Nederigheid — een hulp in tijd van tegenspoed
NEDERIGHEID, of ootmoedigheid des geestes, is zeer gepast voor menselijke schepselen. Zelfs sommige wereldwijze mensen beseffen dat feit klaarblijkelijk.
Zo heeft Sir Isaac Newton, een van de grootste geleerden onder de mensen, gezegd: „Als ik verder heb gekeken, kwam dit doordat ik op de schouders van reuzen stond.” Van dezelfde strekking was hetgeen wijlen Dr. Otto Hahn, de eerste die ontdekte dat het atoom gesplitst kon worden, in zijn autobiografie heeft gezegd, namelijk: „Als ik op mijn lange leven terugzie, besef ik dat mijn wetenschappelijke carrière in hoge mate is toe te schrijven aan een reeks gelukkige toevallen.”
Nederigheid is niet alleen passend, maar is ook in alle opzichten aan te bevelen. Het belangrijkste is dat wij erdoor geholpen kunnen worden in een juiste verhouding tot Jehovah God te komen, want wij lezen: „God weerstaat de hoogmoedigen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan de nederigen” (Jak. 4:6). Nederigheid bevordert ook onze eigen vrede des geestes en tevredenheid en helpt ons in onze betrekkingen met onze medemensen.
Bovendien is nederigheid vooral nuttig als wij bezocht worden door tegenspoed. Gezinsproblemen, economisch moeilijke tijden en strenge raad kunnen moeilijk te aanvaarden zijn. Tegenspoed kan ook de vorm van tegenstand aannemen die men ontmoet als men aan de christelijke evangeliebediening deelneemt, of van hevige vervolging. Tegenspoed kan ook inhouden dat ons door iemand die in schijn een vriend is, onrecht wordt aangedaan. Zoals wij zullen zien, zal nederigheid ons helpen te volharden.
NEDERIGHEID HELPT IN DE GEZINSKRING
Het lijdt geen twijfel: tegenspoed ondervindt men vaak in de gezinskring. Hoeveel ongelukkige huwelijken zijn er niet! Hoeveel mannen laten hun gezin niet vanwege de een of andere tegenslag in de steek! Hoeveel echtparen vragen niet om dezelfde redenen echtscheiding aan! Nederigheid zal iemand in staat stellen tegenslagen te verduren en zal vaak de oorzaken ervan helpen wegnemen.
Nederigheid is stellig van de zijde van de echtgenoot en vader nodig. Hierdoor zal hij zijn eigen fouten, alsook die van zijn gezin kunnen zien. Op deze wijze zal hij in staat zijn hun tekortkomingen te compenseren door het beginsel toe te passen: „Die sterk zijn, behoren de zwakheden te dragen van hen die niet sterk zijn” (Rom. 15:1). Nederigheid stelt hem in staat empathie te hebben, de dingen te zien zoals anderen in zijn gezin ze zien. Hij wordt erdoor geholpen het contact tussen hem en zijn gezin te bewaren, hetgeen het gemakkelijk voor hen maakt zich uit te spreken en aldus misverstanden te vermijden, die een veel voorkomend probleem in het gezinsleven vormen. Het kan weliswaar zijn dat hij meer van een bepaalde kwestie afweet, doch hij beseft dat hij beter in staat is zijn gezin te helpen als hij werkelijk weet wat er in elk van hen omgaat.
Sommige moderne vrouwen leggen soms gebrek aan eerbied aan de dag voor de positie die hun man als hoofd van het gezin bekleedt; zij zijn misschien onafhankelijk en eigenzinnig. Het kan bijvoorbeeld zijn dat zij een belangrijk stuk kopen zonder eerst hun man, de broodwinner, te raadplegen. Ook veel kinderen zijn eigenzinnig en niet zo beleefd als zij dienen te zijn. Als het gezinshoofd nederig is en beseft dat ook hij tekortkomingen heeft, zal hij in staat zijn rustig en lankmoedig te zijn als bepaalde leden van zijn gezin zijn geduld op de proef stellen. Hij zal niet luid spreken of schreeuwen om hen onder de duim te houden, doch op vriendelijke, vastberaden wijze de terechtwijzing geven die noodzakelijk is. — 2 Tim. 2:24.
Nederigheid zal het gezinshoofd ook rekening doen houden met zijn gezin alvorens belangrijke beslissingen te nemen die hen aangaan. Hij zal bereid zijn suggesties te vragen (zelfs een kind kan soms een goed idee te berde brengen!) en zal deze suggesties ten volle in aanmerking nemen. Nederigheid zal hem in staat stellen erover na te denken welk een grote zegen zijn vrouw en kinderen vormen. Hij wordt er ook door geholpen bereid te zijn fouten te erkennen en huishoudelijke karweitjes te verrichten die gedaan moeten worden. Nederigheid helpt hem „teder mededogend, . . . vrijelijk vergevend” te zijn. — Ef. 4:32.
Voor de echtgenote en kinderen kan onderworpenheid soms heel moeilijk zijn, omdat gezinshoofden net zo onvolmaakt zijn als ieder ander; ook zij maken fouten. Nederigheid zal het echter gemakkelijker maken, onderworpen te zijn. Bedenk dat Gods Woord vrouwen en kinderen de raad geeft: ’Vrouwen moeten in alles onderworpen zijn aan hun man.’ „Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in alles, want dit is de Heer welgevallig.” — Ef. 5:24; Kol. 3:20.
Het kan niet anders of er rijzen geschillen in de gezinskring. Mannen bekijken de dingen anders dan vrouwen en de jongere generatie bekijkt ze anders dan de oudere. Nederigheid zal allen helpen de druk en spanningen te verdragen die het gevolg van deze geschillen zijn en ook de spanningen ten gevolge van menselijke onvolmaaktheid, ja, ze zal vele ervan helpen opheffen.
NEDERIGHEID HELPT BIJ FINANCIËLE TEGENSLAG
Nederigheid is ook een grote hulp als er financiële tegenslag komt. Er zijn massa’s redenen waarom iemand zijn betrekking kan verliezen, of hij kan zijn huis en al zijn bezittingen kwijtraken, zoals in het geval van een orkaan. Nederigheid kan een grote hulp in zulke omstandigheden zijn. Hierdoor denkt iemand niet alleen aan zichzelf, doch ook aan anderen die er net zo aan toe zijn, en biedt hij hun hulp aan en bemoedigt hij hen. In zo’n tijd zal nederigheid iemand helpen zich er tevreden mee te stellen dat hij in stoffelijk opzicht minder heeft. Ze zal iemand helpen het beste van de omstandigheden te maken en, in het geval van een storm, blij te zijn dat zijn leven is gespaard.
Iemand die werkelijk nederig is, zal niet denken dat de maatschappij hem het beste van alles verschuldigd is, zodat hij zich ongelukkig en gefrustreerd voelt als hij niet heeft wat anderen hebben, of zodat hij gaat stelen (Spr. 30:7, 8). Neen, hij zal oprecht dankbaar zijn dat hij voedsel heeft om op tafel te zetten en dat hij kleren heeft om te dragen, ook al zijn ze misschien niet van het beste materiaal of volgens de laatste mode. Als hij voedsel en kleding heeft, zal hij, zoals de bijbel aanraadt, daarmee tevreden zijn. — 1 Tim. 6:8.
NEDERIGHEID HELPT BIJ HET KRIJGEN VAN RAAD
Nederigheid is eveneens een grote hulp als men raad krijgt of berispt wordt. Iemand die trots is, voelt zich beledigd als hij raad krijgt; door zijn doen en laten geeft hij te kennen dat hij nooit een fout maakt. Het gevolg is dat hij, als hij raad krijgt, misschien erg boos wordt, uitvalt of helemaal van streek raakt. In elk geval maakt hij de dingen alleen maar erger. Iemand die nederig is, aanvaardt zonder moeite raad en een terechtwijzing, want hij weet dat hij best een fout gemaakt kan hebben. Daarom vermaant Gods Woord: „Indien de geest van een heerser tegen u zou oprijzen, verlaat uw eigen plaats niet, want de kalmte zelf verzacht grote zonden.” — Pred. 10:4.
Raad en terechtwijzing brengen, als ze nederig worden aanvaard, grote voordelen mee, want „terechtwijzingen van streng onderricht zijn de weg des levens” (Spr. 6:23). Door nederig op streng onderricht te reageren, wordt iemand niet alleen geholpen thans rampspoed te vermijden, maar ook te wandelen op een wijze die Gods goedkeuring tot gevolg heeft en dus tot eeuwig leven leidt. — Spr. 12:28.
NEDERIGHEID OP HET GEBIED VAN DE EVANGELIEBEDIENING
Als men tegenspoed ondervindt terwijl men de christelijke bediening verricht, kan nederigheid eveneens een grote hulp zijn. Iemand zal erdoor worden geholpen Jezus’ raad ter harte te nemen: „Bied geen weerstand aan degene die goddeloos is, maar slaat iemand u op uw rechterwang, keer hem dan ook de andere toe.” Mocht u als een christelijke getuige van Jehovah op de hoek van een straat staan en de voorbijgangers bijbelse lectuur aanbieden en sommigen van hen zouden kleinerende opmerkingen maken, u als het ware in het gezicht slaan, dan zal nederigheid u ervoor behoeden met gelijke munt te betalen. In plaats daarvan zult u hem ’de andere wang toekeren’. Op deze wijze zult u door goedheid, zachtaardigheid en vriendelijkheid te betonen, het kwade met het goede overwinnen in plaats van door het kwade overwonnen te worden. — Matth. 5:39; Rom. 12:21.
Of wanneer u, als u van huis tot huis gaat, door iemand wordt weggestuurd die zegt dat hij het te druk heeft, dan zult u hem niet snel veroordelen. Nederigheid zal u helpen in te zien dat ook u het soms wel eens te druk kunt hebben als anderen bij u aan de deur komen. Als de huisbewoner boos schijnt te zijn, zal nederigheid u helpen in te zien dat het door zijn eigen omstandigheden zou kunnen komen en zult u het dus niet als iets persoonlijks opvatten. Nederigheid zal u er ook voor behoeden te denken dat u het laatste woord in een gesprek moet hebben of dat u elke tegenwerping die een huisbewoner mocht opwerpen, moet weerleggen. U hebt een schitterende boodschap te brengen en u wilt deze graag met degenen die zullen luisteren, delen. Als mensen u vragen stellen waarop u het antwoord schuldig moet blijven, kunt u nederig aanbieden de inlichtingen op te zoeken en, als zij er oprecht belangstelling voor hebben, weer bij hen terug te komen.
Nederigheid is echter, hoe de mensen u ook mogen ontvangen, zeer nuttig als u de christelijke bediening verricht, want u wordt erdoor aangemoedigd te trachten de zienswijze van anderen te begrijpen en hen vervolgens te helpen. U wordt erdoor in staat gesteld hetzelfde te doen als de apostel Paulus heeft gedaan, die schreef: „Hoewel ik vrij ben van allen, heb ik mijzelf tot slaaf van allen gemaakt, om de meeste personen te winnen. . . . Ik ben alle dingen voor alle soorten van mensen geworden, om er toch maar enkelen te redden. Maar ik doe alle dingen ter wille van het goede nieuws, om er met anderen deel aan te mogen verkrijgen.” Ja, nederigheid zal u in staat stellen mensen op hun eigen niveau tegemoet te treden. — 1 Kor. 9:19, 22, 23.
TEGENSPOED VAN DE ZIJDE VAN CHRISTELIJKE BROEDERS
Soms zou tegenspoed kunnen komen in de vorm van een onchristelijke behandeling van de zijde van iemand die voorwendt een medegelovige te zijn. Men is dan misschien geneigd zeer boos te worden en lucht te geven aan gerechtvaardigde verontwaardiging of zelfs zich zó tot struikelen te laten brengen dat men niet meer in de christelijke gemeente komt. Nederigheid zal ons echter helpen het nodige inzicht te hebben dat onze toorn vertraagt en ons aldus de overtreding voorbij doet gaan (Spr. 19:11). David uit de oudheid heeft ons hierin een goed voorbeeld gegeven. Hoewel hij door koning Saul werd vervolgd, waarbij zelfs zijn leven gevaar liep, liet hij zich toch niet door Sauls houding jegens hem verbitteren of wraakgierig maken. Hij liet de dingen nederig aan Jehovah God over en Jehovah heeft op zijn bestemde tijd inderdaad ingegrepen, waarbij hij David het koningschap over Israël gaf.
Ja, als ons onrecht is aangedaan, zal nederigheid ons helpen de geïnspireerde raad ter harte te nemen: „Vergeldt niemand kwaad met kwaad. . . . Wreekt uzelf niet, geliefden, maar geeft plaats aan de gramschap.” Als wij er maar over nadenken, kunnen wij trouwens inzien dat het aanmatigend van ons zou zijn te willen straffen wie ons onrecht heeft aangedaan. God is de rechter. Door nederigheid zullen wij er genoegen mee nemen te wachten totdat Jehovah de dingen rechtzet. — Rom. 12:17, 19.
NEDERIGHEID EEN HULP BIJ VERVOLGING
Nederigheid is eveneens een grote hulp voor ons als wij hevige vervolging ondergaan. Een dergelijke behandeling doet mensen vaak bezwijken of maakt dat zij een compromis sluiten of hun principes en gewetensbezwaren aan de kant zetten. In dit opzicht hebben de christelijke getuigen van Jehovah bij herhaling een voortreffelijk bericht opgebouwd. Eén ooggetuige die in de nazi-concentratiekampen heeft vertoefd, merkte hierover op: „Jehovah’s getuigen waren als rotsen in een troebele zee.”
In de eerste plaats kan nederigheid ons ervan weerhouden tegen God in opstand te komen als hij zou toelaten dat wij op een dergelijke wijze lijden ondergaan. Wij zullen erdoor worden geholpen het te verdragen, beseffend welke strijdvraag erbij betrokken is, namelijk: Kan een schepsel rechtschapenheid jegens God bewaren ondanks alles wat Satan kan doen? Job heeft, zowel door de omstandigheden als door mensen, grote tegenspoed ondervonden. Zijn vrouw drong er bij hem op aan: „Vervloek God en sterf.” Maar neen, Job incasseerde alles nederig en werd ten slotte door God zelf gerechtvaardigd. Zowel zijn voorbeeld als onze kennis van de strijdvraag die erbij betrokken is, zullen ons helpen te volharden. — Job, hoofdstuk 1, 2 en 42.
Doch het grootste voorbeeld van alles in dit opzicht is natuurlijk Jezus Christus. Hij aanvaardde nederig wat zijn Vaders wil voor hem was, liet als hoofd van alle geestelijke schepselen de hemelse heerlijkheid in de steek en kwam naar de aarde om niet meer dan een sterfelijk mens te zijn. En „meer nog, toen hij zich in de hoedanigheid van een mens bevond, heeft hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood aan een martelpaal”, een zeer smadelijke en pijnlijke dood. Hij nam niet de houding aan van: „Wie denkt u eigenlijk wel dat ik ben dat ik zo moet lijden!” Neen, door wat hij heeft gedaan, heeft hij het grootste voorbeeld van nederigheid verschaft. Hij heeft ons het voorbeeld gegeven. — Fil. 2:8.
NEDERIGHEID AANKWEKEN
Hoe kunnen wij het aanpakken om deze voortreffelijke hoedanigheid te verkrijgen? Het gaat niet vanzelf. Evenals in het geval van alle andere voortreffelijke hoedanigheden, moeten wij eraan werken. Het zal tijd kosten, dus wij moeten niet ontmoedigd raken en denken: Wat voor nut heeft het eigenlijk? Het heeft wel degelijk nut, ook al kost het tijd en moeite en blijven wij fouten maken.
Allereerst moeten wij vurig verlangen nederig te zijn. Wij moeten onszelf eraan blijven herinneren dat wij Jehovah God alleen door nederig te zijn, kunnen behagen. Dit blijkt duidelijk uit 1 Petrus 5:5, waar wij lezen: „Omgordt u allen . . . met ootmoedigheid des geestes jegens elkaar, want God weerstaat de hoogmoedigen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan de nederigen.” En hebben wij Gods onverdiende goedheid niet nodig? Kunnen wij ons veroorloven dat Jehovah God ons weerstaat? Door geregeld Gods Woord te lezen, zullen wij te weten komen hoe hij over nederigheid denkt. — Matth. 18:4; 23:12; Jak. 4:6, 10; 1 Petr. 5:6.
Het gebed is nog een grote hulp. Ja, men zou kunnen zeggen dat het gebed op zich een uiting van nederigheid is, want wij komen tot Jehovah God als bedelaars, als behoeftige personen, ons bewust van onze geestelijke noden (Matth. 5:3). En als wij in geloof vragen en ons deel doen door te werken aan datgene waarom wij bidden, zullen wij deze voortreffelijke hoedanigheid van nederigheid aanleren. Jehovah geeft overvloedig aan allen die erom vragen, niet alleen zijn heilige geest en wijsheid, doch ook andere voortreffelijke hoedanigheden, zoals nederigheid. — Luk. 11:13; Jak. 1:5-7; Fil. 4:6.
Verstand, dat terecht is gedefinieerd als een juist besef van de verhouding waarin men tot Jehovah God staat, is eveneens een grote hulp bij het aankweken van nederigheid. Het betekent te beseffen dat Jehovah als de Universele Soeverein en Opperste Wetgever, het recht heeft ons te gebieden hem te gehoorzamen. En dat niet alleen, doch vanwege zijn almacht kan hij zijn wil en besluiten kracht bijzetten. Hoe nietig, hoe onbeduidend zijn wij vergeleken bij hem! Hele natiën zijn in zijn ogen als slechts een druppel water die uit een lege emmer valt! (Jes. 40:15) Als wij dit gaan beseffen, verwerven wij verstand, doch de grootste vijand van verstand is trots of eigendunk. Er staat dus niet zonder goede reden geschreven: „Bij alles wat gij verwerft, verwerf verstand.” — Spr. 4:7.
Wat niet over het hoofd gezien moet worden, is liefde, op beginselen gebaseerde, onzelfzuchtige liefde, als een hulp bij het aankweken van nederigheid. „De liefde . . . snoeft niet, wordt niet opgeblazen.” Liefde openbaart zich door te maken dat iemand ootmoedig van geest is en anderen superieur aan zichzelf acht. — 1 Kor. 13:4; Fil. 2:2, 3.
DAGELIJKS AAN NEDERIGHEID WERKEN
Wil nederigheid ons in tijd van tegenspoed helpen, dan moeten wij deze hoedanigheid in ons dagelijkse leven, in alles wat wij denken, zeggen en doen, beoefenen. Nederigheid betekent ootmoedigheid des geestes, dat wij geen hoge dunk of ambities koesteren en niet de neiging hebben op anderen neer te zien. Ze betekent te denken zoals de apostel Paulus dacht, die over zichzelf sprak als „de allerminste van alle heiligen” en als „de geringste van de apostelen”. — Ef. 3:8; 1 Kor. 15:9.
Nederigheid dient onze conversatie te kenmerken. Willen wij altijd over onszelf praten, hoe wij over de dingen denken en wat wij bereikt hebben of van plan zijn te doen? Spreken wij dikwijls kritisch over anderen? Nederigheid maakt dat iemand het verlangen heeft de aandacht op Jehovah God, zijn Woord, zijn werken en zijn wonderbaarlijke hoedanigheden te richten en gunstig over zijn mededienstknechten te spreken.
Betrappen wij ons er dikwijls op dat wij tijdens een gesprek het hoogste woord voeren? Nederigheid beweegt iemand ertoe anderen de gelegenheid te geven te spreken. Als anderen zich niet gauw uiten, breng hen dan nederig, tactvol en liefdevol aan het praten, hetgeen hen gelukkig maakt en u opbouwt. Er schuilt meer geluk in, anderen de gelegenheid te geven om te praten dan alleen zelf aan het woord zijn. — Hand. 20:35.
Wordt ons doen en laten door nederigheid gekenmerkt? Nederigheid weerhoudt iemand ervan anderen opzij te duwen of altijd de eerste te willen zijn als men toevallig in een rij staat. Men zal erdoor worden geholpen zulke nederige taken te verrichten als karweitjes in en om het huis of het schoonmaken van de Koninkrijkszaal. Als men nederig is, tracht men anderen te dienen in plaats van te verwachten gediend te worden. Breng u het voorbeeld van Jezus maar te binnen. Hij was niet gekomen om gediend te worden, maar om anderen te dienen. — Matth. 20:28.
Waarlijk, nederigheid is in alle opzichten aan te bevelen. Ze leidt tot vredige betrekkingen met Jehovah onze Maker, tot vrede des geestes en tot vriendschappelijke betrekkingen met onze medemensen en ze is een grote hulp als wij deze het meest nodig hebben — in tijd van tegenspoed.