Het staat niet in de bijbel!
VEEL denkbeelden waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze aan de bijbel zijn ontleend worden er helemaal niet in aangetroffen. Kijkt u maar eens naar de punten die hieronder besproken worden, en ga dan na of u dacht dat ze in de bijbel werden onderwezen. Hierdoor zal ongetwijfeld uw belangstelling voor dat boek en voor wat het voor ons in deze tijd betekent, worden opgewekt.
„GOD HEEFT DE AARDE IN ZEVEN DAGEN VAN VIERENTWINTIG UUR GESCHAPEN”
Een algemeen bezwaar tegen het aanvaarden van het bijbelse scheppingsverslag is de gedachte dat de bijbel leert dat God de aarde in zeven dagen van vierentwintig uur heeft gemaakt. Misschien wilt u dit verslag eens lezen, dat op de allereerste bladzijde van uw bijbel begint, namelijk in Genesis 1:1–2:4 hoofdstuk 1 vers 1, en doorgaat tot hoofdstuk 2 vers 4.
Hebt u, na dit gedeelte gelezen te hebben, ook maar iets gevonden waaruit blijkt dat de „dagen” waarnaar wordt verwezen, tot vierentwintig uur beperkt waren? Het woord „dag” kan in dit schriftgedeelte niet altijd een periode van vierentwintig uur betekenen, want aan het einde van het verslag wordt de gehele periode, met inbegrip van alle „dagen” die worden besproken, „de dag waarop Jehovah God aarde en hemel maakte” genoemd (Gen. 2:4). Het is duidelijk dat het woord „dag” hier geen betrekking heeft op vierentwintig uur, want de gehele scheppingsperiode wordt erdoor aangeduid.
Het woord „dag(en)” kan ook „tijdperk” betekenen. Wij gebruiken het om te verwijzen naar „Noachs dag(en)”, „Caesars dag(en)” of andere periodes die langer duurden dan vierentwintig uur maar gekenmerkt werden door een specifiek begin en een bepaald einde.
Er dient opgemerkt te worden dat deze zeven grote scheppings-„dagen” niet de schepping van het universum omvatten, maar slechts betrekking hebben op de voorbereiding van de aarde voor de mens. De bijbel zegt niet wanneer de zon, de sterren, de planeten of zelfs de aarde werden geschapen. In Genesis 1:1 staat: „In het begin schiep God de hemel en de aarde.” Er wordt echter niet gezegd wanneer dat „begin” was of hoeveel tijd er verstreek tussen de schepping van het universum en het begin van de eerste van de zeven „dagen”, die in het volgende vers 1:2 wordt genoemd.
Nog een belangrijk punt is dat er aan de eerste zes dagen een einde kwam — maar niet aan de zevende dag! Het verslag over de eerste zes dagen besluit met een verklaring die overeenkomt met het besluit voor de zesde dag: „En het werd avond en het werd morgen: een zesde dag” (Gen. 1:5, 8, 13, 19, 23, 31). Deze slotzin wordt echter niet voor de zevende dag gebruikt, de dag waarop God rustte.
Ruim 4000 jaar later begreep de apostel Paulus dat deze zevende dag, de rustdag, nog steeds voortduurde. Hij doelde speciaal op deze rustdag die in Genesis werd genoemd en zei: „Laten wij daarom ons uiterste best doen die rust in te gaan” (Hebr. 4:4, 11). Het is alleen maar logisch dat de vreedzame, duizendjarige regering van Jezus Christus (die in Matthéüs 12:8 „Heer van de sabbat” wordt genoemd) ook deel uitmaakt van Gods grote Sabbat of rustdag. De grote „zevende dag” van Gods rust met betrekking tot de stoffelijke schepping op aarde zou derhalve de bijna 6000 jaar van de bijbelse geschiedenis sinds Adam plus de 1000 jaar van Christus’ regering die volgens Openbaring 20:1-6 nog moet komen, omvatten. Indien de andere zes „dagen” van deze groep van zeven grote scheppings-„dagen” dus even lang hebben geduurd als de laatste, moet elke „dag” 7000 jaar lang zijn geweest!
De grote scheppingstijdperken die in Genesis worden beschreven, waren derhalve periodes die duizenden jaren duurden, gedurende welke tijd er volgens de bijbel bijzondere stappen werden gedaan op het gebied van de goddelijke toebereiding van de aarde voor de mens.
„SEX IS DE ’OORSPRONKELIJKE ZONDE’”
Was Eva’s „oorspronkelijke zonde” de verleiding van Adam, zoals veel mensen schijnen te denken? Niet volgens de bijbel!
De bijbel zegt dat God Eva maakte als een „hulp” of „tegenhanger” van Adam. Het bijbelse verslag noemt hen „de mens en zijn vrouw” (Gen. 2:20, 25). Hun verhouding kwam niet neer op hoererij (betrekkingen tussen ongehuwde personen) en ook niet op overspel (betrekkingen tussen personen die met iemand anders gehuwd zijn). In plaats daarvan was hun huwelijksverhouding heilig, want God had hun de opdracht gegeven kinderen voort te brengen. Hij zei: „Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde en onderwerpt haar.” — Gen. 1:28.
Wat was dan hun zonde? Precies wat de bijbel hierover zegt — de eenvoudige daad van het eten van een letterlijke vrucht (de bijbel zegt niet dat deze een „appel” was) waarvan God hun gezegd had dat zij die niet mochten eten. Dit was iets heel eenvoudigs, maar het was uitermate ernstig. Het kwam neer op het in de wind slaan van goddelijke autoriteit. Eva verkoos zelf te beslissen wat „goed en kwaad” was — wat zij wel of niet diende te doen — in plaats dat zij Gods beslissing ten aanzien hiervan aanvaardde. Adams zonde bestond hierin dat hij haar in deze ongehoorzame handelwijze volgde.
„JEZUS STIERF AAN EEN ’KRUIS’”
„Ik weet dat Jezus aan een kruis is gestorven”, zegt iemand misschien. „Ik heb het vaak gelezen.”
Tot verbazing van veel mensen wordt echter door niets in de bijbel te kennen gegeven dat de paal waaraan Jezus werd terechtgesteld, een dwarsbalk had. Het tegendeel blijkt zelfs het geval te zijn. Louis Réau, de beroemde Franse autoriteit op het gebied van religieuze kunst, schreef: „De Evangeliën zeggen ons niets specifieks over de vorm van het kruis. Het Griekse woord stauros kan een eenvoudige paal betekenen en duidt niet, zoals het Latijnse crux, op de kruising van twee balken. Naar het schijnt werd Christus oorspronkelijk voorgesteld als bevestigd aan een paal.” — Zie Handelingen 5:30; 10:39.
Het „kruis” was lang voor de tijd van Christus een religieus symbool. In een Frans katholiek woordenboek wordt toegegeven: „Het kan niet worden ontkend dat het kruis door de heidenen als een religieus symbool werd gebruikt. Het wordt in verschillende vormen op een groot aantal Aziatische, Europese en zelfs Amerikaanse monumenten aangetroffen.”
Aangezien de bijbel de vorm ervan niet beschrijft en de Griekse woorden die in de bijbel zijn gebruikt, „paal” of „boom” betekenen in plaats van „kruis”, is het de taak van hen die zeggen dat de paal waaraan Christus is gestorven een dwarsbalk had, te bewijzen dat dit werkelijk zo was. En aangezien er in de geschriften van Jezus’ apostelen geen „kruisaanbidding” werd beschreven, maar het kruis een „heilig” symbool van de heidenen was, kan de aanbidding ervan thans niet voor ware christenen worden aanbevolen.
„PRIESTERS MOGEN NIET TROUWEN”
Dit controversiële onderwerp is op het ogenblik geladen met emoties — vooral voor degenen die iemand in de familie hebben die in dit opzicht een offer heeft gebracht.
Rooms-katholieke geleerden wijzen erop dat de apostel Paulus het celibaat niet heeft voorgeschreven. In de Encyclopedic Dictionary of the Bible zeggen katholieke geleerden: „De meeste, indien niet alle, apostelen waren gehuwd, evenals dit met stelligheid van Petrus gezegd kan worden.” Als een bewijs van Petrus’ huwelijk haalt dit katholieke boek twee teksten aan: Matthéüs 8:14 en 1 Korinthiërs 9:5. De eerste tekst spreekt over Petrus’ „schoonmoeder”. In de tweede tekst zegt Paulus: „Zouden wij niet het recht hebben een vrouw op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen en de broeders des Heren en Kefas?” — Sint-Willibrordvertaling.
Wie hadden, zoals in dit bijbelvers te kennen wordt gegeven, een vrouw? „De andere apostelen.” „De broeders des Heren.” „Kefas.” Wie was Kefas? Niemand anders dan de apostel Petrus, die volgens de katholieke religie de eerste paus was. En Paulus zei dat Petrus getrouwd was!
De bijbel schreef noch de priesters in Israël noch de opzieners in de christelijke gemeente het celibaat voor. Wanneer de rooms-katholieke Encyclopedic Dictionary of the Bible naar de bijbelse geschriften van Jezus’ apostelen verwijst, zegt ze dan ook: „St. Paulus maakt het heel duidelijk dat geen enkele christen verplicht is m. [maagdelijkheid] te beoefenen.” Hieraan wordt toegevoegd: „Het celibaat van de geestelijken wordt nergens in het NT [Nieuwe Testament] geboden of zelfs maar verondersteld.”
„JEZUS HEEFT EEN NAAM — GOD NIET”
Gods Zoon heeft een naam: Jezus. Maar had de Vader een naam?
„God” is geen naam. Het woord „god” is veeleer een titel dan een naam. Het is van toepassing op ’alles wat door mensen als een godheid wordt aanbeden’, met inbegrip van afgoden en andere mensen (Websters New Collegiate Dictionary, uitg. v. 1960, blz. 355). Heeft de Almachtige Schepper een naam waardoor hij van al zulke valse goden wordt onderscheiden?
Ja. In de oorspronkelijke Hebreeuwse taal, waarin ongeveer driekwart van de bijbel is geschreven, wordt de verheven Schepper van hemel en aarde duizenden malen door zijn naam geïdentificeerd. Dit feit wordt onmiddellijk door theologen, zowel katholieke als protestantse, toegegeven, hoewel veel kerklidmaten weinig van deze naam af weten.
In het katholieke deel van de Encyclopedie van het christendom wordt over de „Godsnaam” gezegd: „Al deze namen [god, heer, enz.] kan men ’soortnamen’ noemen, daar ze van bepaalde subjecten uitzeggen, dat ze tot de wereld van het goddelijke behoren. Daarentegen is de voornaamste Godsnaam van het O.T., Jahweh, de naam van een individu, nl. de strikt persoonlijke ’eigennaam’ van Israëls nationale Verbondsgod. . . . Het O.T. [bevat] meer dan 6800 maal dit tetragrammaton, de onuitsprekelijke naam der ’vier letters’ (JHWH).”
Jehovah en Jahwe(h) zijn verschillende manieren waarop de goddelijke naam vanuit het Hebreeuwse Tetragram in het Nederlands wordt weergegeven. Deze naam werd in de oudheid in de dagelijkse gesprekken gebruikt om de ware God van valse goden te onderscheiden. Onder „Jahwe” lezen wij in de Grote Winkler Prins, naar aanleiding van het feit dat er geen houvast bestaat voor de vocalisatie van die naam: „De uitspraak Jahwe staat derhalve niet vast en het vocaalloze zgn. tetragrammaton Jhwh brengt dan ook de bijbelvertalers voortdurend in verlegenheid.” Over het gebruik ervan in Nederlandse vertalingen lezen wij in deze encyclopedie onder het trefwoord „God”: „Voor de vertalers bood de exclusieve naam van Israëls God altijd grote moeilijkheden: joodse vertalingen kozen in navolging van Mendelssohn ’de Eeuwige’. . . . De vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap koos voorlopig het archaïserende ’Here’, dat teruggaat tot de Septuaginta, die de naam met Kyrios weergaf. De Leidse vertaling koos Jahwe, in de laatste herdruk vervangen door Heer. De jongste rooms-katholieke vertaling heeft weer Jahwe.” In oudere Nederlandse vertalingen komt de naam „Jehova(h)” ofte wel in de tekst (vertaling door van Vloten) of in voetnoten voor (vertaling door Klinkenberg, door van Hamelsveld, Pieter-Keuruitgave van de bijbel, enz.).
WAT LEERT DE BIJBEL?
Ja, wat de bijbel in werkelijkheid zegt, verschilt totaal van wat er vaak over is geleerd. Wekt dit feit niet uw nieuwsgierigheid op? Zou u niet graag willen weten wat de bijbel werkelijk leert en welke schitterende hoop hij biedt voor de toekomst van de mensheid?
Vraag een van Jehovah’s getuigen, misschien de Getuige van wie u dit tijdschrift hebt ontvangen, om een gratis huis-bijbelstudie. Dit is een cursus in fundamentele bijbelse leerstellingen die gedurende een periode van zes maanden één uur per week zonder enige kosten van uw zijde in de afzondering van uw eigen huis wordt gehouden.
U zult de antwoorden te weten komen op zulke pakkende bijbelse vragen als: Waarom worden wij oud en sterven wij? Waar zijn de doden? Waarom laat God goddeloosheid bestaan? Leren de kerken van de christenheid werkelijk wat in de bijbel staat? Wat hebben de huidige beangstigende wereldtoestanden in werkelijkheid te betekenen? Wat houdt de toekomst voor u en uw gezin in?
Meer dan een miljoen gezinnen trekken reeds voordeel van deze gratis wekelijkse studie. Zij leren wat de bijbel in werkelijkheid onderwijst en zij worden er zo enthousiast over dat zij, met tienduizenden tegelijk, op pad gaan om dit met hun medemensen te bespreken.
Als u geen Getuige van Jehovah kent, schrijf dan naar de uitgevers van dit tijdschrift. Een van Jehovah’s getuigen bij u in de buurt zal dan bij u komen om u te laten zien hoe ook u de opwindende feiten kunt vernemen die in Gods Woord de bijbel staan opgetekend.
Of u nu een religie beoefent of niet, u bent het aan uzelf verplicht de waarheden te leren kennen die werkelijk in dat oude geïnspireerde boek staan opgetekend. U zult misschien zelfs bemerken dat deze opwindende kennis u ertoe brengt dezelfde ijver, activiteit en persoonlijke betrokkenheid ten toon te spreiden die de eerste-eeuwse christenen aan de dag legden!