Waarom de kerken sluiten
HET voorgaande artikel heeft u ingelicht over een situatie, waarvan u zich misschien niet bewust bent geweest, maar het heeft zich niet beziggehouden met de redenen waarom zoveel kerken en religieuze instellingen in Frankrijk sluiten.
WAAROM SLUITEN DE SEMINARIES?
De kerkelijke autoriteiten trachten deze sluitingen weg te redeneren door te zeggen dat ze een noodzakelijke reorganisatie weerspiegelen. In een poging het sluiten van drie grote, lang gevestigde seminaries in Normandië te rechtvaardigen, verklaarde de rooms-katholieke bisschop van Bayeux en Lisieux: „Er werd naar een formule gezocht om het gemakkelijker te maken jonge mannen te verwelkomen die een roeping voor het priesterambt hebben.” — Ouest-France van 27 februari 1970.
Hoe kan men echter, al heeft men nog zoveel fantasie, zeggen dat het, door twee hele diocesen van hun opleidingsschool voor priesters te beroven, voor jonge mensen aldaar die priester willen worden, gemakkelijker is gemaakt? Zij zullen nu naar een derde diocees moeten gaan waarvan het grote seminarie eveneens wordt gesloten en naar een andere stad wordt verplaatst, waar het ene seminarie voor drie diocesen in een gebouw zal worden ondergebracht dat het met nog een andere katholieke instelling zal moeten delen. Zou het niet realistisch zijn toe te geven dat tientallen seminaries sluiten eenvoudig omdat er niet voldoende kandidaten voor het priesterambt zijn?
Commentaar leverend op het samensmelten van Franse seminaries, gaf het provinciale dagblad La Voix du Nord toe dat dit „in de eerste plaats” noodzakelijk was geworden „wegens gebrek aan kandidaten”. Een parochieblad in Bretagne haalt de plaatselijke bisschop aan die gezegd zou hebben: „Een van de voornaamste zorgen van de bisschop voor het moment, en zelfs meer nog voor de toekomst, is de daling in het aantal kandidaten voor het priesterschap en heilige orden. Dit is iets algemeens en niet beperkt tot Frankrijk. Al onze instellingen zijn getroffen en alle roepingen: de contemplatieve orden, het onderwijs, de ziekenverpleging en de zending.” De opmerkingen van de bisschop illustrerend, drukte het blad de volgende cijfers af die voor het seminarie van Quimper gelden:
Jaar Seminaristen
1961 150
1964 103
1968 67
Geen wonder dat boven het artikel stond: „Seminarie van Quimper sluit”! — Kemper van juni-juli 1969.
Aantonend hoe ernstig de situatie wel is, werd nog niet lang geleden in een van Frankrijks meest wijd en zijd gelezen tijdschriften verklaard:
„Elk jaar sinds 1961 heeft [de Katholieke Kerk in Frankrijk] het totale aantal priesters verloren dat voor zulke doorsnee diocesen als Bordeaux, Nice of Clermont-Ferrand noodzakelijk is, omdat de verliezen wegens het overlijden van priesters [ongeveer 900 per jaar] of door het neerleggen van het priesterambt bij lange na niet aangevuld worden. . . .
De Franse geestelijkheid, een van de talrijkste ter wereld, met meer dan 40.000 priesters, is een bejaarde geestelijkheid. . . . In 1975 zal een derde van haar leden ouder zijn dan 60 jaar. . . .
Alexandre, kardinaal Renard, aartsbisschop van Lyon, heeft in het begin van deze maand in een vertrouwelijk rapport aan zijn raadgevers de ernst van deze crisis onthuld. Jongstleden oktober lieten zich slechts 475 jongelui in de [Franse] seminaries inschrijven, hetgeen 41 percent minder is dan het jaar daarvoor. Bij gebrek aan studenten zijn de weinige seminaries die nog zijn overgebleven thans regionaal. In het grote, grijze, op een barak gelijkende seminarie van Issy-les-Moulineaux zijn nu alle seminaristen uit Parijs en omgeving ondergebracht. . . .
Zoals het nu gaat, zal de geestelijkheid in minder dan een eeuw zijn verdwenen.” — L’Express van 5-11 januari 1970.
WAAROM SLUITEN DE KERKEN?
De kerkelijke autoriteiten trachten het te doen voorkomen alsof het sluiten van zoveel kerken in Frankrijk een natuurlijk gevolg is van het feit dat de bevolking uit de kleine plattelandsparochies naar de steden en industrieplaatsen verhuist, waar, zo zeggen zij, in de afgelopen vijfentwintig jaar meer dan duizend nieuwe kerken zijn gebouwd. Dit mag dan al de reden zijn waarom sommige plattelandskapelletjes zijn gesloten, doch het verklaart beslist niet waarom vier van de vijf kerken in steden zoals Senlis, met meer dan 10.000 inwoners, zijn gesloten. De ware redenen liggen elders.
Eén reden is duidelijk het tekort aan priesters. Er zijn op zijn minst 18.000 katholieke parochies in Frankrijk die geen vaste priester hebben. Een groot aantal priesters moet verscheidene parochies bedienen en in tal van deze kerken gaat de deur slechts eenmaal per maand, of zelfs nog minder, open en soms alleen voor begrafenissen of andere speciale formaliteiten. Tegenwoordig, nu de schaarste aan priesters steeds acuter wordt, is er, als een priester trouwt of zijn ambt om een andere reden neerlegt, voor de parochie of de parochies die onder zijn hoede stond of stonden geen alternatief dan een kennisgeving op de kerkdeur te spijkeren met de woorden: „Tot nadere aankondiging gesloten”, en meestal komt die „nadere aankondiging” nooit!
Maar de belangrijkste reden waarom zoveel kerken sluiten is misschien wel de steeds geringer wordende belangstelling voor de traditionele religies. Katholieken die jarenlang hebben gedacht dat zij tot de onfeilbare kerk van Christus behoorden, zijn tot de ontdekking gekomen dat dingen die zij voor heilig hebben gehouden omdat hun priesters hun zeiden dat zij dat moesten, nu volgens diezelfde priesters onbelangrijk of zelfs schadelijk zijn. L’Express, die de uitwerking beschrijft welke deze veranderingen op vele katholieken heeft, schreef:
„Gebruiken die generaties van christenen lang als voorschrift golden, worden thans als uit de tijd beschouwd. Door het begrip verandering in te voeren, heeft de [Katholieke] Kerk ook het begrip relativiteit ingevoerd. Aangezien de regels die gisteren voorschrift waren vandaag niet meer van kracht zijn, is er niets waardoor wordt bewezen dat de regels van vandaag morgen nog van toepassing zullen zijn.” — L’Express van 14-20 oktober 1968.
Ook de algemene afkeer van de rol die de traditionele religies in de oorlogen en conflicten tussen en in de natiën hebben gespeeld, vervreemdt de mensen van de kerken. Eugène Blake, algemeen secretaris van de Wereldraad van Kerken, die nog niet zo lang geleden in Genève in Zwitserland sprak, gaf dit toe door te zeggen:
„Religies hebben niet altijd tot de vrede bijgedragen en wij zijn getuigen geweest van de verschrikkelijke gevolgen van het samengaan van modern religieus fanatisme met het kapitalisme, het kolonialisme, rassendiscriminatie en oude feodale of stamgewoonten. Laten wij het feit onder de ogen zien: de betrekkingen tussen India en Pakistan zijn door de religieuze factor eerder verslechterd dan verbeterd. De rol die de religie in Noord-Ierland speelt, heeft de katholieken en protestanten al evenmin troost gebracht.” — Le Monde van 2 april 1970.
Aangezien de oosterse religies en de kerken der christenheid in religieus opzicht jegens de mensen tekort zijn geschoten en zelfs hebben bijgedragen tot onrust en oorlogen, is het te begrijpen dat zij oogsten wat zij hebben gezaaid. Dat vele van hun kerken sluiten, is een teken dat hun dagen geteld zijn. God zal hen weldra voor hun misdaden straffen. (Lees Openbaring of Apocalypse, hoofdstuk 18, waar het wereldrijk van valse religie symbolisch „Babylon de grote” wordt genoemd.)
HET WARE CHRISTENDOM IS NIET AAN HET TANEN
Laten oprechte mensen moed vatten! Het ware christendom gaat allerminst achteruit. Het bloeit als nooit tevoren, zoals blijkt uit het volgende persbericht dat in hetzelfde Franse zondagsblad stond dat het nieuws bekendmaakte over de „18.000 vervallen kerken”. In een artikel over het „Vrede op aarde”-congres van Jehovah’s getuigen dat verleden jaar augustus bij Parijs werd gehouden, verklaarde de krant:
„Deze middag . . . zal F. W. Franz een slottoespraak houden over de hoop op een vrede van duizend jaar, een vrede die zal volgen op de strijd van Armageddon en gedurende welke tijd miljarden mensen op een aards paradijs zullen terugkomen. . . .
Sommigen zullen geneigd zijn hun schouders op te halen. De meesten zullen echter tot nadenken worden gebracht. Het publiek heeft met verbazing ontdekt dat er 30.000 ’Getuigen’ in Frankrijk en een miljoen in de wereld zijn en dat zij de afgelopen twintig jaar buitengewoon in omvang zijn toegenomen met zo’n 700 percent. De mensen mogen denken wat zij willen, maar dit fenomeen verdient onze aandacht.” — Le Journal du Dimanche van 10 augustus 1969.
Ja, de groei, ijver en toewijding van Jehovah’s getuigen, welke een opvallende tegenstelling vormen tot de achteruitgang en het verval van de kerken der christenheid, maken dat velen nog eens hun gedachten laten gaan over wat zij „een sekte” plachten te noemen (Hand. 24:14, Sint-Willibrordvertaling). Onlangs schreef een Frans katholiek weekblad het volgende:
„Niet lang geleden voelden ’goede katholieken’ zich verplicht . . . kwaad te worden als er een ’Jehovah’s getuige’ bij hen aan de deur kwam en brochures en raad aanbood.
Thans verplicht het zien van deze mensen, die de moed hebben voor hun geloof uit te komen, ons na te denken. Hoewel een katholiek niet hun opvattingen behoeft te delen, begint hij wel na te denken en zelfs te zeggen ’Petje af’ voor deze mannen en vrouwen die niet bang zijn sarcastische glimlachjes, scheldwoorden en boosheid tegemoet te treden als zij hun geloof ten toon spreiden.” — L’Ami du Peuple van 15 februari 1970.
Sommige katholieken zeggen: „De vroege christenen hadden geen doorwrochte gebouwen, maar toch waren hun gemeenschappen springlevend, terwijl ze zich aan de leer van Christus hielden” (L’Express van 22-28 december 1969). Jehovah’s getuigen zullen graag alle oprechte mensen helpen Gods Woord te bestuderen en zij zullen hen welkom heten in hun steeds talrijker wordende Koninkrijkszalen, waar zij christelijke gemeenschappen zullen vinden die werkelijk ’springlevend zijn en zich aan de leer van Christus houden’.