Hoe geeft u blijk van uw dankbaarheid?
DANK brengen aan God is een van de terugkerende thema’s van de bijbel. De geïnspireerde schrijvers brengen dikwijls het denkbeeld naar voren, Jehovah onder vermelding van zijn heilige naam „dank te brengen”. Het schijnt zo iets normaals dat men van zijn dankbaarheid voor ontvangen weldaden blijk geeft. Is dit echter alles wat er over dit onderwerp gezegd kan worden?
Waar het werkelijk om gaat, is, wat er in het hart is, en uit het hart spruiten zowel woorden als daden voort. Hieruit volgt dus dat het „dank u” als een blijk van oprechte dankbaarheid, gepaard dient te gaan met daden die volledig in overeenstemming zijn met deze mondelinge uitspraak. Maar als zich nu een situatie voordoet waarin een volkomen vreemde u op een of andere wijze een dienst heeft bewezen? U bedankt hem, doch verliest hem uit het oog. Hoe kan bewezen worden dat uw woorden van dank oprecht waren? Door ernaar te streven anderen die in nood verkeren soortgelijke vriendelijkheden te betonen, ook al zijn zij vreemden voor u. Oprechte dank dient vergezeld te gaan van het innige verlangen daadwerkelijk van dankbaarheid blijk te geven.
DAVID EEN VOORTREFFELIJK VOORBEELD
Beschouwt u als voorbeeld eens koning David. Zijn dankzegging aan God was niet beperkt tot de schitterende uitspraken die zo overvloedig in het bijbelboek Psalmen voorkomen. Ze omvatte veel meer. Ondanks de invloeden van het gevallen vlees streefde David er werkelijk naar met anderen op dezelfde barmhartige wijze om te gaan als God met hem deed. Tevens was dat een voortreffelijke manier om van zijn dankbaarheid blijk te geven. Evenals God langzaam tot toorn en grootmoedig in zijn optreden was, weigerde David in zijn rijpere jaren zich op te winden over overtreders en vijanden. Hij was waarlijk een man ’naar Gods hart’. Zijn dankzegging aan Jehovah kwam uit zijn hart. — 1 Sam. 13:14.
Ook op een andere praktische manier bewees David dat zijn dankbaarheid vrij van huichelarij of uiterlijk vertoon was. De diep gevoelde dankbaarheid die in zijn hart opwelde, zocht wegen en middelen om zich te uiten. Hij schonk met vreugde milde bijdragen uit zijn schatkist om voor het luisterrijke heilige huis te gebruiken dat door zijn zoon Salomo zou worden gebouwd. Niet tevreden met de enorme gaven aan goud, zilver, koper en ijzer uit de schatkist van de staat, verklaarde hij zoals staat opgetekend: „Nu schenk ik nog bovendien, uit liefde voor het huis van mijn God, van wat ik zelf aan goud en zilver bezit, aan het huis van mijn God, behalve wat ik voor het heiligdom heb gereedgelegd: drie duizend talenten goud, goud van Ofir, en zeven duizend talenten gelouterd zilver, om de muren der gebouwen te overtrekken.” — 1 Kron. 29:3, 4.
Wij zijn natuurlijk niet allemaal in staat om in het belang van de ware aanbidding kolossale hoeveelheden kostbaarheden te geven, zoals David deed. Wij kunnen echter wel de oprechtheid van onze „dankzegging” bewijzen door ernaar te streven jegens anderen dezelfde barmhartige handelwijze te volgen als Jehovah jegens ons aan de dag heeft gelegd. Misschien kunnen wij onze mondelinge dankzegging ook ondersteund laten worden door bescheiden bijdragen ter bevordering van de belangen van het Koninkrijk naar de mate waarin God ons heeft gezegend. Hoe dan wel? Er zijn een aantal manieren waarop dit kan gebeuren, en men behoeft niet rijk te zijn om deze te volgen.
ANDERE MANIEREN OM „DANK U” TE ZEGGEN
Misschien hebt u wel eens vergaderingen van Jehovah’s getuigen bezocht. Was u blij dat er zulke gerieflijke, zindelijke plaatsen zijn waar mensen kunnen samenkomen om in gemeenteverband over de bijbel te spreken? Wist u dat mensen als uzelf door net zulke blijdschap, gepaard met dankbaarheid, ertoe bewogen werden deze Koninkrijkszalen uit hun beperkte middelen te betalen? Nu hebben u en anderen die vergaderingen in zulke zalen bezoeken, de gelegenheid dezelfde praktische dankbaarheid aan de dag te leggen door, indien u dit kunt, bij te dragen aan het onderhoud van deze gebouwen. Had u hieraan gedacht als een voortreffelijke manier om van dankbaarheid blijk te geven?
U zult echter hebben opgemerkt dat er geen collecteschaal rondging. Dat is waar, doch er staat ongetwijfeld een kleine, onopvallende bijdragenbus voor het gemak van hen die op deze wijze „dank u” willen zeggen. Er wordt nooit om geld gevraagd. Jehovah zorgt dat zijn werk over de gehele aarde wordt verricht door, onder andere, de ongevraagde giften van Gods aanbidders individueel. Indien u ertoe wordt bewogen van tijd tot tijd een bijdrage in de bus te doen, komt dit omdat dankbaarheid jegens God u aandrijft, en er is niemand die de identiteit van de gever of de grootte van het geschonken bedrag kent.
Soms kan het gebeuren dat een persoon die waardering bezit, ervan wordt tegengehouden een bijdrage te geven omdat hij denkt dat hetgeen hij te bieden heeft zo weinig is. Men dient echter niet toe te laten dat de drang om van dankbaarheid blijk te geven wordt onderdrukt, want geen enkel bedrag is te klein. Het werk van de Heer in deze „laatste dagen” wordt niet zozeer gesteund door de vrijgevigheid van de rijken als wel door de vele kleine bijdragen die geschonken worden door hen die over bescheiden middelen beschikken. Herinnert u zich de arme weduwe die „twee kleine geldstukken” van zeer weinig waarde bijdroeg? Jezus prees haar zelfverloochenende, praktische uiting van dankbaarheid. — Mark. 12:42-44.
Als u uitgave na uitgave van De Wachttoren leest, heeft het u waarschijnlijk verbaasd doen staan dat daarin zoveel moeilijke vraagstukken duidelijk worden gemaakt. Hoe is het mogelijk, zo vraagt u zich wellicht af, dat men deze tijdschriften kan blijven verschaffen. Dan komt u te weten dat dit alles mogelijk is doordat Jehovah God in deze tijd zijn „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse op aarde heeft die hij heeft aangesteld om dit geestelijke „voedsel te rechter tijd” aan het gehele huisgezin van hen die God liefhebben, uit te delen (Matth. 24:45-47). Hoe dankbaar kunnen wij God zijn dat hij zulk een liefdevolle voorziening heeft getroffen!
Deze zelfde „getrouwe en beleidvolle slaaf” vormt het lichaam dat rijpe mannen aanstelt om in 197 landen en eilanden in de wereldzeeën zorg te dragen voor de gemeenten van Gods dienstknechten. Het zendt rijpe mannen uit als reizende vertegenwoordigers om de gemeenten te helpen, in overeenstemming met Gods wil te functioneren. Ter opbouwing en aanmoediging van hen die rechtvaardigheid liefhebben, organiseert het vergaderingen op plaatselijke, regionale, nationale en internationale schaal. Het onderhoudt in vele landen der wereld zendelingen en speciale pioniers. Hoe wordt al deze activiteit echter gefinancierd? Door bescheiden bijdragen van dankbare personen die hun bewijs van waardering rechtstreeks opsturen naar het kantoor van de Watch Tower Bible and Tract Society in het land waarin zij wonen. In Nederland is dit: Voorburgstraat 250, Amsterdam-17, en in België: Potaardestraat 60, Kraainem, Bt.
Nog een manier om meer betekenis te geven aan onze blijken van dankbaarheid jegens God, bestaat hierin dat wij ons aanbieden voor het werk dat in verband met de wereldomvattende bevordering van de ware aanbidding moet worden verricht. Jezus heeft met betrekking tot de tijd waarin wij leven voorzegd dat „eerst in alle natiën het goede nieuws [moet] worden gepredikt”, voordat het einde van dit ten ondergang gedoemde samenstel van dingen komt (Mark. 13:10). Biedt u zich aan, of kunt u zich aanbieden als iemand die, uit waardering, een aandeel aan die predikingsdienst wil hebben?
Bovendien moet er ook werk met de handen worden gedaan, schoonmaak- en onderhoudswerk voor het in stand houden van de Koninkrijkszalen. Op congressen zijn er afdelingen die door vrijwilligers bezet moeten worden. In de Verenigde Staten heeft in het begin van dit jaar een flink aantal Getuigen gehoor gegeven aan een uitnodiging om enige maanden met bouwwerkzaamheden te helpen op een van de boerderijen van het Genootschap in de staat New York. Om dit te doen, hebben zij zich graag winstgevend werk elders ontzegd. Zij weten dat de boerderij veel van het voedsel voor de Bethelfamilie op het hoofdbureau te New York verschaft.
Ook jonge kinderen kunnen zo worden opgevoed dat zij hun ouders en Jehovah oprecht danken. Ouders kunnen hun kinderen bijvoorbeeld leren waardering te hebben. Ja, wij weten dat er enkele heel jonge kinderen zijn die erop staan van hun eigen beetje zakgeld hun eigen persoonlijke bijdrage te geven voor de bevordering van het Koninkrijkswerk. Wij kunnen er zeker van zijn dat zulke manifestaties van oprechte dankbetuiging niet onopgemerkt blijven voor de liefdevolle God die de gever is van elke goede gave en elk volmaakt geschenk. — Jak. 1:17.
GEBED EN DANKZEGGING
Het gebed voor en na onze maaltijden is nog een gelegenheid om onze dankbaarheid jegens Jehovah te uiten. Ligt het echter niet voor de hand dat zulk een gebed weinig betekenis zou hebben als er werd geklaagd en ontevredenheid bestond over het voedsel dat wordt opgediend? Zo moeten wij ook bij de geestelijke maaltijden tijdens bijbelbesprekingen, waar wij de wijsheid uit Gods Woord in ons opnemen, nauwkeurig en gretig aandacht schenken, opdat onze daden volkomen in overeenstemming mogen zijn met ons gebed om Gods leiding over de vergadering. „Houdt aan in het gebed”, zo dringt de apostel Paulus aan, „daarin wakker blijvend met dankzegging.” — Kol. 4:2.
Er staan christenen die waardering bezitten dus verschillende wegen open om hun mondelinge dankzegging jegens Jehovah voor al zijn goedheid en vriendelijkheid kracht bij te zetten. Het spreekt vanzelf dat hij die met de mond zijn oprecht gemeende dank brengt, zich ertoe gedreven voelt, van die oprechtheid blijk te geven door iets te doen. Hij zal niet de houding aannemen die tot uitdrukking komt in de woorden: „Als ik een miljoen bezat, zou ik een grote bijdrage geven voor het werk van de Heer.” In plaats daarvan zegt hij: „Is er iets dat ik kan aanbieden als teken van mijn innige waardering voor Jehovah’s liefderijke voorzieningen?”
God zal degenen die dankbaar van hart zijn, die hun dankbaarheid kracht bijzetten door zichzelf en de middelen waarover zij beschikken, royaal voor het goede werk te geven, zegenen. Let als voorbeeld op de geïnspireerde woorden die goede raad en een belofte bevatten: „Een ieder doe zoals hij in zijn hart heeft besloten, niet met tegenzin of onder dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief. God is bovendien in staat al zijn onverdiende goedheid overvloedig te doen zijn jegens u, opdat gij . . . volop moogt hebben voor ieder goed werk” (2 Kor. 9:7, 8). Het is nuttig ons op dit punt aan een onderzoek te onderwerpen.