Duizenden religieuze gebouwen in Frankrijk sluiten
IN HET begin van dit jaar konden Franse televisiekijkers en krantenlezers nauwelijks hun ogen en oren geloven toen zij vernamen dat duizenden kerken en kapellen in Frankrijk, merendeels katholieke, hun deuren hebben gesloten en dat de gebouwen òf leeg staan en bouwvallig worden òf voor allerlei verrassende doeleinden worden gebruikt.
Zij moesten zich echter bij de feiten neerleggen, want dit ontstellende nieuws kwam uit een zeer gezaghebbende bron, geen andere dan de Franse minister van culturele zaken, de heer Edmond Michelet. Verslag uitbrengend over zijn onthulling, schreef het Parijse zondagsblad Le Journal du Dimanche, onder de kop „18.000 vervallen kerken”, het volgende:
„Achttienduizend kerken, kapellen en gebedenhuisjes in Frankrijk worden niet meer gebruikt of staan op het punt afgedankt te worden. Dit ontstellende cijfer werd onthuld door de heer Michelet in het TV-programma ’Interviews met de pers’.
Dit betekent dat vroeg of laat meer dan de helft van de plaatsen van aanbidding in Frankrijk gedoemd zijn in verval te geraken en leeggeroofd te worden. Sedert de godsdienstoorlogen [1562–1598] hebben de kerken niet zoveel ondergaan — àls ze toen al zoveel hebben ondergaan. Er gaat geen week voorbij waarin men niet van een kerk hoort die wordt gesloten en die voortaan òf voor een of ander profaan doel wordt gebruikt . . . òf in verval geraakt en zelfs wordt leeggeroofd. Dit komt steeds vaker voor.
In sommige ontvolkte dorpen werden verlaten kerken door voorbijgangers of gespecialiseerde benden geplunderd. In het in de Basses-Alpes gelegen dorpje Clignon-Haut zag men kinderen die verkleed waren in prachtig geborduurde, achttiende-eeuwse koormantels die in de sacristie waren blijven liggen.” — 18 januari 1970.
Een Frans provinciaals nieuwsblad dat het tegen religieuze gebouwen in Frankrijk begane vandalisme betreurt, verklaarde onder de titel „18.000 kerken te koop”:
„Hoeveel kapelletjes op het platteland zijn er al niet vernield! De mensen begonnen met gewijde voorwerpen, beeldjes en kaarsenhouders weg te nemen. Toen begonnen zij gebrandschilderde ramen en fresco’s te slopen. Ten slotte beroofden zij ze van het stenen beeldhouwwerk, de deuren en de kerkbanken. Wie deert het? Wie komt ertegen op? Vreemd genoeg zijn degenen die het meest verontrust zijn leken [niet de geestelijkheid!].” — Hebdo-St. Etienne van 10 mei 1969.
Hoewel verreweg de meeste gesloten kerken in Frankrijk rooms-katholiek zijn blijkt uit berichten dat ook een tamelijk groot aantal Franse protestantse kerken en zelfs enkele joodse synagogen niet meer functioneren en voor het een of andere wereldse doel worden gebruikt. De Kerk van Schotland moest haar kerk in Menton, aan de Franse Rivièra, sluiten en ook de Anglicaanse kerk gebruikt haar kerk in Hyères, nabij de Middellandse-Zeekust en die in Évian, aan het meer van Genève, niet langer.
SEMINARIES, MONNIKEN KLOOSTERS EN NONNENKLOOSTERS
Behalve de duizenden kerken en kapellen overal in Frankrijk die niet meer gebruikt worden, sluiten ook talloze andere religieuze gebouwen hun deuren of worden verkocht en voor andere doeleinden gebruikt.
Zelfs in zulke katholieke bolwerken als Bretagne, werd het seminarie of de opleidingsschool voor toekomstige priesters in Quimper gesloten. In Normandië zijn drie grote seminaries in Bayeux, Coutances en Sées gesloten. In oktober van dit jaar zijn deze vervangen door één enkele opleidingsschool in Caen. Het kolossale seminarie van Bayeux heeft sinds 1675 aspirant-priesters opgeleid en dat te Sées werd in 1653 gesticht.
In het noorden van Frankrijk werden de seminaries van Cambrai en Arras gesloten en vanaf oktober 1970 moeten kandidaten voor het priesterambt naar Lille gaan. Deze voorbeelden, genomen uit het westen en noorden van Frankrijk, zijn kenmerkend voor wat er in het hele land gebeurt. Eén regionaal dagblad verklaarde in dit verband: „Het noorden en westen waren de enige streken die [hun seminaries] nog niet gecombineerd hadden.” — La Voix du Nord van 14 maart 1970.
Bovendien sluiten een groot aantal monnikenkloosters, nonnenkloosters en abdijen hun deuren. Sommige van deze religieuze instellingen, zoals de Senanque-abdij in Zuid-Frankrijk hebben achthonderd jaar of langer bestaan.
ZONDERLINGE NIEUWE BESTEMMINGEN VOOR RELIGIEUZE GEBOUWEN
De bestemming die sommige van deze religieuze gebouwen na hun secularisering hebben gekregen, is werkelijk verrassend. De uit de vijftiende eeuw daterende „Saint Jacques”-kerk in Lisieux, een beroemde bedevaartplaats in Normandië, wordt thans voor bloemententoonstellingen en concerten gebruikt. Een toerist die voor een maaltijd toevallig bij het „Restaurant Henry” in Saint-Paul-de-Vence, enkele kilometers landinwaarts vanaf de Rivièra, stopt, zal met verbazing vernemen dat hij zich te goed doet in wat eens de kapel van „Onze Lieve Vrouw van Lourdes” was! Het restaurant „Chez Joseph” in La-Colle-sur-Loup, niet ver ervandaan, is gevestigd in een elfde-eeuws monnikenklooster.
In Gazinet, bij Bordeaux, is een katholieke kapel in een door de plaatselijke priester georganiseerde jioe-jitsoeschool veranderd! Vrij veel Franse kerken zijn veranderd in bioscopen, museums en andere onvermoede dingen zoals garages, koestallen, een botermarkt openbare douchelokalen, wijnkelders, wijnproeflokalen, een repetitiezaal van de schouwburg, enzovoort. Seminaries en katholieke scholen worden als openbare scholen en zelfs als postkantoren gebruikt. Protestantse kerken zijn in garages, een slotenmakerij en, nota bene, in een droogvloer voor tabak veranderd! Een synagoge in Oost-Frankrijk wordt nu als veilinggebouw en een andere als een warenhuis voor landbouwgereedschappen gebruikt.
Commentaar leverend op deze stand van zaken, schreef een redacteur van een Frans links tijdschrift: „Van de vijf kerken in Senlis [een stad enkele kilometers ten noorden van Parijs] wordt er thans één als markt, een andere als garage, de derde als bioscoop en de vierde als danslokaal gebruikt. Ik begrijp dat de religie gemoderniseerd moet worden . . . maar ik kan niet geloven dat men zich nu geen betere manier kan voorstellen om geseculariseerde kerken te gebruiken dan voor wekelijkse dansavonden en om er groenten in te verkopen.” — Le Nouvel Observateur van 1 maart 1970.
Het is interessant dat van een gewezen katholieke kapel slechts enkele kilometers vanaf Senlis thans een goed gebruik wordt gemaakt. Ze is door vrijwillige christelijke werkers schoongemaakt en gemoderniseerd en is thans de Koninkrijkszaal van de gemeente Creil van Jehovah’s Getuigen!