Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w64 1/12 blz. 715-718
  • Hoe ik Jehovah’s liefde ondervond

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe ik Jehovah’s liefde ondervond
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VERANDERING IN HET GEZINSLEVEN
  • BETHELDIENST
  • DE INKOOPAFDELING
  • WAARDERING VOOR DE WAARHEID
  • Gods wil te doen is steeds mijn vreugde geweest
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
  • Georganiseerd getuigenis van de nieuwe wereld
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Een tijd van beproeving (1914–1918)
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
w64 1/12 blz. 715-718

Hoe ik Jehovah’s liefde ondervond

zoals verteld door H. H. Riemer

IN 1883 deed mijn vader, die destijds als ouderling de leiding had over een district van de Methodistenkerk in het midden-westen van de Verenigde Staten, open toen er op zijn deur werd geklopt. Daar stond een van de vroege getuigen van Jehovah met in zijn hand een boek met slappe kaft dat getiteld was „Food for Thinking Christians” en geschreven en uitgegeven door C. T. Russell. Na de begroeting zei hij tegen mijn vader: „Meneer, dit is een boek dat u gelukkig zal maken met het enige ware geluk.” Vervolgens overhandigde hij het boek aan mijn vader, die het doorbladerde en opmerkte hoeveel maal de Schrift erin werd aangehaald en geciteerd. Onder de indruk van de ernst van de man, die tegen hem was blijven praten, gaf hij een bijdrage voor het boek.

Moeder was juist vaders reistas aan het pakken voor een weekendreis per trein. Hij gaf haar het boek met het verzoek het helemaal bovenop in zijn tas te leggen. Nadat hij in de trein een plaats gevonden had, opende hij zijn tas, nam het boek eruit en begon te lezen. Toen de trein op de plaats van bestemming aankwam, had hij het uit en hij zei bij zichzelf: „God zij gedankt! Dit is de waarheid.”

Bij zijn thuiskomst zei vader tegen moeder, na haar en ons, zijn vier zoons, begroet te hebben, „Mamma, ik heb de waarheid gevonden.” „Wat bedoel je daarmee?” vroeg moeder. „Herinner je je dat boek nog dat je in mijn reistas hebt gedaan? Ik wil dat je het leest en mij vertelt wat je ervan vindt.” Hij was echter nogal twijfelachtig gestemd ten aanzien van haar reactie omdat zij de dochter van een lekeprediker was. Zij las het boek en zei toen tegen vader: „Als dit de waarheid is, hebben wij in de Methodistenkerk niets meer te zoeken.” Verheugd zei vader: „Mamma, dit zijn de kostbaarste woorden die ik je ooit heb horen spreken.” Ik was destijds vijf jaar, maar vanaf dat moment tot nu toe — en ik ben nu 86 jaar — is Jehovah nooit in gebreke gebleven zijn liefde jegens mij te betonen zoals hij die op mijn vader en moeder heeft uitgestort.

VERANDERING IN HET GEZINSLEVEN

De bijbelse waarheden die mijn ouders van het Wachttorengenootschap leerden, brachten een opmerkelijke verandering in het gezin teweeg. Zo gauw vader de waarheid leerde kennen, riep hij elke avond na het eten om de bijbel. Hij las er een hoofdstuk uit voor en dan bespraken wij dat onder elkaar. Vervolgens knielden wij allen bij onze stoel neer voor een gebed voordat wij van tafel gingen. Dit gebeurde niet toen hij nog methodistenprediker was.

Pas toen ik in 1896, op achttienjarige leeftijd, de middelbare school doorlopen had, droeg ik mij aan Jehovah’s dienst op en symboliseerde ik deze opdracht door de waterdoop. In 1905 ging ik al mijn tijd besteden aan het dienen van Jehovah God door een begin te maken met het colporteurswerk, dat thans als de pioniersdienst bekend staat. In de tijd dat ik dit werk verrichtte, verkondigde ik de waarheden van Gods Woord in het gehele gebied van Missouri ten noorden van de rivier de Missouri. Daar werkte ik ’s zomers, en ’s winters ging ik naar Texas en Alabama om het werk in die staten ten uitvoer te brengen. Jehovah gaf blijk van zijn liefde door ervoor te zorgen dat in al mijn behoeften werd voorzien terwijl ik zijn bedieningswerk deed.

In een van mijn gebieden lag een reservaat voor Indianen. Als resultaat van ons werk daar kreeg een Indiaanse man belangstelling en droeg hij zich aan Jehovah God op. Later werden ook zijn twee neven actief in Jehovah’s dienst. Een van hen werd een lid van de Bethelfamilie op het hoofdbureau van het Genootschap in Brooklyn en de ander bood vrijwillig aan op een van de boerderijen van het Genootschap te werken. Deze goede vruchten van mijn bedieningswerk waren een van God afkomstige zegen voor mij, een blijk van zijn liefde.

Tot 1915 duurde mijn colporteurswerk voort en toen vroeg broeder Russell, president van het Wachttorengenootschap, mij, deel te nemen aan het werk met het Photo-Drama. Dit kleurrijke drama bestond uit vier delen en was samengesteld uit films en lichtbeelden, vergezeld van bijbellezingen op een grammofoon. Ik trad op als contactman en ging vooruit om regelingen te treffen voor de vertoning in verscheidene bioscopen, maar mijn werk was van korte duur omdat ongeveer zes maanden nadat ik met het werk was begonnen, het geld opraakte.

Mijn colporteurswerk eindigde in 1916 toen broeder Russell stierf. Op een congres in St. Louis in 1904 heb ik broeder Russell voor de eerste maal ontmoet. Het was een bijzonder goede vergadering, alhoewel er slechts enkele honderden aanwezigen waren. Broeder Russell sprak met een diepe, eerbiedige en vriendelijke stem. Hij was een bijzonder mens en zijn uiterlijk trok de aandacht. Wanneer mensen hem op straat passeerden, draaiden zij zich om ten einde hem na te kijken. Hij was recht van lijf en leden en had een prettig, wakker gezicht.

Na de dood van broeder Russell nodigde de volgende president van het Wachttorengenootschap, J. F. Rutherford, mij uit voor de pelgrimsdienst. Deze dienst bestond in het bezoeken van gemeenten of klassen, zoals ze in die tijd werden genoemd. Ik hield voor de broeders lezingen in besloten kring, terwijl ik op zondag, en soms op een avond in de week, een lezing voor het publiek hield. De reisroute die ik van het hoofdbureau van het Genootschap opkreeg, voerde mij naar elke staat van de Unie. Tot 1918, toen er wegens de griep een verbod op alle openbare vergaderingen werd uitgevaardigd, bleef ik in de pelgrimsdienst. Ik zond een telegram naar het hoofdbureau met de vraag wat ik moest doen. Het antwoord kwam erop neer dat ik naar het hoofdbureau in Brooklyn moest komen. Ook daar heb ik Jehovah’s grote liefde ervaren.

BETHELDIENST

Ik kwam op het hoofdbureau van het Genootschap, Bethel genaamd, in een tijd waarin religieuze vervolgers van de oorlog gebruik maakten om haatgevoelens tegenover het volk des Heren aan te wakkeren. Het gevolg was dat de bestuursleden van het Genootschap, met inbegrip van broeder Rutherford, onrechtvaardig werden veroordeeld tot vier gevangenisstraffen van twintig jaar die na elkaar uitgezeten moesten worden. Er heerste in New York zo’n grote haat jegens ons, dat niemand ons zelfs kolen wilde zenden, alhoewel de winter op komst was. Wij namen daarom contact op met broeder Rutherford, die ons aanraadde naar Pittsburgh te verhuizen en het werk zoveel mogelijk gaande te houden.

Een van de bijzondere dingen van deze nare tijd was, dat Jehovah ervoor zorgde dat The Watchtower steeds weer kon verschijnen. Er werd niet één uitgave overgeslagen. Er waren voldoende manuscripten in voorraad om The Watchtower te laten uitkomen. Op die manier toonde Jehovah zijn liefde voor zijn volk.

Toen wij naar Pittsburgh verhuisden, kreeg ik het voorrecht de manuscripten voor The Watchtower naar de zetterij te brengen. De gedrukte tijdschriften werden ons door een commerciële drukker toegestuurd en wij verzonden ze. In die tijd werkten wij slechts met zo’n tien man in Pittsburgh. Elke andere tak van het werk van het Genootschap kwam tot stilstand.

In 1919 werd een verzoekschrift ingediend voor een behandeling van de zaak van de bestuursleden van het Genootschap in hoger beroep en dit verzoek werd ingewilligd; zij werden onmiddellijk op borgtocht vrijgelaten, iets wat hun voordien was geweigerd. Eindelijk werd het vonnis vernietigd en werden allen in hun eer hersteld. Alle benodigdheden die wij naar Pittsburgh hadden verzonden, moesten nu naar expeditiefirma’s worden gebracht om weer naar Brooklyn te worden vervoerd. Nog een broeder en ik waren de laatsten die terugkeerden, omdat er nog heel wat karweitjes in Pittsburgh afgehandeld moesten worden.

DE INKOOPAFDELING

In Pittsburgh had ik op de afdeling van de penningmeester gewerkt en eveneens de verzending van de Watchtower-manuscripten naar de zetters verzorgd. Ook voor de inkopen van het Genootschap was ik verantwoordelijk geweest. Toen ik terugkwam in Brooklyn, werd de inkoopafdeling mijn toewijzing en daar ben ik tot 1958 blijven werken; in dat jaar moest ik een operatie ondergaan waardoor mijn zenuwen veel te lijden hadden, zodat het noodzakelijk werd dat ik het werk aan een andere broeder overdroeg. Ik ben hem nog enkele jaren blijven assisteren, zodat ik in totaal tweeënveertig jaar inkopen voor het Genootschap heb gedaan. Sindsdien heb ik ander werk verricht. Het aankopen van allerlei benodigdheden voor het Genootschap bracht heel wat werk met zich mee en toen het Genootschap zelf zijn publikaties begon te drukken en in te binden, nam het werk reusachtig toe.

Zoals te verwachten was, kostte het ons tijdens de Tweede Wereldoorlog heel wat moeite om aan het nodige te komen, want bijzonder veel artikelen die wij nodig hadden, werden gerantsoeneerd, maar Jehovah toonde zijn liefde door voor ons te zorgen. Verschillende malen zijn broeder M. H. Larson, het hoofd van de drukkerij van het Genootschap in Brooklyn, en ik naar Washington, D.C., gegaan om daar voor een door de regering ingestelde commissie te verschijnen die belast was met het rantsoeneren van drukpapier en andere artikelen. Wij moesten hiervoor een verzoek tot deze commissie richten.

Een van de meest vooraanstaande bijbelgenootschappen liet een afvaardiging van ongeveer twaalf personen — advocaten, grote zakenlieden, predikers en anderen voor de commissie verschijnen. Nadat zij klaar waren met het indienen van hun verzoek, riep de voorzitter om de vertegenwoordigers van de Watchtower Bible and Tract Society. Broeder Larson en ik traden naar voren, waarop de voorzitter zei: „Alleen u tweeën?” Wij antwoordden: „Ja. Wij hopen dat de Almachtige God ook met ons is.” De voorzitter reageerde hierop met: „Wel, laten wij het hopen.” Wij kregen alles wat wij nodig hadden, terwijl het andere bijbelgenootschap veel minder werd toegezegd dan het wilde hebben.

Sedertdien is de tijd snel voorbijgegaan en de laatste jaren is mijn lichaamskracht sterk afgenomen. Toen ik na een operatie in bed moest blijven, vertelde ik broeder Knorr, de huidige president van het Wachttorengenootschap, dat de hevigste pijn die ik te verduren had, was, dat ik geen aandeel kon hebben aan de bediening. Bij het verlaten van de kamer stelde hij voor: „Schrijf brieven.” Brieven schrijven, dacht ik, maar aan wie? Ook nu hielp God mij liefdevol door mij de zakenrelaties te binnen te brengen die ik tijdens mijn ruim veertigjarige werkzaamheden in de inkoopafdeling had gehad. In die tijd was ik met vele zakenmensen en directeuren van firma’s in aanraking geweest. Wat een terrein voor het schrijven van brieven! Ik kon hun schrijven over de goede dingen waarin Jehovah liefdevol voor de gehoorzame mensheid heeft voorzien.

Er werd in die periode een abonnementsveldtocht gevoerd voor het tijdschrift De Wachttoren. Door de 100 brieven die ik tijdens deze veldtocht schreef, werd ik gezegend met 140 abonnementen. Ik noemde die abonnementen „recepten voor eeuwig leven”. Toen de veldtocht voorbij was, moest ik met nog 100 personen per post contact opnemen over het goede nieuws van Gods koninkrijk. Tijdens een soort van privé-veldtocht met de Nieuwe-Wereldvertaling van de bijbel en het bijbelstudiehulpmiddel Van het verloren naar het herwonnen paradijs, slaagde ik erin 170 boeken te verspreiden. Een dergelijk succes met het bekendmaken van Jehovah’s voornemen vanaf een ziekbed was, naar mijn mening, een uiting van Jehovah’s liefde.

WAARDERING VOOR DE WAARHEID

Niet alle mensen die ik in de organisatie heb gekend, hebben hun waardering voor de waarheid behouden. Om dit te illustreren, wil ik een ervaring vertellen die ik meemaakte toen ik in de pelgrimsdienst was. Ik was in die tijd in Philadelphia en nadat ik een lezing had gehouden, kwam een gekozen ouderling die beweerde een broeder te zijn naar mij toe en zei: „Broeder Riemer, ik heb vanochtend mijn Wachttoren ontvangen. De enige reden waarom ik die Wachttoren heb gelezen, is, erachter te komen wat jullie daar in Brooklyn ons trachten te leveren.” Dat was de geest die enkelen van de gekozen ouderlingen bezaten. Zij veroorzaakten verdeeldheid in de gemeenten en in het werk.

Een contrast met de houding van deze gekozen ouderlingen, was die van een bejaard echtpaar aan de rand van Richmond in Virginia, waar ik eens logeerde. De broeder ging naar beneden om vóór het ontbijt de post te halen en toen wij aan het ontbijt zaten, zei hij: „Broeder Riemer, ik heb vanochtend een nieuwe Wachttoren ontvangen en weet u wat het eerste is dat moeder en ik doen wanneer wij die Toren krijgen? Wij knielen neer voordat wij de omslag eraf nemen en vragen Jehovah ons waardig te doen zijn om te zien welke boodschap Jehovah voor ons heeft. Wilt u nu, voordat wij de omslag eraf nemen, met ons neerknielen en bidden?” Wat een verschil tussen die gekozen ouderling en dit nederige echtpaar dat waardering had voor Jehovah’s organisatie!

Uit een andere ervaring die ik meemaakte, bleek duidelijk Gods liefde voor mij, want hij stond toe dat ik het werktuig werd waardoor een aantal personen zijn zegeningen ten deel vielen. Het gebeurde in de eerste maand dat ik in zijn dienst stond. Ik stelde mij in verbinding met een jonge bankemployé en zijn vrouw. Beiden waren diep onder de indruk van De Wachttoren en toen ik hen nabezocht, namen zij gretig meer bijbelstudiehulpmiddelen. Zij woonden op het platteland, bij een schoolgebouw. Nadat ik een nabezoeklezing had gehouden, namelijk een lezing die was gebaseerd op een grafische voorstelling van Gods voornemens in het eerste deel van Studies in the Scriptures, trof hij regelingen voor nog zo’n lezing in het schoolgebouw. Beiden droegen zich spoedig aan God op en werden in water ondergedompeld. Ook hun twee dochters werden gedoopt. Een van hen was verloofd met een vroegere majoor in het leger die ook belangstelling kreeg en zich aan God opdroeg. Later werd hij een reizend vertegenwoordiger van het Genootschap; wij zouden hem thans een kringdienaar noemen. Een van hun kinderen werd later een lid van de Bethelfamilie op het hoofdbureau van het Genootschap in Brooklyn. Zo gaf God blijk van zijn liefde voor mij door mij te gebruiken om drie generaties zijn dienstknechten te laten worden.

Toen ik zesenveertig jaar geleden een lid van de Bethelfamilie werd, was deze nog heel klein. Thans telt ze zo’n zeven- tot achthonderd leden. Ik heb nog nooit een groep mensen gezien die zo zachtmoedig en ’wenselijk’ zijn als degenen die thans de Bethelfamilie vormen. Bethel is voor mij vanaf de allereerste dag dat ik er kwam, ’mijn thuis, mijn dierbaar thuis, het lieflijkste plekje op aarde’ geweest. Nog nooit heb ik er één moment aan gedacht te vertrekken. Ik ben van mening dat Jehovah jegens mij blijk heeft gegeven van zijn liefde door mij toe te staan hier op het zichtbare hoofdbureau van zijn grootse werk te verblijven. Vanaf de tijd dat ik de waarheid heb aanvaard tot nu toe is het thema van mijn leven werkelijk de aandrijvende kracht van de schriftuurlijke verklaring geweest: „God is liefde.” — 1 Joh. 4:8, NW.

[Illustratie op blz. 715]

H. H. Riemer spreekt het ’Eeuwige goede nieuws’-congres toe; New York, 1963

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen