Laat uw licht schijnen onder collega’s
JEZUS CHRISTUS toonde dat ware christenen als een groep „het licht der wereld” vormen. Als zodanig doen zij als afzonderlijke personen wat Jezus hun opdroeg: „Laat zo uw licht schijnen voor de mensen” (Matth. 5:14, 16). Dit kan bij vele gelegenheden worden gedaan, ja, zelfs onder collega’s op het werk. In 1961 vertelde een getuige van Jehovah op de districtsvergadering der ’Verenigde aanbidders’ te Vancouver de volgende ervaring:
● „Enige tijd geleden werkte ik met 1200 anderen in een fabriek voor gereedschappen en stempels. Ik zag uit naar een gelegenheid om getuigenis te geven. In de lunchtijd hoorde ik een gesprek tussen twee mannen die het over religie en speciaal over de pro’s en contra’s van een bepaalde richting hadden. Zij wisten eigenlijk niet of zij de voornaamste leringen van deze religie wel of niet zouden aanvaarden. Ik vroeg hun of ik mij in het gesprek mocht mengen. Dit vonden zij goed. Terwijl ik naar een illustratie zocht om mijn standpunt duidelijk te maken, viel mijn oog op de precisie-instrumenten waarmee men op een tafel nauwkeurige metingen verrichtte, en vroeg: ’Waarom meten jullie deze religie niet op haar nauwkeurigheid, om te zien of ze waar is?’ ’Waarmee meten?’ was hun antwoord. ’Met de bijbel. Dat is een meetlat, net als die instrumenten die je voor je ziet.’ Een van de mannen had een sterk verlangen naar Gods waarheid en wilde religie aan de bijbel toetsen. Hij begon alle vergaderingen te bezoeken, ging geregeld de velddienst in en legde ook tegenover zijn gezin getuigenis af. Dit gezin vormt nu een actief onderdeel van Jehovah’s organisatie en hij is als dienaar aangesteld.”
● Ook iemands gedrag maakt deel uit van het christelijke lichtdragende werk. Een zekere man die in New York woonde, had nog nooit van Jehovah’s getuigen gehoord. Toen verhuisde hij naar Texas, waar hij met een groep timmerlui werkte, die geheel uit getuigen van Jehovah bestond. Hij was zeer onder de indruk van hun goede gedrag. Daar hij graag bouwvakarbeider wilde worden, vroeg een van de Getuigen hem: „Waarom leer je niet hoe je eeuwig kunt leven, zodat je altijd zult kunnen bouwen.” Hij stelde het getuigenis over Gods koninkrijk en de hoop op eeuwig leven op prijs, en vertelde thuisgekomen alles aan zijn vrouw. Na verloop van tijd werd er bij deze man en zijn vrouw een huisbijbelstudie opgericht. Beiden werden op de districtsvergadering der ’Verenigde aanbidders’ in Houston gedoopt.
● Op de districtsvergadering te Kopenhagen beschreef een van Jehovah’s getuigen hoe zij Gods waarheid op haar werk had leren kennen: „Als meisjes van dezelfde leeftijd spraken wij vaak over de problemen en methoden van de wereld. Ik was toen van mening dat de VN ’s werelds enige zekere hoop op vrede vormden. Een van de meisjes vertelde mij echter dat zij naar een geheel nieuwe van God afkomstige wereld uitzag, een wereld waar de mensen eeuwig in vrede zouden leven. Het klonk mij vreemd in de oren; toch dacht ik na over wat zij mij vertelde. Van tijd tot tijd stelde ik haar vragen over haar hoop, waarop ik logische en duidelijke antwoorden kreeg. Op een dag gaf deze Getuige mij de brochure Basis voor geloof in een nieuwe wereld en moedigde mij aan om deze te bestuderen. Dit deed ik. Hierna richtte zij een bijbelstudie bij mij op, en vandaag werd ik op dit congres gedoopt.”
● Ook op het congres in Parijs kregen de aanwezigen te horen van de goede resultaten wanneer men zijn licht onder collega’s op het werk laat schijnen:
„In 1959 was ik kelner in een café. Op een dag werd een vriend van mij gevraagd om in de gelegenheid waar ik werkte een collega te vervangen. Deze man, die ik heel goed had gekend, begon met mij te spreken over God en zijn voornemen om een nieuwe wereld tot stand te brengen. Dit bracht mij van mijn stuk, want ik had hem nog nooit over dergelijke dingen horen spreken. Later kwam deze vriend mij met zijn vrouw thuis opzoeken en bespraken wij de religieuze leerstellingen der christenheid. Ik nam een boek van hem aan, een bijbelstudiehulpmiddel. Later kwam hij nog eens, nu met een andere kelner die ook een Getuige was. Wij hadden een discussie over het belang van een systematische bestudering van de bijbel.
Door een aantal onvoorziene omstandigheden moest mijn vriend geregeld als kelner met mij samenwerken. Vaak hadden wij het over Gods waarheid en ik verbaasde mij in het bijzonder over de haast waarmee hij zijn werk afmaakte zodat hij vergaderingen kon bijwonen of aan het predikingswerk kon deelnemen. Dit maakte een grote indruk op mij, daar hij in het verleden bijna alleen maar op pleziertjes was uitgeweest. Toen maakte een bepaalde sekte bekend dat op 14 juli 1960 het eind van de wereld zou komen. Helemaal overstuur zocht ik mijn vriend op. Op bevredigende wijze gaf hij mij een uiteenzetting uit de bijbel en ik voelde een sterk verlangen in mij opkomen om meer te vernemen. Ik woonde een openbare lezing bij en stemde er mee in dat er bij mij thuis een bijbelstudie werd opgericht. Mijn belangstelling groeide snel en mijn gezin en ik gingen de vergaderingen bezoeken. Voordeel trekkend van deze schitterende nationale vergadering hebben mijn vrouw en ik door middel van de waterdoop gesymboliseerd dat wij ons aan God hebben opgedragen.”