„Laat al uw aangelegenheden met liefde geschieden”
1. Hoe zal de christen zich met het oog op de misdadige toestand der wereld, gedragen?
WIJ LEVEN in een inspannende en verraderlijke tijd. Sommige mensen stellen zich er wellicht mee tevreden dat zij op een vredig gedeelte van deze aardbol wonen, maar de meeste mensen weten dat zij in een wereld leven waarin elk ogenblik een vernietigende oorlog kan losbreken. Hoe dan ook, wij bevinden ons allemaal in een wereld van afgodendienaars, hoereerders, moordenaars, dieven en inhalige mensen, een werkelijk misdadige wereld voor zowel jong als oud. Waar men ook leeft, overal zal men met moeilijkheden te kampen hebben. Hoe zal men zich echter onder zulke invloeden gedragen? Voor de christen is hier slechts één antwoord mogelijk. Paulus maakte dit duidelijk toen hij zei: „Laat al uw aangelegenheden met liefde geschieden” (1 Kor. 16:14). Ongeacht de levenswijze die zijn medemensen wensen te volgen, dient de christen hen altijd onzelfzuchtig en vriendelijk te bejegenen.
2, 3. (a) Hoe openbaart liefde zich in iemands leven? (b) Waarom is een liefdevolle christen nog geen zwakkeling, en hoe wordt dit in het leven en de bediening van Jehovah’s getuigen getoond? (c) Wat is de christenheid, ondanks Paulus’ raad over de noodzaak van waakzaamheid, overkomen, en waarom?
2 Toen Paulus in het dertiende hoofdstuk van 1 Korinthe een definitie gaf van liefde, moest hij tamelijk uitvoerig zijn om ze allesomvattend te maken en er alles wat met de liefde verband houdt, in op te nemen. Hij zei onomwonden dat de liefde „lankmoedig en welwillend” is. „De liefde is niet afgunstig, ze snoeft niet, wordt niet opgeblazen” (1 Kor. 13:4). Iemand die werkelijk liefde bezit, zal zijn zelfbeheersing niet verliezen, maar evenwichtig zijn. Dit betekent niet dat een christen niet flink en onwrikbaar in zijn beslissingen kan zijn, want Paulus heeft gezegd: „Blijft waken, staat vast in het geloof, blijft u manlijk gedragen, wordt machtig. Laat al uw aangelegenheden met liefde geschieden.” — 1 Kor. 16:13, 15.
3 Allen die hun aangelegenheden met liefde wensen te behartigen, worden er hier krachtig aan herinnerd dat zij wakker moeten blijven en in het geloof vast moeten staan. Hierover bestaat geen twijfel. Terwijl de christen vastberaden, positief en standvastig is, moet hij toch ook liefdevol zijn. Hij moet zich van zijn verantwoordelijkheden die zijn ambt als dienstknecht van God met zich meebrengt, bewust zijn. In plaats dat hij een zwakkeling is, gedraagt hij zich manlijk, net zoals Christus Jezus, die voortging „vorderingen te maken in wijsheid en in fysieke groei en in gunst bij God en mensen” (Luk. 2:52). Hoewel hij geen deel van de wereld vormt waarin hij is, net zoals Jezus geen deel der wereld was, merkt men hem, omdat hij als aankondiger van Gods koninkrijk iemand is die in het openbaar iets bekendmaakt, toch op. In deze tijd een christen te zijn, betekent niet dat men de gevaren of bedreigingen waaraan men als gevolg van het predikingswerk is blootgesteld, ontloopt en een compromis aangaat. De christen ziet alle soorten van moeilijkheden onder de ogen, ook al betekent dit dat hij er zelfs het leven bij moet laten. Zijn christelijke bediening is alles voor hem en hij laat zich er door niets van afbrengen. Om zijn werk tot een goed einde te brengen, heeft hij liefde en vastberadenheid nodig. In de tegenwoordige wereld, zowel achter het IJzeren Gordijn en in de neutrale landen als in het Westelijke blok van natiën, staan Jehovah’s getuigen als christenen nog steeds vast in hun geloof, terwijl zij zich manlijk gedragen. Dit is lang geen gemakkelijke taak, maar zij kunnen geen grond prijsgeven en met prediken ophouden omdat de een of andere regeringsautoriteit van hen verlangt dat zij niet meer over Gods koninkrijk spreken. Zij hebben het Koninkrijk lief, geloven erin, willen zich manlijk gedragen en hun bedieningswerk ten uitvoer brengen. Dit hebben zij in het afgelopen jaar gedaan door het goede nieuws te prediken. Jehovah’s getuigen zijn in deze periode bij het bekendmaken van Gods koninkrijk zeer agressief geweest, want zij zijn zich er ten volle van bewust dat het er thans niet de tijd voor is te slapen maar om waakzaam en wakker te zijn. Daar Paulus waakzaam was, kon hij zeggen: „Laten wij dus niet doorslapen gelijk de overigen, maar blijven waken en onze zinnen bij elkaar houden” (1 Thess. 5:6). Gezien de christenheid niet langer Gods koninkrijk bekendmaakt maar veeleer de Verenigde Naties als het enige licht der wereld aanprijst, is ze, zoals ze zelf heeft toegegeven, vast in slaap. Wat is er met haar geloof in Christus Jezus en zijn leringen gebeurd? Doordat de christenheid haar geloof in deze oude corrupte en stervende wereld heeft gevestigd, is ze op haar post in slaap gevallen, als gevolg waarvan ze naakt is uitgekleed en aan allen die haar nalatigheid in het behartigen van de Koninkrijksbelangen wensen op te merken, openlijk tentoongesteld. Er kan beslist niet van haar worden gezegd dat ze de ware klederen der bediening draagt.
4. Hoe vormen geloof en liefde voor christenen een bescherming, en wat vermijden zij?
4 Paulus zei voorts: „Want wie slapen, zijn gewoon des nachts te slapen, en die zich bedrinken, zijn gewoonlijk des nachts dronken. Wat ons echter aangaat, die tot de dag behoren, laten wij onze zinnen bij elkaar houden en het borstharnas des geloofs en der liefde aan hebben en als een helm de hoop der redding; want God heeft ons niet tot toorn, maar tot het verwerven van redding door onze Here Jezus Christus gesteld” (1 Thess. 5:7-9). Hier zien wij wederom welk een belangrijke factor liefde in het leven van een ware christen is. Zijn liefde en geloof vormen een bescherming voor hem en helpen hem zijn zinnen bij elkaar te houden, evenwichtig en met zelfbeheersing te werk te gaan en zijn verantwoordelijkheid om onder alle omstandigheden een bedienaar van het goede nieuws van Gods koninkrijk te zijn, te beseffen. Als een vertegenwoordiger van Christus is hij niet aan de drank verslaafd en zal hij zich niet overeten of zich geheel door de bezorgdheden des levens in beslag laten nemen, maar waakzaam blijven en zich met zijn zeer belangrijke in liefde te verrichten aangelegenheden bezighouden.
5. Hoe zei de apostel Paulus dat christenen zich dienen te gedragen, en waarom?
5 Paulus heeft ook gezegd: „Alleen, gedraagt u op een wijze het goede nieuws omtrent de Christus waardig, opdat ik, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, over zaken u betreffende mag horen dat gij vaststaat in één geest, met één ziel zijde aan zijde strijdend voor het geloof van het goede nieuws” (Fil. 1:27). Zou een ware christen zich anders mogen gedragen? Neen! Hij moet zich op een wijze het goede nieuws waardig, gedragen. Alleen dan toont hij ware liefde en laat hij al zijn aangelegenheden met liefde geschieden.
6. Hoeveel personen hebben er als Jehovah’s getuigen gedurende het afgelopen jaar gemiddeld elke maand een aandeel aan gehad bekend te maken dat Gods koninkrijk heerst, en in hoeveel landen?
6 Jehovah’s getuigen maken bekend dat „Gods koninkrijk heerst”. Dit is stellig goed nieuws. Op de grote internationale ’Goddelijke wil’-vergadering van Jehovah’s getuigen hoorden 253.922 personen wat de getuigen over dit koninkrijk van God, de enige hoop voor de mensheid geloven, terwijl zij daar verklaarden dat zij de dienaren van dat koninkrijk waren. Om te weten te komen hoe zij onwrikbaar in één geest en met één ziel zijde aan zijde voor het geloof van het goede nieuws hebben gestreden, behoeft men alleen maar naar hun jaarlijkse velddienstbericht te kijken. Zie de bladzijden 180-182. Dit bericht brengt aan het licht dat er gedurende het dienstjaar 1958 elke maand gemiddeld 717.088 bedienaren van het evangelie van huis tot huis hebben gepredikt en hun onderlinge aangelegenheden aldus met liefde hebben behartigd. Zij leggen niet alleen jegens Jehovah’s getuigen een achtenswaardig gedrag aan de dag maar voelen zich er verantwoordelijk voor tegenover de gehele wereld der mensheid liefde te tonen, hetgeen zij doen door te prediken. Men kan deze bedienaren van het evangelie over de gehele wereld verspreid in 175 landen, eilanden, koloniën en provincies aantreffen. Gedurende het dienstjaar 1958 predikten er elke maand gemiddeld 63.815 meer getuigen van Jehovah dit goede nieuws dan in het dienstjaar daarvoor.
7. (a) Hoe komt het dat zovelen zich bij de Nieuwe-Wereldmaatschappij aansluiten? (b) Wat leren zij wanneer zij de Schrift bestuderen, en welke invloed heeft dit op hun handelwijze?
7 Is het met het oog op alle narigheid en ellende in de wereld een wonder dat zoveel mensen zich van de levenswijze van deze oude wereld afwenden om iets te aanvaarden wat hen werkelijk vrede zal schenken? Waardoor voelen zij zich hiertoe aangetrokken? Door Gods Woord der waarheid. Jehovah’s getuigen hebben de grote verantwoordelijkheid op zich genomen om alle mensen over de gehele wereld met de vertroostende, blijde boodschap uit Gods Woord de bijbel te bereiken. Zij die evenals schapen een zachtmoedige houding aan de dag leggen, hebben zich van deze oude wereld losgerukt en zich met de Nieuwe-Wereldmaatschappij verbonden om daar te studeren, te leren en tot een nauwkeurige kennis der waarheid te komen. Wanneer op schapen gelijkende personen dit doen, zullen zij ditzelfde goede nieuws op hun beurt weer tot andere mensen gaan prediken. Nadat zij de Schrift een poosje hebben bestudeerd, bemerken zij dat alles erop wijst dat wij in de laatste dagen van dit samenstel van dingen, in de tijd vlak voor de strijd van Armageddon, leven, en duurt het niet lang of zij geloven wat Paulus in hoofdstuk 13, de verzen 11 tot en met 14, tot de Romeinen heeft gezegd, namelijk: „Doet dit ook, omdat gij de tijd weet, dat het uur reeds is aangebroken waarin gij uit de slaap dient te ontwaken, want nu is onze redding dichterbij dan toen wij gelovigen werden. De nacht is vergevorderd; de dag is nabijgekomen. Laten wij daarom de werken die tot de duisternis behoren, afleggen en laten wij de wapenen des lichts aandoen. Laten wij, zoals overdag, in goed gedrag wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, in onwettige gemeenschap en losbandige gedragingen, in twist en jaloezie. Maar doet de Here Jezus Christus aan, en maakt niet van tevoren plannen voor de begeerten van het vlees.”
8. (a) Waarom keren velen zich thans van de oude wereld en haar religieuze stelsels af, en welk nieuwe hoogtepunt in het aantal predikers van het goede nieuws van het Koninkrijk werd er gedurende 1958 bereikt? (b) Welke goede in 1 Thessalonicenzen 5:12-15 opgetekende raad volgen Jehovah’s getuigen op, en met welke resultaten?
8 Mensen die waarheid en rechtvaardigheid zoeken, kunnen zonder enige moeite zien dat deze gehele wereld van tevoren plannen maakt om de begeerten van het vlees te bevredigen. Ondanks dat de christenheid zo’n grote religieuze organisatie is, heeft ze de mensen er niet van kunnen weerhouden de brede weg die naar de vernietiging leidt, op te gaan. Het is zelfs zo dat ze de bijbel en de naam van Degene die mensen tot het schrijven ervan heeft geïnspireerd, heeft gekleineerd. De bijbel is de ware gids voor de mens, en daarom worden velen die in de christenheid hebben gewoond en met haar in slaap zijn gevallen, thans wakker en vluchten zij uit de religieuze organisaties. Ja, de mensen vluchten zowel uit de religiën der christenheid als uit die van het heidendom. Het afgelopen jaar hebben zelfs zoveel mensen zich van deze slaperige toestand in de wereld afgekeerd, dat er een nieuw hoogtepunt van in totaal 798.326 predikers van het goede nieuws werd bereikt. Dit betekent dat er 81.425 bedienaren van het evangelie meer waren dan het hoogste aantal verkondigers dat gedurende het voorgaande jaar, 1957, heeft gepredikt. Wat is de oorzaak van deze geweldige toevloed van mensen tot de organisatie van Jehovah’s getuigen? Dat men de plaats van redding heeft gevonden. Vele mensen willen met personen omgaan die werkelijk christenen zijn en al hun aangelegenheden met liefde laten geschieden. Zij hebben nu een organisatie ontdekt waarin Paulus’ goede raad wordt opgevolgd: „Nu verzoeken wij u, broeders, achting te hebben voor hen die onder u hard werken, de leiding over u hebben in de Heer en u vermanen, en hun om hun werk meer dan buitengewone attentie in liefde te geven. Weest vredelievend jegens elkander. Daarentegen manen wij u aan, broeders, vermaant de wanordelijken, spreekt bemoedigend tot de terneergeslagen zielen, ondersteunt de zwakken, weest lankmoedig jegens allen. Ziet erop toe dat niemand onrecht met onrecht vergeldt, maar streeft altijd het goede na, jegens elkander en jegens alle anderen” (1 Thess. 5:12-15). Dat Jehovah’s getuigen deze onderwijzingen ter harte nemen en deze geest jegens elkaar en anderen aan de dag leggen, vormt een van de redenen waarom de Nieuwe-Wereldmaatschappij zo snel groeit en de op schapen gelijkende mensen van goede wil zich er zo toe aangetrokken voelen.
9. Wat toont het bericht aan met betrekking tot de pioniersbediening, de bijkantoren en de gemeenten van Jehovah’s getuigen over de gehele wereld?
9 Een behoorlijk aantal van hen die gedurende de laatste paar jaar in de organisatie zijn gekomen, zijn de volle-tijd-dienst ingegaan ten einde al hun energie aan de prediking van het goede nieuws te wijden. Op het ogenblik bevinden zich dan ook 23.772 personen in de pioniersdienst. Sommigen van hen zijn zendelingen die ver weg in vreemde landen dienen en daar in hoog bergland, in lage woestijngebieden, in vruchtbare groene valleien en in grote en kleine steden werken, terwijl weer anderen speciale pioniers zijn, die van de vijfentachtig over de gehele wereld verspreide bijkantoren uit werken en geïnteresseerde personen in gemeenten waar zij God kunnen dienen, organiseren. Er zijn op het ogenblik 17.878 gemeenten, een toename van 995 vergeleken bij het voorgaande jaar. Jehovah’s getuigen wijden zich in deze gemeenten wekelijks, zelfs verscheidene malen per week aan studie door huisbijbelstudies, gemeenteboekstudies en Wachttoren-studies te bezoeken, waar hun geest door alle inlichtingen die zij daar opdoen, wordt opgebouwd, zodat zij het goede nieuws duidelijker bekend kunnen maken. Door aldus met elkaar om te gaan en te studeren, worden zij geholpen schouder aan schouder te strijden in plaats van compromissen met deze oude wereld aan te gaan.
10, 11. Uit welke andere aspecten van het jaarlijkse dienstbericht blijkt in welke mate Jehovah’s getuigen hun bediening op liefdevolle wijze hebben verricht en welke resultaten zij hebben geboekt?
10 In de tijd dat het Gedachtenisfeest werd gevierd, kwamen er in totaal 1.171.789 personen in deze gemeenten bijeen, waarvan er 15.037 tot het gezalfde overblijfsel — zij die geloven tot het lichaam van Christus te behoren en in hemelse heerlijkheid medeërfgenamen met Christus Jezus te worden — behoorden. Het merendeel geloofde deel van de andere schapen uit te maken, die zich in eeuwig leven hier op aarde zullen verheugen. Zij moeten echter allemaal wakker blijven, waakzaam zijn ten aanzien van de Koninkrijksbelangen en liefde voor elkaar tonen door al hun aangelegenheden met liefde te laten geschieden. Deze duizenden personen die zich elk jaar in zulke grote aantallen bij Jehovah’s getuigen aansluiten, zijn niet slechts nieuwsgierige religiejagers, die alleen maar op zoek zijn naar iets wat nieuw en anders is, maar zij verlangen er oprecht naar de waarheid te leren kennen, en nemen er, wanneer zij die waarheid in Gods Woord vinden, dan ook hun standpunt voor in. Zij worden sterk en gedragen zich manlijk, en zij zijn bereid hun geloof te verdedigen. Zij gaan zelfs zover dat zij hun leven aan de dienst van Jehovah God opdragen en hem exclusieve toewijding geven, want 62.666 van hen die zich gedurende het afgelopen jaar met Jehovah’s getuigen hebben verbonden, werden in water gedoopt en er, ten bewijze van hun bereidheid de goddelijke wil te doen, geheel in ondergedompeld. Zoals de lezers van De Wachttoren weten, behoren Jehovah’s getuigen niet tot de mensen die hun mening voor zich houden. Zij dragen hun geloof uit, en gedurende de twaalf maanden van hun dienstjaar hebben zij 110.390.944 uren aan de prediking van het goede nieuws dat Gods koninkrijk heerst, besteed. Dit betekent dat er 10.255.928 uren meer aan de bediening werden besteed dan in het voorgaande jaar. Daar zij ernaar verlangen de goede dingen die zij weten met anderen te delen, hebben deze getuigen van Jehovah 1.255.047 nieuwe abonnementen op de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! afgesloten en 86.498.251 afzonderlijke exemplaren in de vele talen waarin ze verschijnen, verspreid. Ten einde aan de vraag van de lezers te voldoen, moest de Watch Tower Bible and Tract Society 86.141.119 exemplaren van De Wachttoren in eenenvijftig talen en 71.431.928 exemplaren van het tijdschrift Ontwaakt! in negentien talen in haar vele drukkerijen drukken, zodat er in totaal 157.537.047 tijdschriften werden gedrukt en verzonden. Bovendien kwamen er 4.381.504 bijbels en boeken en 14.125.528 brochures van zowel tweeëndertig als vierenzestig bladzijden elk, van de persen.
11 De liefde van Jehovah’s getuigen voor de volkeren der wereld en hun verlangen hun de boodschap der redding te brengen, strekt zich echter verder uit dan alleen maar hun bereidheid lectuur te verspreiden. De 110.390.944 uren die zij hebben gewerkt, hebben zij gedeeltelijk aan het opnieuw bezoeken van hen die belangstelling toonden, besteed, zodat deze 798.326 verkondigers van het Koninkrijk 36.398.025 nabezoeken hebben gebracht. Met andere woorden, Jehovah’s getuigen hebben de mensen bij wie hun boodschap weerklank vond, weer bezocht ten einde de dingen die zij geloven verder uit te leggen en de vragen die deze mensen over bijbelse onderwerpen hadden, te beantwoorden. Zij hebben zelfs in een nog groter opzicht liefde getoond: iedere week opnieuw zijn zij naar de huizen van deze mensen teruggegaan om een uur lang aan de hand van hun vertaling van de bijbel, ongeacht of dit nu een katholieke, een protestantse of een andere vertaling is, met hen te studeren, zodat deze mensen de waarheid zouden leren kennen. Hoeveel geestelijken doen dit met hun parochianen of gemeenteleden? Jehovah’s getuigen noemen deze studies huisbijbelstudies. Gedurende het afgelopen jaar hebben zij iedere week 508.320 van zulke bijbelstudies geleid, hetgeen er 95.271 meer waren dan in het jaar daarvoor. Sta er eens bij stil hoeveel tijd ervoor nodig is om een heel jaar door elke week zoveel bijbelstudies te leiden! Alleen hiervoor zijn reeds 25.000.000 uren nodig, de tijd om naar en van de studies te gaan, nog niet eens meegerekend. Zou u niet zeggen dat er veel liefde voor nodig is om zo’n werk te verrichten? Daarom kunnen Jehovah’s getuigen Paulus’ woorden zo goed begrijpen toen hij zei: „Laat al uw aangelegenheden met liefde geschieden.” Heb belangstelling voor de mensen, ongeacht hun ras, kleur of geloof en of de tijd er nu gunstig voor is of niet.
12. Hoe hebben de getuigen achter het IJzeren Gordijn ware christelijke ijver aan de dag gelegd, en welke toename is er het afgelopen jaar behaald?
12 Wanneer u op de bladzijden 180 tot en met 182 de tabel over de activiteit van Jehovah’s getuigen bestudeert, zult u zien dat de getuigen van Jehovah die zich achter het IJzeren Gordijn bevinden even hard — zo niet harder — werken als de christenen in het Westerse blok van natiën of in de neutrale landen en bij het bijeenvergaderen van de andere schapen betere resultaten dan laatstgenoemden hebben behaald. Kijk eens naar het bericht! Het is werkelijk verbazingwekkend! In acht landen achter het IJzeren Gordijn is in het aantal van hen die hun standpunt voor het Koninkrijk hebben ingenomen een toename van 21 percent bereikt, terwijl het gemiddelde voor de gehele wereld 9,8 percent bedraagt. Wie kan zeggen dat christenen zich niet manlijk gedragen, dat zij niet genegen zijn voor waarheid en rechtvaardigheid te strijden en niet op hun post op wacht zullen blijven staan om zich van hun verantwoordelijkheden als bedienaar van het evangelie te kwijten? Ja, de ware christenen van God, Jehovah’s getuigen, blijven wakker, staan vast in het geloof, gedragen zich manlijk en worden machtig. Daar Jehovah hun deze bepaalde verantwoordelijkheid op de schouders heeft gelegd, gaan zij in deze laatste dagen met vreugde en blijdschap voorwaarts, wetend dat het einde van dit oude samenstel van dingen zeer nabij en dat Armageddon niet ver meer af is. Daarom prediken zij ook, en met meer ijver en grotere krachtsinspanningen dan ooit tevoren in hun leven. Wat een schitterend jaar hebben zij achter de rug! Wat een vreugde hebben zij beleefd! Wat een geluk schenkt het hun hart en geest dat zij al hun aangelegenheden met liefde laten geschieden!
[Tabel op blz. 180-182]
HET BERICHT OVER HET DIENSTJAAR 1958 VAN JEHOVAH’S GETUIGEN OVER DE GEHELE WERELD
(Zie ingebonden jaargang)