Wie kan er eigenlijk worden gered?
1. Wie wordt door de schrift als het „licht der wereld” geïdentificeerd, en hoe is dit licht op het oordeel der mensheid van invloed?
WANNEER men juist handelt en de waarheid zoekt, zal men in het licht komen. Johannes de Doper heeft de joden aan degene voorgesteld die het „licht der wereld” werd. Johannes de Doper „kwam ten einde een getuigenis te geven, om van het licht te getuigen, opdat mensen van alle soorten door bemiddeling van hem zouden geloven”, (Joh. 1:7). Johannes wist dat Christus Jezus het licht der wereld was (Joh. 8:12). Nadat Jezus zijn discipelen over de waarheid had ingelicht, zei hij tot hen: „Gij zijt het licht der wereld” (Matth. 5:14). Het enige licht dat thans op aarde schijnt, is dus in ware christenen belichaamd. Alle mensen, tot welke maatschappelijke stand zij ook behoren, dienen zichzelf af te vragen „Ben ik bang voor het licht? Vrees ik de waarheid?” Jezus zet deze aangelegenheid onomwonden aan een ieder uiteen: „Dit nu is de basis voor oordeel, dat het licht de wereld is ingekomen maar de mensen hebben de duisternis meer liefgehad dan het licht, want hun werken waren boos. Want hij die verachtelijke dingen beoefent, haat het licht, en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet bestraft mogen worden. Maar hij die doet wat eerlijk is, komt tot het licht, opdat zijn werken geopenbaard mogen worden als werken die in overeenstemming met God zijn gedaan.” — Joh. 3:19-21.
2. Hoe is het voor mensen mogelijk gered te worden?
2 De rijke man die bij Jezus het leven kwam zoeken, zocht niet naar de waarheid. Hij liet de gelegenheid om Jezus te volgen, voorbijgaan en ging terug om voor zijn rijkdommen zorg te dragen. Men moet de waarheid en het licht werkelijk liefhebben om in overeenstemming met God te kunnen werken. Dit trachtten Christus’ discipelen te doen, en Jezus zei tot hen: „Waarlijk ik zeg u dat het voor een rijke moeilijk zal zijn het koninkrijk der hemelen in te gaan.” „Toen de discipelen dit hoorden, gaven zij van zeer grote verbazing blijk, zeggende: ’Wie kan er eigenlijk worden gered?’ Jezus zag hen recht in het gezicht en zei tot hen: ’Bij mensen is dit onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk’” (Matth. 19:23, 25, 26). Iemand die de goddelijke wil van de hemelse Vader doet, zal bemerken dat het voor mensen mogelijk is gered te worden. God maakt het mogelijk. Hij heeft hiertoe voorzieningen getroffen door zijn eniggeboren Zoon in de wereld te zenden opdat een ieder die in hem geloof zou oefenen, eeuwig leven zou kunnen ontvangen (Joh. 3:16). Wanneer men in de Zoon gelooft, zal men zijn leer volgen, in zijn voetstappen treden en een bedienaar van het evangelie worden. Dit betekent dienst, dat men hard moet werken en erbij moet blijven. Erbij blijven, betekent dat men voortdurend waakzaam moet zijn.
3. Wat deden Jezus’ discipelen na zijn hemelvaart?
3 Nadat Jezus zijn discipelen had verlaten en naar de hemel was opgevaren, bleven de elf getrouwe apostelen, tezamen met nog andere discipelen, bij elkaar en betoonden zich waakzaam. Toen het pinksterfeest kwam, daalde de heilige geest op hen neer, waardoor zij tot verdere activiteit werden aangespoord. Van toen af aan kon niets hen meer tegenhouden. Zij predikten. Dezelfde heilige geest waardoor de discipelen toen werden bezield, is thans onder ware christenen werkzaam. Dezelfde werkzame kracht of heilige geest van God zet zijn volk thans aan voort te gaan met het prediken van het goede nieuws. Onmiddellijk na het pinksterfeest reisden de discipelen drie en een half jaar lang al predikend door geheel Palestina om het overblijfsel van de joden die de Messias zochten, te zoeken. Hierna werd hun duidelijk gemaakt dat het de goddelijke wil was dat de boodschap der redding naar alle natiën, tongen en talen werd uitgedragen, en daarom trokken de discipelen naar Klein-Azië, Griekenland, Babylon, Italië en andere delen der wereld.
4. (a) Welke dingen kunnen ware christenen er niet van weerhouden zich van de verantwoordelijkheid leraars te zijn, te kwijten? (b) Wie komen thans tot de berg van Jehovah, en met welke beweegreden?
4 De christenen kregen het bevel: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige geest, en onderwijst hun wat ik u heb geboden na te komen” (Matth. 28:19, 20). Een ware christen laat zich thans bij het ten uitvoer brengen van deze verantwoordelijkheid door niets, zelfs al zou het hem zijn leven kosten, weerhouden. Zelfs in deze laatste dagen, nu christenen zien dat de grote legers der aarde tot de strijd van Armageddon worden bijeenvergaderd, zijn zij niet bevreesd maar blijven zij op hun post ten einde de door Jehovah God aan hun zorgen toevertrouwde belangen te behartigen. Wat hen het naast aan het hart ligt, zijn de Koninkrijksbelangen, de prediking van het goede nieuws in de gehele wereld ten einde alle natiën een getuigenis te geven en de andere schapen bijeen te vergaderen. De „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse staat op de berg Gods en roept allen die een horend oor hebben toe om te komen en vrijelijk van het „water des levens” te drinken. Honderdduizenden mensen komen thans tot de „berg van Jehovah” om daar kennis te verzamelen over zijn wetten en wegen. Zij hebben een grote waardering voor de onverdiende goedgunstigheid die hij, door zijn geliefde Zoon te zenden, heeft getoond, want door bemiddeling van hem kunnen zij redding verkrijgen. Daar zij de waarheid liefhebben, komen zij tot het licht, Christus Jezus, en als zij zich daar eenmaal in bevinden, wensen zij ook de werken welke in overeenstemming met God zijn, te doen. — Jes. 2:2-4; Openb. 22:17.
5. Wat bleven Jezus’ discipelen ondanks vervolging doen, en tot welke juiste handelwijze dient dit ware christenen in deze tijd aan de sporen?
5 Het is voor een ware christen lang niet gemakkelijk openlijk het goede nieuws bekend te maken, evenmin als het voor de vroege discipelen gemakkelijk was de mensen het goede nieuws over de Christus, Jezus, in synagogen en op openbare marktpleinen te vertellen. Wij lezen in de bijbel dat de discipelen hiervoor werden geslagen en dat hun vaak de waarschuwing werd gegeven met prediken op te houden. Gaven de vroege christenen hier gehoor aan? Neen, want het bericht over de apostelen luidt: „Zij bleven zonder ophouden iedere dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken” (Hand. 5:42). Hoewel die apostelen onvolmaakt waren, bleven zij het hun door God toegewezen werk verrichten. Zij hadden geen medelijden met zichzelf en trachtten geen verontschuldigingen aan te voeren om ermee op te houden omdat deze loopbaan zo moeilijk was. Zij waren van de juistheid van de door hen gevolgde handelwijze overtuigd. Jezus was hen erin voorgegaan en zij hadden van hun meester instructies ontvangen wat zij moesten zeggen en doen. Thans werden zij door de heilige geest geholpen. Het was er de tijd niet voor om te aarzelen of te vrezen, maar om wakker en waakzaam te blijven. Tóen was het de tijd om te prediken en het is dit thans nog, ja, meer nog dan ooit tevoren, want op het ogenblik leven wij in de tijd waarin Christus Jezus als de opziener van de wachten komt. Gelukkig is hij die wakker blijft en zijn bovenklederen behoudt, opdat hij niet naakt wandelt zodat de mensen zijn schaamdelen kunnen zien. Wát de christenheid ook moge doen — en de feiten wijzen overduidelijk uit dat ze slaapt wat de zorg voor de Koninkrijksbelangen betreft en voor de ogen van christenen naakt is uitgekleed — Jehovah’s getuigen moeten en zullen in deze laatste dagen van het einde van dit samenstel van dingen wakker blijven en prediken. Thans is het de tijd om in overeenstemming met de goddelijke wil de „andere schapen” uit alle natiën, geslachten, tongen en religiën en uit alle rangen en standen van de maatschappij, of zij nu rijk of arm zijn, bijeen te vergaderen. — Joh. 10:16.
HIERBIJ BLIJVEN OM GERED TE WORDEN
6. Waarom is het zo belangrijk hierbij te blijven, en hoe zal de oude wereld hierop reageren?
6 Het is voor een christen van het grootste belang bij datgene wat hij in het begin van zijn christelijke loopbaan heeft geleerd, te blijven. Paulus zei tot Timotheüs: „Predik het woord, houdt u er als met een dringende zaak mee bezig, in gunstige tijd, in moeilijke tijd” (2 Tim. 4:2). Een christen dient erop toe te zien dat niets hem van de liefde Gods scheidt, hoe groot de tegenstand ook moge worden. Het is er de tijd niet voor om slaperig te zijn, zich te ontspannen of te eten en te drinken en zich met de bezorgdheden van dit leven bezig te houden. De volharding waarmee Christus Jezus Gods koninkrijk predikte, irriteerde de geestelijken van zijn tijd dermate, dat zij hem ten slotte aan de martelpaal ter dood brachten. Zij vermoordden hem! De vroege christenen toonden zich net zo volhardend in hun prediking, want alle bedreigingen van en gevangennemingen door de door de Duivel opgehitste menigten van die tijd — die alles in het werk stelden om hen er maar mee te doen ophouden het hun door Christus Jezus geleerde goede nieuws bekend te maken — ten spijt, bleven zij met hun predikingswerk doorgaan.
7-9. Op welke manieren heeft de wereld de getrouwheid van Jehovah’s volk trachten te breken, maar wat wordt er in een boek dat in 1957 in Engeland werd gepubliceerd, over de doeltreffendheid van hun methoden gezegd?
7 Dezelfde religieuze schare tracht de christenen in deze laatste dagen het zwijgen op te leggen door de politiek georiënteerde massa te beïnvloeden handelend tegen Jehovah’s getuigen op te treden. De totalitaire heersers hebben de getrouwheid van sommige getuigen van Jehovah door middel van hersenspoelingen, concentratiekampen en communistische gevangenissen trachten te breken opdat zij God niet langer meer zouden dienen. Wanneer een christen echter vastbesloten is getrouw en waakzaam te blijven, hebben hersenspoelingen niet de minste uitwerking.
8 In een in 1957 in Engeland uitgegeven boek getiteld Battle for the Mind, a Physiology of Conversion and Brainwashing, (Strijd om de geest, een fysiologie van bekering en hersenspoeling) werd hierover gezegd: „Zij die gedurende de tweede Wereldoorlog naar verluidt het best in staat waren hun normen en geloofsovertuigingen in de Duitse concentratiekampen te behouden, waren leden van de sekte van Jehovah’s getuigen. Deze pacifistische religieuze groep houdt er vele vreemde geloofsovertuigingen op na, maar deze waren hun door hun religieuze leiders met zulk een kracht en zekerheid ingeprent, dat ze — terwijl voortdurende verzwakking en psychologische vernedering de meeste andere mensen met de hoogste idealen, maar zonder speciale banden van trouw, er al lang toe hadden gebracht de allerlaagste opvatting over de moraliteit van het individu en de groep te aanvaarden — onverzwakt werkzaam bleven. Een vurig en de persoon geheel vervullend geloof in de een of andere godsdienstige belijdenis of levenswijze is waarlijk een beveiliging tegen het overhalen tot een andere mening. De geschiedenis toont aan dat goed in de staatkundige opvattingen van hun natie onderwezen soldaten even dapper en hardnekkig als Jehovah’s getuigen kunnen zijn.”
9 Alle getuigen van Jehovah, alle christenen, alle ware volgelingen van Christus Jezus, dienen thans net zo te handelen. Door Jehovah door bemiddeling van Christus Jezus zulk een exclusieve toewijding te schenken, kunnen zij gered worden.
10, 11. (a) Hoe komen Jehovah’s getuigen aan de kracht die zij nodig hebben om in hun exclusieve toewijding aan Jehovah God te volharden? (b) Waar bevindt de grootste afzonderlijke groep getuigen van Jehovah buiten de Verenigde Staten zich thans als bewijs dat zij ondanks hevige vervolging ’hierbij blijven’?
10 Hoe komen Jehovah’s getuigen aan deze kracht? Niet door iets wat zij zelf bezitten, maar door van God kracht te verwerven. Paulus zei tot Timotheüs: „Gij daarom, mijn kind, blijf kracht verwerven in de onverdiende goedgunstigheid in verband met Christus Jezus, en vertrouw hetgeen gij van mij hebt gehoord met ondersteuning van vele getuigen, toe aan getrouwe mensen, die op hun beurt voldoende bekwaam zullen zijn anderen te onderwijzen. Neem als een juist soort van soldaat van Christus Jezus uw aandeel op u in het lijden van kwaad.” — 2 Tim. 2:1-3.
11 Jehovah’s getuigen moeten dagelijks wakker zijn door Gods Woord te bestuderen, met Jehovah’s volk in de gemeenten samen te komen en van huis tot huis te gaan om het goede nieuws te prediken. De Duitse concentratiekampen behoren thans reeds lang tot het verleden, maar Jehovah’s getuigen zijn zegevierend blijven bestaan. Hoewel er nog steeds communistische concentratiekampen zijn, groeien Jehovah’s getuigen, zoals het bericht in het Yearbook van Jehovah’s getuigen aantoont, achter het IJzeren Gordijn zeer snel in aantal. Ondanks alle hersenspoelingen, propaganda en bedreigingen Gods getrouwe dienstknechten uit te roeien en te vernietigen, bevindt de grootste afzonderlijke groep van Jehovah’s getuigen buiten de Verenigde Staten zich achter het IJzeren Gordijn.
12, 13. Waaraan moeten allen die getrouw bevonden wensen te worden, speciale aandacht schenken, en hoe?
12 Wanneer iemand een waakzame christen wil blijven en getrouw bevonden wil worden wanneer Christus Jezus in Armageddon als een dief komt, moet hij, ongeacht waar hij in de wereld woont, voortdurend aan zichzelf en aan datgene wat hij anderen leert, aandacht blijven schenken. Dit kan hij alleen maar doen door dicht bij Jehovah’s theocratische organisatie te blijven, de goddelijke wil te bestuderen en er in overeenstemming mee te leven, want als hij hierbij blijft en deze dingen doet, zal hij niet alleen zichzelf, maar ook hen die naar hem luisteren, redden.
13 Een christen heeft de kracht van Jehovah’s organisatie nodig en moet in Jehovah God, in zijn geliefde Zoon, Christus Jezus, en in zijn getrouwe beloften geloven. Zijn geest moet van de waarheid vervuld zijn. Zij die hetzelfde doen als wat een christen van vroeger, Timotheüs, deed, die ’voortdurend aandacht aan zichzelf en aan zijn onderwijs schonk en hierbij bleef, omdat hij hierdoor zowel zichzelf als hen die naar hem luisterden, redde’, zullen dezelfde beloning als hij ontvangen. Wanneer u het Licht, Christus Jezus, zoekt en de goddelijke wil volbrengt, kunt u hier ook toe behoren! Volharding heeft geluk tot gevolg en zal worden beloond. Iets wat u door getrouwe arbeid tot stand heeft gebracht, schenkt u veel vreugde en grenzeloos geluk.
14. Wat was volgens Jezus zijn „voedsel”, en wat zijn Jehovah’s getuigen thans derhalve vastbesloten te doen?
14 Christenen zijn op het ogenblik druk aan het werk, wakker en ijverig bezig met het predikingswerk. Ook al betekent dit voor allen vervolging en voor sommigen de dood, toch moet een christen altijd aan Jezus’ woorden denken: „Mijn voedsel is de wil te doen van hem die mij heeft gezonden en zijn werk te voleindigen” (Joh. 4:34). Jehovah’s getuigen zullen dus tot het eigenlijke einde, tot de strijd van Armageddon is gestreden, waakzaam en wakker blijven en ervoor zorgen dat zij hun bovenklederen der bediening behouden. Zij zullen zich, door het goede nieuws van Gods koninkrijk bekend te maken, van hun taak blijven kwijten.