Hoe de bijbel uw gezinsleven kan verbeteren
HEBT u ooit een Afrikaans dorpje bezocht? Zou u ons, aangezien dit heel onwaarschijnlijk is, bij een bezoek aan zo’n dorp in Rhodesia willen vergezellen? Wij zouden u graag laten zien welke uitwerking ware bijbelkennis op iemands leven kan hebben.
Wanneer wij de hoofdstad, Salisbury, verlaten, zien wij vlak langs de grote weg gezellige groepjes huizen met grasdaken. Enkele kilometers verder bereiken wij de plek die Tribal Trust Land wordt genoemd, waar uitsluitend Afrikanen wonen.
Wij gaan het huis van de plaatselijke opziener van de gemeente van Jehovah’s getuigen bezoeken. Wat worden wij hartelijk ontvangen! Zoals de gewoonte is in Afrika, wil iedereen die kan lopen ons persoonlijk begroeten en ons de hand schudden. De opziener heet Samuël en zijn vrouw Sara, beide bijbelse namen.
Wij vertellen Samuël dat wij speciaal zijn gekomen om van hem te vernemen welke uitwerking de bijbel op zijn leven en dat van zijn gezin heeft gehad. Hij zegt dat hij met veel genoegen alle mogelijke inlichtingen daarover wil verstrekken.
Aangezien er veel over Afrika wordt gesproken in verband met de opkomst van nieuwe onafhankelijke natiën, stellen wij Samuël de vraag: „Zijn deze nationale veranderingen van invloed op jouw leven als christen?”
„Heel weinig”, geeft hij ten antwoord. „Maar ik moet zeggen dat in veel landen die pas onafhankelijkheid hebben verworven, vervolging tegen ware christenen is opgelaaid omdat zij niet aan politieke activiteiten deelnemen. Een dergelijke nationalistische geest is echter eigenlijk niets nieuws, want voordat ik over Gods koninkrijk hoorde, werd mijn gezin nogal door het stammenstelsel beïnvloed. Dit stammenstelsel was altijd een bron van verdeeldheid en wrijving, en er scheen geen enkel geneesmiddel tegen te bestaan.
Er was echter wel een geneesmiddel en dat was afkomstig uit de bijbel. Ja, toen wij over Gods koninkrijk als de enige regering over de gehele aarde begonnen te leren, konden wij verder zien dan de barrières die door stam of natie worden opgeworpen. Nu doet het er voor ons weinig meer toe uit welke stam wij afkomstig zijn of in welk land wij leven. Wij weten dat Gods koninkrijk spoedig alle overgeblevenen op aarde in één gelukkig gezin zal verenigen. Wij zien ernaar uit dit in de zeer nabije toekomst te zullen meemaken.”
„Deze bijbelse hoop moet je beslist veel vrede des geestes schenken, Samuël. Maar er is iets dat wij je zouden willen vragen. In boeken over Afrika wordt altijd veel gezegd over het geloof in geesten, zowel slechte als goede. En men zegt dat bijgeloof in de Afrikaanse samenleving een sterke kracht is. Is dat juist?”
GELOOF IN GEESTEN VAN VOOROUDERS
„Veel van wat je hebt gelezen is waar. Het is met de Afrikanen net zo gesteld als met de mensen uit elk ander land. Zij voelen de behoefte om iets of iemand te aanbidden. Aangezien zij de waarheid over de toestand van de doden niet kennen, zijn zij een heel gemakkelijke prooi van de valse leerstelling van de onsterfelijkheid van de ziel geworden.
Natuurlijk weten wij nu door onze studie van de bijbel dat het demonen, verdorven geestelijke schepselen, zijn die zich van mannen en vrouwen zoals toverdokters, medicijnmannen en anderen, bedienen. Maar tot op het ogenblik dat de Afrikaan bijbelkennis verkrijgt, wordt zijn leven heel sterk door deze demonen beïnvloed. Zo gelooft hij bijvoorbeeld dat indien de geest van een dode voorouder niet tevreden gesteld wordt, deze ziekte en zelfs de dood van de levenden kan veroorzaken. Ik weet persoonlijk van gevallen van gezonde, jonge mensen die als gevolg van toverij ziek zijn geworden en zijn gestorven. Nu besef ik dat niet de doden de macht hebben om dit te veroorzaken, maar dat de demonen daarvoor verantwoordelijk zijn.”
„Welke bijbelteksten overtuigen jou ervan dat het niet de doden zijn die zulke moeilijkheden veroorzaken?”
„O, er zijn er vele. Eén die altijd bij mij opkomt, is Ezechiël 18:4, waar specifiek wordt gezegd dat de ziel sterft. Dan is er Prediker hoofdstuk 9, waar staat dat de doden zich nergens van bewust zijn, dat zij geen enkel werk verrichten en geen kennis hebben. Daardoor ben ik er volledig van overtuigd dat mijn voorouders, die overleden zijn, nu niet meer ergens in een geestenwereld bestaan. En wanneer ik vanuit het geestenrijk moeilijkheden zou ondervinden, moeten deze van de verdorven geesten, de demonen, afkomstig zijn. Vanaf het moment dat wij als gezin de waarheid omtrent Gods koninkrijk hebben aanvaard, hebben wij elke vorm van bijgeloof, en dus ook het geloof in de geesten van onze voorouders, van ons afgeworpen.”
„Wat zijn enkele vormen van bijgeloof bij de Afrikanen?”
VORMEN VAN BIJGELOOF
Samuël zegt, terwijl hij zijn handen in de lucht werpt: „Er zijn er heel wat. Een zeer algemeen bijgeloof is dat vrouwen en kinderen een band rond hun middel moeten dragen om ziekte te voorkomen en — in het geval van de vrouw — om onvruchtbaarheid te voorkomen. Sommigen geloven dat indien er een ontmoeting plaatsvindt tussen een vrouw met een pasgeboren baby die deze speciale band niet draagt en een andere vrouw met een pasgeboren baby die deze band wel draagt, het kind van de eerste vrouw zal sterven.
Andere personen zullen een stok nemen en de bladeren van een zekere plant of struik afslaan. Zij zullen dan uitsluitend de bladeren bij elkaar rapen die ondersteboven liggen, ze koken, er thee van maken en deze drinken. Het is een geneesmiddel tegen duizelingen en flauwten en men gelooft dat deze drank ongewone macht bezit. Nog een vorm van bijgeloof is dat een zwangere vrouw nooit over een pas omgeploegd veld dient te lopen, aangezien dit de dood van haar nog ongeboren kindje zou veroorzaken. Maar dank zij Gods Woord de bijbel heeft het bijgeloof in al zijn vormen geen invloed meer op mij en mijn gezin.”
„Wat ik zeggen wil, Samuël, was jij lid van een kerk van de christenheid voordat je een van Jehovah’s getuigen werd?”
„Ja, inderdaad. Maar toen zagen wij niet in wat Gods koninkrijk zou doen en hoe belangrijk het is, en dus gingen wij ermee voort onze stam en onze natie als iets speciaals, superieur aan andere, te bezien. De religie die wij hadden, heeft ons niet verenigd, zoals de bijbelse waarheid dat heeft gedaan. Wij behoefden ons niet te veranderen; wij geloofden nog steeds in deze oude, heidense vormen van bijgeloof en in de geesten van onze voorouders, hoewel wij onszelf christenen noemden. Toen ik derhalve de waarheid omtrent Gods koninkrijk en Gods voornemen voor de aarde leerde kennen, moest ik heel wat veranderingen in mijn leven aanbrengen. Nu ben ik blij dat ik dat gedaan heb.”
„In welke opzichten vind je dat je eigen gezinsleven door de bijbel is verbeterd?”
EENHEID EN HARTELIJKHEID IN HET GEZINSLEVEN
„Ik kan zeggen dat het nu volkomen anders is. Zie je, voordat ik een van Jehovah’s getuigen werd, bezag ik mijn vrouw Sara als iets noodzakelijks in huis, zonder werkelijk te beseffen welk een wonderbaarlijke rol zij in het gezin speelde. Ik moet toegeven dat ik haar meer bezag als een gehuurde werkster en als iemand die mij kinderen zou geven. Nu stemt het mij droevig wanneer ik eraan denk hoe weinig consideratie ik toen jegens haar toonde en hoe weinig waardering ik tot uitdrukking bracht voor het harde werk dat zij verrichtte en voor haar zorg voor de kinderen. De bijbelse raad in Kolossenzen hoofdstuk 3 vers 19 heeft mij heel veel geholpen. Daar wordt echtgenoten verteld ’hun vrouw te blijven liefhebben’”.
„Samuël, je vertelde dat je gezinsleven nu volkomen anders is. Kun je ons vertellen hoe dat dan vroeger was?”
„Wel, toen ik mijn vrouw kreeg door aan haar vader een lobola (bruidsprijs) te betalen, dacht ik dat zij nu als werkster in mijn onderhoud zou voorzien. Aangezien wij mannen onszelf superieur aan onze vrouw achtten, gingen wij niet gezamenlijk aan tafel voor de maaltijd, en ook gingen wij er niet gezamenlijk voor zitten als er iets besproken moest worden. Het was onze gewoonte dat onze vrouw eerst ons te eten gaf en dat zij daarna met de kinderen op een andere plek ging eten. Het opvoeden van onze kinderen was ook de taak van de vrouw.”
„Wel, het is heel fijn, Sara, om jou en de kinderen vanmorgen hier bij elkaar te zien. Sara, wij hebben jou nog niet gehoord. Hoe vind jij dat de bijbel je gezinsleven heeft verbeterd?”
Rustig en langzaam sprekend, antwoordt Sara: „Ons gezinsleven is er op zoveel manieren door verbeterd. Wij werken even hard, doch er is zoveel meer om voor te werken. Wij bezitten nu werkelijke liefde voor elkaar en deze heeft een sterke band van eenheid in het gezin teweeggebracht, zoals volgens de woorden van de apostel Paulus in Kolossenzen 3:14 ook zou gebeuren. Wij zijn nu allemaal veel gelukkiger.”
„Samuël, zo juist heb je ons verteld dat je de verantwoordelijkheid om de kinderen op te voeden vroeger aan je vrouw overliet. Wat heeft je ertoe bewogen daarin in je gezinsleven verandering aan te brengen?”
„Weet je, vroeger dacht ik dat de opvoeding van onze kinderen geen belangrijk onderdeel van ons gezinsleven uitmaakte. Toen onze oudste dochter, Maria, nog geen tien jaar oud was, moest zij meestal voor haar jongere broertjes en zusjes zorgen en ze opvoeden. In die tijd zag ik de kinderen eigenlijk heel weinig. Ik had er weinig idee van hoe het met ze ging. Zolang zij niet ziek waren, was ik van mening dat ze het goed maakten. Ik heb nooit de tijd gevonden — of misschien heb ik nooit naar mogelijkheden gezocht — om samen met de kinderen wat ontspanning te zoeken. Liever zocht ik als ik niet werkte, mannen uit de omgeving op en dan dronken wij gewoonlijk een flink glas eigengemaakt Afrikaans bier. Soms was ook Sara, mijn vrouw, bij die gelegenheden van de partij en dan waren de kinderen thuis op zichzelf aangewezen. Nu en dan ontstonden op die avonden, naarmate de tijd verstreek, ruzies en die waren de oorzaak van veel onaangenaamheden.”
„Neem mij niet kwalijk, Samuël. Het spijt ons als onze vraag pijnlijke herinneringen aan vroegere gebeurtenissen bij je heeft wakker geroepen. Maar waar wij graag iets meer over zouden willen horen, is dat wat je ertoe heeft gebracht deze veranderingen aan te brengen.”
„Wel, zonder enige aarzeling kan ik zeggen dat dit het gevolg is geweest van een helder begrip van bijbelse waarheden. Wij zijn Jehovah er allemaal zo dankbaar voor dat hij het ons mogelijk heeft gemaakt zijn wegen en voornemens te leren kennen. Dat wat een grotere verandering in ons gezinsleven heeft teweeggebracht dan wat maar ook was de bijbelse waarheid omtrent het leiderschap in het gezin. De bijbelse beginselen in Efeziërs hoofdstuk 5 vers 28 en hoofdstuk 6 vers 4 werden mij duidelijk gemaakt en ik zag in dat ik voor heel wat meer in mijn gezin verantwoordelijk was dan waarvoor ik tot dan had zorg gedragen. Het was duidelijk dat ik meer belangstelling voor mijn vrouw en kinderen aan de dag diende te leggen. Nadat ik daarmee een begin had gemaakt, ondervond ik dat mijn gezinsleven veel interessanter werd. Wij doen nu heel veel dingen gemeenschappelijk. En dan te zien hoe de kinderen reageerden op de zorg en de belangstelling die ik voor hen toonde! Werkelijk, dat was Gods zegen op mijn bereidheid veranderingen in mijn leven aan te brengen ten einde het in overeenstemming met zijn Woord te brengen.
Toen ik de mij door God opgelegde verantwoordelijkheid om mijn kinderen te leiden en op te voeden aanvaardde, ontving ik van de zijde van mijn vrouw volledige ondersteuning. Zoals ik zojuist verteld heb, bracht ik vroeger veel tijd met de mannen uit de omgeving door om met hen te praten en samen wat te drinken. Welnu, dat behoort allemaal tot het verleden, en ik heb niet het gevoel dat ik er ook maar iets aan mis. Deze verbetering in mijn gezinsleven heeft mij ook de tijd verschaft om samen met mijn gezin van ontspanning te genieten, en nu pas besef ik hoeveel ik heb gemist.”
„Wij hebben er werkelijk van genoten jou over deze veranderingen die zich in je gezinsleven hebben voltrokken, te horen spreken, Samuël. Maar ik heb nog één vraag die ik je zou willen stellen. Toen wij langs het dorp en de omliggende velden kwamen, viel het ons op dat er zowel rond de huizen als op de velden erg weinig mannen aan het werk waren. Waar zijn alle mannen?”
„De meeste mannen uit het dorp werken in de grotere steden. Weet je, het werk in de steden levert veel meer geld op dan het werk hier op het land. Maar zodra een man door het verkrijgen van begrip van bijbelse beginselen de belangrijkheid van de gezinskring gaat inzien, wordt hij geestelijk evenwichtiger. Vroeger werkten verscheidene mannen uit onze gemeente op andere plaatsen. Sinds het ogenblik echter dat zij dat werk hebben opgegeven en zijn teruggekeerd om hier te wonen, zijn zij geestelijk veel sterker geworden en is hun gezinsleven belangrijk verbeterd. Van hun zijde heeft dat een grote inspanning en vertrouwen op Jehovah gevergd, maar zij zijn blij dat zij deze veranderingen hebben aangebracht. En wij zijn dat ook omdat wij hen nu geregeld op al onze vergaderingen in de gemeente bij ons hebben.”
De tijd voor ons bezoek is snel voorbijgegaan en wij moeten nu vertrekken. Tijdens onze terugreis naar Salisbury denken wij na over de talrijke goede dingen die voor gezinnen in geheel Afrika en in alle delen van de aarde zouden zijn weggelegd als zij er slechts de tijd voor zouden nemen om te onderzoeken hoe de bijbel hun gezinsleven kan verbeteren.
„Aldus behoren mannen hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. . . . Vaders, irriteert uw kinderen niet, maar blijft hen in het strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah grootbrengen.” — Ef. 5:28; 6:4.