Bent u een goede naaste voor uw buren?
’NATUURLIJK ben ik voor hen een goede naaste. Ik bemoei mij met mijn eigen zaken en laat mijn buurman vrij zich met de zijne te bemoeien. Hoe minder wij met elkaar te maken hebben, des te beter gaat het.’
Dit is misschien een heel gewone reactie op de vraag: Bent u een goede naaste voor uw buren? Maar omzeilt men hierdoor niet waar het feitelijk om gaat? Men moet beslist enkele goede hoedanigheden ten toon spreiden om een goede naaste te zijn, goede hoedanigheden die meer inhouden dan dat men zich alleen maar van nieuwsgierigheid ten aanzien van de privézaken van zijn buren onthoudt.
Er kunnen inderdaad enkele buren zijn die u eerder afstoten dan dat zij u aantrekken — kletserige mensen, slordige, rumoerige mensen en mensen die zichzelf nogal belangrijk vinden. Ja, sommige buren zijn misschien humeurig en in zichzelf gekeerd, zodat zij uw opgewekte begroeting met een koel knikje of een snauw beantwoorden. Het is zo gemakkelijk de tekortkomingen van uw buren op te sommen, niet waar?
Sta hier echter eens bij stil en denk na. Zult u alleen naar hun zwakke punten kijken? Hoe staat het met hun goede hoedanigheden? Misschien zou u hen beter kunnen leren kennen. U hoeft niet in uitersten te vervallen en steeds bij elkaar over de vloer te komen (Spr. 25:17). Maar misschien zou u een vriendelijker sfeer kunnen scheppen. U hoeft geen grote vrienden van elkaar te worden, maar u zou zo af en toe eens een praatje met hen kunnen maken.
Laten wij bijvoorbeeld eens aannemen dat alle leden van uw gezin op een zeker moment het bed moeten houden. Zou u het niet heel erg waarderen als iemand uit uw naaste omgeving, zoals een van uw buren, naar de situatie zou informeren en zou aanbieden een dringende boodschap voor u te doen? De meesten van ons zouden zo’n dienst erg op prijs stellen, maar wat zou u ervan zeggen zoiets vriendelijks eerst voor uw buren te doen?
Als inbrekers eens gedurende uw afwezigheid uw huis zouden trachten binnen te dringen of als er brand zou uitbreken, zou u dan niet dankbaar zijn als een van uw naaste buren zich voldoende om uw welzijn zou bekommeren om de politie of de brandweer te bellen? Zulk een bereidvaardig optreden zou u veel onkosten en ongemak kunnen besparen. Kunt u zulk een hulp echter terecht verwachten als u elke vriendelijke toenadering van de zijde van uw buren negeert of als u niet net zo’n belangstelling voor hun welzijn aan de dag legt? De wijze man schreef in Spreuken 27:10: „Beter is een buurman die nabij is dan een broeder die ver weg is.”
Het lijdt geen twijfel: Er bestaan praktische redenen voor om goede betrekkingen te onderhouden met degenen die in uw naaste omgeving wonen, tenzij u er bewijzen voor hebt dat zij God en al het goede haten. U zult echter veel buren aantreffen die niet in deze categorie vallen en die veel voordeel zouden hebben van gesprekjes met u, terwijl zij na verloop van tijd misschien zelfs uw geloof in God en zijn Woord gaan delen.
Er is echter nog een punt van beschouwing. Is het niet belangrijk er rekening mee te houden hoe God wil dat wij met onze naasten omgaan? Wat hij in dit opzicht van christenen verwacht, wordt niet aan de verbeelding overgelaten. Het wordt in duidelijke taal in de bijbel te kennen gegeven. Laten wij eens zien wat wij hierover uit de Schrift kunnen leren.
Toen Jezus antwoord gaf aan iemand die vroeg: „Wat is het allereerste [het belangrijkste] gebod?” zei Jezus: „Het eerste is: ’Hoor, o Israël, Jehovah, onze God, is één Jehovah, en gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht.’ Het tweede is dit: ’Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf.’ Er is geen ander gebod groter dan deze” (Mark. 12:28-31). En dit vereiste om God en onze naaste lief te hebben, is in het christelijke samenstel van dingen van kracht gebleven, zoals kan worden opgemaakt uit de geschriften van Jezus’ discipelen. — 1 Joh. 5:3; Jak. 2:8.
Maar wie is uw naaste? Jezus zelf heeft deze uitdrukking uitgelegd. Hij vertelde het verhaal van iemand die was geslagen en beroofd en halfdood langs de weg was achtergelaten. Twee mannen kwamen voorbij die weigerden zich ermee te bemoeien. Ten slotte kwam er een barmhartig persoon langs die hulp bood. Toen stelde Jezus de onderzoekende vraag aan zijn vragensteller: „Wie van deze drie heeft zich, naar uw mening, tot de naaste gemaakt van de man die in de handen van de rovers was gevallen?” — Luk. 10:29-37.
Ook u kunt u tot de naaste maken van anderen die welke hulp maar ook die u kunt bieden, nodig hebben. Misschien hebben zij wat vers fruit of bloemen nodig als zij bedlegerig zijn, of het aanbod dat u met wat huishoudelijke werkjes zult helpen of een boodschap voor hen zult doen. De hulp kan ook bestaan in een prettig, aanmoedigend gesprek waardoor Zij een betere kijk op de toekomst krijgen. Misschien kunnen zelfs hun ongewenste eigenschappen door een tactvolle bespreking worden gecorrigeerd. Indien hun kinderen bijvoorbeeld luidruchtig of ongezeglijk zijn, zou u een passend moment kunnen afwachten om uit te leggen hoe u uw kinderen in overeenstemming met bijbelse beginselen streng onderricht.
Het is waar dat sommige buren niet gesteld zijn op mensen die christelijke beginselen toepassen, zodat zij hen mijden. Het is niet nodig uw vriendelijkheid aan hen op te dringen. Andere buren zullen met waardering reageren, en misschien kunt u als christen hun de grootste weldaad bewijzen die maar mogelijk is — door hun kennis en waardering van Jehovah’s voornemens te schenken.
Iemand is niet een goede naaste voor zijn buren als hij teruggetrokken en in zichzelf gekeerd is. Aan christenen wordt het bevel gegeven: „Vergeldt niemand kwaad met kwaad. Verschaft voortreffelijke dingen voor het oog van alle mensen” (Rom. 12:17). Als een goede naaste kunt ook u troost schenken waar dit nodig is en opbouwende gesprekken voeren waar dit wordt gewaardeerd, waardoor u een zegen bent voor degenen in uw omgeving die deze zegen waardig zijn.