Ga vooruit met Jehovah’s organisatie
1. (a) Waarom dient men te verwachten dat Gods organisatie op aarde vooruitgaat? (b) Wat demonstreert de doeltreffendheid van de organisatie?
ALLES in Gods universum beweegt. Ordelijke beweging is een fundamenteel beginsel. Voor zover astronomen kunnen nagaan, draaien planeten om de zon, beschrijven zonnen hun baan in een melkwegstelsel, draaien melkwegen rond sterrengroepen, en sterrengroepen rond nog grotere sterrengroepen, ad infinitum. Men dient dus te verwachten dat Gods organisatie op aarde in beweging is. En dat is ook zo. Ze is voorwaarts gegaan en heeft daarbij de meest verbazingwekkende vorderingen gemaakt. Over wat waarschijnlijk het meest in het oog lopende aspect van haar organisatorische activiteiten is, namelijk het regelen van congressen, zijn in de openbare pers dikwijls opmerkingen gemaakt. Aangezien haar God de God van economie is, krijgt ze het grootste werk met het minste energieverbruik gedaan. Gezien al het werk dat de organisatie verzet, is het een opmerkelijk feit dat verreweg het merendeel van haar leden mensen zijn die slechts een gedeelte van hun tijd aan de prediking besteden, hoewel zij Jehovah van ganser harte zijn toegewijd en hem al hun tijd dienen. Zij hebben echter gezinnen, zij hebben verplichtingen, en de meesten van hen verrichten een gedeelte van de tijd werelds werk en kunnen niet al hun tijd rechtstreeks aan het werk van de organisatie besteden.
WAT HET BETEKENT VOORUIT TE GAAN
2, 3. (a) Wat betekent het met Jehovah’s organisatie vooruit te gaan? (b) Welk verband bestaat er tussen vooruit te gaan en lange tijd in de organisatie te zijn?
2 Vooruitgaan is in Jehovah’s organisatie geen kwestie van vóór anderen gaan. Het is niet zoals in wereldse organisaties, waar vooruitgaan dikwijls betekent de plaats van iemand anders in te nemen en hem uit zijn betrekking te werken; het betekent met de organisatie voort te gaan, in haar behoeften te delen en erin te voorzien, en in staat te zijn grotere verantwoordelijkheden op zich te nemen. Want ten gevolge van de snelle expansie van de organisatie is er voortdurend vraag naar dit soort van mensen.
3 Vooruitgaan met de organisatie betekent niet louter een aanhanger te zijn. Degenen die in de waarheid zijn, dienen sneller vooruit te gaan naarmate de tijd verstrijkt. In Hebreeën 5:12 zei Paulus tot de Hebreeuwse christenen: „Ofschoon gij leraren behoorde te zijn met het oog op de tijd, hebt gij wederom iemand nodig om u van het begin af de elementaire dingen van de heilige uitspraken Gods te leren, en gij zijt geworden als zij die melk, geen vast voedsel, nodig hebben.”
4. Hoe toont de illustratie van het menselijk lichaam de noodzaak aan vooruit te gaan, en hoe moedigt de apostel hiertoe aan?
4 Paulus vergeleek de organisatie ook met een menselijk lichaam: „God heeft niettemin het lichaam zo samengesteld dat hij overvloediger eer gaf aan het deel dat te kort kwam, zodat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden ervan dezelfde zorg voor elkaar zouden hebben. En wanneer één lid lijdt, lijden alle andere leden mee; of wanneer een lid heerlijkheid ontvangt, delen alle andere leden in de vreugde” (1 Kor. 12:24-26). Iedereen in de organisatie heeft zijn plaats en hij moet een bruikbaar lid op die plaats zijn. Hij kan niet lang een geestelijke baby blijven. Het is niet zo dat sommige delen van het menselijk lichaam in het babystadium blijven terwijl de rest van het lichaam groeit. Niet vooruit te willen gaan, getuigt van een verkeerde geest, de geest van de wereld. De opvatting van de wereld is: ’Doe zo weinig als je kunt, zodat het er net mee door kan.’ De apostel zegt echter in 1 Timótheüs 3:1: „Indien iemand een opzienersambt tracht te verkrijgen, begeert hij een voortreffelijk werk.” Wij worden dus aangemoedigd voorwaarts te gaan, ons voor te bereiden op verantwoordelijkheid. Er is behoefte aan mensen die verantwoordelijkheid willen dragen.
5. Wat doen mensen om een menselijk doel te bereiken, en hoe dient dit ons aan te sporen?
5 Denk alleen maar eens aan de krachtsinspanningen die mannen van de wereld in het werk stellen om hun doel te bereiken. Met betrekking tot zulke personen horen wij dikwijls de uitdrukking dat het „toegewijde mannen” zijn. Zij studeren jarenlang; zij brengen misschien vele jaren op de universiteit door; misschien beginnen zij in een heel nederige positie in een organisatie; maar zij werken, en zij houden het oog voortdurend gericht op het doel dat zij zich hebben gesteld. Zij laten zich door niets anders afleiden of belemmeren. Zelfs nadat zij een hoge en verantwoordelijke positie hebben verkregen, laten zij hun handen niet verslappen. Zij zijn zelfs energieker dan ooit — alles voor een menselijk doel. Hoeveel ijveriger dienen wij dan met een organisatie voort te gaan die groter is dan de grootste handelsmaatschappij of zelfs de grootste natie, een organisatie die gevormd is en gezegend wordt door de Schepper van het universum en die tot in alle eeuwigheid door hem zal worden gebruikt!
6. Welk beginsel is bij het voorwaarts gaan van toepassing, en welke uitwerking heeft het op anderen als wij op de juiste wijze vooruitgaan?
6 Wij worden nu dus opgeleid voor grotere dingen, en het beginsel is van toepassing dat hij die getrouw is in kleine dingen, ook getrouw zal zijn in grotere dingen (Luk. 16:10; Matth. 25:21). Het betaamt ons in alle dingen getrouw te zijn, ons werkelijk toegewijde dienstknechten van God te betonen en op de juiste wijze vooruit te gaan, namelijk op de wijze die hij aangeeft. Wanneer wij aldus vooruitgaan, dringen wij onszelf niet ten koste van anderen op de voorgrond, maar er worden veeleer anderen door meegenomen. Neem als een voortreffelijk voorbeeld de werken die Jezus bij het voorwaarts gaan verrichtte, en de werken en geschriften van Paulus. Honderdduizenden zijn door hun vorderingen geholpen vooruit te gaan.
7. Vereist het grote bekwaamheid om met de organisatie vooruit te gaan? Waarom?
7 Er zijn er echter enkelen die niet vooruit zijn gegaan. Hoe komt dit? Nu, sommigen schrikken ervoor terug verantwoordelijkheden op zich te nemen uit vrees dat het heel veel met zich brengt. Het schijnt hun een berg toe. In werkelijkheid is het echter eenvoudig om met de organisatie vooruit te gaan. Als wij van plan zijn bij de organisatie te blijven, is het in feite eenvoudiger vooruit te gaan dan te blijven proberen aan verantwoordelijkheid te ontkomen. Als wij helemaal niet vooruitgaan, zullen wij ons ten slotte natuurlijk buiten de organisatie bevinden. Er wordt geen uitzonderlijke bekwaamheid, persoonlijkheid of talent vereist. Satans uitdaging aan Jehovah God was niet dat hij geen bekwame schepselen kon maken, maar dat hij niet één schepsel met een volkomen juist hart jegens Hem zou kunnen vinden, dat niet één van zijn schepselen hem van ganser harte zou dienen en onder alle mogelijke omstandigheden zijn rechtschapenheid jegens Hem ten volle zou handhaven. Neen, niet wat wij hebben, maar hoe wij gebruiken wat wij hebben, telt bij God.
GEHOORZAAMHEID DE FUNDAMENTELE FACTOR
8. Wat wordt er van ons vereist om vooruit te gaan, en wat geeft ons hiervoor de kracht?
8 Bestaat er een „geheime” formule om met de organisatie vooruit te gaan? Neen. Er is echter wel iets fundamenteels dat wij moeten bezitten. Dit wordt wellicht duidelijker gemaakt door een illustratie. Als wij naar het universum kijken, zijn wij verbaasd over de gecompliceerdheid ervan. Het vervult ons met ontzag. Toch zien wij zulk een grote orde. Dit heeft geleerden ertoe gebracht te geloven dat hier de een of andere eenvoudige fundamentele formule aan ten grondslag ligt. Zij hebben ontdekt dat alle materie in het universum uit energie is samengesteld en dit verband tussen energie en materie kan worden uitgedrukt door de eenvoudige formule E = mc2. De energie in een gegeven brok materie staat gelijk aan de massa maal de snelheid van het licht in het kwadraat. Wat, zo zouden wij kunnen zeggen, is het grondbeginsel waarop de beweging van Jehovah’s levende organisatie berust? Het kan in één woord worden uitgedrukt: GEHOORZAAMHEID. Liefdevolle, van harte geschonken gehoorzaamheid is alles. Dit is de grondformule waarop de organisatie rust en volgens welke ze werkt. De kracht om vooruit te gaan komt door Jehovah’s geest, die hij naar gelang van haar gehoorzaamheid aan Hem op zijn organisatie uitstort. Dit komt niet door de bekwaamheid van de leden van de organisatie. De bijbel geeft ons hiervan vele voortreffelijke voorbeelden. Een daarvan is dat van Gideon. Gideon was geen man die vermaard was om zijn leiderschap of buitengewone bekwaamheid. Hij was boer. Maar hij was gehoorzaam aan Jehovah God, en Jehovah gebruikte hem op wonderbaarlijke wijze om een grootse bevrijding voor Israël te bewerkstelligen. — Richt. 6:15, 16, 27; 7:20-22.
9. In welk opzicht is vooruitgang in werkelijkheid een kwestie van onze verhouding met Jehovah?
9 Voorwaarts gaan is dus niet iets koel berekenends. Het is een zaak van dichter tot Jehovah komen; het betreft het vervolmaken van gehoorzaamheid, het vragen om en ontvangen van Jehovah’s geest. Wij zijn aan hem opgedragen, niet aan de organisatie. Hij plaatst ons in de organisatie waar wij passen, en door gehoorzaamheid kunnen wij maken dat wij op die plaats passen.
10. Hoe stelde Jezus het voorbeeld van gehoorzaamheid?
10 Kijk naar het voortreffelijke voorbeeld van Jezus. Niemand in de hemel behalve Jehovah zelf had grotere macht en bekwaamheid om iets tot stand te brengen. Maar in gehoorzaamheid „heeft [hij] zichzelf ontledigd en de gedaante van een slaaf aangenomen en is aan de mensen gelijk geworden. Meer nog, toen hij zich in de hoedanigheid van een mens bevond, heeft hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood aan een martelpaal” (Fil. 2:7, 8). Zelfs op aarde ging hij vooruit, zoals met de volgende woorden wordt verklaard: „Hij [heeft] gehoorzaamheid geleerd uit de dingen die hij heeft geleden.” — Hebr. 5:8.
KRACHTSINSPANNINGEN MET EEN POSITIEVE GEESTESHOUDING NOODZAKELIJK
11. Welke vier factoren zullen gehoorzaamheid in ons vervolmaken?
11 Er is natuurlijk krachtsinspanning voor nodig. Er zijn vier dingen die wij moeten doen om de gehoorzaamheid die onze vooruitgang zal bewerken, te vervolmaken: (1) Studie van Gods Woord; (2) ijver en krachtsinspanning om de geleerde dingen in ons leven en onze bediening toe te passen; (3) voortdurend de leiding van Jehovah’s heilige geest te zoeken en te volgen; (4) hulp van onze broeders in de organisatie te aanvaarden. Er is geen kortere weg.
12. (a) Hoe helpt de organisatie ons inzake studie? (b) Hoe kan men voorkomen dat studeren geestdodend lijkt?
12 Hoe gaan wij met betrekking tot deze vier dingen te werk? Ten eerste, studie: Misschien beschouwen wij studie als zwaar werk, als iets dat een ernstig onderzoek met zich brengt. In Jehovah’s organisatie is het echter niet nodig een massa tijd en energie aan speurwerk te besteden, want er zijn broeders in de organisatie die er juist voor zijn aangewezen om dat te doen, ten einde u die niet zoveel tijd hebt, te helpen, en zij bereiden het goede materiaal voor De Wachttoren en andere publikaties van het Genootschap voor. Studeert u echter niet voldoende? Aanvaard dan de volgende suggestie: U studeert vaak het beste en met de meeste resultaten als u een nieuwe Wachttoren of Ontwaakt! of een nieuw boek leest en daarbij de vreugde smaakt die het gevolg is van het feit dat u zich de nieuwe waarheden eigen maakt en een frisse kijk krijgt. U herinnert zich de punten. U spreekt er enthousiast met anderen over. Probeer dus het volgende: Pak elke Wachttoren of Ontwaakt! zodra hij komt, en lees hem louter om de vreugde en het genoegen ervan. Houd in gedachten dat u niet zit te studeren, maar van de inlichtingen zit te genieten. Dit zal uw vreugde bij het lezen verhogen en u aansporen tot een meer omlijnde en georganiseerde studie. Jehovah wil dat u van uw studie geniet. Hij wil niet dat u het geestdodend vindt. Hij is de gelukkige God, die er behagen in schept al dit krachtige geestelijke voedsel te verschaffen. — 1 Tim. 1:11; Hand. 20:35.
13. Hoe dienen wij het hoofd te bieden aan het probleem hoe de geleerde dingen in ons leven toe te passen, en met welke kijk op onze toewijzingen?
13 Ten tweede: Hoe slaagt u erin de geleerde dingen in uw leven en bediening van toepassing te brengen? U bent misschien van mening dat uw probleem de grote uitzondering vormt. Iedereen heeft echter verplichtingen en verantwoordelijkheden. Neem een positieve geesteshouding aan. Ga er eens bij zitten en beslis wat uw voornaamste verantwoordelijkheden zijn. Stel dan de belangrijkste dingen op de eerste plaats. Dit zal uw geweten geruststellen. Als u nu een toewijzing hebt voor de school der theocratische bediening, voor een openbare lezing, in het hulpprogramma of iets anders, gun deze dan de juiste plaats. Blijf zulke toewijzingen niet afzeggen. Beschouw ze als een voorrecht. Het is voor Jehovah net zo belangrijk dat u dit voorrecht nakomt als dat onze broeders in de concentratiekampen getrouw blijven. Ja, dit soort van voorrecht is niet alleen een gelegenheid voor u om onder beproeving getrouw te blijven maar bovendien om anderen zo op te bouwen dat zij vorderingen kunnen maken. Beschouw elke toewijzing als een middel om met Jehovah’s organisatie vooruit te gaan.
14, 15. Hoe zou men bijvoorbeeld een toewijzing voor de theocratische school kunnen aanpakken en uitwerken?
14 Laten wij bijvoorbeeld zeggen dat u een toewijzing voor de theocratische school hebt. Kunt u het er werkelijk in uw eigen kracht goed vanaf brengen? Natuurlijk niet. Nu komt het belangrijke derde vereiste eraan te pas. Bid tot Jehovah om zijn geest om uw geest te bezielen. God stelt er persoonlijk belang in dat u vooruitgaat. „God . . . zelf [zal] uw opleiding voleindigen, hij zal u standvastig maken, hij zal u sterk maken” (1 Petr. 5:10). Ga aan de slag, wetend dat hij achter u staat. Doe het NU! Thans is het het gulden ogenblik. Als het eenmaal voorbij is, kan het niet meer terugkomen. Zet uw geest aan het werk. Het getob over dingen die niet zijn gedaan, drukt veel zwaarder dan het doen ervan. Begin dus uw gedachten op papier te zetten, hoe weinig ze volgens u ook met het onderwerp te maken schijnen te hebben. Nu hebt u iets om mee te werken; u voelt de last lichter worden. Het onderwerp neemt vorm aan in uw geest. Wij hebben vele malen toewijzingen gehad die wij moeilijk vonden. Wij wisten niet waar te beginnen. Maar wij gingen aan het werk; wij begonnen de eerste stappen te doen. Wij zaten al gauw in ons onderwerp en vonden het niet alleen gemakkelijker dan wij gedacht hadden, maar wij genoten er ook werkelijk van! Gods geest werkte met onze gewillige geest samen.
15 Als u werkelijk uw geest en krachtsinspanningen op een taak hebt gezet en vindt dat u nog meer hulp nodig hebt, dan is het de tijd een beroep te doen op de vierde voorziening, de hulp van anderen. Als u deze gang van zaken volgt, kunt u elke theocratische toewijzing nakomen. De schijnbare berg zal een hoop steentjes worden.
16, 17. (a) Hoe kunnen wij de vergaderingen tot een kracht maken waardoor wij kunnen worden geholpen vooruit te gaan? (b) Als wij zwakke plekken in onze activiteiten ontdekken, welke opgetekende raad geeft ons dan streng onderricht te rechter tijd?
16 Zij die vooruitgaan, zijn degenen die belangstelling voor de gemeente hebben. Elke vergadering, elke regeling, bevat iets dat tot vooruitgang bijdraagt. Wees aanwezig, luister, ga met de anderen om, neem aan de besprekingen deel. Als u dit doet, houd uzelf dan in het oog en let op hoe u ervoor staat. Bent u in één of meer takken van Jehovah’s dienst aan het verslappen? Werk aan deze zwakheid. Doe dit en ga voort; rijpheid en voorrechten zullen sneller toenemen dan u ooit hebt gedacht. Aanvaard het strenge onderricht van de wijze man:
17 „Ik ging langs den akker van een luiaard en langs den wijngaard van een verstandeloos mens, en zie, hij was geheel begroeid met distels, met onkruid bedekt, zijn stenen muur was neergehaald. Toen ik dit aanschouwde, nam ik het ter harte, toen ik het zag, trok ik een les daaruit: nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen, daar komt uw armoede aangelopen en uw gebrek als een gewapend man.” — Spr. 24:30-34.
EEN MAATSTAF OM VOORUIT TE GAAN
18, 19. Welke maatstaf stelt Paulus waarnaar wij ons moeten richten, en hoe kunnen wij onszelf onderzoeken en volgens die maatstaf vooruitgaan?
18 In Filippenzen 3:13-16 stelt Paulus de juiste maatstaf om vooruit te gaan, namelijk: „De dingen die achter mij liggen vergetend en mij uitstrekkend naar de dingen die vóór mij liggen, streef ik naar het doel om de prijs van de roeping naar boven, die God door bemiddeling van Christus Jezus doet toekomen. Laten wij dan, zovelen als er van ons rijp zijn, deze geestesgesteldheid hebben, en indien gij in enig opzicht geestelijk anders geneigd zijt, zal God de bovengenoemde geestesgesteldheid aan u openbaren. Laten wij in ieder geval, in de mate waarin wij vorderingen hebben gemaakt, voortgaan in deze zelfde routine ordelijk te wandelen.”
19 Als wij krachtsinspanningen in het werk stellen, is God bereid ons te helpen en ons de juiste geesteshouding te openbaren, de geesteshouding die Christus en Paulus hadden. En wij kunnen de raad van de apostel benutten om te onderzoeken tot op welke hoogte wij vorderingen hebben gemaakt. Wij kunnen onszelf afvragen: Waarin heb ik vorderingen gemaakt die ik als werkelijke vooruitgang beschouw? In de wereld? In het werk dat ik heb verricht of het geld dat ik heb verdiend? In een universitaire opleiding? Waarin precies? Jehovah’s getuigen zullen antwoorden: ’Het is de vooruitgang die ik heb gemaakt in Jehovah’s dienst en het zijn de vorderingen die ik in zijn organisatie heb gemaakt.’ Bent u in staat aan de deuren een toespraakje te houden? Dat is vooruitgang. Komt u uw toewijzingen voor de theocratische school of dienstvergadering na? Bent u een dienaar of een assistent? Houdt u openbare lezingen? Elk van deze dingen zijn werkelijke vorderingen. Paulus zegt dat wij moeten overwegen tot op welke hoogte wij vorderingen hebben gemaakt en dan in deze zelfde routine moeten voortgaan ordelijk te wandelen, ten einde ze te handhaven.
20. (a) Als u het gevoel hebt dat u niet vooruitgaat, wie zult u dan moeten controleren? (b) Hoe wordt de noodzaak voor geduld geïllustreerd, en hoe kan geduld bij het aanvaarden van streng onderricht ons later van nut zijn?
20 In Jehovah’s organisatie duwt u uzelf niet hogerop. God is Degene die verhoogt (Ps. 75:7, 8 6, 7). Als u het gevoel hebt dat u niet vooruitgaat, kijk dan naar uzelf, controleer uzelf, niet iemand anders. Denk niet dat iemand anders u tegenhoudt, dat iemand anders schuld treft, misschien bepaalde dienaren. Wees daarnaast ook geduldig. Het zijn niet noodzakelijkerwijs posities in de gemeente die op vooruitgang duiden, doch de zegeningen van Jehovah. Dit gaat speciaal op ten aanzien van de zusters, die niet het voorrecht hebben de posities in de gemeente te bekleden die de broeders innemen, doch die wonderbaarlijke zegeningen in hun predikingswerk en bij het helpen van anderen, met inbegrip van hun gezin, ontvangen. Denk aan Mozes. Na veertig jaar in de Schrift en in de wereld te zijn opgeleid, was hij van mening dat zijn tijd was gekomen om Israël van slavernij te bevrijden. Het lag echter in Gods voornemen hem nog veertig jaar langer op te leiden (Hand. 7:25, 29, 30). David werd door Samuël tot koning gezalfd toen hij nog maar een „beginner”, een jonge knaap was, maar er lagen jaren van strenge opleiding vóór hem voordat hij de bekwaamheid bezat het koningschap over Gods natie Israël op zich te nemen (Gen. 49:9). Jezus ontving, alvorens geschikt te zijn voor het hemelse koningschap van het koninkrijk van God, de zwaarste opleiding en beproeving van allen. Wees dus geduldig, wees bereid Jehovah’s opleiding en strenge onderricht te ontvangen (Hebr. 12:11). Bedenk dat hij weet wat maaksel wij zijn (Ps. 103:13, 14). Hij weet wat een ieder van ons nodig heeft; soms weten wij niet dat wij het nodig hebben. Door thans te worden opgeleid, zullen wij later voor zeer ernstige fouten worden behoed. Stem toe in de opleiding die uw persoonlijkheid zal vernieuwen. — Ef. 4:23, 24; Kol. 3:9, 10.
U KUNT ANDEREN HELPEN VOORUIT TE GAAN
21. (a) Hoe moeten wij ons verruimen, en hoe strekt dit ons tot voordeel? (b) Hoe kunnen wij een positieve zienswijze ten opzichte van activiteiten van de gemeente ten toon spreiden?
21 Een van de belangrijkste dingen bij christelijke vooruitgang is dat u geen vorderingen kunt maken als u er geen belang in stelt dat anderen vorderingen maken. Petrus zegt tot ons: „Hebt liefde voor de gehele gemeenschap van broeders” (1 Petr. 2:17). Heb dus belangstelling voor de vooruitgang van de gemeente, maar niet alleen van de gemeente — ook van de kring en van de hele organisatie; wij moeten ons in onze liefde ’verruimen’ (2 Kor. 6:12, 13). Blijf doordrongen van het wereldomvattende aspect van de organisatie. Leef overeenkomstig de waarheid; het is een levenswijze. Degenen die belangstelling voor anderen hebben, leren de broeders heel goed kennen; zij kennen hun behoeften en problemen, zij leggen empathie aan de dag. Zij gaan vooruit terwijl zij anderen helpen met de organisatie vooruit te gaan. Streef naar een vriendschappelijke sfeer in de Koninkrijkszaal en op de plaatsen waar boekstudies worden gehouden. Als u over de vergaderingen en de velddienst spreekt, doe dat dan met vreugde. Heb een positieve, geen negatieve zienswijze. In Efeziërs 4:29 wordt ons de raad gegeven „elk woord” te bezigen „dat goed is tot opbouw waar het nodig is, opdat daardoor iets meegedeeld mag worden wat gunstig is voor de hoorders”.
DIENAREN, HELPT ANDEREN
22, 23. In het bevorderen waarvan hebben de dienaren in de gemeente een groot aandeel, en wat zijn enkele manieren waarop dit kan worden gedaan?
22 Dienaren kunnen er zeer veel toe bijdragen dat anderen worden geholpen vooruit te gaan. Doe alles wat u kunt om de juiste geest in de gemeente te bevorderen. In 1 Thessalonicenzen 5:23 lezen wij: „En mogen de geest en de ziel en het lichaam van u, broeders, ongeschonden in elk opzicht, op onberispelijke wijze bewaard worden bij de tegenwoordigheid van onze Heer Jezus Christus.” Een gemeente heeft dus een geest, een geesteshouding, een geestelijke geneigdheid. U kunt deze geest onderscheiden als u een gemeente bezoekt. Help de gemeente de gezindheid van Christus aan de dag te leggen.
23 Enkele manieren waarop dit kan worden gedaan, zijn: Als het vergaderingbezoek goed is, prijs dan de gemeente. Spreek over de zegeningen, de vreugden en de voordelen die het afwerpt als er zovelen samenkomen. Als er goed commentaar wordt gegeven, uit dan waardering voor de fijne deelname en het bewijs van een goede voorbereiding. Als bepaalde takken van dienst zijn verbeterd, prijs dan de gemeente en maak er waarderende opmerkingen over.
24. Hoe kunnen dienaren afzonderlijke personen helpen vooruit te gaan?
24 Toon persoonlijke belangstelling voor de vooruitgang van afzonderlijke personen. Geef een ieder grotere voorrechten naar gelang van zijn bekwaamheid. Denk aan de drie soorten van opleiding die de broeders nodig hebben: Ten eerste, opleiding in de velddienst; ten tweede, organisatorische opleiding; ten derde, opleiding in liefdevolle en tactvolle omgang met de broeders.
25. Welk voornaamste voordeel zal het voor ons afwerpen als wij op de juiste wijze vooruitgaan?
25 Als wij vooruitgaan op de wijze die Jehovah voor zijn organisatie heeft voorgeschreven, zullen wij geen mensen behagen, maar Hem die telt, onze God. Zijn glimlach betekent geluk en leven. Paulus zei tot de Hebreeuwse christenen: „Moge nu de God van vrede . . . u toerusten met al het goede om zijn wil te doen, en moge hij door bemiddeling van Jezus Christus datgene in ons verrichten wat welgevallig in zijn ogen is.” — Hebr. 13:20, 21.
26. Wat betekent het in verband met de vooruitzichten voor de toekomst, als wij met de organisatie vooruitgaan?
26 Door dit te doen, bouwen wij een krachtig bolwerk van rijpheid op tegen komende moeilijkheden en beproevingen. Er zal een groter getuigenis worden gegeven. Wij zullen het gevoel hebben dat wij bekwamer zijn geworden en een groter geloof hebben in Jehovah ten aanzien van verdere toewijzingen. Wij zullen overvloedige vreugde hebben, vreugde wegens het feit dat wij anderen helpen met de glorierijke hoop op leven in de nieuwe ordening vorderingen te maken, en ook omdat wij in een veel grotere capaciteit bruikbaar zullen zijn wanneer de volmaaktheid is bereikt.