Mijn doel in het leven nastreven
Zoals C.D. Leathco dit heeft verteld
HET was in de nazomer van 1934. Bij Ashland in Oregon stapte een tengere witharige dame van in de zeventig uit de grote grijze bus die de verbinding tussen de in de omgeving liggende grote steden onderhield. Zij torste een vierkante zwarte boekentas. Toen zij van huis tot huis ging, kwam zij ook bij ons aan de deur; voordat zij echter de deur had bereikt, had mijn moeder deze al met een zwaai geopend en haar binnengenodigd. De buren hadden over haar gesproken en mijn moeder was daardoor nieuwsgierig geworden. Enkelen hadden gelachen en grapjes gemaakt over de vreemde boodschap, maar mijn moeder luisterde met aandacht en nam een abonnement op De Wachttoren.
De nieuwsgierigheid van mijn moeder had de weg bereid en zij las mij iedere avond, voordat ik ging slapen, uit het tijdschrift voor. Ongeveer een jaar later, in 1935, luisterde ik naar een radio-uitzending door J.F. Rutherford vanuit Washington D.C. Hoe aanmoedigend was het over de aardse zegeningen die voor de „grote schare” in het verschiet lagen te horen spreken! Ik begon de noodzaak van opdracht en de doop in te zien. Nadat ik mijn opdracht door de waterdoop had gesymboliseerd, werkte ik hard en besteedde ik als verkondiger zestig uur per maand aan het predikingswerk.
Wij kregen bezoek van de kringdienaar; deze werd vergezeld door zijn hele gezin waarvan alle leden in de pioniersdienst waren. Zij werden allen volledig door deze dienst in beslag genomen en spraken er voortdurend over. Dat was juist wat ik nodig had. Als gevolg van hun voorbeeld en aanmoediging besloot ik eveneens de pioniersdienst tot mijn levensdoel te maken.
In april van het jaar 1938 begon ik, met mijn grammofoon en boekentas in mijn fietstas, met de pioniersdienst in het buitengebied in de omgeving van mijn ouderlijk huis. Toen de kringdienaar en zijn gezin ons opnieuw een bezoek brachten, sloot ik me bij zijn zoon en nog vier andere jonge pioniers aan. In de nu volgende periode waarin wij in de zes-boeken-voor-een-dollar-actie enorme hoeveelheden lectuur verspreidden, in geïsoleerde gebieden werkten en daar vele nieuwe verkondigers geestelijk hielpen opbouwen, deden wij bijzonder stimulerende ervaringen op.
Natuurlijk was niet alles even rooskleurig. In Arizona verspreidden wij weinig en moesten wij een gedeelte van de tijd katoen plukken om ons eten te kunnen betalen. Vroeg in de veertiger jaren ontstond er daarna een hevige vervolging. In Prescott verwoestte het gepeupel onze Koninkrijkszaal. Toen wij maanden later weer terug kwamen, brak er weer een rel uit en volgde er een bloedige strijd. Door al dergelijke dingen, begonnen mijn ouders zich bezorgd over mij te maken en wilden zij dat ik naar huis zou komen. Ik nam daarom afscheid van de anderen en begon aan een ongeveer 1835 km lange fietstocht naar huis waar ik zeven dagen over deed; daar heb ik echter de pioniersdienst voortgezet.
Na drie jaar in de gewone pioniersdienst te zijn geweest, ontving ik van het Genootschap een uitnodiging om te Pomona in Californië, de plaats waar ik was grootgebracht, speciale pionier te worden. Ik trof daar weer veel oude bekenden aan en dat maakte het werk lichter. Ons groepje bestaande uit vijf personen vond vele mensen van goede wil en er werd al gauw een gemeente gevormd.
Tegen deze tijd had ik veel belangstelling voor de betheldienst gekregen en hoopte een uitnodiging te ontvangen daar te komen werken. In plaats daarvan werd ik echter voor de eerste klas van Gilead uitgenodigd. Ik bezag de school met gemengde gevoelens. Wat is Gilead? Waar zal ik heen gaan? Zal ik het prettig vinden en het aan kunnen? Het duurde niet erg lang voordat ik het wist. Gilead is een zegen van Jehovah. Ik werd naar Brazilië gezonden en geniet er enorm van het zendelingenleven. De tijd is gevuld met goede ervaringen en ik heb vele oprechte vrienden gevonden.
Toen ik van Gilead afstudeerde, was de oorlog nog aan de gang en dat veroorzaakte reismoeilijkheden. Het Genootschap heeft twee jaar lang zeer veel moeite voor mij gedaan om toestemming te krijgen voor een permanent verblijf in mijn toewijzing; nadat echter alles scheen te mislukken, ging ik zelf naar Brazilië om te proberen het voor elkaar te krijgen. In deze periode na mijn graduatie heb ik vele ervaringen van blijvende waarde opgedaan. Een gedeelte van de tijd leerde ik in de drukkerij van het Genootschap drukkerswerk en de overige tijd was ik in het middenwesten en te Pittsburgh in Pennsylvanië in de kringdienst.
De reis naar Brazilië ging met horten en stoten. Bij een gelegenheid moesten wij de gezagvoerder helpen het vliegtuig uit de modder te trekken. Het was van de met grint bedekte startbaan afgeraakt en vast komen te zitten. Terwijl hij de motoren liet draaien, trokken wij met zes man aan de staart en kregen het zo weer op het grint; spoedig daarna waren wij weer op weg naar Rio de Janeiro, waar wij onze vierdaagse tocht beëindigden.
Na in Brazilië te zijn aangekomen, ging ik in de drukkerij van het bijkantoor werken, waar ik negen jaar lang in verschillende afdelingen verbleef. In de periode dat ik aan de drukpers werkte, was er weinig tijd om met de anderen te converseren, maar ’s avonds studeerde ik hard om de taal te leren. In de plaatselijke gemeente kreeg ik eerst een toewijzing als schooldienaar en later als gemeentedienaar. Hoe overvloedig heeft Jehovah hier zijn geestelijke zegen uitgestort. Toen ik hier aankwam, was er in Rio de Janeiro slechts één gemeente en datzelfde gold voor São Paulo. Op dit moment zijn er echter vele tientallen eenheden. In verband met de voorbereidingen van de districtsvergadering in São Paulo heb ik hier een lijst voor me liggen van vierenveertig eenheden die wij willen schrijven over het zoeken van kamers voor de broeders die van buiten komen. Ik heb hier heel duidelijk de vervulling gezien van Jehovah’s belofte uit Jesaja 60:22, dat de geringste tot een machtig volk zal worden!
Al vanaf het ogenblik dat ik hier aankwam, heb ik een strijd moeten voeren om in dit land te blijven. Bepaalde elementen deden bijzonder hun best mij het land uit te werken, waarbij zij van de gedachte uitgingen dat de geweldige toename in het aantal getuigen van Jehovah door de leider van het bijkantoor werd teweeggebracht. Bij verschillende gelegenheden gingen de kranten zover dat ze mijn uitwijzing bekendmaakten. Ondanks de haat van verschillende zijden, waren er toch ook nog eerlijke regeringsbeambten die mij te hulp kwamen en niet weinigen van hen ontvingen een bijbelstudie als gevolg van de geschreven argumenten en het getuigenis dat hun door de advocaat van het Genootschap en mij werd gegeven. Het is vaak zo dat wanneer iemand er heel veel voor heeft moeten doen om iets te behouden, hij er meer waardering voor heeft, en dat is ook het geval geweest met mijn toewijzing in Brazilië.
Ruim zes jaar geleden ben ik met een zendelinge getrouwd en vervolgens hier in Brazilië de districtsdienst ingegaan. Wij hebben vele mooie ervaringen opgedaan die ons, terwijl wij hier in onze zendingstoewijzing ons doel in het leven bleven nastreven, tevredenheid en waar geluk hebben geschonken. Als voorbeeld hiervan het volgende: Terwijl ik een verkondiger in het opleidingsprogramma hielp, verspreidden wij een boek. Toen wij de familie opnieuw bezochten, waren zij bezig hun beelden, rozenkransen en heiligenprenten op de vuilnishoop te gooien. Zij beseften dat zij de waarheid hadden gevonden. Binnen een paar maanden hadden zij zich al aan Jehovah opgedragen en waren zij met zijn dienst begonnen. Dat is een typerend voorbeeld van de ervaringen die wij hier meemaken.
Welk een bijzondere vreugde was het toen wij een gebied bezochten dat van alle contact met de beschaafde wereld was afgesneden, en daar zestig nieuwe broeders ontdekten die overliepen van enthousiasme voor de waarheid! Hoewel zij nog geen jaar in de waarheid waren, leidden zij toch al bijbelstudiën bij tientallen andere mensen van goede wil. Hun hart vloeide over van dankbaarheid jegens Jehovah, dat hij iemand gestuurd had om een dooptoespraak te houden. Er waren ruim honderd personen aanwezig en er werden er achttien gedoopt.
Natuurlijk zult u het met mij eens zijn dat het een groot voorrecht is een slaperige oude stad met 14.000 inwoners met de Koninkrijksboodschap te bezoeken, haar met honderden uitnodigingen voor de film „Het geluk van de Nieuwe-Wereldmaatschappij” wakker te schudden om vervolgens tijdens de vertoning op de eerste avond op een plein, 2600 aanwezigen te hebben! Dat voorrecht viel mij ten deel, en mijn vreugde nam nog verder toe toen de volgende twee vertoningen van de films van het Genootschap het totale aantal aanwezigen tot 4445 personen lieten oplopen.
Natuurlijk bestaat er hier ook tegenstand, maar het gewone volk koestert een wrok tegen de lange en onderdrukkende heerschappij der geestelijken. De geestelijken bezitten nog steeds een grote invloed in het rijk der ambtenaren; het gewone volk juicht echter de bevrijding van religieus bijgeloof, welke door een kennis van de bijbel wordt teweeggebracht, toe.
Dit was wel heel duidelijk in het schilderachtige dorpje Three Stores in de bergen vlak bij de Argentijnse grens te zien. Op een goede dag kwam een militair die met de waarheid in contact was gekomen, met verlof naar huis. Hij maakte een goed gebruik van zijn bijbel en studieboek en sprak over het Koninkrijk waarna er zich een gemeente begon te vormen. De plaatselijke kerk begon haar leden te verliezen, op zo’n grote schaal zelfs, dat haar ledental van honderdvijftig tot tien terugliep. Hoe kwam dat dan wel? Wel, op dezelfde wijze als Jehovah Petrus naar Caesarea zond om Cornelius op te zoeken, stuurde hij hier een buitenlandse zendeling om een andere militair op te zoeken en om hem, evenals Cornelius, in zijn dienst voor God te helpen. Natuurlijk was de plaatselijke geestelijkheid daar niet bijzonder op gesteld, en toen ik daar met de film kwam, sneden zij de elektrische leidingen door om op deze wijze de vertoning van de film van het Genootschap af te breken, terwijl zij bovendien nog de politie op ons afstuurden. Deze vond onze film echter zo mooi, dat ze degenen ging opsporen die de stroom hadden afgesneden.
Al mijn vreugde en ervaringen in de zendingsdienst vonden hun hoogtepunt in de zomer van 1958, toen ik de internationale ’Goddelijke wil’-vergadering in New York bij mocht wonen. Acht jaar lang had ik het land uit vrees dan niet meer toegelaten te worden, niet kunnen verlaten; er kwam echter enige verlichting zodat ik naar New York kon gaan om daar gezonde schriftuurlijke onderwijzingen te ontvangen. Het bezielde mij met nieuw leven en verstevigde mijn besluit in Brazilië aan het werk te blijven. Deze vergadering deed mij meer dan ooit tevoren beseffen hoeveel de Nieuwe-Wereldmaatschappij doet om voor haar leden te zorgen en om dezen op de komende storm van Armageddon voor te bereiden. Ik werd erdoor geholpen mijn toewijzing naar juiste waarde te schatten en nog krachtiger mijn doel in het leven te blijven nastreven.
De goede invloed die de vergadering op de New Yorkers had, maakte een diepe indruk op mij. Op een dag werd ik door een bedrijfsleider van een zaak aangesproken, die mij vroeg hoe het toch kwam dat Jehovah’s getuigen zo eerlijk, netjes en beleefd waren. Een ogenblik later kwam middenin het verkeer een priester van de plaatselijke katholieke universiteit in zijn auto naast mij rijden, en terwijl hij zich uit het raampje van zijn wagen boog, feliciteerde hij mij ermee dat Jehovah’s getuigen zo’n ordelijk volk waren en zo’n goede invloed op de bewoners van de stad hadden. Verder nodigde hij ons uit nog eens naar New York te komen. Of wij hier ooit voor Armageddon terugkomen of niet, de vergadering had toch haar doel gediend en mij beter toegerust voor het leven in de Nieuwe Wereld.
Het was edelmoedig van de broeders dat zij het Genootschap ertoe in staat stelden mij de hulp te bieden om hier aanwezig te zijn, en die milddadigheid en de geestelijke en materiële voorzieningen welke het Genootschap treft, maken het voor mij en anderen mogelijk voor de uitbreiding van Jehovah’s ware aanbidding in dit land te blijven werken. Al mijn dankbaarheid kan ik het beste tot uitdrukking brengen door u uit te nodigen eveneens hiernaartoe te komen om met mij in een buitenlandse toewijzing samen te werken en ook als pionier een vreugdevol en theocratisch doel in het leven na te streven.