Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w68 1/9 blz. 520-526
  • De weg zoeken die leidt tot de Bron des Levens

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De weg zoeken die leidt tot de Bron des Levens
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • INDRINGERS EN OVERWELDIGERS
  • GETROUWE PATRIARCHEN
  • De patriarchale maatschappij
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1952
  • Koninkrijk Gods
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Bijbelboek nummer 1 — Genesis
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • Priester
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
w68 1/9 blz. 520-526

De weg zoeken die leidt tot de Bron des Levens

„Hij heeft de gezette tijden en de vastgestelde grenzen van de woonplaats der mensen verordend, opdat zij God zouden zoeken, of zij wellicht naar hem tasten en hem werkelijk vinden zouden.” — Hand. 17:26, 27.

1. (a) Wat hebben godvrezende personen zich sinds Adams falen afgevraagd? (b) Waarom scheen Jehovah zo ver van hen verwijderd te zijn?

SEDERT onze eerste ouders uit de tuin van God de ongecultiveerde wildernis in werden gedreven, heeft de geest van godvrezende mannen en vrouwen zich beziggehouden met het zoeken van de weg die tot de grote Bron des levens leidt. Hoe weer tot hun grootse Schepper te naderen en zich in de intieme omgang met hem te verheugen die Adam oorspronkelijk genoot, is voor personen met een eerbiedige geestesgesteldheid een kwestie van het hoogste belang geweest. Zulke mensen hebben op de een of andere wijze de waarheid beseft die later door een van Gods profeten onder woorden werd gebracht: „Gij [Jehovah] zijt te zuiver van ogen om het kwaad te zien; en moeite aanzien kunt gij niet.” De herinnering aan de cherubs die met „het vlammende lemmer van een zwaard” bij de oostelijke toegang tot Eden waren geplaatst, zou nog lang een waarschuwing voor de mens blijven dat alleen gereinigde en gezuiverde schepselen hem veilig kunnen naderen. Mozes herinnerde de Israëlieten hier later aan toen hij verklaarde: „Jehovah, uw God, is een verterend vuur, een God die exclusieve toewijding eist.” De onvolmaaktheden en onreinheid van de gevallen mens maakten dat hij was blootgesteld aan het verterende vuur van Jehovah’s rechtvaardige doodsoordeel. Hoe zou hij ooit veilig tot de „langdurige branden” van de heilige Soeverein van het universum kunnen naderen? — Hab. 1:13; Gen. 3:24; Deut. 4:24; Jes. 33:14, NW.

2. Wat heeft Jehovah eraan gedaan dat de mens van hem vervreemd was?

2 Als de mens aan zijn eigen lot was overgelaten, had hij nooit een aanvaardbare weg kunnen ontdekken om tot de Schepper te naderen. Gelukkig is hij niet aan zichzelf overgelaten. Jehovah heeft zijn grote deernis met zijn gehandicapte schepselen ten toon gespreid doordat hij over de uiteindelijke overwinning van de rechtvaardigheid heeft geprofeteerd en tevens voor de mensen een weg heeft open gehouden om met hem in verbinding te treden. In Eden hadden zij de „overdekkende cherub” gehad, die zonder twijfel enige verantwoordelijkheid bezat om de belangen van de reine aanbidding op aarde te beschermen en te bevorderen. God bleef nu hemelse tussenpersonen gebruiken, waardoor hij overvloedige bewijzen leverde dat hij „zijn engelen geesten en zijn openbare dienaren een vuurvlam” maakt. — Gen. 3:15; Ezech. 28:14; Hebr. 1:7.

3. Welke voorbeelden hebben wij van Jehovah’s voorziening voor communicatie met onvolmaakte mensen die hem zoeken?

3 Mozes werd bijvoorbeeld door bemiddeling van een engel die hem in het brandende braambos verscheen, tot regeerder en bevrijder van Israël aangesteld. En toen Gideon de goddelijke aanstelling tot bevrijder en rechter ontving, deed de hemelse boodschapper vuur neerdalen dat het gebrachte offer op wonderbaarlijke wijze verteerde. Nadat de hemelse boodschapper die aan Simsons ouders verscheen om de geboorte van een zeer ongewone zoon aan te kondigen, het goede nieuws had overgebracht, voer hij op in de vlam van het altaar waarop Manoah en zijn vrouw Jehovah een brandoffer brachten. In de dagen van Lot dienden engelen als redders van die godvruchtige man en zijn dochters, toen er een vurige vernietiging over de steden van het district kwam. Dit zijn gevallen van Gods voorziening voor godvruchtige mensen om communicatie met hem te hebben.

4. Op wat voor verschillende manieren heeft Jehovah hemelse boodschappers gebruikt ten behoeve van hen die rechtvaardigheid liefhebben?

4 Het nauwkeurige bijbelverslag brengt aan het licht dat engelen op zeer veel verschillende manieren zorgden voor de behoeften van de mens en de aanbidding van God. Zij brachten de mensen Gods woorden over en onderwezen hen daarin (Luk. 1:19); zij kwamen ten behoeve van mensen in Gods tegenwoordigheid (Matth. 18:10); zij waakten zorgvuldig over de goddelijke belangen hier op aarde en brachten de Soevereine Regeerder verslag uit over de gang van zaken (Dan. 10:12-14; Zach. 1:10). Ook zijn zij bevoorrechte mensen in visioenen verschenen onder het compacte symbool van vier levende schepselen of in hun talloze myriaden, die in de hemel der hemelen voor de Koning der eeuwigheid vergaderd zijn en hem met lofliederen van dank aanbidden (Dan. 7:10; Openb. 4:6-8). Wij kunnen Jehovah zeer dankbaar zijn dat de mensheid niet geheel en al van communicatie met hem is afgesneden.

5. Hoe toonde Jehovah dat hij een rechtvaardig patriarchaal stelsel onder de mensen op aarde goedkeurde?

5 Ongetwijfeld werd Jakob, toen hij het voorrecht kreeg in zijn droom een grote ladder te aanschouwen die van de aarde tot de hemel reikte, met engelen die daarlangs opklommen en neerdaalden, doordrongen van de uiterst belangrijke rol die de engelen vervullen om de mens met God te verbinden, terwijl zij de zondige mens er tevens voor behoeden rechtstreeks aan de ongetemperde gerechtigheid van God te worden blootgesteld. Jakob was slechts één van een reeks getrouwe patriarchen of familiehoofden aan wie Jehovah door bemiddeling van hemelse dienstknechten zijn wil en voornemen meedeelde. Juist dit feit toont onweerlegbaar aan dat dit oude patriarchale stelsel, waarbij de mensen zich in hun familiegroep moesten verspreiden en de gehele aarde bevolken, Jehovah’s goedkeuring had. Onder dat stelsel werd de vader van een gezin of stam de vorst en priester ervan, die verantwoordelijk was voor de juiste onderwerping aan Jehovah’s beginselen betreffende rechtvaardig bestuur en reine aanbidding. Het lag in de bedoeling dat elk waardig gezins- en familiehoofd in het toepassen van gerechtigheid overeenkomstig Gods rechtvaardige wijze van handelen, in het handhaven van de reine aanbidding en in het brengen van offers ten behoeve van het gezin of de familie, als vorst en priester de leiding zou nemen en in het algemeen als Gods vertegenwoordiger voor het gezin en voor het aangezicht van God als de middelaar ervan zou optreden.

6. Wat zijn enkele van de grondgedachten die verband houden met het Hebreeuwse woord dat met „priester” is vertaald?

6 Het is niet zeker waarvan het Hebreeuwse woord kohén dat met ons woord „priester” is vertaald, is afgeleid. Volgens een bepaalde geleerde houdt kohén de gedachte in van „zaken doen of als bemiddelaar optreden voor iemand anders”. Het woord betekent „priester” en soms, in een bepaald verband, een „gouverneur; eerste minister of functionaris” (2 Sam. 8:18; 1 Kron. 18:17). Een verwant Arabisch woord betekent „toenaderen, naderen, intieme toegang hebben tot”. Een verwant Babylonisch woord heeft de betekenis van „votief, eer bewijzend aan de Godheid”. Een andere autoriteit zet uiteen dat het woord „priester of president een titel was die vaak aan vorsten en koningen werd verleend, iets dat of iemand die aan de Godheid was gewijd”. Noach, Sem, Abraham, Jakob, Job en Amram waren slechts enkelen van die eerste patriarchen die getrouw de leiding hadden in hun respectieve families en die zich tevens bekommerden om de belangen van de zuivere aanbidding, doch de bijbel geeft hun niet de benaming van „priester”, kohén (Hebreeuws) of hiereus (Grieks).

INDRINGERS EN OVERWELDIGERS

7. Noem enkele manieren waarop Nimrod in strijd met Jehovah’s wil te werk ging.

7 Er waren er echter die het ambt van patriarchaal, religieus hoofd verlaagden en misbruikten en die zichzelf ongeschikt maakten om de heilige en liefdevolle Schepper getrouw te vertegenwoordigen. Zij gebruikten het ambt voor hun eigen persoonlijke verheerlijking en om, zoals zij meenden, onvergankelijke gedenktekens van hun eigen persoonlijke roem na te laten. Nimrod treedt op de voorgrond als een vroeg voorbeeld van zulke personen die de leiding van de Duivel volgen en wier streven het is de aanbidding en dienst van hun medeschepselen van God af te wenden en tot zichzelf te trekken. Het schijnt dat hij niet de eerstgeboren zoon was en hij heeft zich dus zeer waarschijnlijk wederrechtelijk de autoriteit en positie toegeëigend die rechtmatig aan de oudere zonen van Kusch toekwam. Zijn minachting voor de patriarchale regeling moge blijken uit het feit dat hij naburige families en stammen overviel en onderwierp en mensen in compacte, gemakkelijk te bedwingen stad-organisaties dreef. — Gen. 10:7-12.

8. Welke feiten met betrekking tot Assyrië en Babylonië wijzen op een door Nimrod gesteld voorbeeld?

8 Gods voornemen met de mens in de wind slaande, stelde Nimrod een religieus-politiek dictatorschap in, met hemzelf als staatshoofd. Met betrekking tot de verwezenlijking van zijn ambities en die van zijn opvolgers, bezitten wij de volgende historische aantekening: „In Babylonië en Assyrië hield men zich strak aan het ’goddelijk recht der koningen’. Wanneer de monarchen van zichzelf zeiden dat zij door deze of die god als heerser van het land waren aangesteld, was dit niet alleen maar een frase. De koning was de plaatsvervanger van de godheid op aarde, zijn vertegenwoordiger die goddelijke gunst genoot en die door de goden in vertrouwen werd genomen. In vroeger tijden waren priesterlijke functies onverbrekelijk aan het koningschap verbonden. De oudste koningen van Assyrië noemen zich ’priesters van Assur’.”a

9. Hoe wordt door de geschiedenis van Egypte gestaafd dat er geen juist patriarchaal bestuur werd uitgeoefend?

9 Nimrods handelwijze werd het patroon voor ambitieuze mannen in al die families die later in alle richtingen uit Babylon migreerden toen Jehovah de taal van de torenbouwers verwarde (Gen. 11:5-8). Over de Farao’s lezen wij: „In Egypte bleef de Koning de enige vertegenwoordiger tussen goden en mensen. Zelfs toen zich de priesterschap ontwikkelde en de goden voortdurend ten behoeve van de mensheid offers werden gebracht, waren de priesters niet de middelaars, want zij vertegenwoordigden slechts de Koning. . . . De priesters brachten de goden offers, benaderden hun goden en traden als middelaar tussen de mens en god op louter en alleen in de naam van de Koning.”b

10, 11. Valt Nimrods voorbeeld ook in andere landen waar te nemen?

10 Wat het oude rijk van de Inka’s betreft dat wij thans als Peru kennen, wijzen geleerden op bewijzen die aantonen dat deze lijn van heersers een vroeger stelsel van geloof verving dat de gedachte van een Opperwezen, een Schepper van alle dingen, inhield. Het nieuwe stelsel „was in het speciale belang van de koninklijke familie gesticht en er voornamelijk op gericht hun aanspraken en gezag te ondersteunen. Door middel daarvan bekleedden zij zich met een macht die hechter en uitgebreider was dan die van de machtigste aristocratieën van het Oosten”.c „De priesterschap was een ingewikkelde hierarchie, met aan het hoofd de Inka-keizer, die zo goddelijk was dat alleen zijn zuster heilig genoeg was om zijn vrouw te zijn. De voornaamste posities onder de keizer werden bekleed door leden van de koninklijke Inkafamilie.”d

11 De geschiedenis van India geeft dezelfde afval van patriarchale regelingen te zien, want, de regeringskaste beschrijvend, vermeldt één historicus: „Alleen zij zijn bevoegd toezicht te houden op religieuze gebruiken, en zonder hen kan er geen omgang tussen de mens en de goden in stand worden gehouden. Vanaf zijn geboorte is de brahmaan een wezen van superieure heiligheid; hij is voor hogere doeleinden bestemd dan andere mensen en het onderscheid tussen hem en hen moet het hele leven door in al zijn daden en gewoonten zichtbaar zijn. Hij is de natuurlijke meester van alle klassen.”e

12. Als wat hebben zelfzuchtige regeerders zich opgeworpen?

12 Wij bemerken dus dat overal op aarde zelfzuchtige menselijke schepselen zich eerder als obstakels dan als middelaars tussen God en de mens hebben geplaatst en hebben verklaard dat alleen door hun tussenkomst en naar hun believen mensen ooit de gunst van de hemel konden verkrijgen. Door een mysterieuze religieuze macht te hanteren, zijn zij in staat geweest een onderdrukkende heerschappij over hun medemensen te vestigen en te handhaven. De geschiedenisboeken staan vol van de wreedheden en ellende waaronder de tot slaven gemaakte onderdanen van die autocraten, die voorgaven dienstknechten der rechtvaardigheid te zijn, gebukt gingen.

GETROUWE PATRIARCHEN

13. Leg uit of Noach aan Gods vereisten ten aanzien van patriarchale priesters beantwoordde.

13 Hoe verkwikkend is het in vergelijking daarmee, zich tot het bericht van getrouwe patriarchen te wenden die zich tot eer van God en zegen der mensen van hun verantwoordelijkheden hebben gekweten! Denkt u bijvoorbeeld eens aan Noach. Bij zijn geboorte werd over hem geprofeteerd dat hij zijn familie vertroosting zou brengen, en latere gebeurtenissen hebben aangetoond dat die profetie waar was. Hij was iemand die God zocht, en wel in die mate dat hij grote gunst in Jehovah’s ogen vond. Hij toonde zich verlangend de rechtvaardigheid van God te verwerven, ging in tegenstelling tot Nimrods slechte handelwijze onberispelijk met zijn medemensen om en wandelde nederig met God. Hij was een prediker van rechtvaardigheid voor zijn tijdgenoten en bewees aldus dat het welzijn der mensheid hem zeer ter harte ging. Hoewel hij door de meerderheid werd genegeerd en bespot, werd hij gezegend doordat hij er getuige van was dat zijn eigen gezin gunstig op het door hem gegeven onderwijs reageerde en met hem de wereldcatastrofe overleefde. Toen hij uit de ark van redding te voorschijn kwam, oefende hij getrouw zijn priesterambt uit door voor te gaan in de aanbidding en voor zich en zijn gezin Jehovah dankbaar een offer te brengen. — 2 Petr. 2:5; Gen. 8:20.

14. Wat zijn enkele feiten betreffende Abraham die aantonen dat hij verlangend was Jehovah’s wil met betrekking tot gezinshoofden te volbrengen?

14 Abrahams geschiedenis laat hem zien als een voortreffelijk gezinshoofd die zich, hoewel hij niet de eerstgeboren zoon was, diep bewust was van zijn religieuze verantwoordelijkheden, speciaal vanaf het moment waarop hij, na de dood van zijn vader Terah, zijn huisgezin het land binnenleidde waarover God tot hem had gesproken. Toen Jehovah met Abraham het verbond sloot volgens hetwelk zijn nageslacht het land waarin hij vertoefde, zou bezitten, werd hij gesommeerd priesterdiensten te verrichten en de gedode slachtoffers te schikken (Gen. 15:9-18). Als hij op zijn oude dag ten gevolge van Gods wonderbare tussenkomst een veelbelovende zoon en erfgenaam heeft grootgebracht en vervolgens het bevel krijgt die enige zoon te offeren, zien wij hem wederom in actie als een gezinspriester. Tijdens al zijn reizen richtte hij altaren op voor de aanbidding van Jehovah, terwijl hij in het openbaar de heilige naam van zijn God aanriep zodat de volken die toen in het land Kanaän woonden over de ware God vernamen. Ook leerde hij zijn huisgezin getrouw eerbied en liefde voor de Soevereine God te hebben. Bedenk ook dat hij, toen hij bij Jehovah ten behoeve van eventueel rechtvaardige inwoners van de goddeloze stad Sodom, nabij Gomorra, pleitte, de functie van middelaar bekleedde. — Gen. 12:8; 13:18; 18:19, 22-32.

15. Wat voor priester was Melchizédek?

15 Wij komen vervolgens het verslag van Melchizédek tegen. Dit is iemand van wie de bijbel geen stamboom geeft, noch zijn levensduur vermeldt of wanneer hij is gestorven. Hij is echter de eerste in de bijbel die „priester” wordt genoemd, en wel specifiek „priester van God, den Allerhoogste”, waaruit wij kunnen opmaken dat hij in het koninkrijk Salem loyaal de aanbidding van de ware God onderhield en zich afgescheiden hield van de vuile, ontaarde religieuze praktijken van de heidense Kanaänieten rondom. Hij trad de zegevierende Abraham tegemoet om hem te zegenen toen deze, nadat hij Lot had gered, terugkeerde. Zonder enige twijfel werd hij hiertoe door Jehovah geleid en, te kennen gevend dat Abraham de situatie ook zo begreep, gaf die patriarch de priester-koning van Salem een royaal gedeelte, namelijk een tiende, van de buit die hij op de verslagen koningencombinatie uit het noorden had veroverd. — Gen. 14:18-20.

16, 17. Wat beviel Jehovah aangaande de handelwijze van Isaäk en Jakob?

16 Isaäk en Jakob hielden beiden stevig vast aan het onderwijs van Abraham, waarbij elk in zijn eigen generatie getrouw bewees te zijn aan zijn ’zalving’ van God, namelijk de hem gegeven opdracht enig aandeel te hebben aan het voorbereiden en organiseren van een zaad of heilige natie die ten slotte het beloofde land zou beërven. Zij werden voortdurend door Jehovah als zijn speciale vertegenwoordigers geleid en beschermd. De bijbel vertelt hoe Jehovah, hun ten goede, het oog op hen hield: „Hij [gedoogde] niet, dat enig mens hen verdrukte, en bestrafte . . . koningen om hunnentwil: Raakt mijn gezalfden niet aan, en doet mijn profeten geen kwaad” (Ps. 105:14, 15). Zij van hun kant hielden zich strikt aan Gods wil ten aanzien van hen, namelijk om als tijdelijke inwoners in het land te blijven, in tegenstelling tot de hebzuchtige, materialistische kolonisten in Kanaän. Zij gaven leiding aan en bevorderden de ware aanbidding in hun huisgezin. Waar zij ook heengingen, weerkaatsten zij op zeer prijzenswaardige wijze de God die zij aanbaden.

17 In zijn jeugdige volwassenheid wordt Jakob beschreven als „een onberispelijk man, die in tenten woonde” (Gen. 25:27, NW). Dat hij, hoewel hij niet de eerstgeboren zoon was, grote eerbied voor de zegen en gunst van Jehovah had en tevens de totale onverschilligheid van zijn broer Esau in zulke aangelegenheden onderkende, valt op te maken uit de overeenkomst die hij sloot inzake het bezitten van het eerstgeboorterecht. Materieel voordeel zal niet zozeer door zijn geest hebben gespeeld als de kostbare voorrechten en verantwoordelijkheden die terecht op de erfgenaam van de getrouwe Isaäk zouden overgaan. Jakobs diepe waardering voor alle beschermende zorg waarmee Jehovah hem door alle tijden van moeilijkheden heen had omringd, spoorde hem ertoe aan geregeld een tiende van zijn inkomen aan de dienst van de ware aanbidding te wijden (Gen. 28:22). De zegeningen over zijn zonen, vlak voor zijn dood, namen zeker niet de geringste plaats in onder de speciale uitspraken van God welke door bemiddeling van deze getrouwe vertegenwoordiger waren gegeven. — Gen. 49:1-28.

18. Hoe sloot Ruben zichzelf van de geboorterechtvoorrechten uit, en met welk gevolg?

18 Volgens de patriarchale gewoonte zou zijn eerstgeboren zoon, Ruben, degene hebben moeten zijn die het geboorterecht in Israël erfde. Ruben sloot zichzelf evenwel uit toen hij hoererij met de concubine van zijn eigen vader, de moeder van enkelen van zijn broers, bedreef. Aldus gaf hij blijk van volkomen minachting voor de heilige verhoudingen en nog wel in het huisgezin van zijn vader. Hij was daarom ongeschikt om als houder van het geboorterecht de juiste leiding te geven (Gen. 49:4). Het met het geboorterecht gepaard gaande dubbele deel ging later dus naar Jozef, de heerschappij ging naar Juda en het priesterschap naar Levi’s huis. Zelfs toen Rubens nakomelingen, Dathan en Abiram, in Mozes’ tijd trachtten op te komen voor het verbeurde recht op heerschappij, handelde Jehovah snel om zijn door bemiddeling van Jakob gegeven woord gestand te doen. Die Rubenieten moesten het feit dat zij Jehovah het recht betwistten te verlagen wie hem mishagen en te verhogen wie hem behagen, met de dood bekopen. — Numeri, hoofdstuk 16.

19. Tot welke gevolgtrekking kunnen wij met betrekking tot Job komen wanneer wij het verslag van zijn ervaringen lezen?

19 Job, nog een ware aanbidder van God, blinkt uit als iemand wiens geduld en godvruchtigheid door een combinatie van rampen, waardoor hij kinderloos en zonder vrienden achterbleef terwijl hij ten gevolge van een ziekte ondraaglijke pijn leed, werkelijk op de proef werden gesteld. Familie en bekenden beval hij de waardigheid van zijn God aan, zonder hem ooit van dwaasheid te beschuldigen voor het toelaten van de verschrikkelijke slagen die hij had verdragen. In tegenstelling tot de trouweloze priesters uit het verleden en van deze tijd, beschuldigde hij God niet van onrecht door kwaad en ellende toe te laten. Zelfs in zijn vroegere welvarende staat had hij altijd de positie van zijn kinderen voor het aangezicht van God in gedachten gehouden door naarstig offers ten behoeve van hen te brengen, want, zoals hij zelf zei, „misschien hebben mijn kinderen gezondigd en in hun hart God vaarwel gezegd” (Job 1:5). Toen hij werd blootgesteld aan de lasterpraatjes van zijn tegenstanders, hield hij de rechtvaardigheid en de naam van Jehovah hoog. Toen Job ten slotte was genezen en uit al zijn moeilijkheden werd verlost, hing het leven van degenen die hem met hun scherpe tong hadden bekritiseerd, af van zijn gebeden tot God om de zoenoffers die zij brachten, te aanvaarden. Het einde van Job toont stellig aan dat hij Jehovah in zijn dienst als priester en gezinshoofd had behaagd. — Job 42:8, 12.

20. Geef de feiten uit Mozes’ leven weer die bewijzen dat hij zich een getrouw voorstander van Gods voornemens heeft betoond.

20 Op de gevorderde leeftijd van tachtig jaar werd Mozes door Jehovah’s engel aangesteld als profeet, bevrijder, regeerder, middelaar en priester van de natie Israël (Ps. 99:6). Zijn eerste toewijzing was, die natie, die als een schaduwbeeld diende, uit Egyptische slavernij te leiden. Als middelaar tussen zijn hardnekkige mede-Israëlieten en Jehovah moest hij telkens weer tussenbeide komen ten einde de vernietigende slagen die Jehovah overwoog een ongehoorzaam en ondankbaar volk toe te brengen, af te wenden (Ex. 32:10-14; Num. 14:11-19). In deze hoedanigheid trad hij ook op als middelaar van Gods verbond met de natie zo lang er nog geen voorziening was getroffen voor een nationaal priesterschap. Als een betrouwbaar boodschapper deelde hij de gehele raad Gods aan het volk mee en drong erop aan dat zij de goddelijke vereisten nakwamen. Hij spande zich gewillig in om in hun reusachtige kampementen recht te spreken. Hij was vurig in het verdedigen van de juiste aanbidding en trad snel handelend op tegen hen die deze aantastten. Ondanks al zijn verantwoordelijkheid en de hem door God geschonken voorrechten die hij genoot, is er in het verslag betreffende hem geen zweem van zelfzuchtige ambitie te vinden. Hij kon nog altijd een „zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op den aardbodem” worden genoemd. — Ex. 18:17, 18; 32:32; Num. 12:3.

21. Welke keuze had Mozes, en welke juiste keuze maakte hij?

21 Men bedenke dat Mozes aan het hof van Farao in alle wijsheid van Egypte was onderwezen. Hij had gelegenheid gehad de priesterorden van dat land gade te slaan met al hun oogmerken om de mensen in bedwang te houden en zichzelf te verrijken, terwijl zij altijd de onderdrukkende heerser steunden als degene die door de goden werd begunstigd. Hoewel de weg van persoonlijke ambitie hem rijkdom en macht in Egypte had kunnen opleveren, verkoos hij zich met het volk van Jehovah te vereenzelvigen en de beschimpingen te aanvaarden die tegen een volk dat God niet eens een eigen land had gegeven, gericht moeten zijn geweest. De Egyptische spotters hadden er geen flauw vermoeden van, wat hun en hun trotse land te wachten stond. — Hebr. 11:24-26.

22. Welke vragen vereisten een antwoord, en welke hoop bestond er om tot God te naderen, hoewel Jehovah door bemiddeling van engelen met mensen die rechtvaardigheid liefhadden in verbinding bleef staan?

22 Tot op Mozes’ tijd was het voorrecht met behulp van hemelse boodschappers met de Schepper in verbinding te staan tot slechts enkele godvruchtige huisgezinnen beperkt. Hoewel dit diende om het geloof in een grote en weldadige God levend te houden, waren er toch heel wat onbeantwoorde vragen. Hoe konden onvolmaakte mensen met hun reine Schepper verzoend worden? Zou de barrière tussen hen en God, die noch door volmaakte engelen noch door loyale doch onvolmaakte patriarchen verwijderd had kunnen worden, ooit worden opgeheven? Hoe kon slavernij aan zonde en dood opgeheven worden? Zouden de geslachten der mensheid elkaar altijd maar blijven opvolgen, net als gras dat uitspruit, een korte tijd blijft en dan sterft? De getrouwe gezinshoofden zelf moeten wel vaak over dergelijke vragen hebben nagedacht als zij naar de nachtelijke hemel opzagen en iets van de onmetelijkheid van Gods schepping beseften. Zij konden niets anders doen dan geduldig afwachten totdat Jehovah hun zijn voornemens stap voor stap openbaarde. Hij had zijn dienstknechten van tevoren op de hoogte gesteld van de grote Vloed, de verwoesting van het land Sodom en van de stellige bevrijding uit het land Egypte. Zij hàdden een God die zijn woord kon en zou volbrengen. Dat was stellig een voldoende basis om te hopen dat Hij te zijner tijd de weg zou onthullen die tot leven en vrede met Hem leidt!

[Voetnoten]

a Religion of Babylonia and Assyria, door M. Jastrow, blz. 374.

b Ancient Religions (uitgave van 1750), bewerkt door V. Ferm, blz. 37, 293.

c Harper’s New Monthly Magazine van juni 1853, „Ancient Peru — Its People and Its Monuments”.

d Ancient Religions (uitgave van 1750), bewerkt door V. Ferm, blz. 37, 293.

e History of Religion door A. Menzies, blz. 337.

[Illustratie op blz. 521]

In een droom werd Jakob getoond dat engelen een aandeel hebben aan Gods communicatie met de mens

[Illustratie op blz. 524]

Noach ging zijn gezin voor in de aanbidding

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen