U kunt een goede buur zijn
WANNEER oudere mensen over de „goede oude tijd” spreken, wat hebben zij dan volgens u in gedachten? Op het gebied van materiële rijkdom, gerieven en gemakken of medische diensten was de oude tijd niet zo ’goed’ voor de meeste mensen. Er was geen televisie en er waren maar enkele auto’s, telefoons of andere gerieven die mensen in deze tijd moeilijk zouden kunnen missen. Wat was er dan zo goed? Ongetwijfeld denken zij aan de goede burenmentaliteit die toen heerste.
Hoewel er weinig financiële zekerheid bestond, hielpen de mensen elkaar. Zoals veel oude mensen zullen vertellen, had men, al was men nog zo arm, altijd wel iets om aan zijn buren te lenen. Als iemand ernstig ziek was, boden de buren praktische hulp door bijvoorbeeld maaltijden te koken of voor de kinderen te zorgen. Als iemand een groot karwei in of om zijn huis moest doen, kwamen de buren vaak een handje helpen.
Hoe meer de overheid echter voor de mensen doet, des te minder hebben zij elkaar nodig. Toch moeten wij nog steeds een goed contact met onze buren onderhouden. De bijbel waarschuwde lang geleden: „Wie zich afzondert, zal zijn eigen zelfzuchtige verlangen zoeken” (Spr. 18:1). Iemand die weigert met anderen om te gaan, wordt uiteindelijk onevenwichtig en zelfs excentriek.
Het is waar dat wij onze buren gewoonlijk niet zelf uitkiezen, terwijl ook zij ons niet hebben uitgekozen. Bovendien is het inderdaad waar dat ’slechte omgang nuttige gewoonten bederft’ (1 Kor. 15:33). Maar als wij leren op verstandige wijze met onze buren om te gaan, zal dit zowel hun als ons tot voordeel strekken. Wat is hierbij betrokken?
WAT GOEDE BUREN MOETEN DOEN
Goede buren moeten begrip voor elkaar hebben. In elke buurt zijn weer andere dingen aanvaardbaar. Indien wij uit een plattelandsgebied komen, waar mensen elkaar voortdurend opzoeken, zullen wij ons misschien moeten aanpassen als wij naar een stad verhuizen en dit niet meer kunnen doen. Sommige steden hebben een gemengde bevolking en de mensen die er wonen hebben verschillende achtergronden. Sommigen hebben gewoonten die wij niet kennen, maar waarom zouden wij hen kritiseren wanneer de omgeving er geen last van heeft en zij geen bedreiging vormen voor ons eigen gezin?
Goede buren moeten ook vriendelijk zijn. Hoeveel tijd kost het om degenen die wij op straat of in de lift tegenkomen, vriendelijk „goede morgen” te wensen? Zelfs één opgewekt gezicht kan een hele groep mensen een prettiger gevoel geven.
Wanneer wij vriendelijk zijn, zullen wij ook de namen willen leren van de mensen die om ons heen wonen. Als wij onze buren bij hun naam noemen, tonen wij dat wij hen als individuele personen zien, waardoor zij ons naar alle waarschijnlijkheid een warmer hart zullen gaan toedragen.
Goede buren moeten ook zorg aan de dag leggen. Als iemand in onze naaste omgeving ziek is, geeft het van zorg blijk als men eraan denkt te vragen hoe het met hem gaat, en daarbij enkele troostende woorden te spreken. Wij zouden misschien zelfs een kleinigheid voor hem kunnen doen om zijn last te verlichten. En als er een bejaarde persoon vlak bij ons woont, waarom zouden wij dan niet proberen extra zorgzaam voor hem te zijn? Als wij bijvoorbeeld boodschappen gaan doen, is er misschien iets wat wij voor de bejaarde persoon kunnen kopen. Als het licht in zijn huis extra lang aan blijft of als een deur blijft openstaan, waarom zouden wij dan niet even gaan kijken om er zeker van te zijn dat alles in orde is?
En wat zouden wij kunnen doen als wij zien dat er een misdaad wordt gepleegd of als iets niet helemaal pluis lijkt? Welnu, het is gewoonlijk niet verstandig om er heldhaftig op af te stappen en te proberen de situatie zelf af te handelen. Geoefende mensen doen zo iets gewoonlijk beter dan wij. Maar onze bezorgdheid als goede buren zal ons er op zijn minst toe brengen de politie snel in te lichten en misschien ook op details te letten die later nuttig zouden kunnen zijn.
Een nuttige leidraad voor onze omgang met buren is wat wel de gulden regel is genoemd: „Alle dingen dan die gij wilt dat de mensen voor u doen moet ook insgelijks voor hen doen” (Matth. 7:12). Wanneer wij dus een probleem zien waarbij een van onze buren betrokken is, zonder goed te weten hoe wij dienen te handelen, zouden wij ons kunnen afvragen: „Wat zou ik graag hebben dat iemand voor mij zou doen als ik in die situatie verkeerde?” Het antwoord zal ons helpen een verstandige beslissing te nemen.
Onze buren zijn in een bijzondere betekenis naasten van ons. Toen een toeschouwer bij een zekere gelegenheid aan Jezus vroeg: „Wie is dan mijn naaste?” antwoordde Jezus door de gelijkenis van de „barmhartige Samaritaan” te vertellen. Hij toonde aan dat een werkelijke naaste hulp zal bieden wanneer hij ziet dat iemand in nood verkeert. Als wij vriendelijkheid, begrip en zorg voor onze buren aan de dag leggen, zullen wij dat schitterende voorbeeld volgen. — Luk. 10:29-37.
WAT GOEDE BUREN MOETEN NALATEN
Goede buren zullen ook bepaalde dingen nalaten. Dit komt doordat zij attent zijn. Een goede buurman zal bijvoorbeeld niet zijn stereo-installatie of televisietoestel zo luid aanzetten dat hij de hele buurt laat meegenieten. Hij zal zijn huis en omgeving netjes en schoon houden, zodat hij er niet toe bijdraagt dat het aanzien van de buurt achteruitgaat.
Een wijze man schreef lang geleden: „Maak uw voet zeldzaam in het huis van uw naaste, opdat hij niet genoeg van u krijgt en u stellig haat” (Spr. 25:17). Ja, hoewel een sporadisch bezoekje welkom kan zijn, kunnen buren gauw genoeg krijgen van iemand die voortdurend op bezoek komt.
Ook waarschuwde de apostel Paulus voor mensen die voortdurend ’doelloos bij de huizen rondliepen’ en die ’roddelaars waren en zich inlieten met andermans zaken’ (1 Tim. 5:13). Wij vermijden plaatselijke roddelpraatjes en kwaadsprekerij als wij de tijd die wij aan burenbezoekjes besteden, beperken. De meeste mensen klagen er thans trouwens over dat zij niet genoeg tijd hebben om alles te doen wat zij willen doen. Besteedt men te veel tijd aan gezellige omgang, dan gaat dit misschien ten koste van de gelegenheid om belangrijker dingen te doen.
Goede buren hebben respect voor de mensen in hun omgeving en behandelen hen met zachtaardigheid. Zij zullen van een mug dan ook geen olifant maken. In Amsterdam was een vader op een zekere zomeravond van streek omdat het lawaai van een radio aan de overkant van de straat zijn kinderen wakker hield. Zijn vrouw opperde vriendelijk dat hij naar de buurman toe zou gaan om het probleem te bespreken. Toen de buurman de redelijke uiteenzetting hoorde, was hij heel welwillend. Hij deed de radio uit en merkte op: „Ach, ik luister toch niet naar dat politieke geklets!” Wat een nare situatie had kunnen zijn, werd afgewenteld doordat er met zachtaardigheid werd gehandeld, en de twee buren werden goede vrienden.
Ten slotte moeten wij onderscheidingsvermogen bezitten en evenwichtig zijn. Sommigen van onze buren hebben misschien slechte gewoonten. Misschien roken zij of gebruiken zij slechte taal of leven zij immoreel. In sommige gebieden gebruiken tieners drugs en vormen zij georganiseerde benden. Wij moeten dus evenwichtig zijn in onze goede burenmentaliteit door ons ervan te vergewissen dat onze kinderen niet door deze slechte gewoonten worden besmet. Ja, er is heel wat bij betrokken een goede buur te zijn.
DE KRACHT VAN EEN GOEDE BURENMENTALITEIT
In het begin van 1980 verkeerde John, een ouderling in een plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen, in een situatie waarin geen sprake meer was van een goede burenmentaliteit. Het gebeurde in een stadje in de Amerikaanse staat Oklahoma. Een zwarte tiener was gedood en de plaatselijke zwarte bevolking had de indruk dat de politie hier niets aan deed. Er ontstond een felle rassenrel waarbij hevig werd geschoten.
Toch was Johns huis in deze beroering als een oase. Hoewel hij met zijn vrouw en tienerdochter urenlang op de vloer moest liggen om aan verdwaalde kogels te ontkomen, heerste bij hem thuis geen rassehaat. Deze blanke mensen deelden hun schuilplaats zelfs met een negermeisje en een Mexicaans gezin. Johns vrouw zei: „Ik weet wel dat er moeilijkheden zijn; ik ben niet blind. Maar als gevolg van de wijze waarop wij met mensen omgaan — of zij nu zwart zijn of blank — bestaat er een goede verhouding.”
Ja, dit gezin had van een goede burenmentaliteit blijk gegeven jegens de mensen in hun omgeving. Zij hadden hen met respect en consideratie bejegend en werden op hun beurt door hun buren gerespecteerd. De raciale haat was niet tegen hen gericht.
Enkele dagen na de rel kwamen zij tijdens hun predikingswerk van huis tot huis (een burendienst waaraan alle getuigen van Jehovah deelnemen), toevallig aan de deur bij de familie van de jongen wiens dood aanleiding had gegeven tot de gewelddadigheid. Vriendelijk betuigden zij hun deelneming en schonken zij de beste hulp die mogelijk was. Zij spraken over de zekere hoop van een opstanding uit de doden en het vooruitzicht om spoedig in een wereld te leven waar alle mensen goede buren zullen zijn. Die wereld wordt beschreven in een vers van het bijbelboek Jesaja: „Men zal generlei kwaad doen noch enig verderf stichten op heel mijn heilige berg; want de aarde zal stellig vervuld zijn van de kennis van Jehovah zoals de wateren ook de zee bedekken.” — Jes. 11:9.
Wij zouden allen graag in zo’n wereld willen leven. Maar zolang wij er op wachten, moeten wij met de dingen leven zoals ze zijn. Toch zullen wij, als wij net als John en zijn gezin als goede buren op een evenwichtige wijze met de mensen in onze omgeving omgaan en hen met consideratie en respect bejegenen, het leven aangenamer vinden. En wie weet zullen onze buren dan ook een betere burenmentaliteit jegens ons aan de dag leggen.