Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w70 15/1 blz. 61
  • Bijkantoordienaren wonen een speciaal programma bij

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bijkantoordienaren wonen een speciaal programma bij
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
w70 15/1 blz. 61

Bijkantoordienaren wonen een speciaal programma bij

IN HET begin van juni 1969 kwamen 133 hoofdvertegenwoordigers van de bijkantoren van het Wachttorengenootschap en hun assistenten van over de hele wereld naar New York! Alleen al op 6 juni kwamen er meer dan vijftig op Kennedy International Airport aan. Zij waren naar het hoofdbureau van het Genootschap in Brooklyn, New York, gekomen voor een vierweeks programma van speciaal onderricht, en ook om regelingen uit te werken voor verdere expansie van de prediking van Gods koninkrijk.

Eenennegentig van de aanwezigen op deze speciale cursus waren bijkantoordienaar. Hun gemiddelde leeftijd was 43,6 jaar. Zij waren gemiddeld 25,8 jaar geordineerde bedienaren van het evangelie en dienden gemiddeld reeds 20,7 jaar als volle-tijdbedienaren van het evangelie. Zij die op het hoofdbureau van het Genootschap werken, maakten vaak opmerkingen over de geestelijke rijpheid van deze vertegenwoordigers van de bijkantoren, hun voorbeeldige nederigheid en vriendelijkheid.

Op 9 juni begon het programma van speciaal onderricht met een toespraak van de president van het Wachttorengenootschap, N.H. Knorr, over het onderwerp „Vereisten en verantwoordelijkheden van bijkantoordienaren”. Tijdens de vier weken werd bijna elk aspect van het werk dat verband houdt met het prediken van Gods koninkrijk over de hele wereld, besproken.

Behalve klassikaal onderricht kregen de bijkantoorvertegenwoordigers ook praktische opleiding. D. Steele uit Korea merkte op dat „de praktische instructies die in kleine groepen in de verschillende afdelingen gegeven werden” bijzonder gewaardeerd werden. En L. Bingham uit Libanon vertelde: „De praktische kant van de aangelegenheden werd niet over het hoofd gezien. De zienswijze van het Genootschap is ons nu veel duidelijker.”

De president van het Genootschap benadrukte tijdens de cursus dat de bijbel het fundamentele leerboek van Jehovah’s getuigen is. Uit opmerkingen van de bijkantoordienaren bleek dat zij dit feit beseffen.

D. Hopkinson van de Filippijnen zei bijvoorbeeld: „Wij bemerkten dat de beginselen uit Gods Woord in onze geest op een hoger plan kwamen te staan, misschien wel hoger dan ooit tevoren.” En C.F. Muller uit Zuid-Afrika zei: „Wat mij bijzonder opviel, was het sterke geloof, en te zien dat Jehovah’s organisatie zich volledig op Jehovah en Christus Jezus verlaat en volkomen op het Woord van Jehovah vertrouwt.”

Nog een punt dat door de president van het Genootschap sterk benadrukt werd was, dat het belangrijkste werk van Jehovah’s getuigen het prediken van dit „goede nieuws van het koninkrijk” is, en dat zij zich door niets van dit doel moeten laten afbrengen (Matth. 24:14). Zo verklaarde W. Diehl uit Zwitserland: „Wat bijzonder veel indruk op mij heeft gemaakt, was dat broeder Knorr steeds weer uitspraken deed als: ’Ons voornaamste doel in het leven is het prediken van het goede nieuws van het Koninkrijk.’” En T. Darko uit Ghana zei: „Ons doel, namelijk het prediken van het goede nieuws van het Koninkrijk en ons toezicht daarop, is krachtig onder onze aandacht gebracht.”

Op 4 juli eindigde de speciale cursus voor de vertegenwoordigers van de bijkantoren met een toespraak door de president van het Genootschap over „Wat ligt er nog voor ons?” en enkele hartelijke, aansporende slotopmerkingen. N.H. Knorr legde de nadruk op het geweldige werk dat nog voor ons ligt en de noodzaak Jehovah’s volk geestelijk op te bouwen ten einde het werk te kunnen volbrengen. Op deze dag gaven tien bijkantoordienaren uiting aan hun waardering met betrekking tot de speciale cursus.

De uitingen waren bezielend. E. Skinner uit India zei: „Wij hebben ons verheugd in een prachtige omgang met elkaar, en wij hebben uitzonderlijk waardevolle inlichtingen en onderricht ontvangen.” C. Canty uit Nieuw-Zeeland merkte op: „Er bestaat een geestdrift om terug te keren naar onze toewijzing, een verlangen de raad die wij ontvangen hebben, toe te passen. Ons denkvermogen is buitengewoon gestimuleerd.” W. Simpkins uit Mexico geloofde dat, van alle bijkantoorvergaderingen die in de loop der jaren gehouden zijn, „deze vier weken de heilzaamste geweest zijn”. En C. Eisenhower uit Argentinië bracht de gevoelens van alle vertegenwoordigers van de bijkantoren goed onder woorden: „Wij zijn veel beter toegerust om ons werk in de ons toegewezen landen voort te zetten. Ons besluit is vaster dan ooit tevoren om naar ons veld terug te gaan en voort te gaan met het prediken van het goede nieuws en onze broeders te helpen beseffen wat wij hier geleerd hebben.”

Voor degenen die het voorrecht hadden op deze bijkantoorvergaderingen aanwezig te zijn, was het op vele manieren een onvergetelijke gebeurtenis. Het was verfrissend de eenheid van gedachten op te merken die op deze vergaderingen heerste. Alle bijkantoordienaren en hun assistenten zeiden in een brief aan de president van het Genootschap en de hele Bethelfamilie: „Wij danken jullie voor het grootse voorrecht dat wij genoten hebben door van de bijkantoren over de hele wereld hier te kunnen komen. . . . De oprechte gastvrijheid die door jou en de hele familie betoond is, heeft ons diep bewogen, zodat ons hart overvloeit van dankbaarheid.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen