelf als anderen redden. Hoe lang Jehovah ons dit goede nieuws zal laten prediken en hoe geduldig hij ten opzichte van de organisatie van de Duivel zal zijn voordat hij deze vernietigt, is ons niet bekend, maar tot op dat ogenblik moeten wij waakzaam zijn en een open oog hebben voor alle voorrechten die op onze weg kunnen komen. Waar wij ook zijn, in welke omstandigheden wij ook verkeren, en of het ogenblik nu gelegen of ongelegen is, wij moeten het woord blijven prediken. — 1 Tim. 4:15, 16, SV; 2 Tim. 4:2.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen