Soms vindingrijkheid vereist om congressen bij te wonen
Een 15-jarige getuige van Jehovah in Canada wilde het „Vrede op aarde”-congres van 1969 bijwonen, maar zijn ouders konden de reis niet betalen. Vastbesloten het congres te bezoeken, besloot hij het geld zelf te verdienen. Drie maanden voor de aanvang van het congres begon hij oud metaal te verzamelen en te verkopen. In zijn vrije tijd, na school en op de weekends, ging hij op zoek naar oud metaal, maakte het schoon en bracht het met zijn karretje naar de plaatselijke handelaar in oud ijzer.
Hoewel dit veel van zijn tijd in beslag nam, veronachtzaamde hij nooit zijn studie van de bijbel, noch verzuimde hij het predikingswerk. Nadat de drie maanden verstreken waren, had deze 15-jarige Getuige 283 kilo aluminium, 75 kilo witmetaal, 56 kilo koper, 98 kilo roestvrij staal en 10 kilo andere metalen verkocht.
De opbrengst van al deze metalen was ruim voldoende om de reis naar het congres te betalen, terwijl hij tevens enkele Getuigen die in de plaats waar hij woont volle-tijdpredikers zijn, op gulle wijze financiële steun gaf. Door zijn voortreffelijke, onzelfzuchtige houding werd hij door Jehovah God zeer gezegend en genoot hij volop van het congres.